Krop in de keel. Tranen in de ogen. Emoties-à-gogo. Ik herinner me niet dat Bob Marley zelf mij in 1980 zo beroerd heeft (toen ik hem zag in Vorst-Nationaal) als Arinzé Kene in de musical 'Get Up Stand Up'. Misschien omdat ik toen nog helemaal geen fan was van Bob, hoe onwaarschijnlijk dat nu ook mag klinken. Wij gingen naar hem kijken omdat hij nu eenmaal de koning van de reggae was, een internationale ster, nog altijd de enige reggaezanger die grote concerthallen kon en kan vullen. Ik kende ook nog maar een fractie van Marley's werk, zijn laatste drie platen en een handvol vintage tunes. Voor de rest was ik vooral onder de indruk van mijn eerste bezoek aan Vorst-Nationaal, van de grote toeloop en de collectieve vervoering in zo'n grote zaal, en van de positive vibrations zoals Bob Marley die voor ons zelf gedefinieerd had.



Een kleine 42 jaar later ligt Bob Marley me nauwer aan het hart dan ooit tevoren. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik zijn songs ging waarderen, en hoe vaker ik (soms tot tranen toe) getroffen werd door de poëzie en relevantie van zijn teksten. Tal van boeken en artikels gaven mij een inkijk zijn leven en lijden. Ik was zelfs zo pretentieus om zelf een boek te schrijven over Bob Marley, een drang waaraan ik als auteur niet kon weerstaan. Om maar te zeggen dat ik de man echt wel hoog heb zitten. Als muzikant en songschrijver hoefde hij niet onder te doen voor Bob Dylan of Paul McCartney (en dan niet alleen in het westen), als rebel en influencer avant-la-lettre kent hij nog altijd zijn gelijke niet. Ik heb niet veel helden maar Bob Marley is er zeker een van.
En dat kwam dus allemaal samen in die musical op West-End. Voor wie een hekel heeft aan dat genre: in deze productie wordt gesproken taal niet dwangmatig omgezet in zang, en de liedjes zijn gewoon een resem klassiekers uit Marley's oeuvre (zie onderaan), veelal live gespeeld door een uitstekende vijfkoppige band, af en toe aangevuld met blazers. Hoofdrolspeler Arinzé Kene heeft uiteraard niet de stem van Bob, noch diens uitstraling of authentieke dreadlocks, maar die mentale drempel moet je nu eenmaal nemen. Als je daar niet toe bereid bent en het vergelijken niet kunt laten, ga je beter niet kijken.
Wij wisten van meet af aan dat het goed zat. Vooraf weerklinkt fantastische, originele sixties ska door de luidsprekers, en niet alleen van The Wailers. De loge rechts vooraan is ingericht als vintage DJ-booth, en daar verschijnt ook het eerste personage, DJ Sway, die meteen laat verstaan dat Jamaicaans patois de boventoon zal voeren in deze musical, op zich al een unieke ervaring natuurlijk. Dat het accent van Kene ook al eens Afrikaanse trekjes vertoont, is detailkritiek.
Je wordt trouwens onmiddellijk meegezogen in het levensverhaal van Bob Marley, en dus ook van de Jamaicaanse sufferers. 'Could You Be Loved' vraagt zijn moeder hem als kind al wanneer ze hem van Nine Miles naar Kingston stuurt. De songs staan niet chronologisch geprogrammeerd maar eerder thematisch, in functie van het script. Gabrielle Brooks (Rita Marley) brengt pas naar het einde toe een hartverscheurend mooie versie van 'No Woman, No Cry', in deze musical een ode aan alle bedrogen vrouwen. Een knotsgekke (producer) Lee Perry zingt 'Punky Reggae Party', daadwerkelijk zijn idee nadat hij met Bob in Londen in 1977 de punkers tegen het lijf was gelopen. 'Concrete Jungle' gaat plots over het mistroostige Birmingham, waar Peter Tosh en Bunny Wailer besluiten om er de brui aan te geven. Andere liedjes krijgen een plaats in Bobs vele mentale worstelingen, met zijn verleden, met relaties en vriendschappen, met het succes, met zijn kanker. 'Redemption Song' is niet de voorspelbare afsluiter (toch de laatste track van Marley's laatste studioalbum) maar bekroont een lange monoloog over slavernij en discriminatie. 'War' ondersteunt uiteraard wel de passage over Haile Selassie.
Tussen al die liedjes, dialogen en kleine jokes (vooral in het samenspel tussen de drie Wailers) horen we originele interviewfragmenten en zien we historische foto's en documenten. Het decor staat volledig in het teken van de Jamaicaanse studio- en soundsystemcultuur, met gesimuleerde luidsprekertorens. Vele kleine weetjes en uitspraken bevestigen dat de makers van de musical hun werk nauwgezet gedaan hebben. Peter Tosh gewaagt van politricks en Chris Whitewater (in plaats van Blackwell). De Big T(h)ree uit 'Small Axe' waren wellicht inderdaad Coxsone Dodd, Duke Reid en Prince Buster. Ja, Bob Marley had goeie contacten met original gangsters als Claudie Massop en Bucky Marshall en heeft zijn manager Don Taylor ooit een revolver tegen het hoofd gezet en met de dood bedreigd. Het pleit voor de familie Marley (die uiteraard haar goedkeuring moest geven voor deze productie) dat ze die schaduwkanten niet heeft willen verhullen. Toch nog één puntje van kritiek: volgens ons was het Duke Reid die weleens met een revolver stond te zwaaien in de studio en niet Coxsone Dodd. Maar we waren er zelf niet bij natuurlijk, en hoeveel nerds zouden dat opmerken?
Als je het verhaal van Bob Marley vertelt, kan ook de ganja uiteraard niet ontbreken. Er wordt serieus wat afgeblowd op het podium, zij het uiteraard geen echte wiet. Terwijl je in de Britse theaters wel gewoon je drank mag meenemen, hele flessen en karaffen zelfs. Dat zal naar het einde van de musical zeker helpen om de zaal aan het dansen te krijgen, wat naar verluidt telkens opnieuw gebeurt. Hoewel wij tegen dan ook al lang overstag waren gegaan, zonder drugs en drank, licht euforisch en geëmotioneerd omdat Bob Marley zelf zich geen mooier eerbetoon had kunnen wensen, en zijn leven en persoonlijkheid hier zo treffend worden uitgebeeld.
De kans is klein dat deze musical ooit naar België komt, toch niet in de huidige patois-uitvoering. Voor een Engelstalige klinkt dat misschien nog als plat Antwerps voor ons, maar wie niet een beetje vertrouwd is met de Jamaicaanse taal ontgaan allicht een hoop grapjes en nuances. De tickets zijn niet goedkoop (dit is West End!), tussen 25 pond op de hoogste balkons en 135 pond helemaal vooraan. Wij zaten voor 85 pond per persoon op de zesde rij. Nog minstens tot eind 2022.
Flipperkast en Ajax-shirt



De volgende dag Jamaicaans vroeg uit de veren om naar de Saatchi Gallery te gaan. We hadden ons ingeschreven (en bijbetaald) voor een yogasessie in het One Love Forest, op muziek van Bob Marley (!), voor de openingsuren van de Bob Marley Experience, zoals deze expositie gedoopt werd. Dat klinkt achteraf bekeken magischer dan het was. Het One Love Forest bleek gewoon een zaaltje met een plastic grastapijt en dito palmbomen waar, zoals overal in het museum, Marley-nummers weerklonken. De lerares bleek niks te hebben met reggae en verkoos haar eigen ambient playlist, tot iemand op het laatste, toen zowaar Ed Sheeran weerklonk, vroeg wanneer we nu eindelijk Bob Marley-muziek zouden horen. Oké, 'No Woman, No Cry' dan maar bij de laatste bewegingen. En toen gingen de deuren al open voor het grote publiek, dus exclusieve toegang was ons ook al niet gegund.
Het hoogtepunt van de Bob Marley Experience is de Soul Shakedown Studio. Voorzien van een koptelefoon kun je er op een groot scherm kijken naar de Capitol Sessions, opgenomen in 1973 in een studio in Hollywood, en pas vorig jaar boven water gekomen. Dit zijn The Wailers (toen nog zonder Marley apart te benoemen) op hun hoogtepunt, net voor de release van het internationale doorbraakalbum Catch A Fire en, korte tijd later, het vertrek van Peter Tosh en Bunny Wailer uit de band. Nooit is het trio, tijdloos cool met nog prille dreadlocks, zo goed in beeld gebracht. Twaalf klassieke songs lang, zonder pauze, is het alsof ze ter plekke een geheel nieuwe sound creëren, een genre zelfs, en dat was ook zo natuurlijk. Eindelijk konden ze spelen en opnemen in de professionele omstandigheden die rock- en popartiesten al veel langer genoten. De opnames zijn intussen verschenen op dvd, dus je hoeft er niet noodzakelijk voor naar Londen.
En voor de rest van de tentoonstelling eigenlijk ook niet. Naast een handgeschreven songtekst van Bob Marley ('Turn Your Lights Down Low') hangt een oude gitaar maar daarmee hebben we de authentieke artefacten wel gehad. Het archetypische jeanshemdje is al een replica en van de platenhoezen hadden we liever originele uitgaven gezien in plaats van de glamouruitvoeringen die hier getoond worden, naast een weinig verrassende reeks foto's en uitvergrote quotes. Ook de graffitimuur maakt niet echt indruk.
De derde zaal is bijna volledig gewijd aan die andere grote passie van de zanger, voetbal. Er staat een zielloos, megagroot doel, een paspop showt het Marley-shirt van Ajax. Nog een product van de alomtegenwoordige Bob Marley Foundation, die in Saatchi Gallery liever de eigen catalogus in de schijnwerpers zet dan werk, leven en lijden van de stamvader. Er staat in deze ruimte ook nog een flipperkast uit de jaren '70, en een jukebox waar je zelf een tune kunt inbrengen maar nooit te horen krijgt (omdat er nog honderden nummers wachten van andere bezoekers).
De Bob Marley Experience in Saatchi Gallery heeft meer weg van een dure promotiestunt dan van een waardige tentoonstelling. Tickets kosten 18 pond (24 in het weekend), met yoga erbij 65 pond. Nog tot 18 april.
Setlist 'Get Up Stand Up - The Bob Marley Musical'
Act I

Lively Up Yourself
Could You Be Loved
Trench Town Rock
Duppy Conqueror
Is This Love
Small Axe
Stir It Up
Concrete Jungle
Talkin' Blues
Roots, Rock, Reggae
Turn Your Lights Down Low
Kinky Reggae
Rebel Music
I Shot The Sherriff
War
Jamming
Act II
Exodus
Punky Reggae Party
Waiting In Vain
Running Away
Jamming
No Woman, No Cry
So Much Things to Say
Redemption Song
Three Little Birds
One Love
Could You Be Loved
Get Up, Stand Up