Reggae.be
R.I.P. Albert Griffiths (1946-2020), the original Gladiator
Roots & CultureDec 17, 2020

R.I.P. Albert Griffiths (1946-2020), the original Gladiator

By Jah Shakespear

In de Reggae Hall of Fame staat Albert Griffiths in dezelfde heldenzaal als Bob Marley, Winston Rodney (Burning Spear), Peter Tosh, Bunny Wailer en Joseph Hill (Culture). Zij hebben de Jamaicaanse popmuziek in de jaren zeventig van de vorige eeuw internationaal aanzien gegeven met klassieke songs en albums die intussen reggae-erfgoed zijn geworden.

The Gladiators hebben enkele van de beste concerten gegeven die ik in mijn leven gezien heb. De eerste keer was op Jazz Dendermonde, een festival waar in 1986 voor het eerst niet-jazz acts op de affiche stonden. Zo kwam het dat wij na de schitterende show van The Gladiators ineens naar Ray Charles stonden te kijken, ook een (nog veel grotere) legende, zeker voor de rest van het publiek. Maar al die mensen wisten de rootsreggae van The Gladiators, toen nog met Clinton Fearon, wel te waarderen en toonden zich zelfs verrast en enthousiast. Ik ging er toen van uit dat we in de toekomst wel vaker reggae zouden zien en horen op jazz- en rockfestivals, maar daar is nooit veel van in huis gekomen.

Later dat jaar keerden The Gladiators nog eens terug naar België, om in onze hoogsteigen reggaetempel Hof ter Loo opnieuw een onvergetelijke set neer te zetten. De band bracht toen ook een Marley-medley (weinig zangers die Bob Marley beter en liever zongen dan Albert Griffiths), waarbij een piepjonge Olivier Ronsse (later toetsenist van Calabash) de backing vocals mocht komen meedoen.

The Gladiators waren niet zomaar een vocaal ensemble dat de studio indook met de muzikanten die daar toevallig aanwezig waren. Albert Griffiths was in de hoogdagen van de groep niet alleen de vaste leadzanger (af en toe stond Fearon achter de microfoon) maar ook de leadgitarist. Clinton Fearon speelde bas en de derde Gladiator, Gallimore Sutherland, ritmegitaar. Ze zongen samen zoals niemand anders dat deed, Griffiths met zijn rauwe, smekende stemgeluid, altijd en overal herkenbaar, Fearon en Gallimore als zoetgevooisd koortje. In die bezetting hebben The Gladiators tussen 1975 en 1980 een paar onbetwiste classic albums gemaakt ('Trenchtown Mix Up', 'Proverbial Reggae', 'Naturality'), platen dus die alleen maar schitterende tunes bevatten, of in dit geval: hoogwaardige songs met de best mogelijke backing, ingespeeld door de beste muzikanten van hun tijd. 'Jah Works' is door de jaren heen de favoriet geworden van hele generaties rasta-kinderen en staat ook in mijn top 10 aller tijden. Maar het is lang niet de enige foundation klassieker, en iedereen heeft zowat zijn eigen lievelingen.

Zo is mijn favoriete plaat van The Gladiators 'Back To Roots', een Franse productie uit 1982 waarop zowel Clinton Fearon ('Rich Man Poor Man'! 'Streets Of Freedom'!)) als Albert Griffiths ('Marcus Garvey Time'! 'We Are The Warriors'! 'Follow The Rainbow'!) het beste van zichzelf geven. Uit dezelfde tijd stammen 'Can't Stop Righteousness' en 'You Can't Say That I'm Lying', oorspronkelijk te vinden op de 'Showdown' LP met Don Carlos, in een briljante Channel One-mix, ook al was Griffiths zelf daar niet zo mee opgezet.

Dat vertelde hij ons persoonlijk voor het concert dat The Gladiators midden jaren negentig zouden geven op de Konijnenwei in Antwerpen, wat het hoogtepunt moest worden van een dag vol rootsmuziek, arts & crafts en Rastafari vibes. "Zou" en "moest" want door een klacht van een buurtbewoner werd het evenement vroegtijdig stopgezet. Geen Gladiators maar het was gelukkig niet de laatste keer dat ze naar ons land kwamen. Met een band onder leiding van (bassist) Bagga Walker behoorden The Gladiators in die tijd tot de beste live acts in de reggae, ook al had Clinton Fearon de band in 1987 verlaten.

Het was niet de eerste personeelswissel bij de groep die Albert Griffiths al in 1967 had opgericht, toen samen met David Webber en Errol Grandison. Het jaar voordien had hij in Treasure Isle zijn eerste single opgenomen, 'You Are The Girl', de B-kant van de megahit 'Train To Skaville' van The Ethiopians. Leonard Dillon werkte trouwens bij hetzelfde bouwbedrijf als Griffiths, die zichzelf toen nog Al & The Ethiopians noemde.

Met Webber en Grandison scoorde Griffiths als The Gladiators een eerste Jamaicaanse hit voor Studio One met 'Hello Carol' (1968), eerst 'Hello My Love' maar van titel gewijzigd met Kerst in het vooruitzicht. Voor Treasure Isle hadden ze eerder al 'Live Wire' opgenomen, terugkijkend een erg vernieuwende productie. In 1969 ging Albert Griffiths solo, of beter: hij werd een vaste sessiemuzikant voor Coxsone Dodd, en werkte voor Lee Perry en Clive Chin. Aan Olympic Way opende hij een bescheiden muziekschool, waar hij als studenten niet alleen The Royals en Joy White onder zijn hoede had maar ook Clinton Fearon en Gallimore Sutherland.

Met die twee vormde Griffiths de nieuwe bezetting van The Gladiators, en nam voor Studio One enkele van de mooiste en meest fascinerende roots tracks op uit de rijke geschiedenis van de reggae: 'Bongo Red', 'Roots Natty', 'Dreadlocks The Time Is Now'… The Gladiators hernamen die nummers later in andere studio's, met meer muzikanten, op meer kanalen, ondersteund door Virgin Records. Toen zij het contract in 1981 (na de dood van Bob Marley) stopzetten en Jamaica langzaam in de ban raakte van dancehall en digitale beats, vond de groep gelukkig onderdak bij Nighthawk en Heartbeat in de Verenigde Staten, en in Frankrijk. Daar zijn in de jaren tachtig en negentig nog een paar excellente albums uit voortgekomen (check 'Country Living' en 'Valley Of Decision') maar hun vroegere werk hebben The Gladiators nooit meer geëvenaard. Wat natuurlijk ook met de veranderende tijdsgeest had te maken. Vergeet in dat licht zeker niet de Studio One-compilaties te checken, een schatkist vol vroege rootsparels.

De laatste tournees van The Gladiators met Albert Griffiths waren er beter niet gekomen. De man was midden jaren 2000 mentaal al redelijk verward, en zijn stem klonk nauw en benepen. Met de Fathers en Sons-plaat en dito tour gaf hij in 2005 de fakkel door aan zijn zonen Alan en (in minder mate) Anthony, maar die hebben de verwachtingen nooit helemaal kunnen inlossen. Ook al beschikte Al(an) over een stemgeluid dat dat van zijn vader sterk benaderde, hij ontbeerde diens charisma en authenticiteit, zo typerend voor die generatie rasta's.

In het voorbije decennium dook plots Droop Lion op als vervanger van Griffiths, en dat was helemaal een afknapper. Gelukkig wist Bagga Walker zijn band al die jaren bij de les te houden en klonken de oude Gladiators-klassiekers nog altijd zalig. Maar laten ze er nu toch maar mee ophouden. De dood van Albert Griffiths markeert niet alleen het einde van het Gladiators-tijdperk maar confronteert ons ook met het feit dat er van de namen in de intro van dit stuk nu nog maar twee overblijven: Burning Spear en Bunny Wailer.

Hopelijk krijgen we hen nog minstens één keer te zien voor hun tijd gekomen is. Het zijn zowat de enige muzikale jeugdhelden die mij nu nog resten.  Albert Griffiths zou op 1 januari 75 jaar geworden zijn. Hij was al geruime tijd ziek, geestelijk en lichamelijk.
R.I.P. Albert Griffiths (1946-2020), the original Gladiator

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

RootsReggae

Published

Dec 17, 2020