Reggae.be
Beyond Selassie & Garvey: Muhammad Ali
Roots & CultureMay 09, 2022

Beyond Selassie & Garvey: Muhammad Ali

By Ras Mundele

Naast reggae is ook sport voor heel wat Jamaicanen een belangrijk onderdeel van het dagelijkse leven. Onze aandacht gaat vandaag uit naar een bokslegende die heel wat reggaeartiesten wist te inspireren. In 1999 riep Sports Illustrated hem tot "Sportman van de eeuw" uit, maar buiten de ring leverde Muhammad Ali eveneens strijd. Met zijn daden en militante standpunten droeg hij ongetwijfeld zijn steentje bij in het gevecht voor het verwerven van gelijke rechten voor de zwarte Amerikanen, een kamp die tot op de dag van vandaag onbeslist is.



Nog voor hij, nadat hij op 25 februari 1964 Sonny Liston versloeg, wereldkampioen bij de zwaargewichten werd en voor allerlei songs wereldwijd als inspiratiebron zou dienen, zette Cassius Clay zelf zijn eerste stappen in de muziekwereld. Nadat hij met Sam Cooke bevriend raakte werd in 1963 het album 'I Am The Greatest' (Colombia Records) uitgebracht met daarop komische poëzie en Ali's cover van de hit 'Stand By Me'.

Enkele dagen na het verwerven van de wereldtitel, op vrijdag 6 maart 1964, onthulde Cassius dat hij al enige tijd lid was van de Nation of Islam, een vrij radicale politieke en religieuze beweging die strijd voerde tegen een maatschappij die, in hun ogen, door het Christendom en de blanken werd gedomineerd. Tot op de dag van vandaag blijft Malcolm X het meest charismatische en gekende lid van de organisatie. Die dag deed de bokskampioen eveneens afstand van zijn geboortenaam die in zijn ogen symbool stond voor het slavernijverleden van zijn voorouders. Vanaf nu zou hij als Muhammad Ali door het leven gaan.

Slechte tongen beweerden dat hij lid werd om aan de dienstplicht in de Vietnamoorlog te ontsnappen, niets is minder waar. In 1964 werd Ali afgekeurd op basis van ondermaatse schrijf- en spelvaardigheden. Twee jaar later werd zijn keuring herzien waarbij hij alsnog geschikt bevonden werd voor de militaire dienst. Resoluut weigerde hij, uit persoonlijke overtuigingen, in dienst te gaan. Principieel waren deze onverenigbaar met het strijden voor een land dat mensen met zijn huidskleur als minderwaardige tweederangsburgers beschouwde. Zijn statement, "No Vietcong ever called me nigger!", was hierin vrij duidelijk en deed destijds heel wat stof opwaaien.

Zijn bekering tot de Islam en zijn verzet tegen de Vietnamoorlog hadden tot gevolg dat hij niet langer in de VS mocht kampen. Anderzijds konden zijn stellingnames, bij een deel van de Amerikaanse bevolking, op heel wat sympathie rekenen. In de periode, waarin hij noodgedwongen sportief op non-actief stond, gaf Ali lezingen waarin hij zijn kritiek op de oorlog uitte en pleidooi voerde voor rassengelijkheid. In 1971 werd zijn schorsing door het hooggerechtshof unaniem opgeheven. Hij hervatte zijn carrière en verwierf alsnog een welverdiende plaats tussen de sportlegendes van de vorige eeuw.

In 1984 werd Ali gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson, waarna zijn motorische functies begonnen af te takelen. Achteraf bleek dat het regelmatig opvangen van stoten tegen het hoofd leidde tot wat vandaag bekend staat als bokserdementie. Nadat hij op 2 juni 2016 met ademhalingsstoornissen werd opgenomen in het ziekenhuis van Scottsdale, stierf Ali de dag later om op 10 juni, in zijn geboorteplaats Louisville, begraven te worden.

Op muzikaal vlak steken we niet met een reggaenummer van wal, maar wel met 'In Zaïre', over het legendarische gevecht tussen Ali en Foreman, The Rumble in the Jungle, dat in 1974 in Kinshasa plaatsvond, en waarmee de Britse artiest Johnny Wakelin een wereldhit scoorde. De keuze om de kamp in Zaïre te laten doorgaan was een gemeenschappelijk initiatief van de Amerikaanse bokspromotor Don King en het toenmalige staatshoofd van Zaïre, Mobutu Sese Seko. Voor beiden een win-win situatie waarbij Mobutu hoopte zijn imago op te krikken en waarbij King vooral oog had voor de financiële voordelen. Minder bekend is dat Wakelin eveneens de melige reggaeballade, 'Black Superman', als eerbetoon aan Ali uitbracht: "This here's the story of Cassius Clay who changed his name to Muhammad Ali. He knows how to talk and he knows how to fight and all the contenders were beat out of sight. He floats like a butterfly and stings like a bee Mohammed, the black superman…"

De wedstrijd in Kinshasa diende eveneens als inspiratiebron voor, de in de Black Ark opgenomen 'I Am The Greatest Says Muhammed Ali' (eveneens verschenen onder de titel '8 round to Foreman', 1974), van Dr. Alimantado & The Soul Syndicate. Diezelfde riddim gebruikte Alimantado enkele jaren later op zijn eerste langspeler, 'Best Dressed Chicken In Town' (Greensleeves Records, 1978), voor het nummer 'Ride On'. Ook de 'Mohammed Ali' van Trinity, verschenen op het album 'Three Piece Suit' (Joe Gibbs Records, 1977), laat er geen twijfel over bestaan over wie hij als de grootste beschouwde: "This one is dedicated to the greatest boxer of the world... Ali is the greatest anywhere, with a right and a left... him a punch so fast…".

Dat Ali in 1978, op vraag van president Carter, bemiddelde voor de vrijlating van 63 gegijzelde Amerikanen in de VS-ambassade van Teheran, licht Militant Barry toe in het nummer 'Ayatolla' (Belgische productie, Rasta Connection op het album 'Militant Style', 1980): "63 captives in a Iri-an, Muhammed Ali him a the adviser assigned by President Carter...".

Jaren eerder, op 8 maart 1971, vond in Madison Square Garden (New York) het kampioenschap zwaargewichten tussen Ali en Smokin' Joe Frazier plaats, nog steeds beschouwd als één van de grootste bokswedstrijden uit de geschiedenis. Tijdens Ali's schorsing verwierf Frazier de titel met als gevolg dat voor het eerst twee ongeslagen boksers, beiden wereldkampioen, het tegen elkaar zouden opnemen.

De wedstrijd had voor heel wat Amerikanen, naast de sportieve ook een symbolische en politieke inzet. Ali, die door de autoriteiten tijdelijk aan kant werd gezet, groeide tijdens zijn sportieve ballingschap uit tot een symbool van het anti-establishment. Joe Frazier die zijn dienstplicht in Vietnam wel vervulde kon, in een verdeeld Amerika, op de steun van het pro-oorlogspubliek rekenen. Om die redenen bestempelde Ali zijn tegenstander als een Uncle Tom, een zwarte die zich gehoorzaam en gedienstig gedroeg ten opzichte van de blanke heersers. Frazier won na 15 ronden met eenparigheid van stemmen de wedstrijd, voor Ali betekende dit zijn allereerste nederlaag. In de twee andere wedstrijden waarin ze elkaar bekampten, de Super Fight II (1974) en de Thrilla in Manilla (1975), zegevierde Ali.

Vandaag staat 'Joe Frazier' in de reggaewereld eveneens bekend als een legendarische riddim. In 1972 verscheen Burning Spears, 'He Prayed', een Studio One productie van Clement 'Coxsone' Dodd. Al blijkt de inhoud van het origineel totaal geen verband met de bokser te houden, werd het nummer later eveneens onder de titel 'Joe Frazier' uitgebracht... Over The Sunshine Showdown, een gevecht in het National Stadium van Kingston tussen Foreman en Frazier in januari van 1973, verschenen over diezelfde riddim twee Joe Gibbs 7inch releases van Big Youth: 'The Big Fight' en 'Foreman vs. Frazier'. Dit leidde ertoe dat Dodd de riddim herdoopte tot 'Joe Frazier', sindsdien hergebruikt in talloze songs en zelfs volledige albums, waaronder onder andere 'Knocked out Joe Frazier' (Outernational Records, 1991) en 'Joe Frazer Riddim' (Black Arrow Records, 2011), gebruikt.

Ook Dennis Alcapone's eerbetoon aan Smoky Joe, 'Joe Frazier (Round 2)' (Iron Side, 1972), waarin we op de achtergrond het origineel van Spear nog kunnen horen, behoort tot de vele songs over de riddim. Een merkwaardige switch is dat Alcapone een jaar later hulde bracht aan 'Cassius Clay': "You got to see the man call Cassius Clay in action… throwing punches, that is effective, the brother is fighting constructive… Do your thing, a let mi see your swing. A brother, come a down, a do your ting, move away, Joe Frazier.  Foreman on the top but when Cassius Clay come, him drop…"

Over de kamp tussen Frazier-Foreman in Jamaica gaat het laatste woord naar wijlen The Upsetter die de rivaliteit tussen beiden in het nummer 'Sunshine Showdown' (over 'Give Me Power' van de Stingers) wist te vatten: "George Foreman the fireman has blunted Smokin' Joe Frazier's razor… round one, he was like a scrambled egg in a frying pan…".

Onmogelijk dit schrijven af te sluiten zonder het nummer 'Sugar Ray' van Captain Sinbad, verschenen op het album 'The Seven Voyages Of Captain Sinbad' (Greensleeves Records, 1982), aan te halen… just listen!
Beyond Selassie & Garvey: Muhammad Ali

About the Author

Ras Mundele
Meer

Raakte eind jaren '70 van de vorige eeuw in de ban van reggae muziek. Als lid van Burnin' Ash, één van de eerste Belgische reggaebands, werd hij, als enige met een ander tintje, omgedoopt tot Ras Mundele (Mundele betekent "blank" in het Lingala). Was tot 2000 samen met Aura Lewis actief als leadzanger en toetsenist bij de Tsjaka Band en werkte ook nog een tijdje samen met The Right Prophecy. Pikte enkele jaren geleden de draad weer op als muziek- en songwriter. Al meer dan 40 jaar in de ban van het maatschappelijke, sociale en spirituele gedachtengoed waarmee reggae gepaard gaat, wil hij die boodschap nu ook graag delen via Reggae.be.

Genres

DubRootsReggaeRockPop

Published

May 09, 2022