Cannastoria
Het verhaal van cannabis leest als een reis door de wereld, die niet begint in Afrika of Californië (dat lange tijd de cannabisschuur was van Mexico en niet toevallig één van de eerste Amerikaanse staten waar wiet gelegaliseerd én geëconomiseerd is), maar wel in China en India, waar het kruid volgens de overlevering van oudsher gecultiveerd en geconsumeerd werd. Of jezus 'de gezalfde' cannabis gebruikte (hoofdstuk 2) "is maar wat je wil geloven natuurlijk". 'Cannabis' leest tevens als een levensverhaal van Karel, en voert ons onder meer naar Griekenland en (uiteraard) Jamaica, waar hij leerde om zijn joints niet meer door te geven (wat post-corona nog meer de norm geworden is). Zijn eerste toeter rookte hij trouwens met zijn neef Walter, bekend als 'Pico' van 'F.C. De Kampioenen'.
Muziek en concrete titels van nummers over "het heilig kruid" in al zijn vormen en benamingen weven niet onverwachts een rode draad doorheen dit, alsook Karels vorige boeken over weed, van de jazzmuzikanten uit de jaren twintig van vorige eeuw (en hun "reefers") over Neil Young en consoorten tot de hedendaagse hip-hop en natuurlijk reggae, twee genres waarmee ganja onlosmakelijk verbonden is. Net als bij zijn laatste boekpublicatie over Bob Marley stelde Karel een boeiende playlist samen die ons doorheen zijn 312 pagina's tellende "cannacolopedie" gidst, van Louis Armstrong tot 'Nederwiet', de klassieker van Doe Maar die werd geschreven en gezongen door Joost Belinfante (en een wietsoort waar een heel hoofdstuk aan gewijd wordt).
De voor deze website meest relevante songs zijn zonder meer 'I Love Marihuana' van Linval Thompson, 'Easy Skanking' van de Legend zelve ("Excuse me while I light my spliff…") en (het bijna autobiografische) 'Smoking My Ganja' van Capital Letters, die Jah Shakespear zelf aan het werk zag in de AB zo'n veertig jaar geleden, wanneer de reggaemicrobe hem te pakken kreeg en hij zijn eerste stappen zette als radio DJ bij de vrije, Leuvense studentenradio Scorpio. Vandaag nam hij op zijn zestigste verjaardag na 33 jaar definitief afscheid van de Antwerpse Radio Centraal, met zijn jaarlijkse eindejaarshow, die dit keer volledig in het teken stond van (zijn) 50 beste reggae albums aller tijden, waarbij het thema van het boek natuurlijk niet weg te denken was, en de uitzending ongetwijfeld gepaard ging met meer dan één spliff (te herbeluisteren op Mixcloud en de volledig lijst op Facebook te vinden).
Hij wijdt een uitgebreide passage aan de stad aan de Schelde die in de jaren zestig de "vrijheid, blijheid" van de hippies vertolkte, en blikt terug op de jazzclubs van weleer waar voor het eerst in ons land openlijk geblowd en gedeald werd: "In de sixties kon je in Antwerpen gemakkelijker aan wiet komen dan in Amsterdam. Congogras noemden ze dat toen nog, omdat de cannabis meestal afkomstig was van wat tot 1960 een Belgische kolonie was.". Maar tegelijk kijkt hij naar gidsland Nederland, dat in tegenstelling tot België niet al snel en krampachtig in repressie verzeilde maar reeds in 1972 een gedoogbeleid lanceerde, al liep de volledige bevrijding van de wietplant ook bij onze noorderburen niet helemaal van een leien dakje, en zag Karel met lede ogen aan dat Cool Runnings, zijn (en onze) favoriete coffeeshop in Maastricht (waar altijd reggae gedraaid wordt), de deuren moest sluiten voor buitenlanders, maar evengoed dat de "wietpas" gelukkig geen lang leven beschoren was.
Legalize it?
De auteur wijst ook op de vele paradoxen in de historie en het beleid rond cannabis: de (legale) import uit overzeese landen als Thailand, Libanon en Colombia werd onder aanvoering van Wernard Bruining in de lage landen geleidelijk vervangen door inheemse teelt, die tot op vandaag evenwel illegaal blijft, in tegenstelling tot de gereguleerde verkoop. Lange vloeitjes konden voor Rizla wel door de beugel, zolang er maar geen connectie was met de inhoud waarvoor die sigarettenblaadjes dienden. Karel ergert zich openlijk aan de hypocrisie die errond heerst, namelijk dat weinigen publiekelijk durven uitkomen voor een gewoonte die ondertussen wijdverspreid is. Zelf loop ik er in mijn werkcontext ook niet mee te koop, zolang het bezit en gebruik niet uit de strafwet wordt gehaald.
Verder veegt hij enkele delicate thema's waar de blowende Vlaming soms van wakker ligt ongegeneerd van tafel, zoals autorijden onder invloed of roken in het bijzijn van minderjarigen, en vraagt zich terecht af hoe een mild bedwelmend middel, een plant die overal natuurlijk groeit, zo gevreesd kan worden door overheden en een oorlog waard is? We ontdekken dat dit vooral de verdienste is van Harry J. (niet te verwarren met de befaamde opnamestudio in Jamaica) Anslinger, die als eerste hoofd van het Bureau of Narcotics in de VS de war on drugs ontketende, en daarmee de hele wereld besmette. Het is haast absurd dat dergelijke drugsoorlog bijna een eeuw later nog steeds nieuw leven wordt ingeblazen, kijk naar het Antwerpen van burgemeester Bart De Wever.
Als lezer deel je de frustratie dat ongefundeerde en zelfs verzonnen argumenten al te vaak kritiekloos worden overgenomen ten koste van deze onschuldige plant, die al eeuwenlang voor andere duurzame doeleinden wordt gebruikt, zoals het vervaardigen van touw, zeil en kledij, om over de helende substantie CBD (die lange tijd verboden is gebleven) nog maar te zwijgen. Dat "herbs" tijdens de vorige eeuw vooral om economische en racistische redenen verguisd werden, en alcohol na de drooglegging wél algemeen gemeengoed is geworden, stoot de schrijver als bewuste niet-drinker misschien nog het meest tegen de borst. Met verwijzingen naar verschillende studies en onderzoeken toont hij aan dat de wetenschap wel vaker de duimen moet leggen voor politiek en misplaatste morele superioriteitsgevoelens. Pot (nog een bijnaam) wordt nog al te vaak over dezelfde kam geschoren als andere (schadelijke) drugs.
Hij verheerlijkt dan wel de geestverruimende, geneeskrachtige en ontspannende werking van THC (de werkzame psychoactieve stof in cannabis), toch is Karel Michiels geen voorstander van een algehele legalisering, laat staan commercialisering. Hij blijft benadrukken dat wiet roken niet voor iedereen weggelegd is, en al zeker niet voor je achttiende (wat bij ondergetekende toch wel het geval was). Hij kaart dan ook de mogelijke negatieve gevolgen van cannabisgebruik aan, met bijzondere aandacht voor psychoses. Net als in 'Land van Wiet en Honing', krijgt zijn levenspartner, mental coach Marleen Janssens, ruimte om het begrip verslaving toe te lichten, en we kunnen ons wel vinden in de theorie over de drie domeinen van cannabismisbruik.
'Cannabis' toont wel meer gelijkenissen met zijn voorganger(s) en bevat zelfs hoofdstukken met dezelfde titels, zoals 'Het nieuwe gidsland' (Uruguay) en 'Cannabis Parlementiva' (waarin hij andermaal het politieke relaas schetst van de verschillende legaliseringspogingen en steeds wijzigende koers in het Belgische drugsbeleid), waardoor je soms een déjà-vu ervaart, maar het verhaal gaat verder en is een must-read voor elke bewuste 'cannabisconsument'. Met minder lijstjes, al krijgen we met chapter 'Cannaflix' toch weer een aantal nieuwe kijktips, waaronder de baanbrekende documentaire 'Grass is Greener' (Fab 5 Freddy, 2019) over de geschiedenis en legalisering van cannabis in Amerika.
Wie een spannende apotheose verwacht, of flink ondergedompeld wil worden in reggae en Jamaicaanse cultuur, blijft ietwat op zijn honger zitten, maar wij zijn maar wat blij dat er in elk decennium een boek over dit thema van zijn hand verschijnt. Daarmee draagt 's lands meest volhardende "cannastrijder" wederom bij aan het nationaal cannabisdebat, en hoort Karel Michiels zonder twijfel thuis in de Belgische "cannacanon", naast mensen als Denise Aerts (Trekt Uw Plant), Stijn Bex (Spirit) en Marie-José Vermeulen (van Flow, de eerste, en meteen weer verzegelde growshop in België).
"Wie zijn toch de mensen die zich zo halsstarrig blijven verzetten tegen de maatschappelijke aanvaarding van cannabis, als medicijn en zeker als roes- of genotsmiddel?"; hoelang zal het nog duren eer dat wettelijke verbod "dat nergens op is gebaseerd" voorgoed verdwijnt? Laten we hopen dat Karel het nog mag meemaken, gelukkig lijkt het tij wereldwijd stilaan te keren, en kan ons land niet eeuwig achterblijven.
Yo no fumo, vaporizo!
'De Rasta Revelatie' vond mijn vader als doorwinterde romanverslinder maar niks, toch dweep ik graag met Karel Michiels en zijn boeken om mijn cannabisconsumptie met hand en tand te verantwoorden, hij is bovendien toch het levende bewijs dat je als dagelijks gebruiker een normaal leven en mooie carrière kan uitbouwen? Ondertussen nuttig ik (36) ruim de helft van mijn leven op zeer regelmatige basis marihuana, en zo brengt dit boek ontegensprekelijk ook mijn eigen tijdlijn in kaart, met tal van herkenbare situaties en nostalgische herinneringen. Meer dan eens app ik tijdens het lezen een image van een passage naar (oude) vrienden en kennissen, bij verwijzingen naar 'chu-ma' (bijnaam van een Chileense kameraad), Zuid-Afrika, of "paddenstoelengoeroe" Terence McKenna.
In tegenstelling tot de auteur heb ik tabak, en zoveel mogelijk ook roken, al lange tijd afgezworen, en vervangen door het meer verlichte verdampen, "de gezondste en meest effectieve manier van cannabis consumeren". Maar we stammen uit een andere tijdsgeest, en zien rondom ons maar al te goed hoe moeilijk het is om van die achterhaalde en uiterst schadelijke gewoonte af te raken. Het lezen van 'Cannabis' zette me in de kerstvakantie nog eens aan om de laatste ingevroren wietboter om te vormen tot koekjes (eetwaar met cannabis of "edible", leer ik op pagina 26). De letters durven al eens dansen en de gedachten ergens afdwalen, wat me ook geen boekenwurm maakt, maar ganja heeft bij iedere gebruiker een verschillende uitwerking, staat te lezen. Niet iedereen heeft "last" van bloeddoorlopen ogen of paranoia.
Toch lijken bepaalde effecten meer voorkomend, zo is het zich verliezen in eindeloos piekeren mij (en heel wat geestgenoten) niet geheel vreemd, net als de droge mond of de lach- en vreetkick, een ander woord voor "munchie", dat ik voor het eerst uit de mond hoorde van Armand, die Karel een paar keer kon interviewen. Tijdens mijn studententijd zag ik de Hollandse protestzanger jaarlijks optreden in Jeugdhuis Sojo achter het station in Leuven, en ontmoette hem meermaals in de backstage achteraf, smullend van zijn verhalen "in dat vranke en voor ons zo opwindende taaltje". Hasjiesjman, de zon is jouw vriend!
We wijken even af van Karels afspeellijst en belanden bij de plaat van Spinvis met de stem (uit de groef) van Simon Vinkenoog: 'Mamamiamarihuana' (mag toegevoegd worden). Enkele bladzijden verder staat datzelfde gedicht over "het erekruid, waartegen geen kruid gewassen is". Natural mystic, zou Jah Shakespear dat noemen. Toeval of niet, ik leg de laatste hand aan dit stuk om 4u20, four twenty.
'Cannabis: De plant, het medicijn, de drug' is uit bij
Houtekiet en telt 328 pagina's