Reggae.be
Natural mystic in Shashamene Day 1
TravelSep 21, 2010

Natural mystic in Shashamene Day 1

By Jah Shakespear

Shashamene is het Beloofde Land van de rastaman, door Zijne Keizerlijke Hoogheid Haile Selassie van Ethiopië zelf gulhartig ter beschikking gesteld van de Afrikanen in de diaspora. Maar Shashamene is ook een straatarme stad, waar de rastagemeenschap net als de plaatselijke bevolking een harde strijd voert om te overleven. Beelden en verhalen uit een land far far away.

Het is toch een beetje thuiskomen als je plots de geschilderde opschriften ziet, niet in Amhaarse lettertekens maar vertrouwd westers schrift: Twelve Tribes of Israel, Ethiopian World Federation, Nyahbinghi Order. In Shashamane domineren de belangrijkste huizen van rastafari nadrukkelijk het straatbeeld, toch op de grote stukken land die de rasta's zich door de jaren heen hebben toegeëigend. Zoals de keizer zelf het gewild heeft, zeggen ze, maar met dat argument hoef je bij de Ethiopische regering niet aan te komen. De rastagemeenschap heeft na al die tijd nog geen vast bestaansrecht verworven in Shashamene, al was het maar omdat de verschillende huizen en gemeenschappen niet uit één mond spreken.

Er lijken ook maar weinig bezoekers te zijn die hier het Beloofde Land vinden, als we de vernietigende commentaren in toeristische gidsen en op internet mogen geloven. Blijf er weg! Een stad vol dieven en oplichters! Kennen maar één woord Engels: money. Je moet wel gek zijn om naar Shashamene te gaan en er ook nog eens te willen verblijven: dat is de overheersende boodschap van al die reisverslagen.

En toch willen wij hier zijn. In Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië, hebben we de voorbije week gezocht naar de roots van Ras Tafari, de keizer. In Shashamene hopen we een glimp te kunnen opvangen van de droom van rastafari, de beweging. Hoe zou het de rasta's vergaan die de daad bij het woord (en de song) hebben gevoegd, en die daadwerkelijk zijn 'teruggekeerd' naar het moederland van alle Afrikanen in de wereld? Ook dat verhaal willen we vertellen in de documentaire die we voorbereiden, werktitel My Ras Tafari Roots. Het zijn uiteindelijk de rasta's die David, de regisseur, hebben geïnspireerd om zijn familiegeschiedenis uit te pluizen, en het geboorteland van zijn moeder en grootmoeder te bezoeken. Jah! Ras Tafari! Zouden ze daarmee echt zijn overgrootvader aanroepen, zoals het grote familiegeheim suggereert? Waar of niet, ook David komt hier thuis, in een gemeenschap waarmee hij zich niet alleen muzikaal en spiritueel verbonden voelt maar ook familiaal.

Indische tuk-tuks en Chinese shopping malls

We hebben bijna vier uur gereden, weg uit de drukte en de verstikkende smog van Addis Abeba, doorheen het weidse Afrikaanse landschap. De rechte, brede asfaltweg heeft de dorpen en stadjes onderweg, Mojo, Alemtena, Meka, Abossa, Bulbula, Kuyira, een stuk dichter bij de moderne tijd heeft gebracht, toch zoals wij die in het westen ervaren. Bussen en vrachtwagens rijden af en aan, en verdringen het gewriemel van mensen en dieren naar de zijkanten van de weg. Overstekende geiten, schapen, ezels en koeien laten zich niet altijd afschrikken door het voorbij razende verkeer, maar zowel de veehoeders als de chauffeurs zijn bedacht op het gevaar, en gunnen elkaar de nodige ruimte. In de bewoonde gebieden is het uitkijken voor de gammele blauwwitte taxibusjes en driewielige bajajs, zoals de Indische tuk-tuks of gemotoriseerde riksja's hier genoemd worden. Ze stoppen en vertrekken weer waar het hen uitkomt, of waar de mensen staan te wachten. Met de snelheid van een oude schildpad weliswaar, maar die wil je als bestuurder al helemaal niet voor je hebben.

De nieuwe wegen zijn niet de enige tekenen die erop wijzen dat Ethiopië vooruitgang maakt, zoals de regering tot vervelens toe laat weten via de radio, televisie en grote aanplakborden. In en rond Addis verrijzen steeds meer glanzende kantoorgebouwen, nieuwe woonwijken en zelfs shopping malls. Chinese en Europese investeerders proberen elkaar de loef af te steken met gigantische industrieterreinen, en bijhorende infrastructuur voor de werknemers. In de buurt van Langano Lake en Shala Lake staan wegwijzers naar heuse vakantieresorts. Niet dat ik mijn ogen zou sluiten voor de ontstellende armoede die veel Ethiopiërs nog dagelijks moeten ervaren, zeker in de slums van de hoofdstad, maar er zijn blijkbaar toch een hoop mensen die in dit land geloven.

Peace and love in Zion Train Lodge

Dat doen de rasta's al sinds de jaren '40 en '50. Of moeten we zeggen: de leden en aanhangers van de Ethiopian World Federation (EWF), de van oorsprong Amerikaanse organisatie, opgericht in 1937, onder auspiciën van de keizer in ballngschap? Het was de EWF die na de Tweede Wereldoorlog een groot stuk land kreeg toebedeeld van Haile Selassie, uit dank voor bewezen diensten aan het Ethiopische volk en om alle Afrikanen in de diaspora een hart onder de riem te steken. Had de keizer toen geweten dat de rasta's de meeste afdelingen van de EWF (merkwaardig genoeg nièt in Jamaica zelf) zouden infiltreren en overnemen, hij zou allicht nooit zo royaal geweest zijn. Maar de eerste settlers waren geen rasta's, zelfs geen Jamaicanen. We zullen al blij mogen zijn als we tijdens ons bezoek een rastaman van de eerste generatie tegenkomen, van de mannen en vrouwen die al in de late fifties van Kingston naar Shashamene zijn verhuisd.

We hebben op aanraden van een vriend kamers gereserveerd in de Zion Train Lodge, de enige comfortabele verblijfplaats in de stad, waar bovendien fier de rastavlaggen wapperen. Eens de hoofdweg verlaten, heeft zelfs onze 4x4 het moeilijk om een doorgang te vinden tussen de vele kuilen en bulten in het zand. Hoe verder we van het 'centrum' wegrijden, hoe meer kinderen, dieren en karren zich over de weg begeven. In deze nieuwe, overwegend Ethiopische wijk duiden alleen de wegwijzers naar de lodge op  de aanwezigheid van een rasta community in Shashamane.

Tot we voor de poort van de lodge staan, beschilderd met felgekleurde portretten van de keizer en zijn vrouw, beiden in vol religieus gewaad. De guard laat ons binnen rijden, en vrijwel meteen steelt deze plaats ons hart. De Zion Train Lodge is een oase van rust, exotische plantengroei en ongegeneerde rasta vibes zoals wij ze nooit ten volle hebben durven uiten. Zo leeft dus de ideale rastaman, omringd door foto's en posters van Haile Selassie, Marcus Garvey en Bob Marley, Ethiopische vlaggen met de leeuw van Judea, groengeelrode toetsen en attributen. In de kleine keuken wordt ital food bereid, rijst met groenten, bananenbeignets, verse fruit- met sojasapjes. Een oude rasta cleant zijn ganja en vult een chalice. Ook de slaapkamers van de lodge beantwoorden perfect aan het droombeeld dat ik wel eens koester van het bestaan als rastaman. Ambachtelijk vervaardigde bamboemeubels, afwerking met riet en andere natuurlijke stoffen, Afrikaanse motieven op spreien, tafeldoeken en decorstukken. Wij slapen in één van de drie grote tukuls (naar Ethiopisch model, zij het voorzien van alle comfort dat de minder avontuurlijk aangelegde westerse reiziger verwacht) maar ook de drie kamers in het centrale gebouwtje zijn piekfijn ingericht.

Sandrine toont zich een uitmuntende gastvrouw en authentieke rasta queen. Samen met een Jamaicaanse kokkin zorgt ze ervoor dat je in de Zion Train Lodge zowat de hele dag kunt eten en drinken. Ze voedt haar gasten ook met kennis en verhalen, met de spirit van rastafari zoals zij, Alex en hun kinderen die ervaren en proberen toe te passen in het dagelijkse leven. Aan tafel volgt ze haar man in het gebed, een combinatie van Frans en Amhaars, toegewijd aan de keizer. Rastafari.

'En kijk uit voor de hyena's wanneer je straks terugkeert,' zegt Sandrine. Eerst denk ik nog dat ze een grap maakt. We hebben haar net verteld hoe Shashamene beschreven wordt in de Bradt-reisgids, en het lijkt alsof ze er nog een schepje bovenop wil doen. Dieven! Moordenaars! Hyena's! Maar nee, ze meent het. Er zwerven 's nachts wel degelijk hyena's rond in de buurt van deze paradijselijke plek, op zoek naar lijken van honden, katten of ongedierte, als het maar dood vlees is.

'Kunnen we dan geen taxi nemen?'
'Taxi's? Die rijden hier niet. Alleen bajajs, en ik betwijfel of die vannacht nog in de buurt van 12 Tribes komen.'

David wordt even bevangen door twijfel. Hij houdt niet van dieren, zeker niet van honden, en over hyena's heeft hij zelfs nog nooit durven nadenken. 'We lossen dat wel op,' sus ik hem. 'Hoe vaak krijg je de kans om in het Beloofde Land naar een dance van de Twelve Tribes of Israel te gaan? Je laat je toch niet tegenhouden door een stelletje lijkenpikkers?'

Ik vind het zelf ook mystic. Amper zijn we in Shashamene gearriveerd, of daar worden we al uitgenodigd voor een feestje in de yard van Twelve Tribes, de rastaorganisatie die mij (en de meeste reggaevrienden van mijn generatie) het dichtst aan het hart ligt. Het loopt tegen achten wanneer Sandrine ons wegbrengt met het busje van de lodge, nog zo'n voorziening die een verblijf daar zo prettig maakt. Wij hebben zelf de beschikking over een 4x4 met chauffeur maar we weten nu al dat we die de komende dagen niet nodig zullen hebben.

Te gast bij 12 Tribes of Israel

Het is donker op de compound van Twelve Tribes, maar niet donkerder dan elders in de stad. Ethiopië viert vannacht het begin van het nieuwe jaar (2003), maar daar valt in deze stad weinig van te merken. De duisternis herinnert me wel aan Jamaica, aan de Ol' Hits dance in Port Antonio waar ik ooit was, en andere yards waar primitieve sound systems stonden opgesteld. Of zou dat door de muziek komen, tunes uit lang vervlogen tijden, zo horen we meteen?

Verrek, de hele setting is puur Jamaicaans. Een halfopen gebouw, prima geschikt als filmset!, verdeeld over drie kamers. Links het hok van de deejays. Ze gebruiken platendraaiers en een laptop. Een MC praat de vintage muziekjes aan elkaar, zijn accent klinkt net niet goed genoeg om Jamaicaans te zijn. Het ons zo vertrouwde patois is in Shashamene de tweede taal, na het Ethiopisch maar voor het simpele pidgeon Engels dat je hier meestal hoort. De meeste inwoners van Shashamene kennen inderdaad trouwens maar één woord Engels: money, in het beste geval give me money. Wat dat betreft, heeft de reisgids gelijk.

Maar we zijn hier niet onder autochtone Ethiopiërs. Deze mannen (en een enkele vrouw) zijn afkomstig van Groot-Brittannië, Jamaica en andere Caribische eilanden. Zij hebben het patois van huis uit mee gekregen en spreken het ook hier, in Afrika. Ze dansen niet maar skanken, met beheerste, ingehouden bewegingen, zoals ik het hen eind jaren '70 voor het eerst zag voordoen in films en documentaires. Ja, van die generatie zijn de rasta's hier, van mijn generatie en ouder. Mannen met grijze baarden en oude mutsen. Rasta people.

In de middelste ruimte wordt gedanst, tussen de luidsprekers. De sound is niet perfect, noch overdonderend luid, maar dat mag de pret niet drukken. De selectie is sterk genoeg om te blijven boeien. Sugar Minott, Treasure Isle, Harry Mudie, you name it. Niet dat er veel volk op de betonnen dansvloer staat maar er is wel voortdurend beweging, doordat het telkens andere oudjes zijn die reageren op hun favoriete tunes.

In het rechtse gedeelte van het gebouw verkoopt een norse Jamaicaan drank, rice and peas, fish, stew, cowtail  en cake. Vijf mannen zitten rond een tafel en spelen ludi, het Caribische dominospel. Her en der lichten spliffs op. Veel dichter bij Jamaica kun je niet komen.

Mijn reisgezellen, David en Jah Rebel, kunnen het dansen niet laten. Ik ga iets spaarzamer om met mijn krachten maar stilstaan is onmogelijk bij deze muziek, mijn muziek, de klassieke reggae (en rocksteady) waarmee ik ben opgegroeid. Zo zijn we hier dan, bedenk ik, in het midden van Ethiopië, de hoorn van Afrika, duizenden kilometers van Europa en nog veel verder van Jamaica, en toch helemaal één met onze omgeving, en met de mensen die hier wonen. Dat wil ik mezelf toch heel even wijsmaken, na al die jaren van verbazing en verrassing over de muzikale rijkdom van de reggae, en verdieping in rastafari.

Een dronken jongeling wekt ons ruw uit onze droom. Hij valt een andere man aan, moet door de anderen in toom gehouden worden, gaat nog even op zoek naar een mes, en begint zijn frustraties ook naar ons te uiten. Reality check. In Jamaica zou er misschien al geschoten zijn, hier slaagt de kleine gemeenschap erin om de gemoederen te bedaren. Alcohol: ze moesten het verbieden.

Een bajaj is de hele avond paraat gebleven op het terrein. In twee ritten (er kunnen maar drie mensen mee) brengt hij ons gezelschap weer naar de Zion Train Lodge. We komen onderweg geen hyena's tegen. Het is bijna middernacht wanneer we in de tukul een laatste spliff roken, puur, want de sigaretten zijn op. Happy New Year!

Day 2

Foto's: David Verhaeghe

Natural mystic in Shashamene Day 1

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Published

Sep 21, 2010