De man is al muzikaal actief sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw toen hij deel uitmaakte van groepen als THC, Nothys, Cyclo of het door hemzelf opgerichte D'Origine Inconnue. Geïnspireerd door Jamaicaanse artiesten als Delroy Wilson, Phyllis Dillon of Leonard 'The Ethiopian' Dillon, mixt Paris Thys ska, rocksteady en reggae met invloeden uit het Franse chanson. Als je zowel Paris in je artiestennaam als de titel van je nieuwe EP hebt staan, kan de Franse hoofdstad ook muzikaal gezien nooit veraf zijn en opener en titelnummer 'Paris Fou' is dan ook meteen een ode aan de bruisende lichtstad. Maar daar blijft het niet bij, want in het akoestische naar het repertoire van Tryo neigende 'Prends Ton Temps', bezingt hij dan weer de diversiteit van zijn stad.

Een stuk steviger klinkt 'Ou Est Passé La Sortie', waarin Thys de rockgitaren stevig laat brullen en hij zijn wanhoop uitschreeuwt over vastzitten in het systeem zonder een uitweg te zien: "Je m'extrais et je quitte ce system… Ou est passé la sortie dans cette eternité d'errance?".

We krijgen nog 'Bad Trip', waarin hij het leven in Babylon vergelijkt met een "bad trip, en besluiten doet Paris Thys met 'C'est La Merde', waarmee hij er ons aan herinnert dat het overal wel wat is, maar je steeds moet proberen je eigen paradijs te creëren en, en passant, ook nog snel even zijn ideaalbeeld van Parijs meegeeft: "Moi, j'aurai préféré voir Paris sous les tropiques, bercé par un soleil de plomb à midi…".