Toen ik vernam dat Lee Perry was overleden, greep ik bijna automatisch naar 'Roastfish Collieweed And Cornbread', ook volgens Scratch zelf zijn beste plaat, het enige echt gezongen album dat hij ooit gemaakt heeft. Ik kende toen al de sound van de Black Ark, via Max Romeo, The Congos en Junior Murvin, maar had de link met Lee Perry nog niet gelegd. Wat wisten wij toen, eind jaren '70, van studio's en producers? Ook de namen van de muzikanten zegden mij nog niet veel. Sly Dunbar was ik al ergens tegengekomen maar hier speelde ook Mickey 'Boo' Richards op drums. Bas: Boris Gardener, nooit van gehoord. Gitaar: Geoffrey Chung, Earl 'Chinna' Smith. Orgel: Winston Wright. Percussie: Scully en Lee Perry zelf. Vandaag aarzel ik niet om elk van die namen een legendarische status toe te kennen, voor hun onschatbare bijdrage aan de ontwikkeling van de reggae. "Recorded at Black Ark Studio, Kingston, Jamaica"; in die studio werden zowat alle platen opgenomen waarmee The Upsetter in zijn eentje een geheel nieuw dub- en rootsuniversum creëerde, weet ik nu.
Ik vond alle tunes op die plaat fantastisch, en kan ze tot vandaag meezingen. 'Favourite Dish' leerde me dat ackee and saltfish het nationale gerecht is in Jamaica, liefst met yam en festival. 'Big Neck Police' bevestigde mijn vermoeden dat de flikken ook in Jamaica assholes konden zijn. 'Free Up The Weed' was voor ons een logisch strijdlied: "It was here from creation, it's for the healing of the nation. … Some plant coffee, some plant tea. So, why can't I&I plant collie?". Lee Perry is altijd een grote promotor geweest van ganja- en hasjconsumptie. Door 'Mr. DJ Man' voelden we ons persoonlijk aangesproken (natuurlijk wilden we zijn nieuwe liedje draaien!). 'Roastfish & Cornbread': meer culinaire tips.
Maar het was natuurlijk in de eerste plaats het unieke geluid van het album dat mijn geest verruimde, de typische Black Ark sound, zo kenmerkend voor de vele honderden Lee Perry-producties die ik sindsdien gehoord en aangeschaft heb. Ik zie daar steevast de beelden bij uit de eerste documentaire over reggae die ik ooit gezien heb,
'Roots Rock Reggae', Scratch skankend op zijn stoel achter het mengpaneel, live in de mix. Achter de microfoons herkennen we leden van The Heptones en The Meditations, Junior Murvin speelt gitaar. Het zijn maar enkele van de vele artiesten die in de Black Ark misschien wel hun beste materiaal hebben opgenomen, vaak eendagsvliegen maar even goed Max Romeo en Prince Jazzbo. Voor een (nooit helemaal) volledig overzicht van Lee Perry's volledige oeuvre verwijs ik u graag naar de gespecialiseerde
sites en
publicaties.
Mijn eerste indirecte contact met Scratch was van schriftelijke aard. Bij mijn neef had ik niet alleen kennisgemaakt met 'Heart Of The Congos', een plaat die toen nog niemand anders in huis had, hij had Lee Perry ook een brief geschreven, én antwoord gekregen. Omdat ik toen ook net voor de eerste keer bij hem thuis een spliff had gerookt, zal dat verhaal me altijd bij blijven (en zonder wellicht ook).
Ik zag The Upsetter voor het eerst in levenden lijve toen hij in 1991 te gast was op het festival Leffinge-Leure, met amper drie muzikanten maar wel Adrian Sherwood achter de knoppen. Ik heb dat concert toen in de krant 'een mirakel' genoemd. Ook de woorden mystiek, magisch en buitenaards vielen in het artikel.
Kunt u zich voorstellen hoe ik mij voelde toen ik een maand later de kans kreeg om Lee Perry te gaan interviewen in Zwitserland, waar hij de voorbije 30 jaar gewoond heeft. We waren met een sportwagen in zes uur van Brussel naar Zürich gereden. De dolle rit en de ontmoeting met Scratch zelf, toen, begin jaren 90, al een levende legende, maakten zo'n indruk op mij dat ik prompt moest overgeven. Mij uitputtend in verontschuldigingen, keerde ik terug van het toilet, waarna Perry de onsterfelijke woorden sprak: "It must be a wise man who comes and vomits in my place.". Tegelijk een grap, een compliment en een geruststelling. Mijn misselijkheid verdween terstond en even later begonnen we aan marathoninterview dat tot diep in de nacht zou duren.
De eerste uren (!) zagen en hoorden we de Lee Perry zoals de buitenwereld hem kende: een soort orakelende sjamaan die in nagenoeg onverstaanbaar Jamaicaans patois zijn visie gaf op de wereld en zijn medemensen. De monoloog deed denken aan het soort hilarische teksten waarmee hij in de tweede, post-Jamaicaanse helft van zijn carrière als zelfbenoemde serious joker uitpakte voor experimentele dubproducers als Mad Professor, Adrian Sherwood en The Orb. En voor onze eigen Pura Vida natuurlijk. Nergens kwamen de verbale en muzikale ideeën van Lee Perry beter tot hun recht dan in de Lost Ark-studio in Aalter, genoemd naar de legendarische Black Ark van Scratch zelf. Niemand die de authentieke sound van de jaren '70 daar zo getrouw wist te produceren, met vintage apparatuur, als Bregt De Boever. Dat is geen misplaatst nationalisme, Perry vond dat zelf ook. Zeker nadat hij een paar keer had opgetreden met Pura Vida als backing band, en zijn grote hits van weleer live eindelijk klonken zoals zijn volgelingen al decennialang verwachtten. Op
de show in Bredene zagen we misschien wel de beste Lee Perry ooit. Of het moet
in Gent geweest zijn, met zijn eertijdse poulains Max Romeo en The Congos en (niet toevallig) opnieuw Adrian Sherwood achter de knoppen.
Het was al na middernacht in Zwitserland toen Perry's vrouw Mireille champagne en dure hapjes liet aanrukken. Scratch zette zich neer en zei: "Shoot!". Vanaf dan was het serious business, en kon ik eindelijk mijn zorgvuldig voorbereide vragenlijst bovenhalen. De antwoorden waren scherp en to the point. Lee Perry bleek plots ook een ernstige, rationele kant te hebben.
Toen ik een klein half jaar later met een cameraman terugkeerde naar Zürich voor een documentaire over Lee Perry, nam hij ons eerst mee naar het centrum van de stad. Onderweg hoorden we 'Nothing Compares To You' van Sinéad O'Connor op de radio. Lee zong dat zo hartverscheurend mooi mee dat ik tranen in de ogen kreeg. Lachen was het dan weer toen we met hem de SKA Bank binnenstapten. Afkorting van Schweizer Kredit Anstalt maar voor Perry had ska natuurlijk een andere betekenis. Als gebruikelijk extravagant gekleed, met reflecterende spiegels in zijn hoofddeksel, verklaarde hij dat hij "all the pounds, and all the dollars and all the Swiss francs, all the cash and all the dunza and all the riches' wealth" kwam halen. Waarop een beveiligingsman ons aanmaande om de camera stil te leggen, en ons met zachte dwang naar de uitgang leidde. Een
licht mismeesterde versie van die documentaire (mét het fragment in de auto) staat op YouTube. Check it out!
Ik heb Lee Perry daarna nog één keer langdurig kunnen interviewen, in de priorij van Corsendonck nog wel, waar hij toen verbleef. We hadden het over Bob Marley en de andere Wailers, over Coxsone Dodd en Bunny Lee, over Jah en Bill Clinton. En over zijn beste platen, waarvan ik er enkele had meegebracht om te laten signeren. Niet mijn gewoonte maar in dit geval kon ik het echt niet laten.
De muziek van Lee 'Scratch' Perry The Upsetter (begonnen from scratch, gekomen om ons, en in het bijzonder de muziekbusiness, van streek te maken, te upsetten) aka. Pipecock Jackson is sinds meer dan 40 jaar dominant aanwezig in mijn leven, en dat zal altijd zo blijven. Tot vandaag ontdek ik nieuwe nummers en dubs, nog meer samenwerkingen met fans over de hele wereld, hilarische clips en registraties van live shows. Terwijl ik dit schrijf, zie ik op Facebook een fantastisch reclamefilmpje voor Guinness verschijnen met Scratch in de hoofdrol. Zo gek, grappig, geniaal en onvoorspelbaar zal ik mij hem altijd blijven herinneren.
Rainford Hugh Perry is op 29 augustus gestorven in het ziekenhuis van Lucea, Jamaica, na een hartaanval.
Foto: © Peter Verwimp