Reggae.be
Legalize it and I & I will advertize it
Ganja CornerJun 18, 2014

Legalize it and I & I will advertize it

By Jah Shakespear

'Groen licht voor ganja' titelde de Jamaican Observer op 24 februari 2014. Deze week maakte de Jamaicaanse regering bekend dat het gebruik en het bezit van kleine hoeveelheden cannabis, met name ook voor religieus gebruik, nog in september van dit jaar daadwerkelijk uit de strafwet zullen worden gehaald, en dat het land voluit zal inzetten op de productie van medische marihuana. 'We kunnen op dit gebied niet achterblijven bij de rest van de wereld,' zegt de bevoegde minister (van wetenschap!) Philip Paulwell. Behalve Antwerpen, zal hij bedoelen.

Er is intussen een Cannabis Commercial and Medicinal Taskforce (CCMRT) opgezet, en een Ganja Growers Association, mèt goedkeuring van de oppositie. Het doel is 'een goed gereguleerde cannabisindustrie in alle aspecten: cultivering, landbouwproductie, medicinaal gebruik en nevenproducten.' Het is zonder meer een historische koerswijziging in een land waar de rasta's (en zij niet alleen) decennia lang vervolgd zijn voor het gebruik van wiet, en de regering ettelijke malen een beroep deed op Amerikaanse bedrijven om wietvelden te vernietigen.

Het kan geen toeval zijn dat ook de rastafari-beweging in haar geheel tegenwoordig veel meer respect en erkenning krijgt van de overheid dan vroeger, alsof de spirituele en visionaire kracht van de rasta's eindelijk is doorgedrongen tot de politiek. Politricks zei Peter Tosh, de man die midden jaren '70 al onverbloemd pleitte voor legalisering. In Westmoreland, waar Tosh geboren werd en traditioneel de beste wiet vandaan komt, werd enkele dagen na de regeringsbeslissing de Westmoreland Hemp and Ganja Farmers' Association (WHGFA) opgericht, een belangenvereniging van rasta's en kleine growers die al sinds mensenheugenis wiet verbouwen. 'The WHGFA's objectives are to make sure that those who have paid the price - who have been going to jail, going to prison, getting the baton licks, who have been planting the herb and it get cut down by police and soldiers, and yet have been persistent with this product - that the rights of these individuals are protected.'

Levenskruid

We hoeven het u niet te vertellen: cannabis is het levenskruid van de reggae en de rasta's. 'Ganja', zeggen ze in Jamaica, van het Indische ganga. Het waren Oost-Indische migranten die wiet begin 20ste eeuw geïntroduceerd hebben in Jamaica. Na het werk op de plantages zochten ze ontspanning en verlichting in muziek, heilige verhalen, bhang (een wietdrankje)  en de gangapijp, een chilam (chillum in het Engels). Ze aanbaden de godin Kali, die later haar naam zou geven aan de befaamde Jamaicaanse collieweed. 'Jai! Kali Mai!' riepen ze, een voorafspiegeling van 'Jah! Rastafari!', zoals de rasta's hun god tot vandaag benoemen.

Het is niet de enige erfenis van die Indische aanwezigheid in de livity van rastafari. Ital cooking, gezond en vegetarisch eten. Meditatie en karma. Een slaaf kan een koning worden, God kan een mens zijn, zwart en blank kunnen zich verzoenen. In het wiel van de tijd is verandering de motor. Ook Leonard Howell, 'de eerste rasta', laafde zich als jongeling aan de in ganja gedrenkte spiritualiteit van de Indiërs, en kreeg als leraar zelfs een Indische naam toebedeeld: Gangunguru Maragh. In New York verkocht hij 'helende kruidendrankjes' en toen hij na zijn terugkeer in Jamaica de goddelijke status van de Ethiopische keizer Haile Selassie begon te verkondigen, het fundament van rastafari, bleek wiet zijn heilig sacrament te zijn. Maar ook de plant die zijn ondergang zou inluiden en reggae en rastafari altijd in politiek en sociaal diskrediet heeft gebracht. De wietplantages van Howell en het opzichtige, rituele rookgedrag van de rasta's vormden in het midden van de vorige eeuw het ideale excuus om de rebelse beweging de kop in te drukken.

Na een gewelddadige confrontatie tussen de politie en aanhangers van de aanbeden rastaleider Claudius Henry werd de Dangerous Drugs Law in 1960 zelfs nog verstrengd, omdat '5O tot 75% van alle misdaden het directe resultaat zijn van ganjagebruik,' aldus een officieel statement. De rechters konden voortaan vijf jaar gevangenisstraf opleggen en onbeperkte boetes uitschrijven. In 1972 werden die maatregelen weer teruggeschroefd. Honderden gevangenen mochten de gevangenis verlaten en Jamaica verstevigde zijn plaats als vooraanstaande cannabisexportnatie. Wiet is jarenlang het belangrijkste uitvoerproduct geweest van het kleine eiland. Jammer dat de illegale drugstrafiek toen nog niet werd meegerekend in het BNP, zoals nu wel schaamteloos gebeurt in steeds meer rijke landen. Het kleine eiland zou nooit versmacht zijn door de strenge afbetalingsplannen van het almachtige IMF.

Bijbeluurtje

Wat allemaal niet wegneemt dat het bezit en het gebruik van wiet in Jamaica tot vandaag even illegaal is als in, pakweg, Antwerpen. Dat merk je ook als je op het eiland rondreist. Je ziet zelden iemand een spliff (joint) roken in het openbaar, op straat of langs de weg. Op de schaarse openbare stranden kan het, onderweg in de jungle en uiteraard in de yards (binnenplaatsen) en tuinen, achter gesloten hekken en palissades. Officieel is het Bob Marley Mauseoleum in Nine Miles de enige plaats in Jamaica waar blowen gedoogd wordt.

De maatschappelijke weerstand heeft de rasta's door de jaren heen alleen maar standvastiger gemaakt. Wiet is een geschenk van Jah, zeggen ze. Staat het niet in de bijbel? 'En God zei: Ziet, ik heb u alle zaaddra­gende plantengroei die op de oppervlakte van de aarde is, en elke boom waar zaaddra­gende vrucht aanzit, gegeven. U diene het tot voedsel.' (Genesis 1.29) Wellicht  gebruikte God zelf ganja om tot meditatie te komen. Psalmen 18.8: 'Rook steeg op uit zijn neusgaten, louter vuur uit zijn mond bleef verslin­den, louter gloeiende kolen laaiden uit hem voort.' Heerlijk boek toch, die bijbel. Kende zèlfs de genees­krachtige werking van ganja al, weten de rasta's. Openbaringen 22.2: 'En aan deze en gene zijde van de rivier stonden bomen des levens, die 12 vrucht­oogsten voort­brengen, elke maand hun vruch­ten opleve­ren. En de bladeren van de bomen waren tot genezing van de natieën.' Twaalf vruchtoog­sten? Ik dacht dat je daar lampen voor nodig had. Tot daar het bijbeluurtje.

Ganja en reggae, dat is magie. Of moet ik toch zeggen 'herbs' (kruiden), zoals in mijn Jamaicaanse kennissenkring eerder gebruikelijk is? Ganja is volgens hen een woord van Babylon, het onderdrukkende systeem. Alleen de klank al. Herbs dus. Bob Marley sprak van 'mellow mood', zachte stemming. Wiet initieerde hem in rastafari maar opende ook zijn muzikale horizon, zoals het de grenzen van het hele genre tot vandaag voortdurend doet vervagen en uitbreiden. Geen enkele stro­ming in de popmuziek (en dat is reggae, Jamaicaanse popmuziek) heeft zo veel metamorfoses gekend, zo veel verschillende gedaantes, zo veel explosieve uitbarstingen van creativiteit. De hart­slag, bas en drum, is al die jaren dezelfde gebleven, maar altijd zijn muzi­kanten, engineers en producers blijven zoeken naar nieuwe vormen en ideeën. De revolutionaire ontwikkelingen in dub en toasting (het vergane,  Jama­icaanse woord voor rap­pen) bepalen sinds de jaren '90 de norm in de alternatieve dansmuziek, van jungle en triphop  tot dubstep en Major Lazer. Wiet is voor al die artiesten niet zomaar een genotsmiddel, het stuwt hun muziek naar een nieuw univer­sum.

Dat hoef je de Jamaicanen uiteraard al lang niet meer te vertellen. Tot diep in de jaren '60 hielden ze hun liefde voor het heilige kruid nog angstvallig verborgen in de muziek, ook al herinneren oog­getuigen zich dat de opnames van de legendarische Skatali­tes steevast baadden in geurige dampen, en mocht de groep in 1964 niet mee naar de wereldtentoon­stelling in New York omdat Don Drummond en de zijnen 'te veel ganja rookten'. Dat hadden ze geleerd van de rasta's die in die jaren afzakten naar Kingston en regelmatig met hen zaten te jammen. Zo hebben ze samen de ska gecreëerd, en later de reggae. Na het geruchtmakende bezoek van keizer Haile Selassie aan Jamaica in 1966 voelden de rasta's zich gesterkt om definitief in de openbaarheid te treden, mèt hun dreadlocks en wietpijpen. Het duurt niet lang voor de herbs muzikaal geprezen en geëerd worden.

Zeker weten doe je het nooit in de rijk gevulde reggaeruif, maar het springerige 'Herbsman' van King Stitt (1968) moet zowat de eerste ganja tune geweest zijn, de eerste van vele honderden, hoewel de tekst nog niet veel verder reikte dan de titel. Een stuk explicieter was de oerversie van Mar­ley's 'Kaya', opgenomen in samenwerking met tovenaar Lee Perry, meteen een van de allermooiste wietsongs, zoet en helder, zoals sensemilla moet smaken. Bob Marley werkte rond de song later een prachti­ge LP uit ('Kaya') maar zou het onderwerp in z'n teksten voor de rest nog nauwelijks woordelijk beroeren.

Lee Perry daaren­tegen is zijn liefde voor de ganja altijd blijven betuigen, in de meest uiteenlopende vormen, gedichten en orakelverhalen. Hij mag er ook graag mee uitpakken. De LP's 'Superape' en 'Return of the Superape' tonen op de hoes een groteske stonede King Kong met reuzespliff in de poot, en Perry's beste plaat ooit (dat vindt de man zelf ook) heet 'Roastfish, Collieweed & Cornbread', of alles wat de rastaman nodig heeft om te overle­ven. Scratch citeert overi­gens Holland en Zwitserland (sinds lange tijd jaren zijn vaste ver­blijfplaats) als de twee enige landen die niet door de Armageddon verwoest zullen worden, 'omdat ze de herbs hebben vrijgegeven'.

Twee van Perry's mooiste ganja-songs voor anderen: 'Bad Weed' (het kàn gebeuren) van Junior Murvin en 'Bushweed Corntrash', sluipend maar goedaardig gif van Bunny & Ricky, een nummer dat buiten in het donker smaakt als een spliff in de hete zomerzon. Maar wie echt far out is, legt 'Colombia Colly' op, een plaat van rasta-toaster Jah Lion, mogelijk een andere gedaante van Lee Perry zelf. Er bestaan nog orakels.

Alle grote Jamaicaanse DJ's (rappers) en zangers, van de sixties tot vandaag, hebben hun bijdrage geleverd tot de algehele verheerlijking van de ganja in de reggae, vaak begeleid door toepasselijke zuig-, hoest- en blaasgeluiden. Producers Niney Holness en Rupie Edwards hingen aan hun grootste hits (res­pectieve­lijk 'Blood & Fire' en 'Feeling High', twee explicie­te ganja tunes mèt sfeersamples) zelfs een volledige LP op, een resem varianten op de oorspronkelij­ke uitvoeringen. U kent 'Pass the Kouchie (pijpje)' van de Mighty Diamonds, het nummer dat ten behoeve van de kinderband Musical Youth 'Pass the Dutchie (pannetje)' moest heten en toen plots wèl een wereldhit kon worden. Misschien bent u ook vertrouwd met de opwindende neo-reggae van Black Uhuru in 'Sensemilla', voorwaar een song die je zin doet krijgen in een spliff type frietzak, of met het primitieve maar onweer­staanbare 'Smoking My Ganja' van de Engelse Capital Letters, of met de kinder­lijke eenvoud van 'One Draw' (Rita Marley), een meezinger die enkel in de lage landen succes kende.

Om de essentie van het koningskop­pel ganja-reggae te vatten moeten we echter nog dieper graven. Naar onvindbare singles van Patrick Andy ('Sincimani­a', zo stelt het label in hoofd­letters), Junior Reid ('Sensie A Medicine') of Sugar Minott ('Herbman Hustling'). Het zijn songs die muzikaal hart en hersens penetreren en in enkele eenvoudige zinnen weerge­ven hoe de rasta over ganja denkt. 'Collieweed is the healing of the nation', 'Tired fe lick it in a bush' of 'One Spliff a day keeps the evil away'. Die laatste zin werd uitge­sproken door de toen (1980) tienjarige toaster Billy Boyo. Jong geleerd is oud gedaan. En hij heeft nog gelijk ook. Voor u meteen naar Jamaica vertrekt om daar in het openbaar een flinke spliff op te steken: blowen in de publieke ruimte is en blijft verboden, en de minister vraagt ook om de huidige wet te respecteren tot ze gestemd is, en uitgevoerd kan worden. Nog even voorzichtig blijven dus. 
Legalize it and I & I will advertize it

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

Reggae

Published

Jun 18, 2014