Reggae.be
Creation Tunes: 'War' (Bob Marley & The Wailers, 1975)
Roots & CultureDec 24, 2021

Creation Tunes: 'War' (Bob Marley & The Wailers, 1975)

By Jah Shakespear

Op 25 mei 1963 hield keizer Haile Selassie I van Ethiopië zijn tweede profetische toespraak. Nadat hij de wereld in 1936 had gewaarschuwd voor de Tweede Wereldoorlog definieerde hij dit keer de voorwaarden om tot Afrikaanse eenheid te komen.

De wijze woorden van Selassie werden in het westen opnieuw grotendeels genegeerd maar dankzij Bob Marley toch wereldwijd verspreid. Hij maakte van de speech een liedjestekst. War is niet toevallig een van de hoogtepunten in zijn oeuvre, een song die de Kracht van de Drievuldigheid (Haile Selassie) verenigt met de hartslag van de reggae en de mystiek van Rastafari.

Zouden we ons die speech anders nog herinneren? In 1963 werd ook de Amerikaanse president Kennedy vermoord. Zijn land stond op voet van oorlog met Cuba en Vietnam. België en Nederland probeerden af te rekenen met hun koloniale verleden in respectievelijk Congo en Indonesië, zoals alle Europese mogendheden in die dagen te maken kregen met politieke en maatschappelijke omwentelingen in de voormalige kolonies. Laten we zeggen dat de stichtingsconferentie van de OAU (Organization of African Unity, sinds 2002 African Union) zeker niet het hoofdpunt was in het nieuws, en de toespraak van Selassie al helemaal niet.

De keizer van Ethiopië had in de jaren veertig en vijftig nochtans behoorlijk wat respect en erkenning gekregen in de internationale gemeenschap, als enig Afrikaans staatshoofd, een man ook die voortdurend toenadering zocht tot de politieke leiders in west en oost, noord een zuid. Er kwam een stroom van uitnodigingen voor buitenlandse bezoeken in Europa, Azië, Noord- en Zuid- Amerika. Haile Selassie heeft waarschijnlijk meer staatsbezoeken afgelegd dan eender welk andere regeringsleider en genoot op het internationale toneel de status van een groot staatsman.

Maar in eigen land kreeg de keizer steeds meer kritiek. Sommigen vonden dat de democratisering te traag verliep en verweten de keizer dat hij te veel macht in handen hield. De Ethiopische historicus Bahru Zewde sprak zelfs van een "obsessie met macht op de rand van megalomanie". Volgens hem was Selassie "volledig opgeslorpt door het nu en totaal negeren van de toekomst, alles gericht op het behoud van zijn macht en de eliminatie van actuele, potentiële bedreigingen. Veiligheid was een topprioriteit. Een uitgebreid inlichtingennetwerk voedde hem voortdurend informatie." Met het Private Kabinet zette de keizer in 1959 een "adviesorgaan" op dat zich aan iedere politieke controle onttrok.

De ironie wil dat Haile Selassie de nieuwe generatie Ethiopiërs zelf kritisch had leren denken, en de traditionele, feodale machtsstructuren in vraag stellen. Onderwijs was een van de prioriteiten in zijn beleid. In 1948 gingen nog maar 100.000 kinderen naar school, in 1964 waren dat er al 400.000. In diezelfde periode steeg het aantal middelbare scholieren van 4000 naar 33.000 en het aantal universiteitsstudenten van 72 naar meer dan 4000.

De onvrede mondde in 1960 uit in een kleine paleisrevolutie door de Keizerlijke Wacht, in afwezigheid van Selassie. Zijn oudste zoon Asfawossen las op de radio een verklaring voor, naar hij zelf zei met een wapen tegen zijn hoofd, maar dat werd later categorisch ontkend. De kroonprins kondigde "het einde van de tirannie" aan en "het begin van een nieuw tijdperk, een tijd van vrijheid en welvaart." Asfwawossen was wellicht niet actief betrokken bij de samenzwering maar iedereen wist dat hij in onmin leefde met zijn vader. Dat zou tot diens dood in 1975 zo blijven en Selassie had ook al zijn lievelingszoon Makkonen verloren. Die kwam om het leven in een verkeersongeluk op weg naar zijn ouders in Shashamane, die daar op vakantie waren. Waar anders zou de Koning der Koningen op vakantie gaan dan in de mooiste streek van het land, de plek die voor de rasta's zou uitgroeien tot de gedroomde verblijfsplek na hun repatriëring naar Afrika?

Twee dochters van de keizer waren eerder al gestorven, en later zou ook zijn derde zoon Sahle Selassie hen volgen in het graf. In 1961 moest Selassie afscheid nemen van zijn vrouw Menen, na een lange ziekte.

Pas vijftig jaar na haar dood is er een bondige biografie verschenen van keizerin Menen, net op tijd om de vrouwelijke kant van Rastafari te empoweren. Je ziet op rastabijeenkomsten tegenwoordig haast even veel afbeeldingen van Menen als van Selassie. Uit het boek blijkt dat de first lady van Ethiopië haar echtgenoot met raad en daad bijstond, en een ingrijpende invloed had op zijn spirituele ontwikkeling. Ze had in elk geval sterke genen: zowel Asfawossen als zijn zoon Zera Yacob vertonen sterke gelijkenissen met hun moeder.

De persoonlijke tegenslagen en de onrust in Ethiopië stimuleerden de keizer om zich meer te profileren als een van de leiders van het nieuwe Afrika. Tot 1955 interesseerde het zwarte continent hem nochtans nauwelijks. De heersende klasse in Ethiopië zag zichzelf eerder als Indo-Europeanen dan als Afrikanen. "Ik ben helemaal geen neger, ik ben een Caucasiër," heeft Menelik II (de voorganger van Selassie) ooit gezegd tegen de West-Indische panafrikanist Benito Sylvain, die in hem de ideale leider zag van een sociëteit "voor de verbetering van het negerras".

Maar Selassie was wel solidair met de ontwakende bevrijdingsbewegingen in Algerije en Egypte, en zocht toenadering met de 'niet-gebonden landen' onder leiding van de Joegoslavische maarschalk Tito. In 1958 stuurde hij zijn zoon Sahla naar het eerste congres van Onafhankelijke Afrikaanse Staten in Accra, Ghana. Hij zat daar rond de tafel met grote postkoloniale leiders als Kwame Nkrumah (Ghana), Sékou Touré (Guinée) en Gamal Abdel Nasser (Egypte). Nadat hij de belangrijkste machtsblokken in het postkoloniale Afrika met elkaar wist te verzoenen, van Egypte en Algerije tot Ghana en Zimbabwe, overtuigde Haile Selassie liefst dertig staatshoofden om samen een nieuwe organisatie op te richten, met Addis Abeba als hoofdstad. Op 23 mei 1963 hield Haile Selassie in de imposante, nieuwgebouwde Africa Hall in Addis zijn memorabele toespraak, een gloedvolle oproep om samen te werken en de toekomst van Afrika veilig te stellen. Na afloop kreeg hij een staande ovatie die ruim tien minuten aanhield. "De keizer genoot van de triomf," schreef de Italiaanse architect van de Africa Hall, Arturo Mezzedimi: "…maar behield zoals altijd de volledige controle over zichzelf. Hij hield zijn lichaam strak en vertrok geen spiertje op zijn gelaat."

Ook Jean Lacouture van het Franse dagblad Le Monde was onder de indruk: "De verbazende intelligentie die van dit unieke individu uitgaat,' schreef hij, 'de ondeugende gevoeligheid die schittert in zijn gouden blik (zo staat het er echt) wijzen duidelijk op waarachtige politieke luciditeit."

Voor het slotfeest van deze historische bijeenkomst werden tweeduizend gasten uitgenodigd, onder wie dertig staatshoofden, een honderdtal ministers, duizend afgevaardigden, zeshonderd Ethiopische Vips en tweehonderd waarnemers en journalisten. Honderden obers serveerden exquise Franse wijnen, Ethiopische injera en internationale spijzen: zwarte kaviaar van de Kaspische zee, foie gras uit de Landes. De Imperial Bodyguard Band speelde Ethiopische marsen en walsen van Johan Strauss en Franz Lehar. Om elf uur maakte Miriam Makeba haar opwachting, de beroemde Zuid-Afrikaanse zangeres, Mother Africa in persoon. Ze droeg een lang wit kleed en het rumoer verstomde terstond. Makeba maakte een lichte buiging voor de keizer en zong liederen van liefde en bevrijding. Bij veel aanwezigen vloeiden tranen van ontroering.

Het was dit soort rijkelijke diners en groots opgezette evenementen die Haile Selassie later ten laste zouden worden gelegd, toen een groot deel van zijn bevolking honger leed. Maar in 1963 was de keizer nog op het hoogtepunt van zijn politieke en diplomatieke carrière. Hij bemiddelde in conflicten tussen Algerije en Marokko, Senegal en Guineé, Nigeria en Biafra, in Congo en in Ghana. Hij werd geroemd als de wijze man en patriarch van Afrika, en genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs van de Vrede, een onderscheiding waar hij naar verluidt altijd van gedroomd heeft.

Alan 'Skill' Cole, de voetballer en trouwe vriend van Bob Marley, zei dat hij in 1968 een gelijkaardige speech van Haile Selassie had gehoord in California, en dat die hem geïnspireerd had om de tekst door Bob op muziek te laten zetten. Cole kreeg van Bob de auteursrechten toegeschoven, samen met Carlton Barrett. Volgens sommige bronnen zou de zanger zelf War zijn beste, of zeker belangrijkste song ooit genoemd hebben. Het nummer stond oorspronkelijk op de lp 'Rastaman Vibration' (opgenomen in Harry J, gemixt in Miami), en is in 1976 als single verschijnen op het label Ital Sounds, vandaag een collectors item.

Op de Deluxe-editie van het album 'Rastaman Vibration' verscheen in 2002 een onuitgegeven mix van 'War', met een ander blazersarrangement én een extra regel: "Until bigotry and prejudice, malicious and inhuman self-interest have been replaced by understanding and tolerance and good will, war. Until all Africans stand and speak as free beings equal in the eyes of the almighty, war. Everywhere is war."

In 1997 verscheen op het Franse label Human Race van reggae-ambassadeur Bruno Blum een wel heel bijzondere version van het nummer, een nieuwe dub van de originele riddim met daaroverheen een opname van de speech zoals Selassie die in 1963 daadwerkelijk heeft uitgesproken, in zijn eigen taal, het Amhaars. Voor de volledige toespraak ontbreekt hier de ruimte (en het zou ook wat saai worden) maar dit is de passage waarop Bob Marley zich gebaseerd heeft voor 'War'. In het Engels, niet in het Amhaars.

That until the philosophy which holds one race superior and another inferior is finally and permanently discredited and abandoned:

That until there are no longer first-class and second-class citizens of any nation;

That until the color of a man's skin is of no more significance than the color of his eyes;

That until the basic human rights are equally guaranteed to all without regard to race; 

That until that day, the dream of lasting peace and world citizenship and the rule of international morality will remain but a fleeting illusion, to be pursued but never attained; And until the ignoble and unhappy regimes that hold our brothers in Angola, in Mozambique and in South Africa in subhuman bondage have been toppled and destroyed; Until bigotry and prejudice and malicious and inhuman self-interest have been replaced by understanding and tolerance and good-will;

Until all Africans stand and speak as free beings, equal in the eyes of all men, as they are in the eyes of Heaven;

Until that day, the African continent will not know peace. We Africans will fight, if necessary, and we know that we shall win, as we are confident in the victory of good over evil.

Fragment uit 'Bob Marley 25 Songs 25 Verhalen', verkrijgbaar bij Bol.com of rechtstreeks bij de auteur.

Creation Tunes: 'War' (Bob Marley & The Wailers, 1975)

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

RootsReggae

Published

Dec 24, 2021