Ik herinner me niet dat 'Jah Heavy Load' destijds, in 1978, bij ons verkrijgbaar was op single, ook al had Island Records zowaar een Nederlandse editie uitgebracht. Het nummer openbaarde zich pas aan ons (in de ware betekenis van het woord) op het classic album 'Hail I Hymn'. De
originele versie kwam mij pas 30 jaar later ter ore, op het uitstekende compilatiealbum 'Roots Of Love', en kerfde in al zijn eenvoud nog dieper in mijn ziel.
Trevor Sutherland noemden zich toen nog gewoon Ijahman (zonder Levi), en woonde al sinds 1963 in Engeland. In de jaren '60 had hij een tweetal singles uitgebracht, soulcovers van Jimmy Ruffin en Otis Redding, zijn grote voorbeeld, en een opname gemaakt bij Duke Reid, 'Red Eyes People'.
In 1972 belandde Sutherland in de gevangenis, na een "incident" met zijn eerste vrouw. Hij werd veroordeeld wegens verzet tegen zijn arrestatie en twee beschuldigingen van fysiek geweld. Toen hij twee jaar later, en veel bijbellectuur, vrijkwam, had de transformatie van Trevor Sutherland naar Ijahman zich voltrokken.
In Jamaica ("to recharge my energy and my spirit") verdiepte Ijahman zich verder in de Bijbel en Rastafari. Teruggekeerd in Engeland kwam hij in contact met Dennis Harris, de man die de term lovers rock heeft geïntroduceerd in de reggae. Op dat moment hield hij zich vooral bezig met de release en marketing van Jamaicaanse producers als Winston Edwards, Lee Perry en Yabby You, en hij had ook zijn eigen label, Concrete Jungle/DIP. Daarop had Steel Pulse net hun debuutsingle uitgebracht.
Het duo trok naar de nu legendarische Gooseberry Sound Studios, gevestigd in de kelder van een tandartspraktijk en toen in de eerste plaats bekend om de lage tarieven. Vooral punk- en reggaebands kwamen er om die reden opnemen. Louisa Mark had er in 1974 de eerste officieuze lovers rock tune opgenomen,
'Caught You In A Lie', de 'Clash'-LP van Dillinger en Trinity was er gemixt en later zouden naast LKJ en Black Slate ook groepen als Sex Pistols, The Clash, Blues Brothers, Tubeway Army en Killing Joke hun opwachting maken in Gooseberry.
Ijahman produceerde en arrangeerde 'Jah Heavy Load' helemaal zelf. Vier muzikanten begeleidden hem daarbij: Lloyd 'Jah Bunny' Donaldson op drums (toen nog bij het Matumbi van Dennis 'Blackbeard' Bovell, later alomtegenwoordig in de UK-scene), John Kpiaye (Aswad, LKJ, Dennis Bovell…) op gitaar, een zekere Lloydie op bas en een verder onbekende percussionist. Ijahman zelf speelde ritmegitaar. Die eerste versie, traag en statig, klinkt uiteraard een stuk eenvoudiger dan de bekende Island-uitvoering, maar daardoor ook breekbaarder en authentieker, zoals de zanger zich het liedje in de cel misschien al gedroomd had. Het zijn de gitaren die de loodzware riddim inzetten en kleur geven.
I've got to carry Jah heavy loadBecause I walk in His gladnessOn His merry merry roadI've got to carry Jah heavy loadI've got to back up myselfAgainst false evidence
'Jah Heavy Load' was een soort geloofsbelijdenis en halve schuldbekentenis. Ijahman geeft onrechtstreeks toe dat hij een zware last moet dragen, maar zegt in de volgende zin al dat hij zich moet verdedigen tegen valse bewijzen. Hoe dan ook, Jah is met hem:
In my meditation when I reason with HimClearly in my visions of dreamsHe reason with meI feel Jah Jah hearticallyOh I know what I do believeI believe in Jah-Jah truth and rights
De mooie,
old school dub van de oorspronkelijke 'Jah Heavy Load' is alleen te vinden op de B-kant van de single (en wie heeft die?) en gelukkig op YouTube: 'Straight To Blackwax Locks'.
De release van de tune ging in die tijd haast ongemerkt voorbij, in de UK en in Jamaica. Het was de etherische vocal in
'Africa', een instrumental van trombonist Rico Rodriguez, die de aandacht trok van Chris Blackwell, de baas van Island Records en producer van Bob Marley. Hij bood de zanger een contract aan en introduceerde hem bij Joe Gibbs, in wiens studio hij zijn debuutalbum mocht opnemen. Niet in Dynamics of Harry J's, waar Island meestal studiotijd boekte, omdat Blackwell de sound van het moment wilde. Het had ook Channel One kunnen zijn. Bij Joe Gibbs zat toen Errol Thompson achter de knoppen, samen met Flick Wilson aka. Ruddy Thomas.
Om dezelfde reden haalde Blackwell het kruim van de eertijdse reggaescene naar de studio, van Sly Dunbar en Robbie Shakespeare, tot Earl 'Chinna' Smith, Lloyd Parks, Mickey 'Boo' Richards en horns men Bobby Ellis en Dirty Harry. Enkele Sons of Negus trommelden mee, en uit de Island-stal kwamen superster Steve Winwood (orgel) en gitarist Del Richardson van Osibisa. Geoffrey Chung profileerde zich als de producer. Alex Sadkin deed de mix van de plaat in Compass Point op de Bahama's, enkele jaren voor Grace Jones, Joe Cocker, Bob Dylan en andere popsterren naar daar zouden afzakken.
De bedoeling was om vier nummers op te nemen, die dan zouden uitkomen op single. Maar de jams liepen uit, geleidelijk ontstonden er spontaan extended versions, met een uitzonderlijke instrumentatie en dito arrangementen. Toen de opnames klaar waren, werd beslist om ze samen uit te brengen op een album, getiteld 'Hail I Hymn', met alle risico's van dien. Er stond (nog) geen hitsingle op, en wie bracht er nu een plaat uit met amper vier nummers? Ja, Pink Floyd misschien, of Led Zeppelin, maar in de reggae? Zonder echte dubs?
'Hail I Hymn' was en is een unieke plaat, een meesterwerk dat klinkt als geen andere productie. Tenzij misschien 'Are We A Warrior', Ijahman's tweede album voor Island. De verheven cover art van Tony Wright is sindsdien bepalend voor het visuele imago van Ijahman.
Volgens Dennis Harris heeft Ijahman het niveau van zijn allereerste opname in Gooseberry nooit meer geëvenaard. Het is een beetje zoals zeggen dat The Wailers hun beste werk hebben gemaakt voor Lee Perry. Die vroege reggae kwam recht uit het hart en getuigde van een hoop talent maar het geld van Island zorgde wel voor een in Jamaica ongehoorde muzikale rijkdom, en een klassieke, tijdloze sound. 'Jah Heavy Load' zelf hoort wat mij betreft thuis in de hoogste regionen van elke all time reggaelijst, samen met de 12inch uitvoering van Ijahman's
'Moulding', oorspronkelijk deel van 'Are We A Warrior', waarvan de tracks volgens sommige bronnen werden opgenomen tijdens dezelfde sessie als die van 'Hail I Hymn'. In Jamaica there's no truth. There's only version.
Dat laatste geldt trouwens ook voor het geld dat die albums hebben opgebracht. Ijahman zelf zegt dat hij nooit een cent ontvangen heeft, naar aloude Jamaicaanse gewoonte. Gelukkig heeft hij daarna nog meer dan 30 platen uitgebracht op zijn eigen Tree Roots International-label, ook al heeft geen enkele daarvan ooit zoveel succes gekend en impact gehad als de Island-releases.