De soundsystemcultuur leeft, en daar kunnen we alleen maar blij om zijn!
door Jah Shakespear
Dries Talloen vertoont in zijn druk gelezen opiniestuk alle kenmerken van de ouder wordende reggaeliefhebber. Vroeger was het beter. Bring back roots and culture. Dub is van ons. Het zijn riedeltjes die we al vaker hebben gehoord.
In tegenstelling tot Dries Talloen heb ik nooit dreadlocks gehad. Dat was eind jaren '70 ook nog geen optie. Alleen rasta's en Indische sadhu's droegen toen dreadlocks, als uiting van een religieuze of spirituele overtuiging bovendien die ver van ons bed stond. Het leek ondenkbaar dat wij, bleekscheten, ooit zulk heilig haar zouden kunnen hebben, al was het maar omdat onze dunne, steile haren zich er niet toe leenden, of daar gingen we toch van uit. Echte dreadlocks waren ook niet gestileerd, laat staan dat het een soort kapsel was. De oudste rasta's hadden echte hompen, in elkaar verknoopt, ongekamd haar dat er daadwerkelijk "dread" uitzag (afschrikwekkend), want dat was de bedoeling toen de woeste, organische sculpturen in de fifties furore maakten in de rasta-beweging. Tot dan werden de aanhangers van Rastafari nog vaak "blackbeards" of "beardsmen" genoemd, omdat ze in eerste instantie hun baard lieten staan, zoals een bijbels gebod hen dat opdroeg.
Reggaezanger met Bo Derek-kapsel
Misschien waren The Slits wel de eerste westerse artiesten die zich de dreadlocks cultureel toe-eigenden, en zij mochten dat van mij. Het paste perfect bij hun rebelse punkdub. Ari Up (Ariana Forster – haar moeder huwde in 1979 met Johnny Rotten/Lydon, ook een grote reggaefan) was op haar manier een rasta queen, en zo skankte ze ook. De locks van Ari Up zagen er heel authentiek uit, even massief en ongeconditioneerd als die van de oude rasta's. Het was geen fashion statement maar een daad van verzet en erkenning.
Niet veel later stierf Bob Marley. 'Reggaezanger met Bo Derek-kapsel gestorven' titelde een Vlaamse krant. Alsof de kunstig gedrapeerde vlechtjes van Derek in de flutfilm 'Ten' ook maar iets te maken hadden met rasta. Maar ze maakte van dreadlocks (of wat ervoor moet doorgaan, in alle mogelijke varianten) wel een modieus gegeven, een haardracht die vandaag niet meer is weg te denken uit het straatbeeld. Waren de vlechten van Bo Derek minder acceptabel dan die van Ari Up?
Alle echte hippies zijn intussen rasta
Ik heb de mode nooit gevolgd en had totaal geen behoefte om locks te laten groeien. Ik drukte mijn liefde voor reggae en Rastafari bij voorkeur uit in woorden. Maar ik had wel bewondering voor de eerste generatie witte rasta's, mannen en vrouwen die hun dreadlocks even trots droegen als de Jamaicanen, met dezelfde overtuigingen ook. "Peace and love is an illusion." schrijft Dries Talloen. Allicht, maar dat betekent niet dat je er niet naar kunt streven, en zelf het goede voorbeeld geven. Dat deden veel van die oorspronkelijke rasta's. "Mijn dreadlocks herinneren mij er overal aan dat ik als rasta een voorbeeldfunctie heb.", zei ons aller Ras Feel (Filip Wauters) in 2012 in De Standaard. "Door mij te outen, moet ik mijn idealen wel waarmaken. Om Bunny Wailer te citeren: ''Alle echte hippies zijn intussen rasta!" Bij mij begon het met een fascinatie voor het exotische en voor ritmische muziek, en met de drang om mijn haar langer te laten groeien dan mijn ouders lief was. Ik zocht naar een alternatief model en voor mij werd dat Rastafari: een manier van leven waarin solidariteit en gelijkheid centraal staan. Ik engageer mij bijvoorbeeld in een bewonersvereniging in een sociale woonwijk: dat is voor mij rasta, een stem geven aan de onderdrukten."
One love
Vind ik daarom dat iedereen met dreadlocks een activist moet zijn, of een sociale werker, een zorgverlener of een artiest? Helemaal niet. Ik heb mensen nooit beoordeeld of ingedeeld op basis van hun uiterlijke verschijning. Ik denk dat ik er zelf vrij burgerlijk uitzie, maar dat heeft mij er nooit van weerhouden om mij te bewegen tussen punkers, hippies, rockers en rasta's. Ik draag ze allemaal in het hart, al was het maar omdat ze hun muziek zo vrij en intens beleven. En is het niet fantastisch dat de haarstijl van een ooit vervolgde en gedemoniseerde minderheid nu wereldwijd een begrip is? Was het misschien de bedoeling dat dreadlocks exclusief rasta, of in het beste geval Jamaicaans zouden blijven? Mij heeft het net altijd verheugd dat de woorden, waarden en symbolen van Rastafari hun weg vonden naar de grote massa. One love, ital food, ganja… waarom zou ik al die goede vibes en gewoonten niet mogen overnemen?Toen ik destijds mijn eerste spliff rookte, beviel me dat gewoon veel beter dan alcohol, en ik ben het blijven doen. Dat had niks te maken met groepsdruk of toe-eigening. Consumeerden er maar meer mensen ganja, en wat minder alcohol. Moeten we allemaal aan de synthetische drugs, want die zijn wel "van hier", van 'onze' cultuur? Hebben de Jamaicanen en in de voorbije eeuwen al niet genoeg slechte westerse gewoontes en gebruiken overgenomen? En waarom zouden wij daaraan moeten vasthouden als Jamaicanen en andere conscious people ons betere alternatieven aanreiken? Een livity die dichter aansluit bij onze eigen visie op de mens en de wereld dan het systeem waarin we noodgedwongen leven.
Ark des Verbonds
Dat geldt ook voor het historische verhaal achter Rastafari. Het heeft voor mij niet alleen een nieuw licht geworpen op de bijbel maar op de hele geschiedenis van Afrika en het christendom. Wie de stichtende beeldspraak van de rasta's wil begrijpen (van Alpha tot Omega, van Zion tot Melchezidek, van Salomo tot Emmanuel) kan zich niet alleen verdiepen in "ons" heilige boek maar ook in de Kebra Nagast of de toespraken van Haile Selassie. Nooit voelde ik mij dichter bij de Ark des Verbonds als in Aksum, waar het legendarische kleinood zou bewaard worden. Het is een fascinerende wereld die veel "witte" zekerheden onderuit haalt, en alleen daarom al het bestuderen waard is.Maar zelfs als dat je allemaal geen zier interesseert, mag je wat mij betreft gerust mee roepen. Jah! Rastafari! Dat is toch gewoon een variant op "Everybody happy? Jaaaah! Rastafari godverdomme!" Vooral niet te zwaar aan tillen, zou ik zeggen. Opnieuw: wie zijn wij om te oordelen welke mensen het recht hebben om zoiets te zeggen? Het is even goed een feel good chant die mensen samenbrengt.
Het verraad van Bob Marley
Het is niet de eerste keer dat ouder wordende fans een beetje grumpy worden als reggae weer eens transformeert naar een nieuwe verschijningsvorm. Bob Marley was de eerste artiest die verweten werd zijn ziel te verkopen aan de duivel van de commercie. Zijn reggae had niet langer het homegrown geluid van de sound systems, heette het. De inbreng van rockgitaren was niet authentiek Jamaicaans. Grote hits als 'Could You Be Loved' of 'Buffalo Soldier' leunden eerder aan bij pop en disco dan bij de dub en de rockers die eind jaren '70 de dancehall domineerden. Maar dat vonden wij, en nog een paar anderen. De rest van de wereld wist nog amper wat reggae was, en Bob Marley had ons uiteindelijk wel de oren geopend voor dat nieuwe genre. Om nog maar te zwijgen van de vele classic albums die in die tijd het levenslicht zagen, gefinancierd door grote (overwegend) Britse platenmaatschappijen als Island en Virgin. Zij hadden plots een gat in de markt ontdekt, en groepen als Burning Spear, Culture, Twinkle Brothers, The Gladiators, Third World en Steel Pulse, naast zangers Ijahman Levi, Gregory Isaacs, Lee Perry en Pablo Moses, kregen grote budgetten toegeschoven om op te nemen in de best mogelijke omstandigheden, met de beste muzikanten. De oogst van het eerste "verraad" aan de reggae (de inbreng van grote platenmaatschappijen) was een collectie van tijdloze albums, een briljante reflectie van de gouden jaren van de rootsreggae. Zonder het commerciële succes en de cross-over sound van Bob Marley zouden die andere namen nooit zo sterk geresoneerd hebben.Grace Jamaican Ketchup
De eerste keer dat ik zelf twijfelde aan de toekomst van de reggae was ergens in 1981. Ik zat in de auto bij Ranking Dirk en Ras Antonius, de makers van 'This Station Rules The Nation', een van de allereerste reggaeprogramma's op de (vrije) radio. Dirk had een cassette bij van de nieuwste sensatie in Jamaica, een man die daar meer platen verkocht dan eender welke andere artiest (ook Bob Marley). Hij zong niet over de keizer of Babylon maar brulde dat hij verzot was op Grace Jamaican Ketchup ('Mad Over Me'). Dirk en Antonius vonden dat geweldig grappig maar ik als student zat nog volop in mijn ernstige fase. Ik identificeerde reggae zowat met rasta's en rebellen, met muziek van weerstand en revolutie. Toasters als Big Youth en U-Roy hadden de voorbije jaren mooi mee gesurft op die golf. Ook van hen verwachtte ik militante en spirituele lyrics, zoals die in de gezongen rootsreggae gemeengoed waren geworden.
Maar zo had deze artiest het dus niet begrepen. Yellowman ratelde over het dagelijkse leven, in een veel luchtiger stijl dan zijn voorouders. De grote dromen en verhalen van de rasta's en de daarbij horende bijbelse lyriek waren aan hem niet besteed. In Jamaica had de conservatieve partij de verkiezingen gewonnen, Bob Marley was gestorven en bij sommigen verving cocaïne ganja als drug of choice. Het was een nieuwe tijd, en die kreeg een nieuwe soundtrack.
The death of reggae
Meer dan ooit bepaalden dub en toasters het geluid van de reggae, ook al omdat de platenmaatschappijen na het heengaan van Marley geen brood meer zagen in het genre. Of toch niet in de weelderig gearrangeerde en geproduceerde roots van enkele jaren daarvoor. Yellowman kreeg wel een contract van het Amerikaanse major label Colombia Records, maar daar zagen ze toch vooral (en terecht) verwantschap met de ontkiemende rap. En die had net als de rub-a-dub van Yellowman niet veel meer nodig dan riddims, later beats. Hij was de eerste Jamaicaanse "rapper" (wij zegden nog toaster) die zich profileerde op de Amerikaanse markt, en beïnvloedde daarmee een hele generatie lokaal talent. Denk aan pioniers als KRS One, Queen Latifah en EPMD, die eind jaren tachtig nogal wat reggae in hun tunes verwerkten.'The Death Of Reggae' titelde het toen toonaangevende Britse magazine Blitz in 1986. Een jaar voordien was 'Under Mi Sleng Teng' verschenen, de definitieve aanzet tot het digitale tijdperk in de geschiedenis van de Jamaicaanse popmuziek. Het was ook voor mij de grootste breuk die ik ooit heb het ervaren in het reggaelandschap. Toen zijn veel first generation reggae fans afgehaakt, in de vaste overtuiging dat je zonder levende bas en drums nooit een warm, geloofwaardig geluid kon creëren. Ik herinner me dat ook de LP 'Unmetered Taxi' van Sly & Robbie een erg bevreemdend effect had op ons, met die nieuwe half elektronische sound en syndrums. Maar de Taxi Gang speelde tenminste nog herkenbare riddims. Sleng Teng was gewoon een brute, digitale beat, music for cokeheads dacht ik toen in eerste instantie.
Typisch westerse blik
Maar ik heb de 12inch van Wayne Smith wel gekocht, en ook een handvol Sleng Teng riddim-LP's, in die dagen nog een relatief nieuw fenomeen. Als DJ kon je er gewoon niet naast, en het was een plezier om de dansvloer eindelijk eens te zien ontploffen, na al die jaren van traag en zachtmoedig skanken. Mijn favoriete riddim dat jaar was de revamp van Stalag maar ik besefte dat zich na, ska, rocksteady, roots en rub-a-dub andermaal een nieuwe fase aankondigde. Dancehall was de nieuwe reggae, en zou zo mogelijk nog meer invloed hebben dan de vorige ritmes en stijlen.Maar zo Blitz het dus niet bekeken. Het was een typisch westerse blik op zwarte muziek, alsof die voor altijd in stenen gebeiteld zou staan. Net als bij ons evolueert de lokale Jamaicaanse muziek voortdurend, en zetten nieuwe generaties zich af tegen oude patronen. Net als in het verleden dwongen financiële beperkingen de studio's en artiesten in de jaren '80 om creatief aan de slag te gaan, en een Casiootje was nu eenmaal een pak goedkoper dan een groep van echte muzikanten.
Ja, er is toen veel traditioneel muzikaal vakmanschap verloren gegaan, en ik mis tot vandaag de verfijnde producties uit het verleden. Ik hoor nog altijd liever Dennis Brown zingen dan Buju Banton brullen. Maar dancehall heeft intussen wel de wereld veroverd, veel meer dan reggae ooit gedaan heeft. Van jungle tot drum & bass en dubstep, van Ed Sheeran tot Burna Boy: allemaal zijn ze schatplichtig aan de dancehall en de hybride reggaeton die sinds de jaren '90 zo populair is op de dansvloer. Het was in een Jamaicaanse dancehall dat ik meisjes voor het eerst zag twerken. Het waren Jamaicanen die mij voor het eerst confronteerden met gun talk, voor de opkomst van de gangsterrap. Slackness is er op het eiland altijd geweest maar kwam via de dancehall meer dan ooit aan de oppervlakte. Wat je er ook van denkt, het zijn allemaal Jamaicaanse fenomenen die wereldwijd school hebben gemaakt, en daar kan ik alleen maar blij om zijn.
Deejays die patois praten met een Vlaams accent
En dan heb ik het nog niet over dub gehad, nochtans mijn favoriete versie van de reggae. In de schaduw van de dancehall drongen de geesten van King Tubby en Lee Perry in de nineties door tot in de studio's van Massive Attack, Dreadzone en The Orb, om maar die namen te noemen. Rootszangers als Horace Andy, Earl 16 en Max Romeo kregen dankzij hen eindelijk het respect dat ze verdienden. Ook triphop was voor mij gewoon reggae, een soort orkestrale dub.
De "echte" Jamaicaanse (en in mindere mate Britse) dub verdween in de jaren '90 wat van het voorplan, en werd ook nog nauwelijks gemaakt. Gelukkig hadden Jah Shaka en enkele generatiegenoten het rootsvuur altijd brandend gehouden, raakte een hoop millenials verslingerd aan dub, en in het zog daarvan aan de originele gezongen versions, vaak onvervalste roots tracks. Na de dancehall crews in de vorige decennia (Civalizee, High Grade, Far West, Boombastic…) kenden in ons land tussen 2010 en 2020 vooral dub sound systems een steile opgang, vaak met zelfgebouwde luidsprekers en apparatuur, naar het voorbeeld van de grote Jamaicaanse sounds uit het verleden. En ze spelen niet alleen nieuwe tunes maar plunderen ook de rootsarchieven van de gouden jaren '70. Als ik goeie nieuwe en oude rootsreggae wil horen, hoef ik al lang niet meer in Jamaica te zijn. Het enige wat me soms ergert, als we het dan toch over culturele toe-eigening hebben, zijn deejays die Jamaicaans patois praten met een Vlaams of Frans accent, maar dat lijkt de meeste mensen niet te storen, dus ga ik er ook niet over zeuren.
Hakketakke muziek
Dat moeten we ook niet doen als het over de zogenaamde "commercialisering" van de soundsystems gaat. Alsof er in België ook maar één crew is die kan leven van de sound. En is het niet zalig dat steeds meer grote festivals een dub stage hebben? Dat onze favoriete muziek nu niet meer uitsluitend weerklinkt voor de eigen parochie? Voor wie het echt allemaal underground wil houden, zijn er door het jaar heen honderden kleinschalige sessies. Wie een onderscheid maakt tussen 'echte' soundsystems die "responsible entertainment" brengen en "hippity-hoppity" (woorden van Dries) maakt zich schuldig aan dezelfde discriminatie die reggae in zijn geheel jarenlang te beurt is gevallen. In het begin noemden ze dat "hakketakke muziek", en u wilt niet weten hoe vaak vrienden, kennissen en collega's mij gevraagd hebben wat ik in godsnaam zo goed vind aan reggae (of zo interessant aan Rastafari). Ik hoor ook liever originele rootsreggae dan digitale dub, maar het verheugt mij evenzeer dat de reggae zich telkens opnieuw blijft uitvinden, en zo nieuwe generaties aanspreken. Die op hun beurt dan weer op zoek gaan naar de roots van die muziek.Zo rond 2014 leek voor mij de cirkel rond, met de opkomst van een nieuwe rootsgeneratie (Protoje, Chronixx, Dre Island, Raging Fyah…). Ik vergeet nooit dat we door de Jamaicaanse country reden en op Irie FM om de haverklap 'Who Knows' hoorden. Protoje had ik intussen live gezien in de yard van Twelve Tribes of Israel, en Chronixx in Petrol, een memorabele show. Beide zangers tilden reggae en dancehall naar een nieuw, eigentijds niveau. Roots had overwonnen, weg met dancehall.
Misplaatste observatie
Maar ook dat was natuurlijk weer een misplaatste, vooringenomen observatie. Waarom zou die cirkel ooit rond moeten zijn? Toen we begin 2019 in Jamaica waren, klonk Irie FM opnieuw helemaal anders. Meer autotune dan ooit, meer reality lyrics, en vooral meer reggaeton- en r&b-achtige beats. Trap dancehall noemen ze dat, en die trap leidt natuurlijk rechtstreeks naar de gladde dansmuziek die in Amerika zo populair is. Jamaicaanse artiesten hebben altijd gelonkt naar de Verenigde Staten om daar door te breken, erkenning te krijgen en (laten we elkaar geen Dunza noemen) rijk te worden. Als Protoje vandaag een tune kan opnemen die meer kans op succes heeft in Amerika dan in het rootsvriendelijke Europa zal hij dat niet laten. Bob Marley droomde er al van om te bubblen op de top 100, Yellowman noemde zich plots King toen hij doorbrak in de States. De jonge dancehallsterren schurken liever aan tegen hiphop- en r&b dan dat ze zouden terugvallen op die ouderwetse reggae.En zo komt het dat onze favoriete reggae en dub tegenwoordig gemaakt worden in Europa. Door de Spaanse rootsman Roberto Sanchez bijvoorbeeld. In eigen land hebben producers als Pura Vida en Kingston Echo intussen volwaardige rootsalbums uitgebracht, geheel in de geest en de traditie van de gouden jaren zeventig. Het is muziek die je in Jamaica al lang niet meer hoort. Artiesten als Unlisted Fanatic, Crucial Alphonso en Jahmbassador diepen de Britse steppers dub verder uit en gaan waar niemand hen ooit is voorgegaan. Roots en Rastafari zijn wat mij betreft springlevend, ook al komt er geen Jamaicaan meer aan te pas.
Tot slot: wie zijn wij eigenlijk om te bepalen wat goeie en slechte reggae of dub is? Welke soundsystems deugen en welke niet? Wie echte dreadlocks heeft en nepvlechten? Wie zich naar een luidspreker richt of naar de deejay? Het klinkt mij allemaal redelijk koloniaal in de oren, maar dat geldt natuurlijk weer even goed voor dit stuk. Ik ga nog eens een oude dub-LP opzetten!
Lead photo: © Sophie Bass
Over de auteur
Jah ShakespearMeer Minder
Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Genres
Gepubliceerd
11 augustus 2026