Zweten. Uren wachten op eten. Wegen vol gaten. Hustlers & bustlers & sufferers. Rich & poor & havenots. Muggen & spinnen & vliegen. Ik neem het er allemaal graag bij in Jamaica, nog altijd the land we love. Omdat je nergens zo ital kunt eten en diepgaand kunt reasonen. Omdat Afrika en Amerika nergens zo dicht bij elkaar liggen. En omdat muziek de mensen nergens meer verbindt dan op dit wonderbaarlijke eiland.
'What a gwaan, people?' We hebben negen uur gevlogen vanuit Brussel, onze vingerafdrukken ingescand, ons laten filmen, fotograferen en bekijken, een bodyscan ondergaan, onze handbagage twee keer op de band gelegd, allemaal in de transferzone van terminal 9 op de luchthaven van Atlanta. Vliegen is in de 21ste eeuw een heuse veiligheidsoperatie geworden. Maar dan is er plots die stem aan de gate van onze vlucht naar Jamaica, en muziek van Sizzla, Gregory Isaacs en Mr Vegas. Het is de eerste keer dat ik geen muzak hoor op een luchthaven, geen brave pop of softjazz, maar stevige reggae. En de eerste keer dat ik een stewardess de reizigers hoor aanspreken in haar eigen patois in plaats van met het vertrouwde 'Good evening ladies and gentleman. We are now ready to board flight...' Nee, hier gaat het eerder van: 'Yu' all ready to fly to Jamaica now?' Op slag smelten alle vermoeidheid en irritatie weg als sneeuw voor de zon. We zijn er bijna. Na 14 uur airco valt de hitte in Kingston ons als een warme, natte deken over het lichaam. Het is al over achten, meer dan een uur donker, maar de temperatuur is amper gezakt. We zullen de komende dagen aan het zwetende lijf ondervinden dat de nacht weinig of geen verkoeling brengt in Jamaica, toch nu niet, na vier maanden droogte. Ook de Jamaicanen zelf puffen van de hitte en kampen bovendien met watergebrek.
Spliff break
Het is nog bijna 3 uur rijden naar Discovery Bay, waar we de komende dagen zullen verblijven. Aan een tankstation kopen we onze eerste spliff, een niervormige dosis wiet strak verpakt in een plastiekje. Jamaicanen rollen puur, de hele hoeveelheid gaat in één joint. Wij rollen met tabak en hebben genoeg voor 3 spliffs. Prijs: 100 JA dollar, een kleine euro. Overal verkrijgbaar maar zeker niet noodzakelijk. De Jamaicanen, en zeker de rasta's, delen hun wiet liever dan hem te verkopen. En de kwaliteit is altijd beter dan op straat. Ook Bobby verwelkomt ons in zijn huis met een voorproefje van zijn excellente eigen kweek. Een zalig huis is het, met een veranda rondom, zwembad, wifi en een koelkast gevuld met zelf geperste fruitsappen. We spreken met Bobby af dat hij ons de rest van de week zal voorzien van een stevig Jamaicaans ontbijt en dito dinner, genoeg en voedzaam genoeg om de dag door te komen. No problem voor deze rastaman, die zelf uitsluitend 'ital' eet en perfect weet hoe een evenwichtige maaltijd samen te stellen. Zonder zout, zonder vlees, zonder geraffineerde of anderszins bewerkte producten. Wel callaloo, ackee, tofu, yam, platane, bananen, pepers... Jamaican food all the way, veggie style. We zijn in Jamaica om een documentaire te maken, werktitel 'My Ras Tafari Roots' of 'Lost Roots'. Het hoofdpersonage is David, tevens regisseur, die in deze film de Ethiopische wortels van zijn familie traceert. Zijn grootmoeder werd geboren aan het hof van de man die toen (1921) nog door het leven ging als Ras Tafari, en die volgens Davids moeder ook haar buitenechtelijke vader zou zijn. Een ander verhaal wil dat de moeder van oma een nicht van Ras Tafari was, en haar vader de Griekse Cyprioot die haar later zou adopteren. Wat er ook van zij, David raakte gefascineerd door die figuur van Haile Selassie, over wie hij in de westerse media maar weinig goeds hoorde vertellen. Maar in de reggae vonden ze die keizer van Ethiopië blijkbaar wel de moeite waard, en zelfs meer dan dat. Sommigen leken hem wel te verafgoden. En toen kwam ik in beeld. David las mijn boek 'De Rasta Revelatie' en benaderde mij met de vraag of ik zin had om mee te werken aan zijn documentaire, die het familieverhaal zou samenbrengen met de geschiedenis en ideologie van rastafari.
Chronixx in the air
Wat denkt u dat ik geantwoord heb? We hebben intussen research gedaan in Jamaica en Ethiopië, er is gefilmd in België, Italië en Cyprus, en nu zijn we hier, met een professionele cameraman (Tom) en geluidsman (Yves), beiden voor het eerst op het eiland. We hebben afspraken met Prof-I, de nyabinghi rastaman, in de buurt van Ocho Rios, met Max Romeo in Linstead, en met Brother Sam Clayton (Mystic Revelation of Rastafari) in Kingston. Daar, in de hoofdstad willen we ook een jonge artiest voor de camera krijgen. Protoje misschien, of Chronixx. Bobby zegt dat hij Dre Island kent, en op internet vinden we een telefoonnummer van Jah9. Alles is nog mogelijk, een tijdsschema hebben we niet. De tijd vloeit in Jamaica. De dingen gebeuren wanneer ze moeten gebeuren, en anders gebeuren ze niet. Wat later moet gebeuren, zal ook dan gebeuren. Naar de klok hoef je nooit te kijken.
'Reggae in the morning, reggae in the evening, reggae at nighttime, on Irie radio': de dagtune van Irie FM is al 20 jaar onveranderd, net als de vele andere jingles en station calls die voortdurend weerklinken. Maar de tunes zijn brandnieuw, ook een constante op deze zender. Op weg van Discovery Bay naar Ochi horen we in de auto de new rootshits van het moment: 'Silent warrior' van Tydal, 'Backbiters' van Jesse Royal, 'Call the police' (Pzed & Little Hero), 'Allelu Jah' (Binghi Fire) en natuurlijk 'Who knows' van Chronixx & Protoje, hoewel zowat elke DJ daarbij vermeldt dat het om een internationale hit gaat. In Jamaica scoort Chronixx momenteel vooral met 'Spirulina', een song over gezonde voeding, tonics, roots drinks en natuurlijke supplementen. 'Let your food be your medicine and your medicine be your food': het is een wijsheid die we de komende dagen nog vaker zullen horen, een van de fundamenten van ital & conscious living. Maar het is wel een lekker roffelende dancehall riddim die Chronixx gebruikt om zijn boodschap te verspreiden, en die bevalt mij hier, in Jamaica, minstens even goed als het klassieke reggaeritme van 'Who knows'.
Dat overkomt me altijd. In Jamaica kan ik dancehall veel beter verdragen en verteren, alsof de muziek plots een plaats krijgt in mijn reggae-universum. Ik vraag me af waarom ik er thuis soms zo kriebelig op reageer terwijl ik hier de hele tijd zit mee te wippen, en met de vingers op het dashboard te tikken. Ik ben benieuwd naar elke nieuwe tune, roots of niet, conscious of reality, met of zonder autotune. Dit is de muziek van nu, the people's music, voortdurend in beweging, nergens meer dan in Jamdown, waar muzikale vernieuwingen soms pas tientallen jaren later ten volle gewaardeerd worden. Na de middag en 's avonds spuien Irie FM en een handvol andere reggaezenders nonstop dancehall in de ether, en ik krijg er nooit genoeg van. Van een grootschalige roots revival is op de Jamaicaanse radio in elk geval nog maar weinig te merken. Maar wij duiken wel meteen naar de wortels van rastafari, naar de Redemption Ground van Prof-I (Andrew Reynolds), de nyabinghi rastaman die vorig jaar het album 'Iyabinghi Redemption' uitbracht (RUNN). Hij woont met zijn bredren in het oudste huis van Great Pond, een community in het groen ten noorden van Ocho Rios, waar vroeger een backa woonde, een slavenhouder. Daarom heeft Prof-I deze woning ook gekocht, met het oog op een transformatie van de negatieve energie op de toenmalige plantage.
Prof-I beroept zich als rastaman niet op de bijbel maar op een eeuwenoude Afrikaanse erfenis, die zich midden vorige eeuw kristalliseerde in de persoonlijkheid van Haile Selassie. Vanuit die inspiratie probeert hij in harmonie te leven met de natuur en zijn omgeving. Hij eet enkel rauw voedsel uit de eigen (grote) tuin, brouwt zijn eigen helende rootsdrankjes en gebruikt geen leidingwater. Samen met zijn bredren speelt hij nyabinghi, de oerbeat van de reggae (en de dancehall!), het ritme van het hart en van het moederland, Afrika. Dat willen we allemaal vatten in beeld en geluid, inclusief een mooi interview. Prof-I heeft voor de gelegenheid rasta elders en youths uit alle windstreken opgetrommeld om de achterkleinzoon van His Majesty te begroeten, en een bescheiden nyabinghisessie op te zetten. Bescheiden in lengte (een 'binghi' kan tot 9 dagen duren) maar niet in kracht en overtuiging. Als Prof-I iets doet, doet hij het from the heart en met alle energie en vitaliteit die hij beschikbaar heeft. Een rastaman pur sang.
His Majesty's Great Grandson has arrived
Het ontroert me om te zien hoe hartelijk David ontvangen wordt door de rasta's. We dachten dat ze misschien vijandig zouden reageren bij de suggestie dat de keizer een buitenechtelijk kind zou gehad hebben, maar het tegendeel is waar. 'His Majesty was a man, like all of us.' En veel mannen hebben in Jamaica kinderen bij verschillende vrouwen, so what? Prof-I heeft zelf 15 kinderen verwekt en blijft bevriend met alle moeders. Congo Bashi, Ily, Jah T, Perthy, Papa Curvin (ooit nog drummer van Boney M, de groep die 'Rivers of Babylon' wereldwijd naar de top van de hitparades bracht, een van de grote anthems van de rasta's): allemaal willen ze David begroeten en hun verhaal vertellen. Hoe Selassie aan hen is verschenen in een droom, hoe hij op onverklaarbare wijze verdween uit een gesloten kamer in King's House tijdens zijn bezoek aan Jamaica in 1966, hoe hij hen iedere dag opnieuw inspireert om een goed leven te leiden. De ene verwijst naar de bijbel, de andere naar Ethiopië. Geboeid luisteren ze naar Davids familiehistorie. Perthy noemt Selassie consequent en respectvol 'Your great grandfather'. Heartical: anders kan ik de ontmoeting niet omschrijven. Wie de overgrootvader van David ook mag geweest zijn, ik voel mij de bevoorrechte getuige van een magisch treffen tussen mensen die op zoek zijn naar hun wortels, en die elkaar vinden in hun fascinatie en bewondering voor de keizer. De eerste dag filmen we Prof-I en Iyashop bij het ochtendgloren. Nergens kost vroeg opstaan mij minder moeite dan in Jamaica.
Terwijl de zon zich verrassend snel naar de hemel hijst, bewerken de twee rasta's hun land, snoeiend en kappend met hun machete. Er staan ackee- , jackfruit en broodvruchtbomen, tomaten-, paprika- en peperplanten, avocado's en yams, bananen en sweetsops en soursops. Het heeft de voorbije vier maanden niet geregend aan de noordkust maar Prof-I haalt water aan een bron in de bergen. Zijn tuin van Eden groeit en bloeit. Maar het is wel hard werken in de rotsige ondergrond. Gelukkig is Iyashop zelf een rots van een rastaman. Nederig en toch fier op zichzelf. Dienstbaar maar niet onderdanig. Helemaal in het moment met een foundation die duizenden jaren terugreikt. Een man die zich helemaal wegcijfert voor Prof-I maar minstens even prominent aanwezig is.
En een uitstekende chef, zoals we twee keer mogen ervaren, die zijn rauwe schotels even lekker en pittig laat smaken als de warme gerechten die hij met zijn bredren bereidt. We zijn hier niet bij fundamentalisten. Prof-I en Iyashop zijn veggie meesterkoks met een voorkeur voor raw food (en couscous geweekt in koud water) maar ze gunnen hun gasten ook gekookt of gestoomd voedsel. De volgende dag keren we terug voor de opname van de binghi. In het tabernakel, de ronde hut waar traditioneel de grounations gehouden worden, bouwt Iyashop een gewijd vuurtje. Hij brengt het over naar het midden van het grote grasveld op Redemption Ground, waar de binghi vandaag zal plaatsvinden. Er wordt niet gesproken, geen signaal gegeven, geen vraag gesteld. Tom begint te filmen, Yves zet zijn microfoon aan en stelt het geluid af. De sessie is begonnen, op het moment dat ze moest beginnen.
Nyabinghi chanting
Een 15-tal bredren nemen plaats aan het vuur, met hun fundeh-, repeater en akete-trommels. Prof-I bepaalt het ritme (nyabinghi!) en de melodieën, een mix van eigen nummers en binghi classics. Het duurt niet lang of iedereen op het terrein is in de ban van de muziek. De repetitieve chants en ritmes brengen ons in een dromerige trance. Niemand kan het lichaam stilhouden. Ik zie dat ook Yves geen seconde stilstaat. Van kindsbeen af geboeid door drums beleeft hij hier gouden uren. Zijn kennismaking met de rastaman blijkt een openbaring. Ik betwijfel sterk of van een binghi in Jamaica ooit betere beelden en geluidsopnames zijn gemaakt. Ook het interview verloopt beter dan verwacht. En amper is het drummen gestopt, of daar wordt alweer ital food geserveerd, voor iedereen een vol bord, klaargemaakt door de enkele rasta's die niet aan het vuur zaten. Het is een dag om nooit meer te vergeten, al was het maar omdat Yves en ik intussen een miljoen keer gebeten zijn door allerhande muggen, vliegen en spinnetjes. Hij zal er nog dagen last van hebben, ik smeer mijn onderbenen op aanraden van Bobby in met een rumganjatinctuur, een herbal cure die bij veel Jamaicanen gewoon in de keuken staat. De beten verdwijnen niet maar wel de ondraaglijke jeuk. Herbalism is the key. Bij het afscheid vertrouwt Prof-I mij nog eens toe dat de bredren opgetogen zijn met de komst van David, 'His Majesty's great grandson'. 'Im come to them like a child, ' fluistert hij, 'like an innocent lamb.' Toch even de bijbel erbij gehaald. Episode 2: Max Romeo, Mystic Revelation of Rastafari & the new generation.