
Snoop Lion (voorheen Dog) heeft geen wereldplaat gemaakt. Maar zijn 'wedergeboorte' lijkt oprecht, ingegeven door de oudste en meest Afrikaanse stroming van rastafari, nyabinghi.
De naamsverandering lag voor de hand, in een land waar het verzinnen van gepaste bijnamen een nationale sport is. Voor honden koesteren de meeste Jamaicanen alleen maar minachting en de leeuw was hèt symbool van de Ethiopische keizer Haile Selassie (voorheen Ras Tafari), en dus ook van de naar hem vernoemde rasta's. Amper hadden de rasta-oudsten Snoop gezegend – met het gebruikelijke bijbels bombast: 'The prodigal son has returned!' – of daar riep al iemand 'Snoop Dogg gone, 'im Snoop Lion now!' De quote werd vrijwel meteen opgepikt door Irie FM en zo de wereld ingestuurd. Allemaal geënsceneerd, zou je denken, onderdeel van een uitgekiende marketingcampagne. Maar je maakt geen reggaeplaat als carrièremove. De hiphopfans zaten er niet op te wachten, de reggaefans nemen Snoop niet ernstig en de rest van de wereld laat het gewoon koud. Je kùnt in Jamaica ook niks plannen, laat staan marketen. Ja, topproducer Diplo a.k.a. Major Lazer heeft Snoop meegenomen naar Jamaica, met een cameraploeg in hun zog, en er waren plannen om een reggaeplaat te maken. Maar wat daarna gebeurde, was natural mystic, zoals je in Jamaica wel vaker ervaart als je in de goeie flow zit. En vooral als je de muzikale krijgers van de nyabinghi opzoekt, de oudste en meest oorspronkelijke groepering binnen rastafari.
Snoop is niet de eerste (pop)superster die naar Jamaica trekt om een plaat op te nemen. Lang geleden streken Eric Clapton ('I shot the sheriff') en Paul Simon ('Mother and child reunion') al neer in Kingston. In diezelfde periode, begin jaren '70, werkten de Rolling Stones in de Dynamic-studio van Byron Lee aan het album 'Goats head soup' (genoemd naar een bekende local dish), met onder meer een cover van Eric Donaldson's 'Cherry oh baby'. Ook Paul en Linda McCartney waren geïntrigeerd door de reggae (check het middenstuk van de Bond-song 'Live and let die'), en in het bijzonder door Lee Perry. De opnames die ze maakten in diens legendarische Black Ark leverden amper een (veel later verschenen) b-kantje op voor Linda. Hetzelfde lot was een sessie van Robert Palmer beschoren, terwijl de Jamaica-tapes van Johnny Cash nog ergens in een kluis moeten liggen. Sinéad O'Connor maakte enkele jaren geleden nog het prachtige reggaecoveralbum 'Throw down your arms', met Sly & Robbie. Dat duo begeleidde in 1979 ook Serge Gainsbourg op 'Aux armes etcetera', het beste en meest succesvolle reggaealbum dat een buitenlander ooit in Jamaica vervaardigde.
Veel minder bekend zijn de twee nyabinghiplaten die Rolling Stone-gitarist Keith Richards heeft gemaakt met Justin Hinds (+2005) en een groep rastadrummers uit Steer Town, nabij Ocho Rios. De Deluxe Limited Edition werd in 2012 weliswaar genomineerd voor de Grammy van Best Boxed or Special Limited Edition Package maar veel weerklank heeft Wingless Angels voor de rest nooit gekregen. Geen reggae, geen dancehall, niks elektronica: aan de buitenwereld valt nyabinghi maar moeilijk te verkopen, zeker aan mensen die nooit een grounation of binghi hebben bijgewoond in Jamaica.
Nyabinghi is het fundament van de reggae, het organische oerritme dat de rasta's vorige eeuw gecreëerd hebben op hun zelf vervaardigde fundeh- en repeater drums, het ritme van het hart. De meeste nyabinghi-drummers halen hun neus op voor reggae en elektronisch versterkte muziek in het algemeen, in de overtuiging dat alleen de klank van natuurlijke, Afrikaanse instrumenten geschikt is om Jah te eren, en nog meer diens aardse afgezant Haile Selassie.
Het was bij een van de vele nyabinghi-gemeenschappen op het eiland, de redelijk autoritair en orthodox genoemde Nyabinghi Theocracy Reign Order, dat Snoop Dogg transformeerde tot Snoop Lion. Sommige rasta's pleiten daadwerkelijk voor een theocratisch bewind, anderen voor 'black supremacy' (zwarte overheersing). Maar dat zijn zeker niet de dominante boodschappen van de lange, repetitieve chants die tijdens het drummen weerklinken, in de speciaal daarvoor gebouwde ronde, halfopen tabernakels. Dan gaat het toch vooral over de keizer en Mama Africa, over kracht en zelfbewustzijn, over vrede en liefde. De rasta's zijn altijd een beetje Afrikaanse hippies geweest, in de beste betekenis van het woord en niet alleen omwille van hun weelderige haardracht. Terug naar de wortels en de eenvoud van een leven in harmonie met de natuur: de 'livity' van de rasta's biedt ook soelaas voor verwende en vermoeide westerlingen.
Snoop Dogg werd jaar en dag verweten dat hij rapte over guns, bitches en bling-bling. De rasta's hebben hem een andere realiteit getoond, in chants en muziek, en hij heeft besloten om zijn leven te beteren, hoe melig dat ook klinkt. Mensen evolueren, komen tot inzicht, worden volwassen, soms onder invloed van een goeroe of spirituele meester, in dit geval door onderdompeling in een andere cultuur, de bijzondere wereld van sufferers en rasta's. Of was het misschien toch door de wiet, nergens zo alomtegenwoordig en makkelijk verkrijgbaar als in Jamaica? Mooi meegenomen voor een gewoonteblower als Snoop Lion, makkelijk bij het netwerken, maar dat heeft zeker niet de doorslag gegeven bij zijn 'wedergeboorte'. Het waren de bezwerende drums die hem anders deden vibreren, de echo's van een glorieus Afrikaans verleden, de rauwe, klagende gezangen over betere tijden en betere mensen.
Die intense ervaring heeft een kleurrijke, intrigerende plaat opgeleverd, maar dat is toch vooral de verdienste van Diplo, die (roots)reggae, dancehall, hiphop, dubstep, house en ska (geen nyabinghi) op zijn eigen briljante wijze door de mixer haalt . Hij diept daarvoor een paar vette reggaesamples op ('Sleng teng', 'Smoke the weed', hoe verrassend) en laat een resem actuele hiphop- en dancehallsterren aanrukken: Mavado, Popcaan, Mr Vegas, Collie Budz, Akon, Iza, Chris Brown…). Collega-rapper Busta Rhymes rapt zijn gastheer zelfs moeiteloos naar huis. Soms wens je dat Snoop zijn mond zou houden omdat het slappe (stonede?) geneuzel toch maar in de weg zit, zelfs wanneer het fluffy zangeresje Miley Cyrus komt binnenwandelen. Een van de beste tracks (enkel op de 'Deluxe Edition' van de cd) blijkt uiteindelijk nog de eerder uitgebrachte single 'Lalala' te zijn, een frisse stijloefening op een stokoude riddim ('Artibella'), opnieuw met Major Lazer als grote bezieler en Snoop Lion als licht overbodige vocalist. 'Who feels it knows it,' probeert hij te zingen (in plaats van te rappen), een vaak terugkerende quote in rastakringen. Snoop voelt het wel, de kracht van rastafari, maar weet nog niet goed wat hij ermee aan moet.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
May 14, 2013