Paul Bogle, in 1822 geboren, was een zwart-Jamaicaanse activist, in 1865 leider van de Morant Bay rebellion. Demonstranten marcheerden voor eerlijkheid en gerechtigheid voor alle Jamaicanen. Bogle werd gevangengenomen, berecht, veroordeeld en op 24 oktober van datzelfde jaar opgehangen door de Britse koloniale regering.
De afschaffing van de slavernij in de Britse koloniën in 1833 bracht geen positieve impact op de toestand, waarin de nu 'voormalige slaven' moesten leven, met zich mee. Alhoewel op slavenhandel de doodstraf kwam te staan en er voor de Caraïbische plantagehouders 20 miljoen pond werd voorzien om hen schadeloos te stellen, was er niet echt sprake van vrijheid voor de zwarte bevolking.
In 1864 werd Bogle, met de steun van
George William Gordon, benoemd tot diaken van de Stony Gut Baptist Church. De moeilijke levensomstandigheden van de zwarte boeren, ten gevolge van sociale discriminatie, belastingen, epidemieën, mislukte oogsten… waren voor Bogle een doorn in het oog. Ook het feit dat de toenmalige Jamaicaans gouverneur,
Edward John Eyre, met zijn beleid de hogere klasse bleef tegemoetkomen in de onderdrukking van 'negers' zorgde voor wrevel.
Bogle ging de strijd aan om de erbarmelijke toestanden, waarin de minst gegoeden moesten leven, te verbeteren. Zijn pleidooien zorgden ervoor dat de grieven alsmaar groeiden. Samen met een kleine groep besloot hij naar de toenmalige hoofdstad, 'Spanish Town', te trekken om er de toestand met gouverneur Eyre te bespreken. Een onderhoud werd geweigerd met tot gevolg dat het laatste sprankeltje hoop en vertrouwen in de overheid totaal verdween. In Stony Gut, waar Bogle predikte, bleef de aanhang en de steun ondertussen groeien.
Op 7 oktober 1865 leidde een zaak in de rechtbank, waarin Bogle en enkele van zijn volgelingen van twee moorden in Stony Gut werden verdacht, tot tumult. Op het marktplein raakte de menigte slaags met de politie waarbij deze gedwongen werden zich terug te trekken. Twee dagen later werden tegen Bogle en een aantal anderen, wegens oproer en geweldpleging, arrestaties uitgevaardigd. Opnieuw zorgde dit voor hevig verzet waarbij de politie zich in Morant Bay moest terugtrekken.
Op 11 oktober volgt een protestmars, met honderden sympathisanten trok Bogle naar het gerechtsgebouw in Morant Bay. Bij hun aankomst werden ze, door een in de haast verzamelde militie, opgewacht. De menigte bekogelde hen met stenen waarbij de militie het vuur opende op de demonstranten. Aan beiden kanten vielen slachtoffers en het gerechtsgebouw werd samen met enkele nabijgelegen gebouwen in brand gestoken.
Als reactie stuurde gouverneur John Eyre regeringstroepen om de rebellen op te sporen en Paul voor berechting gevangen te nemen. De Britse troepen kenden geen medelijden en doodden zonder enig onderscheid 'zwarten', al dan niet aanhangers van Bogle. De gruweldaden en buitengerechtelijke moorden duurden tot aan zijn arrestatie, zijn overlevering aan de koloniale autoriteiten en zijn daaropvolgende publieke executie.
Bogle's opstand vormde een keerpunt in de strijd van de zwarte Jamaicanen en zorgde er, langzaam maar zeker, voor dat de weg voor politieke, economische en sociale verbeteringen werd geopend. In 1969 werd Paul Bogle tot 'Jamaican National Heroe' uitgeroepen, een held die door heel wat reggaeartiesten in hun werk wordt geëerd. Voor een nog beter begrip van zijn plaats in de Jamaicaanse geschiedenis raden we u volgende documentaire aan,
'Catch A Fire - Paul Bogle & the Morant Bay Rebellion' (Menelik Shabazz, 1996).
Naast Marley en Third World, die in de inleiding werden aangehaald, een kleine selectie uit reggaenummers die Bogle vernoemen:
-
'The Return Of Paul Bogle' - Roland Alphonso & The Skatalites (Top Sound, 1964).
-
'Grand Father Bogle' - Ruddy Thomas (Lloyd Parks Production, 1975).
-
'Old Marcus Garvey' - Burning Spear (Island Records, 1975).
-
'Paul Bougle' - The Cimarons (Cimarak, 1976).
-
'See Them A Come' - Culture (Joe Gibbs, 1977).
-
'Paul Bogle Dub' - The Aggravators & The Revolutionaries (Burning Sounds, 1978).
-
'Prediction' - Steel Pulse (Island Records, 1978).
-
'Jamaican Heroes' - Prince Far I (Trojan Records, 1980).
-
'Paul Bogle' - Fredlock Ashers (Ashquad, 2002).
-
'Shaka Zulu Pickney' - Tarrus Riley (Bomb Rush Records, 2010).