Reggae.be
'Alles Gaat Voorbij': R.I.P. Henny Vrienten (1948-2022)
Roots & CultureApr 25, 2022

'Alles Gaat Voorbij': R.I.P. Henny Vrienten (1948-2022)

By Jah Rebel

We wisten al sinds het plotse afzeggen van de afscheidstournee in september van vorig jaar dat het niet goed ging met Doe Maar-zanger en -bassist Henny Vrienten, maar toch trof het bericht van zijn overlijden ons als een donderslag bij heldere hemel. De Nederreggae is in diepe rouw, maar Vrienten's muzikale erfenis reikt veel verder…

Net voor de al door de COVID-19 pandemie uitgestelde afscheidstournee publiceerden wij nog een uitgebreid gesprek dat we in 2019 opnamen bij Henny thuis in Amsterdam. We zouden hier een heel in memoriam kunnen neerpennen, maar het leek ons logischer dat lange gesprek hier nogmaals te hernemen:

Henny, ik heb in al die jaren talloze interviews met jou of andere leden van Doe Maar gezien en gelezen, maar slechts heel zelden gaat het daarin over reggae. Heb je dat zelf nooit vreemd gevonden?
Henny Vrienten (zang/bas): "Een beetje wel… Iedere keer als wij weer eens op tournee gaan is het eerste wat wij tegen elkaar zeggen: "We gaan de nadruk op de reggae leggen, want eigenlijk zijn wij gewoon een reggaeband!", maar omdat we ook ska brengen en onze songs natuurlijk Nederlandstalige teksten hebben, kreeg dat in die hele hype die er destijds rondom Doe Maar ontstond natuurlijk de overhand in de pers en was er eigenlijk nooit echt aandacht voor het reggaegedeelte van onze muziek. We stootten natuurlijk af en toe wel eens op een echte reggae-fan die zich dan afvroeg hoe het kon dat een bende blanke Nederlandse jongen reggae speelden, maar voor de rest… Wat wij dus heel eerlijk het allerliefste doen zijn hele lange stukken spelen over geïmproviseerde reggaeritmes. Dat is, naast ska en bluebeat natuurlijk, tenslotte ook één van de hoofdredenen waarom wij er destijds mee begonnen zijn. Maar het was de voorliefde voor die genres die de verschillende leden van Doe Maar echt samenbrachten. We hebben dan al snel besloten om het Nederlandstalig te gaan doen, en daardoor werd het soms wellicht wat meer van onszelf en iets minder reggae. Maar in wezen ben ik er steeds van overtuigd gebleven dat wij gewoon een reggaeband zijn. Dat gezegd zijnde, blijft reggae spelen in Nederland natuurlijk altijd wel een beetje een soort van postkoloniale uitbuiting. Het is muziek die niet echt van ons is, thema's als Rastafari zijn vaak ook niet aan ons besteed, heel veel reggaemuziek wordt eigenlijk gemaakt vanuit de achterstand - net als de blues in de Verenigde Staten bijvoorbeeld - en wij zijn gewoon allemaal weldoorvoede gezonde provincialen. Daarom heb ik het repertoire van Doe Maar altijd met een korreltje zout genomen; die muziek moest van ons worden en vandaar ook dat we het vaak heel Europees mixten of lieten klinken. Als je het namelijk "echt" gaat doen - en daar heb ik heus vaak over nagedacht - betreed je op de een of andere manier het terrein van een ander. Uitbuiting zou ik het niet willen noemen, want het blijft natuurlijk ook een soort hommage, maar het blijft wat dubbel."

In het begin van je carrière heb je nog opgetreden onder pseudoniemen als Ruby Carmichael en Paul Santos en een aantal van de Engelstalige nummers die je in die periode opnam zijn later herschreven en in Nederlandstalige versie heropgenomen voor Doe Maar ('Love Is A Strange Disease' en 'Big Boy' kan je beschouwen als Engelstalige voorproefjes van de Doe Maar-nummers 'Smoorverliefd' en 'Pa', red.).
Henny Vrienten: "Ik maakte toen inderdaad ook al reggae-achtige of Zuid-Amerikaans-getinte nummers ('Bodega Bay', Ruby Carmichael, 1976, red.). Weet je, als je wat ouder wordt ga je inderdaad nadenken over hoe het in godsnaam zo gelopen is dat van alle muziekgenres in de wereld, en in dit geval een genre dat eigenlijk voor mij als kleine Brabander zover van mij afstond, reggae zo hard bij mij binnenkwam en aansloeg. Misschien heeft het te maken met uit een wat achtergesteld gebied komen? Dan ga je al snel denken: "Ik lijd, dus laat ik dan maar blues of reggae gaan spelen!" (lacht)"

Als ik met mensen van jouw generatie spreek, die dus al zeer vroeg naar reggae en ska luisterden en dus ook probeerden die muziek in huis te halen, komen steeds weer die avontuurlijke verhalen terug over hoe moeilijk het toen wel was om aan goeie ska- en reggaeplaten te komen. Hoe was dat voor jou?
Henny Vrienten: "Eerst kende ik eigenlijk alleen maar wat er op de radio kwam. De eerste die mij zo opviel en waar ik meteen helemaal weg van was, was Desmond Dekker met zijn grote hit 'Israelites'. Mijn oren gingen open, ik werd meteen verliefd op die relaxte beat en ook de naïviteit die die muziek uitstraalde. Vooral vanuit het Verenigd Koninkrijk, waar een grote Jamaicaanse of Caribische gemeenschap te vinden was, begon af en toe wat door te sijpelen over het Kanaal. Maar ergens in 1973 of 1974 deed ik als bassist een tournee met Boudewijn de Groot, en behalve dat Ernst Jansz toen ook al piano speelde tijdens diezelfde tournee, maakte Johnny Lodewijks (ex-CCC Inc., Slumberlandband en Rumbones, ook bekend als kunstschilder John Lodi, red.) ook deel uit van dat gezelschap. Johnny is ondertussen helaas overleden (†17 mei 2018, red.), maar hij was een soort straatartiest die heel Europa rondtrok, maar dus ook in Jamaica geraakt was. Hij maakte een soort kunstwerkjes van ansichtkaarten, vaak karikaturaal, maar altijd leuk. Aan zijn trip naar Jamaica had hij ook een hele koffer vol cassettebandjes overgehouden. Later hebben we dan samen de Rumbones gevormd en wanneer we dan weer eens samen in zijn eend (de Citroën 2CV, in België ook bekend als "geit", red.) zaten, draaide hij steeds weer die cassettes en zaten we natuurlijk ook flink aan het "groene gras" (lacht). Ernst vertelt nu nog vaak dat hij dan achter ons reed, die eend op en neer zag gaan op een reggaebeat terwijl er grote wolken rook uit de ramen kwamen! Kan je het je voorstellen? (lacht) Zo ben ik uiteindelijk een grote fan van Toots & The Maytals geworden."

Dat uitte zich dan weer vooral in het repertoire van Rumbones, dat voor zowat driekwart bestond uit covers van nummers van Toots & The Maytals.
Henny Vrienten: "Ja, klopt helemaal. Dat was nog met Johnny Lodewijks op drums, Ernst op toetsen, Piet Dekker op bas en Joost Belinfante en ikzelf op gitaar. Ernst wilde daarna in het Nederlands gaan zingen en richtte Doe Maar op. Maar als je even naar het debuutalbum van de band uit 1979 luistert, dan hoor je vooral calypso en ska, maar maar één of twee reggaenummers. Toen Piet Dekker er echter de brui aan gaf, vroegen ze mij of ik wilde meedoen. Aanvankelijk zag ik dat niet meteen zitten, maar ik herinner me nog goed dat ik daarna tegen Ernst gezegd heb: "Ik wil best meedoen, maar dan moeten we veel meer reggae gaan spelen!". Ik moest dat geen twee keer vragen, want Ernst houdt ook van het genre en de rest is geschiedenis zullen we maar zeggen!"

Wat dat betreft is de cirkel nu mooi rond want samen met Kenny B namen jullie in 2016 ook '5446 Is Mijn Nummer' op een cover van de gelijknamige Engelstalige hit van Toots & The Maytals. Hoe is die relatie met Kenny precies gegroeid?
Henny Vrienten: "Kenny houdt ook enorm van reggae en zou eigenlijk liefst alleen maar reggae willen spelen, maar na 'Parijs' is hij natuurlijk plots een fenomeen in de Nederlandstalige popwereld geworden…"

Met Rumbones hebben jullie wel een historische kans gemist, want Johnny, gepassioneerd als hij was, had op een bepaald moment een tournee in Ibiza geregeld waar jullie zowaar ook in het voorprogramma van Bob Marley & The Wailers zouden spelen!
Henny Vrienten: "Dat had inderdaad gekund! Bob Marley is natuurlijk de koning van de reggae, en hij maakte fantastische muziek, maar hij stond niet bovenaan mijn persoonlijke lijstje. Bob Marley & The Wailers waren wat mij betreft wel de eerste band die die reggaesound ook live echt goed konden brengen, maar persoonlijk had ik het bijvoorbeeld veel meer voor Lee Perry. Ik heb ook nooit wat met idolatrie gehad en wellicht vond ik ons toen ook gewoonweg niet goed genoeg! (lacht) Maar, dat gezegd zijnde, heb ik doorheen de jaren met de allerbeste muzikanten mogen samenwerken, maar ik ben maar heel zelden iemand tegen gekomen die goed reggae kon spelen. Dat is iets heel raars: of je kunt het, of je kunt het niet. Iedereen weet hoe het werkt, want eigenlijk is het heel simpele muziek, maar toch kan bijna niemand het. Ze voelen het gewoon niet!"

Ben jij eigenlijk basgitaar beginnen spelen uit liefde voor de reggae of is je liefde voor dat instrument ontstaan dankzij het reggaegenre?
Henny Vrienten: "Geen van beide eigenlijk… Ik heb eigenlijk mijn hele leven van de muziek geleefd, ook al waren er momenten dat het me geen stuiver opbracht. Maar ik heb nooit wat anders gedaan. Dat betekende dan natuurlijk ook dat ik bijvoorbeeld met carnaval in Middelbeers of Poppel op een biljarttafel vijf dagen lang van 's middags tot diep in de nacht vreselijke hoempapamuziek stond te bassen. Ik moest gewoon zien dat ik aan de kost kwam, dus ik deed echt van alles, ook smartlappen schrijven en van die dingen. Maar ik heb dus wel steeds basgitaar gespeeld en toen we dan met Doe Maar begonnen was dat een puzzelstukje dat prima op zijn plaats viel. Ik was er klaar voor, zeg maar."

Ben jij het soort bassist dat al z'n ganse carrière op hetzelfde model bas speelt?
Henny Vrienten: "Nee, ik speel echt op alles, of, iets genuanceerder, op alles wat ik op dat moment lekker vind klinken. Ik heb een enorme passie voor basgitaren en bezit ondertussen een vrij uitgebreide collectie. Maar als ik met Doe Maar speel gebruik ik wel steeds hetzelfde type bas van het merk Dingwall, dat wel."

Je gaf net al aan dat je eerst wat weigerachtig stond om de rangen te van Doe Maar te vervoegen. Had dat voornamelijk te maken met het feit dat ze een Nederlandstalig repertoire wilden spelen of speelden ook andere redenen een rol?
Henny Vrienten: "Het had eigenlijk veel meer te maken met het feit dat ik toentertijd in een situatie zat waarbij ik mijn eigen studiootje had en voor diverse uitgeverijen in Nederland liedjes schreef voor heel uiteenlopende artiesten als The Blue Diamonds, The Cats en zelfs Boney M. Eigenlijk ging het me financieel best voor de wind en om dan het risico te nemen om bij zo'n band gaan te spelen, die op dat moment nog helemaal niets verdiende, was toch wel een grote stap."

De wisselwerking tussen Ernst Janz en jezelf wordt wel eens vergeleken met die tussen Paul McCartney en John Lennon. Kan je je daar ergens in vinden?
Henny Vrienten: "Eigenlijk wel, want behalve dat we hele goede vrienden zijn en dezelfde muziek maken, zijn we natuurlijk wel twee verschillende mensen en denken we muzikaal ook vaak een andere richting op. McCartney zagen we vroeger als de zoetgevooisde mooie jongen en Lennon was dan weer meer de rebel, en eigenlijk was dat bij ons ook wel een beetje zo, want Ernst hield van romantische liedjes en wilde bijvoorbeeld nooit een harde metafoor in zijn nummers, terwijl ik bijna niets anders deed. Het wondere is dat dat wel zeer goed werkte."

Persoonlijk heb ik Doe Maar dan weer altijd het Nederlandse antwoord op The Police gevonden.
Henny Vrienten: "Juist, ja… Nou, daar zijn we dus ook ongetwijfeld door beïnvloed, maar nu we toch bezig zijn… Veel mensen hebben die link nooit gelegd, maar ik ben ook zwaar beïnvloed door het vroege werk van Joe Jackson en door 2 Tone-bands als The Specials natuurlijk."

Gregory Isaacs scoorde in 1982 een enorme reggaehit met 'Night Nurse'. Was 'Nachtzuster' jullie Nederlandstalige antwoord op zijn nummer?
Henny Vrienten: "Ik luisterde toen enorm veel reggae, dus moet dat nummer vast ook wel ergens gehoord hebben, maar het is niet zo dat ik me daar bewust van geweest ben toen ik 'Nachtzuster' schreef. Zo werkt het onderbewuste nu eenmaal. Het is me later natuurlijk wel opgevallen en niet alleen bij dat nummer hoor."

Van 'Doris Day En Andere Stukken' is in 1982 ook een dubversie verschenen, getiteld 'Doe De Dub'.
Henny Vrienten: "Ik had al wel wat dub gehoord, luisterde, zoals eerder vermeld, heel veel naar de producties van Lee Perry, en wat ook bijna niemand weet, is dat ik het ook daarna nog eens gedaan heb voor fluitiste Chris Hinze. Die had in 1980 het album 'Word, Sound And Power' (ook bekend als 'Bamboo Reggae' of 'Kings Of Reggae', red.) opgenomen met Sly Dunbar, Robbie Shakespeare en nog een hoop andere Jamaicaanse muzikanten, en toen ze enkele jaren later 'Doe De Dub' hoorde, vroeg ze mij of ik van haar album ook een dubversie kon mixen en dat is uiteindelijk 'Hot Dub' geworden (Keytone, 1984, red.)."

Bij de release van 'Doe De Dub' was de Doe Maar-hype in Nederland al in volle gang en werd jullie publiek ook alsmaar jonger. Hoe reageerden jullie fans op zo'n volledig instrumentale dubplaat?
Henny Vrienten: "Die is goed verkocht omdat we Doe Maar waren, maar anders waren we wellicht al blij geweest met enkele verkochte exemplaren! (lacht) Maar ik moet daar dan ook weer aan toevoegen dat ik nu nog vaak mensen tegenkom die me zeggen dat ze dat net de leukste plaat vinden die wij destijds gemaakt hebben. Een doorslaand succes zou ik het echter niet noem, want destijds begrepen veel mensen gewoon niet wat we aan het doen waren! (lacht) Ik kreeg dat idee en vroeg Ernst: "Zal ik eens een paar dubs van onze nummers maken?", waarop hij zonder veel interesse antwoordde: "Nou ja, waarom ook niet, ga je gang!", en zo ben ik dan 's nachts samen met een technicus de studio ingedoken en het resultaat was 'Doe De Dub'. Leuke ervaring en leuk werk!

Moet je volgens jou bepaalde skills in huis hebben om een goeie dub af te leveren?
Henny Vrienten: "Moeilijk vond ik het nou ook weer niet… Je haalt een boel weg, gooit er een echootje over hier en daar en je geeft zo'n nummer natuurlijk wel een heel andere vibe. In plaats van het originele liedje zet je ineens een sfeer neer, en ik houd daar wel van."

Een van de grootste hits op 'Doris Day En Andere Stukken' was natuurlijk het titelnummer 'Doris Day', dat jullie nog steeds live brengen. In dat nummer zitten talloze verwijzingen naar het televisiegebeuren van destijds. Voor 'Versies/Limmen Tapes' hebben jullie een hoop eigen materiaal in een nieuw muzikaal jasje gestoken. Er nooit aan gedacht om de tekst van nummer aan te passen aan de huidige actualiteit?
Henny Vrienten: "Neen… Op 'Versies/Limmen Tapes' staat wel een versie door Sef en Spinvis, en die hebben dat wel enigszins gedaan, maar zelf doe ik dat nooit. Ik zing ook nog steeds: "Wel een beetje raar, 32 jaar…", terwijl ik ondertussen de zeventig al gepasseerd ben. Je gaat bijvoorbeeld ook geen stropdassen op 'De Nachtwacht' van Rembrandt aanbrengen omdat die kanten kraagjes nu niet meer in de mode zijn! (lacht) Het gaat erom dat je eerbied moet hebben voor het tijdperk waar je uit komt en voor je eigen repertoire ook. We hebben dat toen zo gemaakt en wisten waarom, de mensen vinden het nog steeds leuk en het is wat het is."

Zo komen we wel in een wat dubbele situatie terecht, want één van de redenen waarom jullie toentertijd gestopt zijn was omdat jullie vonden dat jullie publiek te jong begon te worden om jullie teksten mee te brullen, terwijl jullie nu eigenlijk voor een publiek staan dat enerzijds te oud is om nog echt voeling met die teksten te hebben of te jong om al die verwijzingen naar dat tijdperk waar je het net over had nog te vatten.
Henny Vrienten: "Ik zie dat toch anders… Kijk, ik ben ervan overtuigd dat in iedere man nog dat jongetje woont die hij ooit was. Je kan dan als ouder wordende artiest op een kruk gaan zitten en met een bluesgitaar om nog eens zachtjes je repertoire overdoen of je kan het houden zoals het was. Zo heb ik wel eens concerten van Bob Dylan gezien waarbij je na drie minuten nog aan het denken bent welk nummer hij nou aan het vertolken is, maar daar staat dan weer een Paul McCartney tegenover die elke rifje nog precies zo speelt zoals hij het destijds ook al deed. Die nummers zijn een soort van cultureel erfgoed geworden en om daar dan aan te gaan zitten prutsen is enerzijds een gebrek aan respect naar je eigen werk toe, maar ook naar je fans, want die zitten op die hits te wachten. Bij Doe Maar durven we wel eens met lange dub-achtige outro's komen aanzetten, maar de liedjes zelf blijven intact."

Nog even voortbordurend op datzelfde thema… In 2017 heb je deelgenomen aan het Belgische televisieprogramma 'Buurman, wat doet u nu?' waarin je voor enige controverse zorgde door over 'Nederwiet' te stellen: "Ik heb dat altijd het minste Doe Maar-liedje gevonden. Dat viel toen goed omdat toen iedereen stiekem rookte. Ik sta daar ook niet zo achter. Toen het (cannabis, red.) begon, was dat een onschuldig overgewaaid plantje, en dat kwam naar hier en het plantje had het moeilijk met het klimaat. Dat zijn ze toen gaan telen, steeds sterker gaan maken en op effect gaan fokken, jarenlang. Wiet is nu een erg gevaarlijk spul geworden, daardoor komen mensen in de psychische problemen. Ik kan 'Nederwiet' niet meer zingen voor 20.000 kinderen. Stel dat er één in de problemen komt, dan is dat gedeeltelijk mijn schuld.".
Henny Vrienten: "'Nederwiet' is altijd al onze achilleshiel geweest, vind ik zelf. Het is een nummer van Joost Belinfante. Dat is geen vast lid van de band, maar wij weten dat we iedereen blij maken als hij er toch bij is, dus dat doen we dan graag, maar persoonlijk sta ik helemaal niet meer achter de tekst van dat nummer. Nederwiet is geëvolueerd naar ongelofelijke troep die ondertussen veel slechts teweegbrengt, simpelweg omdat het niet meer dat onschuldig plantje is dat wij in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw rookten. Het spul dat vandaag de dag verkocht wordt, brengt heel veel mensen in psychische problemen en daarnaast heb je dan ook nog eens die hele rare gedoogconstructie in Nederland, en dat maakt voor mij dat ik niet meer uit volle borst 'Nederwiet' kan staan zingen.

Voor 'Versies/Limmen Tapes' hebben jullie wel een nieuwe versie opgenomen, waarvoor Joost de tekst mooi aangepast heeft.
Henny Vrienten: "Klopt, maar Joost is dan ook iemand die goed nadenkt over die dingen en hij heeft dat heel leuk opgelost. Het wel of niet live spelen is voor mij ook geen halszaak - ik zal niet gaan dwarsliggen als de rest van de band het wel wil brengen - maar ik mag er wel mijn mening over hebben.".

Voor dat album koppelde het Top Notch label, dat vooral naam verwierf met Nederhop, jullie met het kruim van de Nederlandse hip-hop. Heb je zelf wat met dat genre?
Henny Vrienten: "Ik herken bij die jongens vooral de gedrevenheid en eigenwijsheid die ik ook had toen ik zo jong was. Ik hou wel niet zou erg van het taaltje dat ze vaak hanteren, maar het is wel van hen. Toen we pas met Doe Maar begonnen zaten Ernst en ikzelf over onze teksten te praten en na te denken. Dat was toen de periode van artiesten als Boudewijn de Groot of Rob de Nijs, en die hadden allemaal van die hele mooie poëtische nummers. Wij besloten toen dat we alleen maar wilden schrijven in de taal die we ook spraken, en dat is precies wat die rappers ook doen. Alleen is dat taaltje in enkele decennia natuurlijk wel wat geëvolueerd! (lacht) Ik moet wel zeggen, muzikaal vind ik het niet altijd even boeiend, maar af en toe dan toch weer wel. In België hebben jullie bijvoorbeeld Brihang, die kerel is echt goed, maar van onze Boef moet ik dan weer niet weten, terwijl zijn nummers toch miljoenen keren gestreamd worden."

Een faits divers, maar jullie '4US' album was in 1983 meteen ook het allereerste Nederlandstalige album dat op het toen nog nagelnieuwe CD-format verscheen.
Henny Vrienten: "Leuk dat je dat weet! Ik herinner me nog goed dat onze platenmaatschappij ons kwam melden dat ze het album ook op CD zouden uitbrengen, waarop wij: "Een CD? Wat is dat?" (lacht) Om het ons te tonen en te laten horen kregen we toen ook allemaal een CD-speler cadeau. Ik vond het niks, het klonk niet en dat vind ik nog steeds."

Men zegt vaak dat wat je op CD hoort helemaal anders klinkt dan op een vinylplaat, maar één van jullie fans heeft blijkbaar ontdekt dat wat '4US' betreft dat ook daadwerkelijk klopt.
Henny Vrienten: "Er is daar inderdaad iets gebeurd, en dat heeft heel erg te maken met die platenmaatschappij waar wij toen bij zaten, Telstar. Zo hebben we bijvoorbeeld ontdekt dat al onze oude opnametapes verdwenen zijn omdat Johnny Hoes, de eigenaar, die banden nogal duur vond en ze dus constant hergebruikte. Bij '4US' bleek dan dat de vinyl-mix niet zo goed werkte bij de transitie naar CD en toen heeft Johnny samen met de technicus waar wij toen mee werkten, uit onkunde en onwetendheid eigenlijk, het geheel gewoon even zonder ons medeweten opnieuw laten mixen voor de CD-versie! Ik vind onze originele mix nog steeds stukken beter, maar als men het mij niet verteld had, had ik het wellicht nooit gemerkt want ik luister nooit naar die dingen (CD's, red.)! (lacht)"

Doe Maar is gestopt in 1984, maar om nu te zeggen dat de reggae meteen je bloed uit was, is wellicht een brug te ver, want voor je solodebuut 'Geen Ballade' nam je 'Als Je Wint' op samen met Herman Brood en in 1985 produceerde je het 'Habba!' album van Raymond Van Het Groenewoud.
Henny Vrienten: "Ja dat klopt wel denk ik… Ik heb ook menig soloalbum opgenomen dat totaal niet reggae-getint was, maar in sommige nummers rook het er wel nog enigszins naar. Neem bijvoorbeeld het nummer 'Meer Moet Dat Niet Zijn' uit het album 'Alles Is Anders' (Top Notch, 2015), dat is niet helemaal reggae, maar heeft wel een zeer gelijkaardige beat. Ik word heel vaak de reggae-richting opgezogen als ik aan het componeren ben, maar soms ga ik ook bewust die kant niet op."

Jullie zijn met Doe Maar ooit nog op de Nederlandse Antillen beland. Hadden jullie als Nederlandse reggaeband nooit de ambitie om ook eens op Jamaica te spelen of op te nemen?
Henny Vrienten: "Nee, het idee trekt me zelfs helemaal niet aan. Je komt als buitenstaander toch nooit achter die mystiek en je hebt daar een hele florerende reggaehandel waar iedereen probeert een graantje van mee te pikken, maar eigenlijk is het allemaal vergane glorie en persoonlijk prefereer ik om de mythe in stand te houden met de beelden die ik in mijn hoofd heb."

Je omschreef Rastafari, de filosofie die vaak hand in hand gaat met, eerder al als: "…niet aan ons besteed". Heb je daar op de één of andere manier toch iets kunnen uithalen of was het je toch te vreemd en exotisch?
Henny Vrienten: "Ik vond het zeker niet vreemd en begreep het heel erg goed. Het ging ook heel goed samen met in een bepaalde sfeer komen dankzij het gebruik van cannabis, maar ik vond het inderdaad heel erg exotisch en ben zelf niet gelovig dus voor mij was het een kant die ik gewoon niet op kon. We hebben er ook nooit één woord in ons repertoire aan gewijd. Nu zullen sommigen zeggen dat het geen godsdienst is, maar als je goed naar die teksten luistert hebben ze het toch steeds weer over Jah of keizer Haile Selassie. Het was gewoon niet ons ding en als we er toch wat mee gedaan hadden zou het dan ook puur opportunistisch geweest zijn."

Na je periode bij Doe Maar heb je ook nog een hele carrière als componist van filmsoundtracks opgebouwd en ik geloof dat The Magnificent Seven daar zeker een rol in gespeeld hebben.
Henny Vrienten: "The Magnificent Seven, was een bandje van zeven muzikanten (naast Henny op bas, gitaar en vocalen, ook nog Roland Brunt op saxofoon, fluit en vocalen, Jakob Klaasse op toetsen en vocalen, Joost Belinfante op trombone, viool en vocalen, Jan Pijnenburg op drums, percussie en vocalen, Jan de Hont op gitaar en vocalen en Fay Lovsky op xylofoon, keyboards en vocalen, red.) waarmee we grote klassiekers uit de filmgeschiedenis zijn beginnen naspelen, maar dat groeide al snel uit tot een theaterspektakel dat wel steeds leuker werd, maar ook steeds gekker. Zo herinner ik me nog goed dat op een bepaald moment Joost Belinfante in lederhose 'Edelweiss' stond te zingen op een bergtop! (lacht) Het werd echt camp, maar de show had veel succes, want we hebben uiteindelijk vijf theaterseizoenen uitgezongen, telkens met een ander programma."

Daarop voortbouwend ben je dan uiteindelijk ook zelf filmsoundtracks beginnen componeren, maar hoe is die bal precies aan het rollen gegaan?
Henny Vrienten: "Het is eigenlijk eerder begonnen, omdat een regisseur, Vivian Pieters, mij, zowat een week nadat Doe Maar gestopt was, vroeg om de muziek voor haar nieuwe film ('De Prooi', 1985, red.) te schrijven. Ik denk dat zij toen dacht van: "Oh, dan zet hij daar wel leuke reggaedeuntjes onder!", maar ik ben toen serieuze filmmuziek gaan maken. Dat wil zeggen veel nadenken, kijken hoe het verhaal van de film in kwestie in elkaar zit en dan muziek proberen te bedenken die en mooi is en het verhaal verder helpt."

Ten tijde van Doe Maar mag je dan je publiek nog te jong zijn gaan vinden, jaren later heb je aardig wat tijd in kinderprogramma's als 'Het Klokhuis' en 'Sesamstraat' gestoken.
Henny Vrienten: "Dat was niet omdat ik plots een drang voelde om met of voor kinderen te werken, maar vooral omdat Harry Bannink, de componist van onder andere 'De Stratemakeropzeeshow', 'De film van Ome Willem' en 'Ja zuster, nee zuster', er eigenlijk op zijn vijfenzestigste mee wilde kappen. Dat vonden ze bij de toenmalige NOS echter zo dramatisch, dat ze hem smeekten om toch maar te blijven en dan desnoods een assistent te nemen. En die assistent, dat ben ik dus geworden! Ik ben er dus als het ware ingerold, maar al snel bleek dat ik het zo geweldig leuk vond, dat ik het ben blijven doen. Het zal je wellicht verbazen, maar het is nog één van de weinige plekken waar je nog echt je best kunt doen en de ruimte krijgt om een mooi liedje te maken."

Een project waar we het zeker ook nog even moeten over hebben is de hoogmis die je absoluut wilde schrijven. Waar kwam dat verlangen precies vandaan?
Henny Vrienten: "Wel, ik ben helemaal niet religieus, ik denk dat je mij zelfs eerder een godsontkenner zou moeten noemen, dus dat al zeker niet, maar ik hou enorm van poëzie en dan nog vooral het soort poëzie die in dienst van een hoger ideaal geschreven is. Zo heb je bijvoorbeeld Juan de la Cruz, een zestiende-eeuwse Spaanse monnik, die prachtige verzen geschreven heeft waarin hij zijn liefde voor God uitte, en in de twintigste eeuw had je dan weer bijvoorbeeld T.S. Elliot, die er ook heel religieuze opvattingen op na hield en eigenlijk in dienst van zijn geloof schreef. Dat soort opoffering aan een geloof in iets wat niet bestaat heeft de mooiste dingen opgeleverd die je maar kunt bedenken. Ik had persoonlijk al musicals, theaterstukken, balletten en filmmuziek geschreven en dat was nog een discipline waaraan ik me wel eens wilde wagen. En dan steek je je nek uit, want dan ben je meteen omringd door de allergrootsten zoals Mozart en Bach, dus dat is geen klein bier. Ik heb dat een keertje laten vallen tijdens een interview en twee weken later werd ik al gebeld met de vraag of ik dat echt zag zitten en zo geschiedde…"

Wat is eigenlijk het geheim van het lange leven dat Doe Maar dan toch uiteindelijk beschoren is?
Henny Vrienten: "Lekker samen spelen! Dat en niks anders… Er zijn natuurlijk ook wat randverschijnselen, want door dit te blijven doen blijf je je natuurlijk ook jong en vitaal voelen. Als ik weet dat ik live op een podium moet staan, wil ik liefst mijn bas voor en niet op mijn buik! (lacht) Dus, ik zorg dat ik in vorm ben, ga wat vaker zwemmen, neem vaker mijn instrument ter hand… allemaal omdat ik daar liefst niet als een zoutzak op dat podium wil staan. Helemaal niet om te imiteren wie je ooit was - ik ga me heus niet opnieuw in een paar van die nauwe broekspijpen hijsen of weer kapotte shirtjes bovenhalen (lacht) - maar wel omdat wanneer ik me weer in de arena tussen de leeuwen vertoon, ik er liefst fit bij sta. Kijk als je vijfenzestig wordt en in een stoel achter de geraniums gaat zitten, ga je volgens mij echt eerder dood."

Tot slot dan… Men zegt wel eens dat je het pas echt gemaakt hebt als je ook gepersifleerd wordt. Die eer is Doe Maar een aantal keer te beurt gevallen, met onder andere persiflages door Van Kooten en De Bie ('Geld Is Alles'), Pisa ('34', een parodie op 'Sinds 1 Dag Of 2 (32 Jaar)') en Jiskefet ('Op Het Dak'). Welke is je het meest bijgebleven?
Henny Vrienten: "Tja, dat moet toch die van Van Kooten en De Bie zijn! 'Geld Is Alles', zo leuk! (lacht) Maar er waren er ook een hoop negatieve hoor! Ik heb beneden nog een single liggen getiteld 'Sinds 1 Dag Of 2 Heb Ik Diarree' en het bandje heet Doe Maar Niet! (lacht) Ook toen ik nog in Tilburg woonde had je daar een café dat zo heette, maar dat vind ik gewoon grappig. Doe Maar heeft altijd een heel sterke tegenbeweging gekend en wat mij betreft terecht!"

We besluiten graag met een kort vers uit Doe Maar's 'De Laatste X':

Dit was de laatste keer
Ik red het wel al doet het zeer
De allerlaatste keer

Duizendmaal bedankt Henny, het ga je goed! Sterkte aan familie, vrienden en de duizenden fans… Henny Vrienten werd 73, een doodsoorzaak werd niet bekendgemaakt.

Foto: © Studio Brussel
'Alles Gaat Voorbij': R.I.P. Henny Vrienten (1948-2022)

About the Author

Jah Rebel
Meer

Lag samen met Jah Shakespear aan de basis van Reggae.be; eerst als recensent en interviewer, en vanaf eind 2014 ook als hoofdredacteur. Verdeelt zijn tijd tussen zijn twee passies: muziek en Haile Selassie.

Genres

DubSkaReggaePop

Published

Apr 25, 2022