Wat heeft Batman te maken met 'Satta Amassa Gana'? De majestueuze blazerspartij lijkt rechtstreeks gepikt van
een thema uit de tv-serie 'Batman' die toen wereldwijd te zien was op het kleine scherm. Ik was een fan als kleine jongen dus ik moet die muziek van Neal Hefti al gehoord hebben lang voor ik nog maar mijn eerste popplaatjes kocht, laat staan reggae ontdekt had. Het lijdt weinig twijfel dat ook trombonist
Vin Gordon aka. Don D(rummond) Junior en saxofonist Headly Bennett zich voor hun bijdrage aan Satta hebben laten inspireren door de soundtrack van Batman.
Maar doet dat niks af aan de kracht en de authenticiteit van het nummer. Leroy Sibbles (The Heptones) arrangeerde de muziek en creëerde de onsterfelijke baslijn, zelfs zonder enig ander instrument onmiddellijk herkenbaar in de vele honderden versions die intussen van 'Satta' gemaakt zijn. Richard Ace zat achter de piano, Eric Frater speelde gitaar. Drums: Fil Callender. De percussie, bas, fundeh en repeater, droeg de stempel van burru en nyahbinghi.
Het liedje zelf werd geschreven door leadzanger Bernard Collins en Donald Manning, die elkaar leerden kennen op rasta gatherings in Trenchtown en Rockfort. Ze luisterden er naar elders als Mortimer Planno en
Count Ossie en maakten zich de beginselen van Rastafari eigen. 'Satta' is een expressie van het verlangen naar het beloofde land, naar een betere wereld, naar het zwarte zelfbewustzijn van Marcus Garvey en Black Power. Manning en zijn twee broers waren ook trouwe bezoekers van de Ethiopian Orthodox Church in Kingston, waar een derde broer priester was. Estefanos Manning zou jaren later de rituelen leidden op de begrafenissen van Bob Marley en Peter Tosh. Hij had vrienden in Ethiopië en verdiepte zich in het Amhaars (Amharic), de taal van de heersende, christelijke bevolkingsgroep in Ethiopië. Daar vond Donald de inspiratie voor de tekst van 'Satta Amassa Gana' ("Give thanks, give praises").
Manning en Collins zochten een derde zanger, om de harmonieën nog hemelser te laten klinken, en ze kwamen uit bij Donalds broer Lynford. Die had eerder al een paar hitjes gescoord als lid van Carlton & The Shoes ('Love Me Forever'), met zijn andere broer als leadzanger. De B-kant van 'Love Me Forever' was 'Happy Land', tekstueel een soort blueprint van 'Satta', hoewel Donald Manning dat niet wilde gezegd hebben.
Als The Abyssinians trok het trio naar Studio One waar ze op eigen kosten het nummer opnamen dat ze toen nog 'Far Far Away' noemden. Coxsone Dodd vond het maar niks en wou de tune ook niet uitbrengen. Daarvoor moesten The Abyssinians in 1971 hun eigen label oprichten, Clinch, en de mastertape overkopen van Dodd, voor 90 dollar. Er circuleerde toen al wel ruim een jaar een dub plate van 'Satta'. Onder de nieuwe titel 'Satta Amassa Gana' (eerste release, later gespeld op verschillende manieren) was het nummer een instant-succes, en zette de toon voor de vele grote foundation tunes van de jaren '70, voor de roots & culture die tot vandaag onlosmakelijk met de reggae is verbonden.
Coxsone was er wel als de kippen bij om het succes van Satta op zijn manier te verzilveren, met vroege, verschillend ingespeelde versions van Jackie Mittoo (
'Night In Ethiopia') en
Cedric 'Im' Brooks, voorzien van prachtige solo's en arrangementen door de saxofonist zelf en meester-gitarist Ernest Ranglin. The Abyssinians maakten ook algauw hun eigen version, 'Mabrak', een aanklacht tegen hun imitators volgestouwd met Bijbelse spreuken, waarna ze Big Youth uitnodigden voor zijn dwingende Satta-interpretatie
'I Pray Thee'. Peter Tosh maakte voor Joe Gibbs
'Here Comes The Judge', een bittere, gedeclameerde aanklacht tegen de discriminatie van rasta youths die voor de rechter moeten verschijnen. Tegen de tijd dat ook Augustus Pablo en Lee Perry hun interpretatie van de riddim op de wereld loslieten, midden jaren 70, was de unieke status van 'Satta' definitief gevestigd. Zelfs
Third World, muzikaal en productioneel toch een heel ander universum dan Studio One en Big Youth, hadden op hun debuutalbum (1976) een versie, een heel mooie zelfs.
Ook een mijlpaal in de geschiedenis van 'Satta Amassa Gana': de openingsscène van de film 'Rockers', waar The Abyssinians zich nyahbinghi-gewijs laten begeleiden door Ras Michael & Sons of Negus. Er zijn niet zoveel populaire reggaenummers die werden opgepikt in de grounations van de rasta's, en daarvan is 'Satta' veruit het bekendste en meest geliefde. Het is kortom een liedje dat alle niches en tijdperken van reggae en dancehall overstijgt en verenigt, rasta of niet. Het is ons eigen volkslied.
Op de mastertape van Studio One stonden nog een paar tunes. 'Jerusalem' belandde op de B-kant van Satta en
'Declaration Of Rights' (wel uitgebracht door Coxsone zelf) is door de jaren uitgegroeid tot een haast even emblematische riddim en meezinger. "Get up and fight for your rights": dat was dus een jaar of vier voor The Wailers uitpakten met 'Get Up Stand Up'. Twee tijdloze klassiekers in één begenadigde sessie: het volstaat ruimschoots om The Abyssinians een prominente plaats te geven in de Reggae Hall of Fame.
De twee nummers stonden in een nieuwe uitvoering op het classic album 'Forward' van The Abyssinians (1976), een productie van Clive Hunt. Het tweede album (voor Tuff Gong) was een stuk minder en Bernard Collins ging solo. Zijn vervanger als leadzanger was… Carlton Manning, de broer van de man die hij de rug had toegekeerd. Collins en de Mannings hebben sindsdien opgenomen en getoerd in verschillende bezettingen.
En dan nu allemaal:
There is a land, far far away
Where there's no night, there's only day
Look into the book of life, and you will see
That there's a land, far far away
The King of Kings and the Lord of Lords
Sit upon His throne and He rules us all
Look into the book of life, and you will see
That He rules us all
That He rules us all
Luister ook naar:
'Prophet Live' - Prince Jazzbo
'Satia' - Keith Hudson
'Deck Of Life' - Prince Far I
'Raggy Road' - Capleton
'One Away' - Sizzla