Reggae.be
'People Funny Boy - The Genius of Lee 'Scratch' Perry': monnikenwerk levert standaardwerk op
NieuwsNov 12, 2022

'People Funny Boy - The Genius of Lee 'Scratch' Perry': monnikenwerk levert standaardwerk op

By Jah Shakespear

Geen ander boek heeft me zoveel geleerd over de geschiedenis van de reggaemuziek als deze biografie van David Katz. Omdat Lee Perry een van de founding fathers was van het genre en heeft samengewerkt met zowat alle relevante artiesten uit de gouden jaren.

De eerste uitgave van deze uitzonderlijke biografie verscheen al in 2000. Zelfs auteur David Katz kon toen niet vermoeden dat Lee Perry nog ruim 20 jaar aan de slag zou blijven in de muziekwereld. Dat hij nog zou samenwerken met een hele resem artiesten, van The Orb tot Pura Vida. Dat zijn mythe als sjamaan en genie van de reggae nog meer glans zou krijgen.

David Katz kreeg al in 1987 in de Dingwalls Club in Camden, Londen, van Lee Perry zelf de vraag, zeg maar opdracht om zijn biografie te schrijven, om letterlijk zijn ghostwriter te worden. Een zilveren ring met een gevleugeld doodshoofd moest de overeenkomst bezegelen. Katz heeft zich decennialang nauwgezet aan die schijnbaar onoverkomelijke taak gewijd. Alleen al het oplijsten van de meer dan duizend songtitels én hun versions moet een waarachtig monnikenwerk geweest zijn. Voor ons zijn er in elk geval talloze puzzelstukjes in elkaar gevallen. Katz vermeldt haast bij elke tune de originele uitvoering, ook als het covers betreft van niet-reggae songs. Dat levert op zich al om de haverklap een aha-erlebnis op, toch als je je zoals ik al jaren afvraagt welke tune nu weer juist bij welke original hoort. En dan zijn er ook nog de grensverleggende B-sides van al die singles, even vaak grensverleggende als krankzinnige dubs en remixen, die gelukkig bijna allemaal op YouTube staan, en soms te vinden zijn op een van de vele Upsetter-compilaties.

Dat laatste is trouwens een terugkerend thema: hoe komt het toch dat het oeuvre van Lee Perry zo gefragmenteerd is, en ondergebracht bij tientallen verschillende grote en kleine platenmaatschappijen (waarvan de meeste intussen failliet zijn)? Het heeft te maken met rancuneuze vrouwen, een gebrek aan bindende contracten en de wispelturige geest van The Upsetter zelf, die op die manier trouwens heel wat mensen daadwerkelijk "upset" heeft, muzikanten, producers, platenmaatschappijen, familie en bekenden. Veel van de bevoorrechte getuigen die David Katz door de jaren heen gesproken heeft, wijzen naar de cocktail van overmatige alcohol- en ganjaconsumptie om de woedeaanvallen en waanvoorstellingen van Perry te verklaren. Gooi dat in de mix met een sterke spirituele bevlogenheid en een onvoorwaardelijk geloof in Rastafari, en dan pas kun je beginnen begrijpen waarom Lee Perry dacht, werkte en leefde zoals hij dacht, werkte en leefde.

Of je kunt 'The End of the Universe' proberen te lezen, dertien door Scratch zelf volgeschreven pagina's in het hermetische, zelf gebrouwen jargon dat hij zo graag debiteerde in zijn latere werk en interviews. Het gaat over Koning Alfa en Koningin Omega, God en de duivel, de Derde Wereld en triljoenen dollars en ponden, black supremacy en kak en pis, God en moeder natuur, Garvey en Selassie, history, mystery & prophecy. Het is een nagenoeg onleesbare tekst maar je herkent er wel een hele hoop van de lyrics in die Perry tussen 1965 (!) en 2020 op de wereld heeft losgelaten, van Bijbelspreuken tot schuttingtaal en gibberish.

Lee Perry heeft in die halve eeuw samengewerkt met zowat alle grote, kleine en vergeten helden uit de geschiedenis van de reggaemuziek. Producers: Coxsone Dodd, Bunny Lee, King Tubby, Mad Professor, Adrian Sherwood… Artiesten: veel te veel om op te noemen maar namen als Bob Marley, The Congos, Max Romeo en Junior Murvin zijn alleszins niet weg te denken uit de canon van de reggae. Muzikanten: van de Barrett-broers tot The Gladiators, samen legden ze bij Lee Perry mee de fundamenten van dub en rootsreggae, de muziek die vandaag populairder is dan ooit. En al die figuren passeren dus de revue in dit boek, vaak vertellen ze hun verhaal in hun eigen woorden. Er zijn korte en lange quotes van pop- en rockartiesten die Perry beïnvloed heeft: Brian Eno (eindelijk weet ik waarom ik de eerste vier platen van Roxy Music zo goed vond), Paul en Linda McCartney, Robert Palmer, Tom Tom Club… Ook de techneuten en studio wizards onder u worden niet vergeten: David Katz benoemt zowat alle apparatuur waarmee Scratch in zijn Black Ark-studio gewerkt heeft.

In de voorbije twintig jaar zat Perry zelf nog amper achter de knoppen maar stapte hij als vocalist wel in allerhande projecten, meestal opgezet door rabiate fans die er ooit alleen maar van konden dromen dat ze ooit met hun idool zouden kunnen samenwerken. Pura Vida bij ons, Daniel Boyle in Engeland, Subatomic Sound System in de States, Dubblestandart in Berlijn… Lee Perry nam vaak en lang vakantie, in Jamaica of in Zwitserland (waar hij sinds 1990 zijn vaste verblijfplaats had), maar was voor de rest haast voortdurend onderweg tussen de verschillende continenten. Het is verbazingwekkend hoeveel concerten hij als 60-, 70- en 80-plusser nog gegeven heeft, met de meest uiteenlopende begeleidingsbands of gewoon op sound. David Katz somt ze bijna allemaal op. Tussendoor dook Perry overal de studio in en werkte mee aan meer of minder geslaagde producties, het hoefde zelfs geen dub of reggae te zijn. Blij dat we ook al die samenwerkingen eens op een rijtje krijgen, én dat Katz het meestal eens is met mijn eigen indrukken van sommige platen.

En wat zou een biografie zijn zonder verhalen over familie, partners en kinderen? De auteur neemt ons mee naar Kendall, in het noordwesten van Jamaica, en Miss Ina, Perry's moeder. Hij vertelt uitgebreid over Pauline Morrisson, die jarenlang een knipperlichtrelatie onderhield met Scratch en een cruciale rol speelde in de onderhandse verkoop van tunes en rechten aan vele verschillende platenmaatschappijen. We leren hoe het Lee's kinderen verging: Omar en Sean groeiden op de in de hoogdagen van de Black Ark, de legendarische studio van hun vader, en ze zijn daar ook jarenlang blijven rondhangen, min of meer aan hun lot overgelaten. Omar is daar sterker uitgekomen en bouwde in Europa een nieuw leven op, met zijn eigen, half-Belgische kinderen. Sean raakte verslaafd aan crack en heeft zijn leven nooit meer op de rails gekregen.

Uiteraard komt ook Mireille Rüegg uitgebreid ter sprake, de vrouw met wie Lee Perry de laatste dertig jaar van zijn leven doorbracht (als ze geen ruzie hadden). Bij ons ooit voorgesteld als "Zwitserse SM-koningin" (in een Vlaamse zondagkrant) krijgt ze in dit boek credits als reggae promotor en psychiater, die eerder al een affaire had met Max Romeo, en een huis in Montego Bay. Mireille Perry (ze waren getrouwd!) koesterde nog grote plannen voor Perry, zoals de bouw van een soort LSP-droompark. Puraman Bregt De Volder heeft er samen met Scratch nog een visionair beeld van geschetst.

Of dat Perry-paradijs er ooit zal komen, is nog maar de vraag in Jamaica, waar in de schaduw van Bob Marley maar weinig plaats overblijft voor een zichtbaar eerbetoon aan andere artiesten, hoe geniaal en vernieuwend die ook geweest zijn. In de jaren '70 stond Lee Perry in hoog aanzien op het eiland maar zijn naam deed tot voor enkele jaren nog maar bij weinig Jamaicanen een belletje rinkelen. Terwijl zijn naam en faam in het buitenland alleen maar groter werden, en hij na zijn overlijden wereldwijd geëerd en geloofd werd. Een paar maanden later verscheen ook 'People Funny Boy', alsof het zo moest zijn. Zelfs de begrafenis zit mee in het boek, nog in volle coronatijd en bijgewoond door amper een handvol mensen. Het grote genie van de reggae had een mooier afscheid verdiend.

'People Funny Boy - The Genius of Lee 'Scratch' Perry', David Katz, 667p 
Uitgegeven door White Rabbit
'People Funny Boy - The Genius of Lee 'Scratch' Perry': monnikenwerk levert standaardwerk op

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

DubRootsReggaePunk

Published

Nov 12, 2022