Er daagde naar onze bescheiden mening minder volk op dan voor de COVID-19 pandemie het geval was, maar de zaal raakte alsnog goed gevuld. Opnieuw bleek het echter een voornamelijk Franstalig gebeuren; Vlamingen wat houdt jullie tegen?
Voor de show echt van start ging kregen we op groot scherm nog een bloemlezing van wat het festival dit jaar te bieden geprojecteerd. Dat bleek een ware schat aan interessante documentaires, lezingen, debatten en concerten in andere genres te zijn, dus met louter een verslag van de slotavond doen we het initiatief eigenlijk stevig tekort!




Eerst aan de beurt was
Max Romeo, die net als afgelopen zomer in Leuven, opnieuw geruggensteund werd door het uitstekende
Roots Heritage uit Frankrijk. Dochter Xana was er deze keer helaas niet bij, en dus moesten we genoegen nemen met een kort intermezzo van zoon
Azizzi Romeo.
Voor de rest van de show, die vooral in het begin wat te lijden had van een povertjes afgestelde geluidsmix (dat krijg je als reggaeartiesten geen eigen geluidstechnicus meebrengen en er iemand met minder of geen voeling met het genre achter de knoppen staat), verwijzen we graag naar
ons verslag van het superieure concert half augustus in Leuven.
Na een change over was het dan tijd voor een ander geluid: de sound van de ultra-strakke riddimtandem
Mafia & Fluxy, hier live aangevuld met de heerlijke saxofoontonen van
Megumi Mesaku aka. Miss Megoo. Na enkele supervette instrumentals - we herkenden onder andere hun mix van de klassieke Cuss Cuss riddim en 'Love Theme from 'The Godfather'' (zie ook 'Jah Farther' van Matic Horns) - kwam eindelijk ook de illustere reggaemuis zelf het podium opgewandeld.
Bij
Eek-A-Mouse, ondertussen toch ook alweer bijna 65 (!), is het altijd weer afwachten in welke outfit hij het podium zal betreden, en in Brussel bleek dat een page-pakje uit de tijd van de renaissance te zijn. Voor ongeïnformeerden zal dit ongetwijfeld connotaties met Zwarte Piet opgeroepen hebben, maar wij lichten toch graag iets nader toe.
In de hal van het Théâtre National stond een stand van het Franse Irie Ites Records, waar ook de meest recente release van Eek-A-Mouse aan de man werd gebracht. Geen nieuw album, maar een koffietafelboek met als titel 'My Corona Year In Sweden'. Wat snel Google-werk deed ons bij
een uitgebreid artikel in The Jamaican Gleaner belanden en daarin omschrijft Eek zichzelf onder andere als een "Shakesperian court jester".
Het boek zelf wordt in het stuk omschreven als: "A quirky collection of poems, songs, essays and on-the-go rambling - some sarcastic, some serious, others bland, and the rest just plain humorous…"
Eek opende in Brussel met 'No Wicked Can't Reign' en leek er meteen zin in te hebben. De muis vervolgde met 'Rude Boy Jamaican' en daarna volgden nog hits als 'Een A Moy', 'Do You Remember', 'Peeni Walli' en 'Sensee Party'.
Plots kregen we echter een streepje charleston met 'I Love Weed' uit het in 2004 verschenen 'Eek-A-Speeka'. Eek liet de zaal een eerste keer echt ontploffen met 'Ganja Smuggling' en dan bleven de hits komen… Eerst nog 'Star, Daily News And Gleaner', dan 'Assasinator' en tenslotte 'Noah's Ark'.
Probleem is echter dat de muis zichzelf en zijn repertoire niet altijd even serieus neemt. Als persoonlijkheidstrek is dat geen foute houding, maar op muzikaal gebied neemt de nar, of Clown Prince, zoals hij zichzelf liever noemt (zie alweer
het artikel in The Jamaica Gleaner), het over van de muzikant.
Met het door Irie Ites geproduceerde 'Put Food On The Ghetto Youth Table', kregen we recent werk uit 2021.
Daarna begon Eek een microfoonspelletje met het publiek, waarbij persoon na persoon minutenlang Eek's naam moest scanderen en de stagemanager steeds maar weer opnieuw op zoek moest naar de microfoon om dan van voor af aan te herbeginnen. Het verplichte 'Wa Do Dem' wachtten wij dan ook niet meer af en we keerden toch enigszins onvoldaan huiswaarts.
Foto's: © Scott Mitchel & Peter Verwimp