George Lester Jackson werd op 23 september 1941 in Chicago (Illinois) geboren en overleed op 21 augustus 1971, doodgeschoten op de binnenplaats van de San Quentin gevangenis. De man werd net geen 30 jaar oud, en twaalf ervan bracht hij achter de tralies door.
In 1956 verhuisde het gezin Jackson naar Los Angeles, Californië, waar George, als minderjarige, reeds verschillende veroordelingen opliep die hem naar het jeugdhervormingscentrum van Paso Robles leidden. Op 18-jarige leeftijd liep hij een gevangenisstraf van minimaal één jaar op (in het Amerikaanse rechtssysteem betekent dit dat je jaarlijks voor een commissie verschijnt die over vrijlating of verlenging van de straf beslist) voor zijn deelname, als bestuurder van de vluchtwagen, aan een overval op een benzinestation waarvan de buit 70 US dollar bedroeg.
Als gevangene maakte George kennis met de ideeën van de Black Panter Party, een militante linkse Afro-Amerikaanse politieke organisatie. De beweging, waarvan hij lid werd, had tot doel zich in te zetten voor de burger- en sociale rechten van de zwarte Amerikanen; een strijd waarbij ze geweld als een aanvaardbaar middel beschouwden. In 1966 richtte Jackson, tijdens zijn detentie in de gevangenis van San Quentin, samen met W.L. Nolen de Black Guerilla Family op, een marxistische beweging die ijverde tegen ongelijkheid, voor het behoud van de eigenwaarde binnen de gevangenismuren en met als einddoel het omverwerpen van de Amerikaanse regering. De organisatie is nog steeds actief en telt tegenwoordig tussen de 150 en 300 leden.
In 1969 werd Jackson, samen met Nolen naar de Soledad-gevangenis overgebracht. Ondanks raciale spanningen in de penitentiaire inrichting opende de directie in januari 1970 een gemengde binnenkoer voor tien blanke en zeven zwarte gedetineerden. Al snel leidde dit tot spanningen en handgemeen. In het tumult opende een bewaker, vanuit zijn toren, het vuur met de dood van drie zwarte gevangenen tot gevolg. De vrijspraak van de bewaker, slechts drie dagen na het incident, zorgde in Soledad voor zwaar protest. Tijdens het oproer werd een blanke cipier over een reling geduwd met een dodelijke val tot gevolg. Een maand later werd Jackson samen met twee medegevangenen, Fleeta Drumgo en John Clutchette, beschuldigd voor de moord op de bewaker.

Vervolgens werden de drie beschuldigden naar de streng beveiligde vleugel van de gevangenis verwezen en raakten ze bekend onder de naam Soledad Brothers. Tijdens het strakke regime bracht Jackson 23 uur per dag in afzondering door; een periode die hij doorbracht met studeren en het schrijven van twee boeken, 'Soledad Brother - The Prison Letters of George Jackson' (1970) en het postuum verschenen 'Blood in My Eye' (1972), die beiden bestsellers werden en wereldwijd aandacht trokken.
Op 21 augustus 1971, drie dagen voordat George voor de rechter moest verschijnen, werd hij, in wat de overheid een ontsnappingspoging noemde, gedood op de binnenplaats van San Quentin. Volgens de officiële versie was Jackson in het bezit van een 9mm automatisch Astra pistool dat zijn raadsman, Stephen Bingham, de gevangenis in zou hebben gesmokkeld Bingham werd hiervoor in 1984 vrijgesproken en van het wapen werd ook nooit een spoor teruggevonden. Volgens de autoriteiten werd het na de ontsnappingspoging vernield. Getuigenissen van medegevangenen stellen daarentegen dat hij niet gewapend was en niet van plan was te ontsnappen of te rebelleren.
De alternatieve pers en linkse commentatoren stelden dat de FBI en de gevangenisadministratie het ??incident, dat tot Jacksons eliminatie leidde, zelf veroorzaakten. Een plan dat volgens hen deel zou hebben uitgemaakt van een samenzwering van de Amerikaanse overheid om de burgerrechtenbeweging en de Black Panthers buiten spel te zetten (COINTELPRO of Counter Intelligence Program, was een reeks van geheime en deels illegale projecten die werden uitgevoerd door de FBI gericht op het observeren, infiltreren, in diskrediet brengen en verstoren van binnenlandse politieke organisaties).
Op 27 maart 1972, enkele maanden na het overlijden van Jackson, oordeelde een jury in San Francisco na protesten van de Black Panthers en andere activisten dat alle aanklachten tegen de Soledad Brothers ongegrond waren omdat de staat er niet in was geslaagd de zaak te bewijzen. De overlevende Soledad broeders, Clutchette en Drumgo werden vrijgesproken van de moord op de gevangenisbewaker.


Tot op heden blijft het verhaal van de Soledad Brothers een van de meest besproken zaken in de geschiedenis van de burgerrechten in de Verenigde Staten.
Al in november 1971 werd een
eerste muzikaal eerbetoon opgenomen door niemand minder dan Bob Dylan: "I woke up this mornin', there were tears in my bed. They killed a man I really loved, shot him through the head. Lord, Lord, they cut George Jackson down. Lord, Lord, they laid him in the ground. Sent him off to prison for a seventy-dollar robbery. Closed the door behind him and they threw away the key. He wouldn't take shit from no one. He wouldn't bow down or kneel. Authorities, they hated him because he was just too real. Prison guards, they cursed him as they watched him from above. But they were frightened of his power they were scared of his love. Sometimes I think this whole world Is one big prison yard. Some of us are prisoners, the rest of us are guards."
Waarschijnlijk is
'Uncle George' van Steel Pulse, verschenen op het hoger aangehaalde album 'Tribute To The Martyrs', de meest gekende reggaeverwijzing naar zijn verhaal: "This one's in memory of, Uncle George we brethrens aware, we sympathize, now rest in peace. George Jackson Soledad brother, malicious, unjust society, he became revolutionary … Eleven years he's beared the scars of injustice, deeper scars remain of solitary confinement. No you can't trust the fuzz, he only stole seventy dollars. He was advised to plead guilty. He got not one year but life for demanding his rights … Prevented, prohibited, from pardon and parole, just a foolish youth, from backraw man he stole. Now he lies there rotting in a morbid morgue. The fuzz claimed he suffered a disease called rebelling for a cause."
Op 'African Holocaust' deden ze het trouwens nog eens over en werd de man met zowel
'George Jackson' als 'Uncle George' zelfs tweemaal eer bewezen.
Op het album 'Dub Me Crazy 12: Dub Maniacs On The Rampage' (Ariwa, UK 1982), van de Guyanees-Britse dub- en jungleproducer Mad Professor (Neil Joseph Stephen Fraser), draagt een van de nummers als titel
'Soledad Brothers'.
Ook op het album 'International Heroes Dub' van Scientist With The Forces Of Music (Tamoki Wambesi Dove, UK 1989), dat reeds in een vorig artikel werd aangehaald, kreeg
'George Jackson' een dub naar hem vernoemd.
Rebelling for a cause, één van de belangrijkste bestaansredenen van reggae…