Hoewel veruit de meest gestreamde track de combinatie is met Santigold, 'Man Next Door', hier niet traag en dreigend à la Massive Attack maar vrolijk in galop, als de jaren '70 versie van Dennis Brown.
U-Roy scoorde zijn grootste, toen erg vernieuwende hits een halve eeuw geleden, en zo klinken de meeste nummers ook, als vintage remakes van de originals, briljant ingespeeld door onvermijdelijke Taxi Gang van Sly & Robbie, of wat daar nog van overschiet. Zelfs Shaggy gaat old school in 'Rule The Nation'.
Ziggy Marley doet jammer genoeg niet zijn vader vergeten in 'Trenchtown Rock' maar de geest van Bob waart wel rond in 'Soul Rebel' (met David Hinds van Steel Pulse in zijn heel eigen zangstijl) en 'Small Axe' (met Jesse Royal). In de meezinger 'Stop That Train' horen we de rauwe rockgitaar van Zak Starkey. Rygin King zingt als een eigentijdse singjay, Sly Dunbar schittert als vanouds. Ook Richie Spice is geheel zichzelf in 'Wear You To The Ball'.
Robbie Shakespeare haalt zijn nog eens zijn hoge stemgeluid boven in 'Queen Majesty/Chalice In The Palace'. 'Tom Drunk' was en is klassieke rocksteady, en het beste voorbeeld van U-Roy's unieke stijl, inspelend en antwoordend op de zanglijn, hier getekend Tarrus Riley. Ook 'Wake The Town' is een getrouwe cover van het origineel (dat orgeltje!), zonder vocals dus, en een mooie demonstratie van de overgang tussen (jazz) scatting en rap die hij meer dan wie ook verpersoonlijkte.
Maar het hoogtepunt van de plaat is zonder twijfel de ruim 15 minuten durende jam van U-Roy met Big Youth, 'Every Knee Shall Bow'. Opwindende rockers style zoals alleen Sly & Robbie die kunnen spelen, opgesmukt met speciale solo's en effecten, en dan die twee oude rasta's in topvorm, alsof hun leven ervan afhangt. Misschien voelde U-Roy dat toen zelf ook zo. De even lange en intrigerende dub van Scientist die nog volgt, biedt in elk geval ruimschoots de tijd om hem te herdenken.