De vooraanstaande rol die Chris Blackwell speelde bij het populariseren en verspreiden van ska, rocksteady en reggae, is ontegensprekelijk, met het scoren van de eerste Jamaicaanse wereldhit, de ska classic van Millie Small 'My Boy Lollipop' (1964) en met het financieren en uitbrengen van het eerste Island album van The Wailers, 'Catch a Fire' (1973), de eerste stap naar de internationale doorbraak van Bob Marley, als voornaamste wapenfeiten. Voldoende redenen om als liefhebber van het genre het boek ter hand te nemen.
Na een voorwoord over hoe een Rasta op zijn achttiende zijn leven redde, beschrijft Blackwell zijn kind- en tienerjaren en welke rol de Australisch-Amerikaanse acteur Errol Flynn en de Britse James Bond auteur Ian Fleming daarin speelden. Het relaas over het ontstaan van de sound systems, nog voor er van ska of reggae sprake was, de oprichting van de eerste opnamestudio's waarin figuren als Duke Reid, Coxsone Dodd en Leslie Kong een voorname rol speelden en lokale artiesten als Desmond Dekker, Prince Buster, Toots Hibbert, John Holt en Jimmy Cliff hun eerste stappen zetten, brengen ons naar de allereerste Island Records release, het jazzy album 'Lance Hayward At The Half Moon Hotel' uit 1959.
Over de jaren die volgen vertelt Blackwell ons hoe het label, met vallen en opstaan, verder in Londen werd uitgebouwd, hierbij het relaas over Island's eerste hoogtepunt met het wereldwijde succes van
'My Boy Lollipop'. Via tal van verhalen en anekdotes komen we verder te weten hoe en waarom, ondanks de klapper met het ska nummer van Millie, de platenmaatschappij de Jamaicaanse muziek niet langer centraal stelde. De focus verplaatste zich, in de tweede helft van de golden sixties, naar de groeiende Britse rockscene, waaronder: Trafic (Steve Winwood), Fairport Convention, Nick Drake, Jethro Tull en King Crimson.
Via een hoofdstuk over zijn ontmoeting en samenwerking met Yusuf Islam, tot 1978 beter bekend onder de artiestennaam Cat Stevens (op reggaevlak onthouden we uit deze passage het succes van Jimmy Cliff, met het door Stevens geschreven en geproduceerde nummer,
'Wild World', waarmee de Jamaicaan in 1970 top 10 plaatsen behaalde in zowel de Britse, Nederlandse als Belgische charts), belanden we bij Bob Marley.
Het Marley hoofdstuk vangt aan in zijn Londens kantoor, met de eerste, wat stroeve, ontmoeting die de samenwerking tussen Blackwell en The Wailers zou inleiden. Het ideale tijdstip nu Jimmy Cliff de stal had verlaten om zich volledig voor het draaien van 'The Harder They Come' in te zetten. Vervolgens de beschrijving over het tot stand komen van de albums 'Catch A Fire' (1973) tot en met 'Uprising' (1980). Op de achtergrond de reeds gekende verhalen over het hoe en waarom Peter en Bunny bij het derde album ('Natty Dread') de samenwerking stopzetten, de aanslag waarbij Bob, Rita en Don Tayler op Hope Road schotwonden opliepen, het Smile Jamaica concert, de rol die de cover 'I Shot The Sheriff' speelde…
Verder bevat de biografie reggaegewijs nog heel wat leuke passages waaronder: hoe het best verkochte Marley album, de post-mortem compilatie, 'Legend', werd samengesteld; de aanvangsjaren van de Britse reggae met het op Island uitgebrachte werk van Aswad, Steel Pulse en Linton Kwesi Johnson; het werk van Sly & Robbie met Black Uhuru en Grace Jones in de Compass Point Studio op de Bahamas; het verhaal achter de 'Countryman' film, en, lekker meegenomen, de anekdote met Blackwells versie over de omstandigheden die Lee 'Scratch' Perry ertoe aanzetten het venijnige
'Chris Blackwell Is A Vampire' uit te brengen.
De U2 saga en de verkoop van Island Records aan PolyGram (later opgenomen in Universal Music) in 1989, leidden het einde van de autobiografie, waaraan Blackwell begon tijdens de COVID-19-lockdown, in.
Het boek is zeker geen literair hoogstandje geworden en, met reggaeogen gelezen, vonden we een aantal passages zelfs erg langdradig. Desondanks zou dit relaas van een levensloop die zo nauw met de Jamaicaanse muziek verweven is, reggaeliefhebbers moeten kunnen bekoren.
Om het met de woorden van Salman Rushdie samen te vatten: "From 'My Boy Lollipop and Bob Marley, via Swinging London and punk, all the way to Talking Heads and U2, I felt like I was reading the inside story of the music of my life!"