Reggae.be
Jamaica, land we love Part 5
TravelMar 13, 2012

Jamaica, land we love Part 5

By Jah Shakespear

In de studio van Harry J ontmoeten we Sticky Thompson, en we maken een zondags uitstapje naar Port Royal.

Peter Toshdag! Of toch niet? We zitten aan het ontbijt op het terras van hotel Prestige, Sandhurst Crescent, pleisterplaats van welgestelde Europese muzikanten die in Kingston komen opnemen. We hebben kennisgemaakt met de jongens van , een Zwitserse rootsgroep die samenwerkt met Leroy 'Horsemouth' Wallace. Ze ontmoeten elkaar iedere dag in de Prestige, om dan samen te vertrekken naar de studio.

Onze Man in Jamaica is Commander Shad, en hij heeft slecht en redelijk onwaarschijnlijk nieuws. De Peter Tosh Memorial in Belmont, met Mutabaruka in de hoofdrol, is al volop aan de gang. Het was niet '6 to 12 pm' zoals we de hele week op Irie FM meenden te horen maar '6 to 12 am', van zes uur 's morgens tot twaalf uur 's middags! Dus daarom had Muta iedereen aangemaand om gisterenavond of vannacht al ter plaatse te zijn. De bekendste naam was Warrior King maar de nyabinghi stond centraal.

Belmont is meer dan drie uur rijden. Het heeft geen zin meer om nu nog te vertrekken, al was het maar omdat de cornmeal porridge net als eender welk ander gerecht in de Prestige behoorlijk lang op zich laat wachten. Je krijgt daarvoor wel lekker en vers gemaakt voedsel geserveerd, telkens weer het wachten waard. We hoeven ons niet meer te haasten (wat in Jamaica hoe dan ook geen zin heeft). Het enige evenement dat we echt gepland hadden, gaat niet door, toch niet voor ons. So it go.

We besluiten om naar Harry J te gaan, de befaamde studio aan Roosevelt Avenue. Sam Clayton Jr., de zoon van Brother Sam (lange tijd de stem en de spirituele leider van Mystic Revelation of Rastafari), is er een plaat aan het opnemen met de Franse groep Broussaï. Overal in Kingston kom je reggaezangers, - deejays en – muzikanten uit Europa tegen. Ze zoeken er de sound, de vibes en vaak ook de artiesten om hun droom te verwezenlijken. Wat niet evident is, in een land waar de nieuwe muziek gecomprimeerd is tot digitale beats en muzikanten nog nauwelijks aan de bak komen. Je kunt je zelfs afvragen of het nog wel de moeite loont om naar Jamaica te gaan maar ik weet uit eigen ervaring dat de reality van het land op zich al volstaat om de creativiteit te stimuleren en de voeling met de reggae en de cultuur te versterken.

De parking van Harry J ademt de jaren '70. De muurschilderingen zijn sindsdien onaangeroerd gebleven en hebben nu een onweerstaanbare retro-charme. We herkennen de hoofden (en de dreadlocks) van Bob Marley, Dennis Brown, Jacob Miller, Bunny Wailer, Burning Spear, Ken Boothe (werk in uitvoering) en de I-Threes (onherkenbaar), allemaal in hun hoogdagen. In een hoek,  verscholen achtereen boom, staat het befaamde logo van Harry J, nog bleker dan weleer.

Ook in de studio zelf wordt de herinnering aan de gouden jaren van de reggae gecultiveerd. Er hangen gouden platen van Catch a fire, Rastaman Vibration en Natty Dread, de eerste albums die Bob Marley & The Wailers maakten voor Island Records en die hier grotendeels werden opgenomen. Later zou Harry J(ohnson) ook The Heptones, Augustus Pablo, Ken Boothe, Sheila Hylton en vele andere artiesten in zijn studio verwelkomen. In de opnameruimte staat nog een oude flightcase van Bob en aan de indeling en inrichting van de studio is nauwelijks geraakt. Zo zag Harry J er ook al uit in de film Rockers (1977.)

Achter de knoppen zat vroeger Sid Bucknor of Sylvan Morris. Vandaag neemt Stephen Stewart die honneurs waar, de man die Harry J in 2000 opnieuw in gebruik nam. Tal van grote namen hebben opnieuw de weg naar Roosevelt Avenue gevonden (Toots, Burning Spear, Shaggy, Luciano, Sizzla, Shakira…) en er zijn ook steeds meer Europese reggaemuzikanten die niet aan de lokroep van Harry J kunnen weerstaan, niet alleen omdat de technologie er state-of-the-art is en de engineer top maar ook (en veel meer dan de Jamaicanen) omdat ze vaak de sound of the seventies willen terughalen, het geluid van de grote rootsgroepen. Broussaï maakt Franstalige songs in die klassieke traditie. Ze zingen zelf en spelen zelf muziek maar voor de percussie hebben ze Sticky Thompson uitgenodigd. Sticky Thompson! Ik heb wel duizend platen waar hij op meespeelt, om te beginnen alles van The Revolutionaries/Sly & Robbie. Ik heb hem al verschillende keren live gezien maar dit is toch weer een verbluffende demonstratie van zijn organische talent.

Sticky heeft een grote doos vol geluidjes meegebracht, van vertrouwde Afrikaanse percussie-instrumenten tot badeendjes en rare fluitjes. Voor elk nummer dat hem wordt voorgespeeld, kiest hij na enkele maten één specifiek instrument, laat de band opnieuw starten en speelt in één take zijn track in, perfect in de maat en toch nooit voorspelbaar. Als hij vindt dat er nog een tweede geluidje bij kan, herhaalt zich hetzelfde muzikale ritueel. Magic. En een uitstekende manier om na al die jaren toch nog wat vruchten te plukken van het vele lageloonwerk dat hij destijds verricht heeft. De jongens van Broussaï, alle zeven met dreadlocks, kunnen ook tevreden zijn. Hun toch al rijke en stevige sound is door Sticky Thompson heerlijk op smaak gebracht met een onnavolgbare Jamaican flavour. Volgende maand in Brussel in het voorprogramma van Groundation.

Het is stil in Kingston. Alle winkels zijn gesloten, alleen bij KFC worden nog klanten bediend. Op Irie FM draait Bob Clarke als vanouds ol' hits, vier uur lang. Vroeger hoorde je hier enkel tunes uit de jaren '60 en '70 maar Bob heeft niet stilgestaan. Ook de eighties en de nineties zijn intussen lang geleden en komen dus in aanmerking. Voor de rest hoor je op Irie FM zelden of nooit muziek ouder dan 2000. Ja, Ron Muschette speelt iedere dag een Bob Marley, en Elise Kelly wil wel eens oude klassieker uit de doos halen maar voor de rest lijkt Jamaica (en zeker de luisteraars van Irie FM) voortdurend in de ban van de muziek van het nu. De rijke geschiedenis van de reggae, in de rest van de wereld zo liefdevol omarmd en in ere gehouden lijkt hier vergeten. Hier kent niemand nog Israel Vibration, of The Congos. Lee Perry? Leeft die nog?

Waar kun je naartoe op een verloren zondagmiddag? Port Royal, suggereert Commander Chad, en dat klinkt goed. Een mooi ritje over Windward Road, waar op werkdagen soms geen doorkomen aan is, Rockfort voorbij, rechts naar Norman Manley Airport, en dan verder op het schiereiland dat hier ontstaan is na de aardbeving van 1692.

Port Royal is een andere wereld, een slaperig vissersstadje waar iedereen iedereen kent en dat volgens Commander 'zero' misdaad heeft, wat in Jamaica een hele prestatie is. Moeilijk in te beelden dat dit ooit een verdorven piratenstad was (de plaatselijke jachtclub is genoemd naar Henry Morgan) en de eerste Engelse hoofdstad van Jamaica.

We bezoeken het plaatselijke fort (na sluitingstijd, maar een paar honderd J's volstaat om de nachtwaker te overtuigen), met als belangrijkste attractie een schuin in het zand weggezakt huis, slenteren door de straten, worden gekeurd en bekeken (zoveel blanken zien ze hier niet) en besluiten om vis te eten bij Gloria. We hebben daarnet nog gezien hoe vrolijk zingende vrouwen de vis schoonmaakten, vers uit de zee, en het ruikt heerlijk in de straat. Er staan een twintigtal tafeltjes buiten en er zitten zeker honderd mensen te eten, veel families met kinderen. Het is lang wachten voor het de red snapper eindelijk geserveerd wordt maar we zijn goed getraind in Prestige. En honger is de beste saus. De vis, met groenten en yam, smaakt heerlijk. Port Royal is waarlijk een mooi zondags uitstapje.

Jamaica, land we love Part 5

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Published

Mar 13, 2012