Mijn eerste drum song stond op een van de zes LP's in de reeks 'Creation Rockers' (Trojan), in die tijd (1979) de ideale introductie tot de geschiedenis van de reggae. Op elke plaat stonden 12 nummers uit de jaren '60 en '70, in chronologische volgorde.
'Drum Song' van Jackie Mittoo schitterde tussen andere tunes die ik toen nog niet kende maar nu stuk voor stuk beschouw als klassiekers.
Het eerste wat mij opviel aan die versie waren de vogels, of (zoals ik bij de tweede luisterbeurt pas ontdekte) de vogelgeluiden die Jackie Mittoo voortbracht op zijn Hammondorgel. Het was ook een instrumental, geen dub maar gewoon een tune waarin een muzikant de lead nam. Een geniale muzikant, dat hoorde je meteen, die een bezwerende melodie speelde over een aan- en afrollende riddim. Wist ik veel dat deze Bunny Lee-productie uit 1976 een versie was van
een oude Studio One tune die Jackie Mittoo al eerder had opgenomen, noch dat er intussen verschillende andere versions in omloop waren. Laat staan dat ik 'Drum Song' zou kunnen terugvoeren naar een jazzcompositie.
Gerald Wilson was een jazztrompettist uit Chicago die in de jaren '40 naar Los Angeles verhuisde. Hij trouwde er in 1960 met een Mexicaans-Amerikaanse vrouw (een "chicana") die hem vertrouwd maakte met de latino cultuur. Ze gingen ook samen naar het stierenvechten, liefst in Tijuana, Mexico. Wilson raakte er zo onder de indruk van torero José Ramon Tirado dat hij de man eerde met een zelfgeschreven nummer,
'Viva Tirado'. Het is swingjazz met een Latin touch, conga's erbij, gedreven door amper twee gesyncopeerde pianomaten op een Cubaans clave patroon (ik heb het opgezocht), getekend Jack Wilson. Algauw komen de blazers erbij, met solo's op trompet en saxofoon, maar die basis groove draagt het nummer. En het is allicht ook het ingrediënt dat Jackie Mittoo fascineerde toen hij enkele jaren later 'Drum Song' opname.
'Viva Tirado' was in 1962 de openingstrack van Gerald Wilsons plaat 'Moment Of Truth' maar het nummer kreeg pas echt bekendheid toen
El Chicano er in 1970 een hit mee scoorde in Amerika. De band speelde een soort latino funkrock à la Santana, met Mexicaanse en Cubaanse invloeden. Deze interpretatie begint als de soulklassieker 'Why Can't We Live Together' (Timmy Thomas), en in plaats van de blazers speelt hier de Hammond de hoofdrol, zoals in de Bunny Lee-versie van Jackie Mittoo's 'Drum Song' (met Sly & Robbie als ritmesectie, Chinna Smith op gitaar en Skully op prominente percussie). Ook de elektrische baslijn staat dicht bij de reggaebas van het nummer. En dat geldt nog nadrukkelijker voor de hip-hop interpretatie van Kid Frost in 1990, 'La Raza'.
Goed mogelijk dat Mittoo zich voor die "nieuwe" version liet inspireren door El Chicano toch wat de Hammond betreft. In de originele Studio One uitvoering, in 1968 verschenen op het album 'Evening Time', laat hij de eer aan de blazers van Soul Vendors (Roland Alphonso, Vin Gordon), zoals de toenmalige huisband van Coxsone Dodd zich noemde. Dat was hij trouwens nog gewend van bij The Skatalites, de legendarische band waar Jackie Mittoo al op 13-jarige leeftijd deel van uitmaakte.
Het hangende gitaarrifje van Eric Frater doet sterk denken aan de original van Gerald Wilson. We horen gelijkaardige, wel langer uitgerekte blazers en dezelfde Cubaanse percussiepatronen, hier verweven met Jamaicaanse nyahbinghi. Leroy Sibbles zette er destijds een bas onder die sindsdien duizenden keren gekopieerd is, samen met het toetsenwerk het meest herkenbare ingrediënt van al die dubs en versions.
Kort na de original van Jackie Mittoo brachten de Hippy Boys (later The Upsetters, en met de Barrett-broers als ritmesectie) al
'Capo' uit, een productie van Sonia Pottinger. Glen Adams speelde de virtuoze orgelpartij en verving in zijn eentje de blazers van 'Drum Song'. Voor de reggaenerds onder u: ergens in het midden tovert hij het herkenbare riffje van Dizzy Moore's 'Riot' uit de vingers. 'Capo' kreeg begin jaren 2000 een nieuw leven in de eurodub
'Savannah' van Ralph Myerz & The Jack Herren Band) waarin de hoogste noot van de kenmerkende orgelmelodie eindeloos lang (digitaal) wordt aangehouden. Zalige tune.
'Real rock', 'Rockfort Rock', 'Swing Easy', 'Darker Shade Of Black', 'Ram Jam'… Jackie Mittoo, Leroy Sibbles en Soul Vendors hebben de basisritmes van de reggae eind jaren '60 in steen gebeiteld. In het begin meestal instrumentals kregen sommige van die foundation riddims pas veel later een vocale update; 'Real Rock' werd bijvoorbeeld 'Armagideon Time' van Willi Williams.
Met 'Drum Song' deed zich iets vreemds voor: ergens rond 1970 morphte het met een andere Studio One klassieker,
'Africa' van The Gaylads, een ska-nummer dat op het eerste gehoor toch in een heel ander register zit. Het waren wellicht de rasta's die beide tunes organisch in elkaar weefden, zoals mag blijken uit de nyahbinghi reggae van
'Run Come Rally', getekend Dadawah, (later Ras Michael & Sons of Negus) en
'Lumba', een track op het mythische driedubbele album van Count Ossie & Mystic Revelation of Rastafari, 'Grounation'. Geen versions van 'Drum Song' maar wel heel vrije expressies van dezelfde vibes en akkoorden. The Morwells zetten in 1976 de kroon op dat rootswerk met
'Africa Is Calling', die de riddim definitief koppelde aan de lyrics van The Gaylads.
Hoewel Devon Russell in datzelfde jaar ook
een nieuwe version van 'Drum Song' opnam in Studio One, en daarvoor een tekst schreef met dezelfde titel:
Hear the story of the drumsSpreading out the message of love all over the worldRun away from the land of rain and painRun away from the land of sinking sand… Drum song, just like your heartbeat.
Het ritme van de reggae is het ritme van het hart: de rasta's die ik ooit heb leren kennen waren er allemaal vast van overtuigd. En weinig ritmes hebben de reggae mooier en langduriger gekleurd dan 'Drum Song'.
Sindsdien regent het in reggae, dub en dancehall versions van 'Drum Song'. Al Campbell, Augustus Pablo (met wie Mittoo ooit nog samenspeelde in het trio Jackie Mitree), Big Youth, Bounty Killer, Capleton, Cocoa Tea, Dawn Penn, Dennis Alcapone, Earl Sixteen (Studio One)… zowat iedere zanger, DJ en producer heeft de riddim ooit wel eens onder handen genomen. In 1991 bracht Philip Smart een hele resem versions uit, in 1994 Richard Bell (Star Trail) en in 1997 Bobby 'Digital' Dixon. Check Riddimguide.com voor een niet uitputtend overzicht (ze weten daar ook niet alles).
Dit zijn een paar van onze favorieten:
'Rhodesia' (The Rebels), op het Ja-Man label, een rauwe instrumental uit 1976 met het orgel op de voorgrond.
'Black Man Land' (Prince Far I)
'Psalm 1' (Prince Far I), de riddim lijkt wel gemaakt voor deze reggae preacher.
'Holy Mount Zion' (Wayne Jarrett), op Wackies.
'Power Pack' (Joe Gibbs & The Professionals), dub extravaganza.
'Make It Secure' (Sizzla), op zijn classic album 'Black Woman And Child'.
'Holy Mount Zion' (Alborosie)
'Mr. Bad Mind' (Buju Banton)
En mijn all time favoriete version, bij voorkeur op 12inch,
'Five Man Army' (Dillinger, Wayne Wade, Trinity, Al Campbell & Junior Tamlin), tevens de basis van de gelijknamige klassieker van Massive Attack.
Surprise:
'Clint Eastwood' (Gorillaz) in de uitvoering van Shawn Lee's Ping Pong Orchestra.