Op persoonlijk vlak werd ik in 1979, tijdens het bijwonen van een Third World optreden in de Ancienne Belgique, omvergeblazen door zijn talent. Versteld van hoe hij blindelings tussen 4 of 5 keyboards switchte en daarnaast ook nog de backing vocals en soms de leadzang op zich nam, vormde zijn performance de aanzet tot het aanschaffen van mijn allereerste keyboard.
Cooper werd op 14 januari 1952 in Clarendon geboren en vatte al op jonge leeftijd, eind jaren zestig, zijn muzikale loopbaan aan door de rangen van Inner Circle te vervoegen. Hier kreeg hij omwille van zijn tere lichaamsbouw meteen de bijnaam Ibo toebedeeld: "I was skinny, and the Biafran War had pictures of starving children, and you know how Jamaicans tease and rib about things. It became a name because of the Ibos in Nigeria."
In 1973 verlieten Cooper en gitarist/cellist Steven 'Cat' Coore Inner Circle om een eigen band met de naam Third World op te richten. Datzelfde jaar nog maakten ze hun livedebuut in het Carib Theatre in Kingston en verwierven in de daaropvolgende jaren als band bekendheid in de Jamaicaanse clubscene. De aanzet tot het verlaten van Inner Circle om een eigen formatie op te richten, lichtte Ibo in een interview uit 2004 als volgt toe: "Inner Circle was very much a pop band playing Top 40, the stress was more on entertainment than on message. With Third World our dissatisfaction with the Top 40 run was the catalyst, we wanted to be innovative and this manifested itself first in the form of songwriting."
in 1977 zorgde de release van '96° In The Shade' (Island Records) voor een internationale doorbraak. Voor mij staat
'1865', een nummer dat Cooper, Coore en wijlen Bunny Rugs samen componeerden, tot op de dag van vandaag op het lijstje van de beste reggaesongs ooit. Een instrumentaal en melodisch prachtig lied met een krachtige tekst als herdenking aan de Morant Bay Rebellion en als eerbetoon aan
Paul Bogle: "Cat was sitting under the keyboard singing the set of chords that make up the chorus over and over. "Ninety-six degrees in the shade, real hot, in the shade". Maybe he had another direction in mind, but I suggested we look at how hot it must have been on that fateful day of the insurrection in Morant Bay in 1865. The guys liked the idea, so we had a thing with three main singers giving a verse each, and each of us had to improvise a verse as we went along. So Cat wrote his verse, I wrote mine and Bunny wrote his. We named the song '1865' and called the album '96 Degrees In The Shade'."
Met het daaropvolgend succes van 'Now That We Found Love' (een cover van een nummer dat The O'Jays in 1973 uitbrachten, red), verschenen op hun derde album 'Journey To Addis' (1978), verwierven de bandleden voor Third World de status van een vaste waarde binnen de reggaescene, wat ze sindsdien ononderbroken bleven waarmaken.
Na 25 jaar verliet Cooper in 1997 de band om zich aan zijn andere passie, het muziekonderwijs, te wijden. Dit betekende de aanvang van een nieuw leven als leraar en pleitbezorger voor reggae: "I grew up in a family of teachers, and many of the people I admire were teachers. This business of passing things on to others is something I have developed a passion for. Most of the time I am asked to come in because I am one of the few musicians who bridged the gap between formal training, that is western European music, and the oral tradition in Jamaica. I have never held any preference for one side or the other. I have always recognized the power of the informal music that became reggae."
In zijn tweede loopbaan kwam Cooper aan het hoofd te staan van de Popular Music Studies aan het Edna Manley College of the Visual and Performing Arts in Kingston en werd daarnaast ook voorzitter van de Jamaica Reggae Industry Association. Voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de Jamaicaanse muziek mocht hij in 2005, samen met Coore, de Order of Distinction in ontvangst nemen.
Nadat zijn zoon, deejay en producer, Arif Cooper begin maart plots het leven liet tijdens een optreden in St. Andrew en zijn echtgenote op 29 september jongstleden overleed, ging Ibo hen op 12 oktober achterna. We wensen zijn kinderen Arianne, Akiri and Abean en al zijn naasten sterkte toe in deze wel uitermate zware tijden.
Afsluiten doen we met de woorden van de Jamaicaanse minister voor cultuur, Olivia Grange: "Ibo was a strong and constant voice for the music industry and an exemplary music teacher. Generations of Jamaican musicians have been shaped by him, and our industry is better for having had him. May his soul rest in perpetual peace."