
Dertig jaar na de dood van Bob Marley brengt Universal Live Forever uit, een registratie van Marley's allerlaatste concert in Pittsburgh, Pennsylvania. Drie LP's van 180 gram, twee cd's, prachtige foto's en teksten en een reproductie van het originele programmaboekje. Voor wie al alles heeft van Bob Marley & The Wailers en er nooit genoeg van krijgt.
22 juni 1980. Voor de eerste keer in mijn leven sta ik in Vorst Nationaal, de grootste concertzaal van België. Eerder heb ik Steel Pulse gezien in de Roma (Antwerpen) en amper een maand geleden Capital Letters in de AB. En nu meteen de koning van de reggae, de superster van de muziek die mijn hart heeft gestolen. Ik heb op dat moment nog maar één plaat van Bob Marley & The Wailers, Exodus, naast een vijftigtal LP's en een stuk of 30 maxi's vol authentieke roots en dub, import en Engelse releases, 'echte' reggae from yard en de UK. Geloof het of niet, maar het heeft jaren geduurd voor ik een serieuze Bob Marley-collectie in huis had. En zoals de meeste pseudo-puristen wees ik consequent naar de Studio One- en Lee Perry-opnames als de muzikale hoogtepunten uit Bobs carrière, alsof hij bij Island alleen maar commerciële crossover zou gemaakt hebben.
Ik weet intussen wel beter. Hoe ouder ik word, hoe dieper Bob Marley mij raakt en hoe meer ik zijn werk waardeer. Hij heeft reggae verheven tot classic rock, tot het niveau van The Beatles, de Rolling Stones, Led Zeppelin, Queen, of aan de donkere kant van het spectrum James Brown, Sly & The Family Stone en Marvin Gaye. Hij is tot nader order de enige Jamaicaanse artiest die een plaats heeft verworven in die eregalerij der allergrootsten, met alle respect voor Burning Spear, Peter Tosh, The Skatalites en andere roemruchte landgenoten. Dertig jaar na zijn dood (11 mei 1981) is Bob Marley nog altijd een van de best verkopende artiesten ter wereld, een legende die nog dagelijks mensen beroert en inspireert.
Aan de ingang biedt iemand mij 5000 frank voor mijn ticket. 125 euro: daar kon je toen minstens tien Jamaicaanse importplaten van kopen. Maar ik twijfel geen moment. Ik wil Bob Marley zien. Ik drum met mijn neef naar binnen.
'Zou je alsjeblieft niet tegen mijn ouders willen zeggen dat ik sigaretten rook?' vraag ik hem met nadruk. 19 jaar, en ze weten thuis nog niet dat ik rook, zelfs geen gewone sigaretten. Mijn eerste spliff heb ik pas geconsumeerd na het concert van Capital Letters.
'Als jij niet tegen mijn ouders zegt dat ik jointen rook,' kaatst mijn neef de bal terug, en hij verdwijnt in de massa, naar voor. Ik blijf staan ter hoogte van de mengtafel, ook al omdat het middenplein helemaal is volgelopen. Er is amper plaats om te bewegen.
Dan verschijnt Bob Marley op het podium. Achter hem de illustratie van Uprising, zijn laatste studioalbum en ook de naam van deze wereldtoer. Bob is klein, kleiner dan ik dacht, maar hij straalt kracht en warmte uit.
'Greetings in the name of His Imperial Majesty, Jah! Rastafari! Ever living…' De begroeting kenden we al van de fameuze live dubbelaar Babylon by bus maar het is nog wat anders om ze live te zien. En daar komen The Wailers, op het machtige ritme van Natural mystic, mijn favoriete Bob Marley tune, de perfecte opener. Geen plaats om te skanken maar er ontstaat wel een collectieve dansbeweging, een gezamenlijk grooven op de beat, iedereen in dezelfde vibe. We zijn vertrokken voor een memorabel concert, dat weet ik vanaf de eerste noten.
Positive vibration, Burnin' & lootin', The heathen, War, No woman no cry, Jamming, Exodus, Crazy baldhead, Is this love: het leek alsof Bob Marley & the Wailers alleen maar klassiekers speelden. Nieuw en huiveringwekkend mooi was toen nog Redemption song, eerst Bob solo met gitaar, vanaf de tweede strofe met heel de band, nyahbinghi style. En dan hadden we de tekst nog maar amper begrepen. Ook Coming in from the cold maakte indruk, met die glasheldere intro. Could you be loved kenden we evenmin maar de tune zette Vorst wel in brand. Het is mijn sterkste herinnering aan dat fabuleuze concert van die fabuleuze laatste wereldtournee. Bob Marley & The Wailers spelen dat jaar alleen in Europa voor meer dan een miljoen toeschouwers, met een record aantal bezoekers (100.000) in het San Siro-stadion van Milaan.
Drie maanden later begint de groep aan het Amerikaanse luik van de toer, met concerten in Boston, Providence (Rhode Island) en New York City, waar Madison Square Garden twee keer vol loopt voor een driedubbele bill: Bob Marley, Kurtis Blow (de rapper) en The Commdores (van Lionel Richie). Could you be loved wordt 'in heavy rotation' gedraaid op de Amerikaanse radio's. De Amerikaanse markt lijkt eindelijk klaar voor reggae, de droom van Bob komt uit.
De dag na die shows in New York gaat Bob Marley joggen in Central Park, in het gezelschap van zijn voormalige manager Danny Simms en zijn vriend Alan 'Skill' Cole, de voetballer die voor zijn vriendschap en loyaliteit bedankt werd met de rechten op enkele songs van Marley. Plots stuikt Bob in elkaar. Hij wordt in allerijl naar het hotel gebracht. Hoe kon dit gebeuren? Hij, exponent van ital vital, de man die zijn lichaam beschouwt als een tempel, die zo gezond mogelijk probeert te eten en te leven?
Het was de kanker die hem trof, de kanker die hij nooit had willen laten behandelen en die zijn oorsprong vond in een ordinaire teenblessure. Maar dat wist Bob nog niet. Even wordt overwogen om de show in het Stanley Theatre in Pittsburgh op de 23ste te annuleren maar Bob Marley wil zijn fans en muzikanten niet in de steek laten. Met zijn laatste krachten levert hij alsnog een ijzersterke show af, zoals hij dat altijd heeft gedaan en zoals het publiek dat ook van hem verwacht. Dat gedenkwaardige concert heeft Universal (het moederbedrijf van Island Records) nu uitgebracht in een luxueuze box met twee cd's en drie (hoogwaardige) vinylplaten.
Het is zeker niet de beste liveplaat van Bob Marley. Niet zo broeierig en grensverleggend als Live (1975) of overdonderend en uitbundig als Babylon by bus (1978). En zeker niet zo hartverscheurend mooi als de live opnames uit 1976 die enkele jaren geleden zijn verschenen (Live at the Roxy Theatre) , mijn persoonlijke favoriet in deze afdeling. Geen blazers ook, waardoor de primitieve synthesizer een wel erg dominante rol krijgt. Het publiek lijkt uit een doosje te komen, wellicht omdat de muziek rechtstreeks van het mengpaneel werd getapt en er verder geen microfoons stonden. In het afsluitende duo Work en Get up stand up (het laatste nummer dat hij ooit live bracht) klinkt Bob alsof zijn microfoon het begeven heeft en zijn stem op eigen kracht moet overleven. Een ongewild symbolische sound failure.
Maar wat een power, zelfs in die allerlaatste woyo-woyoyoyo. Wat een energie en overtuigingskracht, Bob met zijn schorre, grauwende stem en mystic lyrics, The Wailers met hun drijvende riddims, de I Threes mooi in harmonie met de groep. De leadgitaren van Junior Marvin en Al Anderson zijn nadrukkelijk aanwezig, zoals de Amerikanen ze graag horen, ook in de reggae.
Maar vooral de wetenschap dat dit Bobs laatste concert was, geeft het geheel een extra emotionele dimensie. Lees tijdens het luisteren de originele tekst in het replica programmaboekje van toen en de bijkomende nota's die op de LP-hoezen staan, over die laatste dagen in New York en Pittsburgh. Ik heb het in elk geval niet droog gehouden.
De 'Limited Edition Collector's Box Set' Live forever is een luxe-uitgave met drie vinylplaten en twee cd's. De LP's – '180 gram audiophile virgin vinyl' – zitten verpakt in mooie kartonhoezen met grote kleur- en zwartwitfoto's. Met reproductie van het originele Uprising tour program.

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Mar 29, 2011