Reggae.be
R.I.P. Brother Sam Clayton (1934-2018), voice & soul of Mystic Revelation of Rastafari
Roots & CultureNov 01, 2018

R.I.P. Brother Sam Clayton (1934-2018), voice & soul of Mystic Revelation of Rastafari

By Jah Shakespear

Na de dood van de legendarische drummer Count Ossie trad Sam Clayton in 1975 definitief naar voor als de spirituele leider van Mystic Revelation of Rastafari. In de jaren '90 en 2000 leidde hij het gezelschap naar de grootste zalen en festivals in Europa, Japan en Amerika. Brother Sam was een van de weinige rasta's die Haile Selassie persoonlijk bezocht hebben in Ethiopië.

Ik heb het niet zo met goeroes en spirituele leraars (each one teach one) maar als het over Rastafari gaat, heeft niemand mij meer geleerd dan Brother Sam, zoals ik hem van meet af aan genoemd heb. Niemand bracht mij dichter bij het hart van de livity, en hij introduceerde mij ook bij enkele van de grootste Jamaicaanse artiesten en belangrijkste persoonlijkheden. Met Brother Sam en zijn gevolg nestelde Rastafari zich nog dieper in mijn bewustzijn en zaaide daar de kiemen van 'De Rasta Revelatie', het boek waarin hem opvoerde als een van de hoofdpersonages (Brother Marcus).

Sinds de dood van Count Ossie in 1975 was Brother Sam de frontman van Mystic Revelation of Rastafari. Hij verwelkomde het publiek en vertelde verhalen over de geschiedenis van zijn volk, de internationale politiek en de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Hij zong de hymnes en volksliedjes van weleer, samen met Brother Bunny.

"Mystic Revelation of Rastafari is in de eerste plaats een gemeenschapsproject," zei Brother Sam de eerste keer dat ik hem ontmoette, in 1997: "Wij willen de situatie van de arme mensen in ons land verbeteren door hen te betrekken bij sociale en culturele projecten. Wij beschouwen onszelf niet als entertainers maar als communicators. Wij brengen een boodschap van vrede, liefde, begrip en rechtvaardigheid."





Sam wilde ook de leer van de klank doorgronden, en de invloed van bepaalde tonen op het brein: "De muzikanten van Mystic Revelation zijn conscious creators van de antennes die visioenen moeten opvangen van een meer tribaal gemeenschapsleven, en die zulke visioenen omzetten in een concrete realiteit.". Hij heeft mij op een dag zelfs de wet van Ohm uitgelegd, om te bewijzen dat alleen liefde de mens vooruit kan helpen in de evolutie en dat weerstand uitsluitend agressie oproept. Ik begreep niet helemaal wat hij bedoelde maar Sam zei dat ik hij maar één ding moest onthouden, de conclusie van de formule: "God is de liefde in de mens.". De uitleg staat overigens ook op de hoes van 'Tales Of Mozambique', het klassieke tweede album van Mystic Revelation.

Een jaar na die eerste hartverwarmende ontmoeting met de mannen van Mystic Revelation zocht ik Brother Sam op in Jamaica. De Reggae Boyz, het nationale voetbalelftal van Jamaica, had zich gekwalificeerd voor het WK in Frankrijk, de eerste keer in de geschiedenis. Dat was zo bijzonder dat een sportblad mij erop stuurde om een paar verhalen te schrijven over voetbal in Jamaica. Wat voor mij natuurlijk nog veel meer bijzonder was. Plots vielen mijn professionele activiteiten (ik was in die tijd vooral sportjournalist) wonderwel samen met mijn liefde voor reggae en Rastafari. Hoewel voetbal sinds Bob Marley niet meer valt weg te denken uit de livity van de rasta's. Zijn beste vriend was Allan 'Skill' Cole, de beste voetballer die Jamaica ooit gekend heeft en die Bob heimelijk zelf had willen zijn (ook al heeft een voetbalblessure hem uiteindelijk het leven gekost).

Cole was een van de vele prominente Jamaicanen die ik toen bezocht heb met Brother Sam. Een betere en meer gerespecteerde gids had ik mij niet kunnen dromen. Iedereen kende en respecteerde hem, van zangers en muzikanten tot journalisten en politici, van sportlui tot professoren, van het rijke volk uptown tot de sufferers in Rockfort, nu al bijna 70 jaar de thuisbasis van Mystic Revelation of Rastafari. Sam Clayton heeft me ook op de Jamaicaanse televisie gebracht en voorgesteld aan Sizzla, Luciano en vele andere artiesten.

Brother Sam had geen dreadlocks maar verenigde in zich wel alles wat ik zo mooi en mystiek vind aan Rastafari. Geen dogma's of rituelen. Altijd ital food op tafel, vers en gezond. In harmonie en samenhorigheid met zijn omgeving, het hart vervuld van hoop en liefde. Tegelijk engel en rebel. Meer dan wie ook belichaamde Brother Sam de teksten van mijn favoriete reggaesongs. 'Natural Mystic' van Bob Marley & The Wailers, over het wonder van de verbondenheid dat zich in Jamaica zo sterk laat gevoelen. Om de ziel van het land te doorgronden, hoef je je maar over te geven aan de werkelijkheid zoals ze zich aandient. 'Positive Vibration', ook een nummer van Bob Marley: zijn het niet de antennes van Brother Sam en zijn conscious creators die die vibes kunnen opvangen? 'Prodigal Son' van Steel Pulse, het verhaal van de uitverkoren zoon die zijn volk weer op het juiste pad moet brengen. 'Creation Rebel' van Burning Spear, als alle rasta's altijd al rebel geweest. 'Why Worry' van Israel Vibration: waarom zou je je zorgen maken als je kan bidden?

Het was toen alsof ik Brother Sam altijd al gekend had, from creation. In zijn gezelschap wilde of verlangde ik niets meer. Ik luisterde en leerde, en was dankbaar voor de kennis en die liefde die hij met mij wilde delen. Als iemand anders het zo zou verwoorden, zou ik meteen aan een goeroe denken. Hoe had Leonard Howell zich nu weer genoemd, the first rasta? Gong Guru Maragh.

Iedere ochtend, uren vroeger dan ik thuis ooit uit mijn bed kom, gingen we naar de Mineral Baths van Rockfort. Sam oefende in het helende water zijn getrainde lichaam, ik dobberde maar wat rond en ging af en toe massagewijs onder de brede, binnenstromende straal staan. Daarna reden we naar Rockfort, waar ons (nog altijd voor het ontbijt) een goedgevulde chalice wachtte, een soort waterpijp, met herbs uit Westmoreland die een vriend van Sam persoonlijk gekeurd, gekocht en gecleand had.

Het wordt je als buitenlandse bezoeker weliswaar afgeraden om die "gevaarlijke" buurt te bezoeken maar ik ben op weinig plaatsen zo goed ontvangen als in de yard van wijlen Fuzzy, waar Putus, Time, Rohan en hun vrienden iedere dag zaten te reasonen en muziek te spelen. Een van mijn beste vrienden is er peetvader geworden van de pasgeboren baby van Putus. Zowel John als het kindje zijn intussen overleden, maar de banden die toen gesmeed zijn, in die brokkelige achterbouw, kunnen nooit meer stuk. Reggae is de muziek van het volk, besefte ik toen meer dan ooit. Dit is de voedingsbodem van een cultuur die de wereld heeft veroverd, of toch de onderwereld waarin wij ons bewegen.

Schuin tegenover de yard van Fuzzy is het Count Ossie Cultural Center. Het gebouw werd midden jaren '70 opgericht met de hulp van enkele Duitse ontwikkelingswerkers en was niet alleen bestemd als repetitieruimte voor Mystic Revelation maar ook als lokale bibliotheek en gemeenschapscentrum voor de kinderen en jongeren uit de buurt. Door geldgebrek en de geleidelijke verpaupering van Rockfort zijn die sociale activiteiten al lang stopgezet maar iedere zondag weerklinkt er nog het ritme van de nyahbinghi.

"Drums are an African culture," zegt Brother Sam: "Toen ik als kind in bed lag, hoorde ik de hele nacht drums, zoals je nu de sound systems hoort. Overal zaten mensen te drummen. Ook overdag. Toen ik met mijn zusjes naar de kerk ging, kwamen we altijd voorbij een groep revivalists. Ze waren gekleed in het wit en speelden de drums. Drums zijn onlosmakelijk verbonden met ons volk, dus ook met de rasta's. We hebben ze meegebracht uit Afrika en ze zijn nooit weggegaan. Daarom draag ik ook Afrikaanse kleren. De Afrikanen weten welke kleren passen bij het evenaarsklimaat, los en luchtig. Onze roots liggen in Afrika. Ik zeg altijd: We were brought here by force to these Carribean, carry us beyond our borders. Not by free will but by force. John Hawkins was given a charter by Queen Elisabeth to bring slaves from Africa to the West-Indies. They called us human cargo."

Die laatste zinnen spreekt Sam, begeleid door nyahbinghi-drums, letterlijk uit in 'Narration', het eerste nummer op de driedubbele 'Grounation'-LP, het pièce de résistance van Count Ossie en zijn muzikanten uit 1972. Zo dicht staan zijn gedichten en verhalen (en die van zoveel andere griots, zangers en poëten) bij de realiteit en de reasonings van de rasta's.

"En hier zijn we vandaag, 'singing and chanting as free people. From slavery to freedom from slavery to independence. Wij hadden ook trommels in huis. Op de Kerstmarkt wilden mijn zusjes poppen en ik trommels. Maar de beste drummer van de familie was mijn broer. Hij heeft zelfs Count Ossie geïnspireerd om te gaan drummen. Iedere zondagavond speelden ze samen. Ik was nog jong toen, vergeleken met al die elders, maar ik kwam om te leren en te luisteren."

Mijn eerste bezoek met Brother Sam aan het Count Ossie Cultural Center was een magische ervaring. De Afrikaanse geïnspireerde muurschildering van het gebouw siert de klaphoes van 'Tales Of Mozambique', na 'Grounation' het tweede classic album van Mystic Revelation of Rastafari. Plots stond die hoes meer dan levensgroot voor mij. De tekening toont hoe de Portugezen de eerste slaven weghaalden uit Mozambique.

Het duurde nog een paar uur voor iedereen gearriveerd was, de oude drummers en een drietal blazers, en de wiet rookklaar gemaakt, ontdaan van alle zaadjes en takjes, als spinazie in minuscule stukjes gesneden. Brother Bunny, de zanger, had daarvoor een grote keukenplank en een vlijmscherp kapmes ter beschikking. Pas nadat de chalice een eerste keer was rondgegaan en zich buiten al de duisternis aandiende (in Jamaica wordt het elke dag voor zeven uur donker) zochten de drummers stilaan een plaats op een van de houten krukjes. De blazers proefden van hun instrumenten. Brother Bunny stond achter de microfoon, de blik gericht op de foto van Count Ossie die naast de deur hing. "Peace and love!", zei Brother Sam nauwelijks hoorbaar, waarna Brother Bop (met een p, omdat hij als jongeling zo goed kon boppen op jazzmuziek) met zijn funde drum het ritme inzette. De twee andere funde's volgden hem, de repeater begon te dartelen, de basdrum verdiepte het geluid. Zo moet de muziek destijds ook in de rastakampen geklonken hebben, besefte ik op dat moment. Ik voelde me niet wegdromen of euforisch worden. Het was gewoon weer zo'n moment waar heel mijn leven naartoe had geleid, niet mooier of specialer dan eender welk ander moment. Net zoals de reggae hier ook telkens opnieuw geboren werd.

De drie blazers zetten een lied in, hét lied van de rasta's: 'Satta Massagana'. Brother Sam had hen haast achteloos aan me voorgesteld: Johnny 'Dizzy' Moore (trompet), Cedric 'Im' Brooks (saxofoon) en Lester Sterling (saxofoon). Toen ik die namen hoorde, begon het me toch even te duizelen. Deze mannen hadden begin jaren '60 mee de ska uitgevonden, ik had hen met The Skatalites, de oervaders van de Jamaicaanse popmuziek, ettelijke keren zien optreden. Maar eerst, lang geleden, waren ze langs hier gepasseerd, bij Count Ossie en zijn drummers. Hier hadden ze hun jazzopleiding verbonden met de inspiratie van Rastafari en de ritmes van de drums. Hier kwamen ze 's zondags ook nog altijd gewoon meeblazen.

Bunny zong 'Rivers Of Babylon', het lied dat de rest van de wereld had leren kennen in de disco-uitvoering van Boney M maar in feite een anthem van de rasta's was, een van de eerste Bijbelse songteksten in de geschiedenis van de reggae. "By the rivers of babylon, there we sat down; yeah, we wept when we remembered Zion.", Psalm 137.

Bijna alle leden van Mystic Revelation of Rastafari die toen in het Count Ossie Center waren en die een jaar voordien door Europa hadden getoerd, zijn intussen overleden. Reken maar uit, als je weet dat ze in de jaren '30 gefascineerd raakten door Haile Selassie en al rasta waren voor er sprake was van dreadlocks.

In 2014 heb ik Brother Sam voor de laatste keer bezocht, om een interview op te nemen voor documentaire 'My Ras Tafari Roots' die ik samen met regisseur David Verhaeghe gemaakt heb. Hij had tot onze verbazing en verrassing een paar koffers vol knipsels, foto's en memorabilia bij waar hij tot dan nooit over gerept had. Tom, de cameraman, filmde zoveel mogelijk relevante documenten: beeld van Brother Sam bij de keizer, krantenkoppen over de dood van Selassie, paspoorten en jeugdfoto's... Dat materiaal zou deftig gearchiveerd moeten worden, en bewaard voor het nageslacht, als cultureel erfgoed. Niet de sterkste kant van Jamaica, ik weet het, maar als rationele bleekscheet kan ik die verwaarlozing alleen maar betreuren. Hetzelfde gevoel overviel me eerder al aan het geboortehuis van Marcus Garvey in Sint-Ann's Bay. Waar is het respect voor de grote Jamaicaanse helden? Hoewel we ons waarschijnlijk beter kunnen afvragen waar de overheid dan wel het geld zou halen om al die monumenten en documenten in ere te houden. Er zijn belangrijker problemen in het land.

Brother Sam is pas bij de groep van Count Ossie gekomen nadat hij in 1965 een bezoek had gebracht aan Haile Selassie. De rasta's, of toch drie belangrijke vertegenwoordigers van de ongestructureerde beweging, hebben toen met de keizer concrete gesprekken gevoerd over de "repatriëring" van een grote groep Jamaicanen naar "het thuisland". Twee jaar eerder had het toen nog aan Groot-Brittannië ondergeschikte Jamaicaanse parlement al een missie uitgestuurd met hetzelfde doel. Die bestond uit zeven mensen: Philmore Alvaranga van Mystic Revelation, Douglas Mack (nog een vertrouweling van Count Ossie, die zelf liever niet op de voorgrond trad), Mortimer Planno, de spirituele vader van de moderne rasta-beweging en leraar van Bob Marley, Cecil Gordon van de Ethiopian World Federation (EWF), Westmore Blackwood van Garvey's nog altijd actieve UNIA, leden van de militante Afro-Caribbean League en van de Afro-West Indian Welfare League, een journalist en een dokter.

Voor de tweede missie naar de keizer werd Brother Sam uitverkoren, samen met Douglas Mack en Philmore Alvaranga. Het geld voor de reis, die liefst vijftien maanden zou duren, haalden ze op in de dancehall, met de sound systems van Duke Reid, Coxsone Dodd en The Matador.

Onderweg naar Afrika ontmoette het trio in New York Mohammed Ali en diende een petitie bij de Verenigde Naties, met de vraag om Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Nederland en België aan te sporen tot herstelbetalingen voor de afstammelingen van de slaven (In 2015 heeft Jamaica samen met andere Caribische landen een gelijkaardig verzoek ingediend bij de Britse regering, het zoveelste thema dat de rasta's in de twintigste eeuw op de agenda hebben gezet).

Brother Sam en zijn gezellen bezochten eerst een paar West-Afrikaanse landen om uiteindelijk via Kenia naar Ethiopië te reizen: "Toen we in Addis Abeba arriveerden, was er in het paleis een grote persconferentie aan de gang met afgevaardigden uit alle Afrikaanse landen. We moesten even wachten maar kregen dan toch een korte audiëntie. Er lag een leeuw naast de deur, hij bewoog niet en keek ons strak aan. We liepen er voorbij in de hoop dat hij ons niet zou aanvallen en dat deed hij ook niet. Naast de leeuw stond trouwens een soldaat, zoals er naast elke leeuw in het paleis een soldaat stond."

De opmerkelijkste foto's die Sam bewaard heeft, tonen de keizer in het gezelschap van een leeuw en een tijger. Het lijkt wel of de dieren hem kopjes geven, zoals huiskatten dat doen. "Dat was het moment waarop ik dacht: dit is echt een uitzonderlijke persoon," zegt Brother Sam: "Een wereldlijke leider met goddelijke kwaliteiten. We gingen naar binnen. Zijne Majesteit richtte zich tot ons, een hogepriester vertaalde zijn woorden. Dus jullie zijn hier om mij te zien? Yes, Your Majesty. We gaven hem een geschenk, een houtsnijwerk met een afbeelding van Afrika en de letters OAU scoring a victory over the world. His Majesty really loved it. Hij bedankte ons en zei dat hij ons na de persconferentie opnieuw zou ontvangen. Wij bogen, stapten achteruit en liepen de zaal uit. Dat was onze eerste ontmoeting. Toen we Zijne Majesteit ontmoetten, waren we... Ik weet niet hoe ik dat gevoel kan verwoorden. We waren niet bang of bevreesd maar als je in het paleis bent, met de Koning der Koningen, en al die leeuwen... We wàren daar gewoon, in a very soulful way."

En toen begon het lange wachten. Ik ken de verhalen uit 'De Keizer', het boek van Ryszard Kapucynski dat Haile Selassie framede in het westen, en het toneelstuk 'Hof van Haile' van het Nederlandse gezelschap Orkater. Je wist eigenlijk nooit wanneer de keizer je zou ontvangen. Een agenda leek hij niet bij te houden, een afspraak had geen enkele waarde. Alleen door de goedwillendheid van de hovelingen die op dat moment in de gunst van Selassie stonden, kon je als bezoeker uitzicht krijgen op een officiële audiëntie.

"Wij hebben in Ethiopië verschillende plaatsen bezocht. We logeerden bij een Jamaicaan, Moses Johnson, die getrouwd was met een Ethiopische vrouw. Ze woonden in een oud, afgelegen paleis in een streek waar nog gorilla's rondzwierven. Dat zei hij toch, en daarom had hij ook altijd een geweer bij. Op 11 september, Nieuwjaar in Ethiopië, ontving Zijne Majesteit ons opnieuw. Eerst kregen we een uitgebreid ontbijt. Royal food, tea, coffee. Some sandwiches and thing. Zijne Majesteit stond voor zijn troon, volledig gekleed in het wit, ook zijn schoenen. Naast hem stonden een zestal van zijn kleinzonen. Men had ons verteld dat op deze dag iedereen witte kledij zou dragen dus dat deden wij ook. We zongen een psalm: I will praise thee o Lord with my whole heart, I will shew forth all thy marvelous works. I will be glad and rejoice in thee. I will sing praise to thy name, O thou most high. When mine enemies are turned back, they shall fall and perish at thy presence. For thou hast maintained my right and my cause; thou satest in the throne judging right. Thou hast rebuked the heathen, thou hast destroyed the wicked, thou hast put out their name for ever and ever. O thou enemy, destructions are come to a perpetual end: and thou hast destroyed cities; their memorial is perished with them. But the Lord shall endure forever: he hath prepared his throne for judgment. And he shall judge the world in righteousness; he shall minister judgment to the people in uprightness."

Brother Sam is nu helemaal vergeten dat de camera draait. Zijn blik is niet leeg of ondoorgrondelijk maar richt zich wel naar een onbestemd punt achter mij, ergens waar het verleden huist. De psalm wordt een visioen: "The Lord is known by the judgment which he executeth: the wicked is snared in the work of his own hands. The wicked shall be turned into hell, and all the nations that forget Jah Ras Tafari. For the needy shall not always be forgotten: the expectation of the poor shall not perish forever. Arise, O Lord Jah Ras Tafari, let not man prevail: let the heathen be judged in thy sight. Put them in fear, O Jah: that the nations may know themselves to be but men. Toen we die psalm gezongen hadden, haalde Zijne Majesteit een witte zakdoek boven en veegde een traan weg. Hij zei dat hij ons zeker nog eens wou terugzien. Bij het afscheid mompelde hij iets tegen de priester, die het voor ons herhaalde en vertaalde: Abba Gebriel Meshesha. Messenger of God."

Boodschappers van God: zo zou Haile Selassie Brother Sam en de andere rasta's genoemd hebben. Bij de derde ontmoeting, opnieuw enkele weken later, gaf de keizer Mack, Sam en Philmore een gouden medaille. De vierde en laatste keer spraken ze over de levensomstandigheden in Jamaica en de perspectieven voor Shashamane: "Hij zei dat we de overtocht goed moesten voorbereiden, en de juiste mensen sturen. Er waren al een paar settlers in Shashamane maar die waren blijkbaar niet goed georganiseerd. Bij het afscheid zei Zijne Majesteit dat hij zeker naar Jamaica zou komen, en dat we elkaar dan zouden weerzien."

Ik vraag Brother Sam of Haile Selassie ook nog iets gezegd heeft over Rastafari. "Action speaks louder than words. Hij heeft ons ontmoet en heeft met ons gesproken. En hij is uiteindelijk de koning der koningen. Hij gedraagt zich niet als een politicus. Hij toont je zijn liefde en dankbaarheid op een veel hoger niveau. Ik heb die kracht zelf ervaren. Ik kon me letterlijk niet meer bewegen."

Een jaar na de tweede missie, brengt Haile Selassie zowaar een bezoek aan Jamaica. De Jamaicaanse televisie heeft destijds een prachtig verslag gemaakt van de festiviteiten. De meest sprekende beelden staan in het geheugen gegrift van iedereen die Rastafari in het hart draagt. Rasta's houden borden omhoog. The Rastafarian movement Nyahbinghi welcomes the King of Kings. Bijbelverzen. En dan een prachtig, schermvullend beeld van Brother Sam in zijn witte gewaad. Ook toen was hij erbij, in de voorste gelederen van Jah Army.

Fly away home to Zion, Brother Sam.
R.I.P. Brother Sam Clayton (1934-2018), voice & soul of Mystic Revelation of Rastafari

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

RootsReggae

Published

Nov 01, 2018