Mijn liefde voor muziek is begonnen bij rock. Toen ik 13, 14 jaar was, zat ik helemaal in de grunge. Nirvana, Pearl Jam… Dat waren toen de populaire groepen. Ik luisterde naar die albums, ik verdiepte mij erin, ik was gek op muziek.
Het keerpunt kwam toen ik op Graspop Jason Rawhead zag, met als special guest
Ragga Yves. Ze hadden samen een nummer gemaakt, 'Black Box', en die dag bleef hij maar toasten, drie, vier nummers lang. "Waw! Wat is dàt?" dacht ik.
Zo kwam ik op het spoor van wat toen nog vaak ragga of raggamuffin werd genoemd, en dus ook reggae. Ik was een rebelse tiener dus die rebel sound sprak me wel aan. In het begin ging ik naar de bibliotheek om daar reggaeplaten te lenen. Ik herinner mij een verzamelalbum met de hits van Eddy Grant en consorten, Bob Marley, Ziggy Marley, de grote namen quoi.
Ik had een studentenjob in de IKEA, en ik zag daar iemand met een T-shirt van
Panache Culture, de Luikse reggaeband. Hij heette Koen Boudewijns en met hem heb ik een rockreggaeband opgericht, Les Clochards Civilizee. Jess, de latere selector van Civalizee, kwam erbij als gitarist, en we hebben tien, vijftien optredens gedaan in Wilrijk en omstreken. Zeker in en rond het lokale jeugdhuis waren we toen heel populair. Onze muzikale voorbeelden waren Doe Maar, The Police, Sublime en andere groepen die reggae vermengden met pop en rock. Ik was de zanger en gitarist, Koen zat achter de drums, Nick speelde bas, Jiri gitaar.
Zillion
Ik wilde verder in de muziek maar zo'n groep was mij te veel hustle & bustle. De repetities waren vermoeiend en er was altijd wel iemand die niet kon. Ik had tegen dan al een paar reggaefeestjes bezocht,
Boombastic Sound eens aan het werk gezien in de Going Out (later Zillion) op King Size Reggae, een fantastisch feestje was dat. En mijn toenmalige vriendin kende Peter (I-Brow) van
Far West Crew. Ik was heel geïnteresseerd in zijn Jamaicaanse singles, en leerde er Sizzla kennen, en Bounty Killa, en Beenie Man… Peter nam me ook mee naar Doctor Vinyl en andere winkeltjes waar ik die singles kon kopen. Je zou hem mijn mentor kunnen noemen in de reggae. Toen wist ik het: ik wilde een soundsystem opzetten. Ik ben gestopt met de groep, en Jess wilde meteen mee in die sound stappen. Niet dat we onze eigen soundsystem wilden bouwen. Een soundsystem stond voor een crew met een MC, een selector en een DJ.
Officieus zijn we van start gegaan in 1997, toen nog als
Civilizee Foundation. Maar algauw bleek dat de Jamaicanen dat nooit goed zouden kunnen uitspreken, en als we dub plates wilden maken, zoals Far West Crew, Back to Bass, Boombastic en onze andere rolmodellen, was dat toch een vereiste. Ik heb onze allereerste dub plates laten maken toen ik op vakantie was in Trinidad, met enkele locals.
Doe Maar in the house



Ons eerste echte feest vond plaats in 2000 in Café Capital, toen nog Cotton Club geheten. Cool Runnings hield daar wel eens party's, de reggaekroeg aan de Leopoldplaats. Als gast nodigden we
High Grade uit, ook een crew die pas begonnen was. We maakten een hoop reclame, posters over de hele stad, duizenden flyers, en dat loonde. Het feest was een schot in de roos, de club zat vol. En onze grote helden waren er! Doe Maar had die avond een concert gegeven in het Sportpaleis, Jess was daar gaan flyeren, en plots verschenen ze in de Cotton Club. Ook om die reden was het voor ons een fantastische ervaring.
Ons tweede optreden was op Rock Against Racism in Hof ter Loo. Ook volle bak, en dat is best een beetje angstaanjagend als je nog niet zo lang bezig bent. Daarom durfde ook niemand MC worden. Jess heeft het die dag geprobeerd, maar met weinig overtuiging.
High Grade nodigde ons uit voor een feest in kraakpand Scheld'Apen. Jess zou weer MC'en, maar dat was een totale flop. We hebben toen besloten dat zijn talent elders lag, als selector namelijk. We hebben dan nog even geprobeerd met een andere MC, Omar, de kok van het restaurant No Problem, maar dat was het ook niet. Ik had al wat ervaring als zanger, ik wist hoe ik een microfoon moest vasthouden, dus uiteindelijk ben ik de vaste MC van Civalizee Foundation geworden. Met de nickname Budhamas, een samentrekking van Budha (de Verlichte) en Mas (van Mathias).
Ik was een fan van
David Rodigan, die gewoon Engels sprak. Het hoefde niet allemaal in het Jamaicaanse patois, op een paar woorden en kreten na.
Reggae Geel
Na die drie, vier eerste dances zijn we feesten beginnen geven in de Teranga, tegenover het atheneum. De eerste keer hebben we onze klassieke bezetting gevonden. Ik gaf mijn droom op om DJ te worden, ook al omdat we intussen Anouk in de crew hadden, Sista Flex, jong, fris geweld achter de platendraaiers die we toen nog hadden. De selectie van King Jess was top, Anouk draaide strak en ik deed het goed aan de mic.
Veel sneller dan verwacht stonden we in 2002 al op Reggae Geel. Een kut-uur in de Bounce-tent, maar het begon keihard te regenen en ineens zat die tent vol. Veel mensen hebben ons daar leren kennen.
De feesten in de Teranga zaten goed vol. Onze guerrilla-aanpak, met veel reclame, werkte. Ik wou meer, ik zag het groter. We hebben De Kaaiman op het Eilandje overtuigd, en ook dat was een groot succes. We hebben daar drie, vier jaar lang elke maand een feest kunnen opzetten. Zo wisten we ook een echte massive op te bouwen, een following, een vast publiek van jonge mensen. Daarvoor had je feestjes in cafés en kelders, Bierland, Spaghettiworld, maar wij hebben reggae en dancehall naar een echte club gebracht.
Ik was een zware fan van soundclashen. Iedereen deed het, van Boombastic en Far West tot Kilimanjaro, met Ricky Trooper, mijn held. We hadden intussen genoeg inkomsten om dub plates te laten maken. We verdienden mooie bedragen met onze eigen feesten en op uitnodiging van andere soundsystems, maar we betaalden onszelf niks uit. Al het geld werd geïnvesteerd in de sound en in dubplates.
Foundation tunes
Onze allereerste dubplate door een bekende artiest was van Burru Banton. Ik denk dat we daar toen 200 euro voor betaald hebben. Het was in die dagen een heel gedoe om een dubplate te maken. Het internet stond nog in de kinderschoenen, dus je moest de artiesten nog fysiek in een studio krijgen. In Duitsland had ik gelukkig de gasten van Fred & Barney Soundsystem leren kennen, en via hen konden wij dubplates bestellen. Zij gingen de tunes zelf laten voicen in Jamaica. Voor 20.000 frank hebben ze toen eens tien dubplates meegebracht, allemaal gemaakt bij Youth Man Promotion, Barry Brown, Sugar Minott…
Ik heb mij van meet af aan verdiept in de oude foundation tunes, Studio One, Dennis Brown… en niet alleen om de beste dubplates te maken. Wij speelden met Civalizee overwegend dancehall maar we wilden ook de education op ons nemen en respect tonen aan de grondleggers van het genre. Hoe later op de avond, hoe ouder de tunes: zo ging het meestal. Wij hebben ons nooit afgezet tegen de vorige generaties. Omgekeerd voelde ik wel veel weerstand kwam van de oudere generatie reggaefans hier maar dat kon ons niet zoveel schelen.
Mijn eerste clash, toen nog als DJ Budhamas, was in de Pekfabriek in Borgerhout, een gewone 45-clash, zonder dub plates, tegen Crucial P, Majestical en Far High van High Grade, respectabele DJ's en selectors dus. Er was weinig volk om te beslissen maar wel genoeg eensgezindheid om mij uit te roepen tot winnaar.
Batty boys


De volgende stap was de Benelux Cup Clash van Far West Crew, onze eerste clash tegen up and coming sound Herbalize-It, die we later in onze carrière nog vaak zouden tegenkomen in de Riddim Clash. Na een heel spannende voorronde wonnen we vervolgens ook van Smokey (later Irie Crew) en Uphill Sound. Als Benelux champions voelden we dat er stilaan meer interesse kwam uit het buitenland, met name Duitsland.
De verspreiding van onze audio's heeft daar zeker een rol in gespeeld. Dat kon vanaf 2003, 2004 gemakkelijk via het nieuwe kanaal internet.
In 2005 clashten we in Ieper, ver van onze home town, tegen Guiding Star uit Frankrijk, een topsound, en we wonnen. Een week later werden we verwacht in Düsseldorf, Duitsland voor onze eerste buitenlandse clash, tegen de nog jonge Warrior Sound (die ons op Summerjam twee keer in de U-Club tent heeft geloodst) en het grote Budadub, een sound die in dezelfde league speelde als Supersonic en Sentinel. Civalizee won, en onze naam in Duitsland en daarbuiten was gemaakt.
In die tijd woedde er een hevig debat over de batty boy lyrics van sommige artiesten. Die homohaat is als een boemerang teruggekeerd, de hele scene is er het slachtoffer van geworden. Het was een grote vergissing. Wij negeerden de hele discussie terwijl we eigenlijk een duidelijk standpunt hadden moeten innemen. Met Soul Shakers hebben we dat later wel gedaan. We speelden die nummers niet, en we lieten duidelijk verstaan dat we niet gediend waren van zulke teksten. Als ik er nu op terugblik is het moeilijk te begrijpen dat we daar toen geen punt van gemaakt hebben…
Internationale tournee
Hét kantelmoment voor Civalizee Foundation was de Riddim Clash in 2008, de belangrijkste clash in Europa, eerder gewonnen door Rodigan en Supersonic. De dag na onze overwinning zaten er 20 aanvragen in de mailbox voor optredens in het buitenland. Ongelooflijk, hoeveel impact dat had.
We hebben toen twee, drie jaar veel in het buitenland getoerd, best een indrukwekkend parcours als je er nu op terugkijkt. Donderdag in Zweden, vrijdag in Finland en zaterdag in Italië. We kregen top fees en overal zongen de mensen onze dub plates mee, want die audio's werd nog altijd heel goed verspreid.
In 2009
wonnen we in de U-Club in Wuppertal een clash tegen mijn grote held, Ricky Trooper. De doorslaggevende dubplates waren van Mavado, Sizzla en Dynamq
Tegen 2011, 2012 was het op. We hadden geen motivatie meer en er kwamen wrijvingen. Anouk wilde niet meer mee naar het buitenland. We voelden ons opgebrand. Ik had een fulltimebaan en een familieleven. Het was gewoon niet vol te houden. Te intensief, te druk. We hadden ook geen manager, geen artistiek plan. Niemand was geïnteresseerd in ons, terwijl we toch goed betaald werden. Rien Samson (van Soul Shakers) heeft vandaag het grootste boekingsbureau voor DJ's in België. Daar zouden we nu zeker onderdak gevonden hebben.
Soul Shakers
Ik denk dat wij met Civalizee een grote indruk hebben nagelaten op de Europese scene, ook buiten het reggaewereldje. Op grote festivals als Ostend Beach of Sfinks, waar we ooit mochten afsluiten op het hoofdpodium, konden wij ook het mainstream publiek meekrijgen. Zonder veel compromissen te sluiten, het bleef allemaal heel real.
Na het einde van Civalizee bleef ik ervan dromen om op de echt grote festivals te staan: Pukkelpop, Werchter, Tomorrowland… Met
Soul Shakers, ik was eerst een tijdje solo gegaan als Tommy Milfgod, is ons dat ook gelukt. We speelden wat breder, tropical bass was voor ons de algemene noemer, hoewel we in de laatste jaren toch weer een pure dancehall sound zijn geworden. En daar bleek zelfs op Tomorrowland een heel enthousiast publiek voor te zijn. Als je iets goed aanpakt en aanbrengt, marcheert het bijna altijd. Zeker nu dancehall populairder is dan ooit. Ik hoorde gisteren zelfs een nummer van Niels Destadsbader op een dancehall beat. Dancehallfeestjes zijn misschien minder populair maar dancehall heeft wel een immense invloed op de popmuziek in het algemeen. Je hoort het echt overal, ook al noemen ze het soms afrobeats.
Hotel Jamaica ls. Lighters Up - Civalizee's Last Dance & A Milfgod Goodbye Bash, 18 februari in Café Local, Antwerpen.
Foto's: © Abby