Biko werd op 18 december 1946 geboren als zoon van Mzingaye Biko, een politieagent, en Alice Biko, een bediende bij welgestelde blanken, in Koning Willemstad. Op vierjarige leeftijd overleed zijn vader, waarbij de verantwoordelijkheid voor de zorg van de vier kinderen op zijn moeder viel, die haar best deed om hen, met haar bescheiden inkomen, van het strikt noodzakelijke te voorzien.
Als uitstekende, leergierige student werd hem de kans geboden om aan de prestigieuze kostschool Lovedale, waar ook zijn broer Khaya studeerde, zijn opleiding verder te zetten. Beschuldigd van steun aan het Pan-Afrikaans Congres, een door de Zuid-Afrikaanse regering verboden politieke partij, werden ze beiden uit Lovedale verbannen. Later studeerde Steve verder aan het St. Francis College waar hij zich, in een land waar zwarten de grote meerderheid vormden, aansloot bij de protesten tegen de exclusief blanke regering en het apartheidsregime... het prille begin van zijn actief verzet.
Na zijn middelbare school, vanaf 1966, ging Biko geneeskunde studeren aan de Universiteit van Natal, waar hij rechtstreeks met de blanke suprematie en discriminatie van gekleurde studenten geconfronteerd werd. In 1968 richtte hij daarom de South African Students Organization op, met het bestrijden van segregatie als belangrijkste agendapunt. Met zijn eis voor gelijke rechten voor zwarte, gekleurde en Indiase studenten, bereikte zijn invloed het punt waarop de Universiteit van Natal hem in 1972 aan de deur zette.
Nadat Steve zich bij Black People's Convention voegde, werd hem in 1973 een verbod opgelegd om: in het openbaar te spreken, interviews te geven en columns te schrijven. Desondanks zette Biko de strijd ondergronds verder. Zijn groeiende populariteit vormde een doorn in het oog van de Zuid-Afrikaanse regering waarop verschillende aanhoudingen en een huisarrest, op beschuldiging van anti-nationalisme, volgden.
Op 7 september 1977, een maand na zijn laatste arrestatie, stelden artsen bij Biko verwondingen aan het hoofd vast. Vijf dagen later, op 12 september, verloor hij het bewustzijn en werd naakt in de achterbak van een landrover naar Pretoria overgebracht. Enkele uren na zijn aankomst in Pretoria Central Prison overleed Biko op dertigjarige leeftijd. De lijkschouwing wees uit dat een ernstig hersenletsel en inwendige kneuzingen de doodsoorzaak vormden. De verantwoordelijken voor de mishandeling werden nooit aangeklaagd.
Het jaar na zijn dood verscheen op het Tappa Zukie album 'Peace In The Ghetto' (Virgin/Front Line, 1978) een eerste reggaenummer aan de man opgedragen,
'Tribute To Steve Biko': "Blessed is the man who will get up and fight, blessed is the man who seek fe truth & rights, for they shouldn't kill Biko, Biko never troubled no one, that man was a rigtheous man, them kill him in a prison…"
Een jaar later verscheen op 'Tribute To The Martyrs' (Steel Pulse, Island Records, 1979) de song,
'Biko's Kindred Lament': "The night Steve Biko died I cried and I cried, Biko, O, Steve Biko died still in chains…". Biko wordt op hetzelfde album eveneens vernoemd in de titelsong: "Hey! Is what happen to Biko? Biko, detainee in detention, Vank, What? 1977, South Africa…" en zijn portret prijkt eveneens tussen de martelaren op de albumcover.
Op hun derde album, 'One Bright Day' (Virgin, 1989), benoemden Ziggy Marley & The Melody Makers hem in het nummer
'Justice': "They make the innocent die, how dem lie on Steve Biko…". Datzelfde jaar maakte hij uiteraard ook deel uit van de helden die The Scientist op
'International Heroes Dub' (Tamoki Wambesi, 1989) huldigde. Een andere
'Steve Biko Dub' verscheen op het benefietalbum 'Star Of Hope - Africa (Unreleased Dubs From The 90s)' van Zion Train.
Twintig jaar na zijn overlijden vernoemde Beenie Man, op zijn LP
'Many Moods Of Moses' (VP Records, 1997), een song naar de vrijheidsstrijder: "Steve Biko was a freedom fighter, a well educated South African lawyer and one more, he was a hope for the people of Africa 'cause in those time they captured Mandela… Do you know tell me what you really know about that great man from Soweto… about that great man, Steve…"
De leden van Natty Dread, een reggaeband uit het Franse overzeese departement La Réunion, sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw actief, brachten op hun vierde album uit 2004, 'Bamako Roots Reggae' (in Mali opgenomen met Manjul aan de knoppen) een eigen in het Frans-Creools gezongen huldebetoon aan
'Biko'.
In Biko's thuisland scoorde Johnny Clegg aka. the white Zulu, in 1987 met zijn band Savuka, de wereldhit
'Asimbonanga' waarin naar Biko werd verwezen: "Steven Biko, asimbonanga, asimbonang 'umfowethu thina, laph'ekhona, laph'wafela khona." ("Steven Biko, we hebben het niet gezien, we hebben onze broeder niet gezien, in de plaats waar hij is, in de plaats waar hij stierf.").
Waar we in Zuid-Afrika dachten iets terug te vinden in het oeuvre van Lucky Dube, ontdekten we het in 2016 uitgebrachte album 'I Dub What I Like - Tribute To Steve Biko' van Steve Netshishivhe. 'Tribute To Steve Biko' vormt de opener van deze 12 tracks tellende LP en is een reggaebewerking van het Zuid-Afrikaanse volkslied: 'Nkosi Sikelel' iAfrika'. Inhoudelijk schetst het lied wie Biko was, de redenen achter zijn moord en hoe zijn nalatenschap voortleeft. Het nummer is nergens online te beluisteren en exemplaren van het album zijn uitsluitend via de artiest zelf beschikbaar. Ook zijn latere albums online zijn zeker het ontdekken waard!
Tot slot draaide Richard Attenborough in 1987, op basis van de biografie van Donald Woods, de film
'Cry Freedom' met Denzel Washington en Kevin Kline in de hoofdrollen. De film kreeg drie Oscarnominaties maar won er geen enkele. De prent had de verdienste de realiteit van apartheid in beeld te brengen maar met heel wat aandacht voor de heldhaftige rol van de goede blanke journalist Donald Woods, waarbij de tweede helft van de prent haast volledig aan de spectaculaire vlucht van Woods en zijn gezin uit Zuid-Afrika is gewijd.