
Wat was de eerste skaplaat? De meeste kenners en muzikanten wijzen naar dit nummer, opgenomen in 1957, lang voor er van The Skatalites of zelfs maar een Jamaicaanse platenindustrie sprake was. Maar toen al wel een megahit op de soundsystem van Coxsone Dodd.
Eerst dat woord, ska. Volgens Theo(philus) Beckford zelf was het een afgeleide van de kreet "Skavoovie!", die bassist en orkestleider Cluett Johnson vaak gebruikte om het volgende nummer in te zetten: "Het was een soort begroeting die al veel langer bestond. Wha'appen, skavoovie? Hail, skavoovie!". Bijna een halve eeuw later, in 1993, zouden The Skatalites hun zoveelste comebackplaat 'Ska Voovie' noemen. Skavoovie and The Epitones is de naam van een ska-groep uit Massachussetts in de jaren '90.
Beckford was zijn carrière als pianist begonnen onder de vleugels van Stanley Motta, met de calypsonians die toen de toon aangaven. Midden jaren '50 speelde hij in het combo van Johnson, Clue J & His Blues Blasters, met gitarist Keith Stoddart, drummer Ken Williams en bassist Lloyd Mason. Het zijn vergeten namen maar ze stonden wel mee aan de wieg van de muziek die ons vandaag nog altijd zo na aan het hart ligt, eerst op het podium, daarna ook in de studio's. Coxsone Dodd werkte in die tijd ook met Hersang & His City Slickers, een groep rond pianist Herman Sang, en The Dew Droppers, geleid door pianist/orgelist Aubrey Adams. Af en toe kwam ook de piepjonge Monty Alexander mee jammen. Duke Reid, de grote rivaal van Coxsone, had zijn eigen Duke Reid Group, Drumbago's Orchestra (rond de latere drummer van The Skatalites) en Baba Brooke's Band, met naast de trompettist van The Skatalites ook trombonist Don Drummond en diens in Cuba geboren protegé Emanuel 'Rico' Rodriguez en saxofonist Roland Alphonso. Die namen hebben we wel onthouden, en vaak nog live gezien.
De latere topproducer Bunny Lee bevestigt dat Clue J het woord ska heeft geïntroduceerd. "Make it go ska!", spoorde hij zijn muzikanten aan. Saxofonist Val Benett en gitarist 'Jah' Jerry Haynes zouden volgens Lee de lead hebben genomen met het nieuwe ritme.
In Jamaica there's no truth. There's only version. De grote gitarist Ernest Ranglin herinnert zich hoe hij op een zondagochtend samen met Cluett Johnson aan tafel zat bij Coxsone, in een achterkamer van het drankenwinkeltje van de familie Dodd, op de hoek van Beeston Street en Love Lane. Coxsone broedde al enige tijd op een Jamaicaanse interpretatie van de Amerikaanse rhythm and blues die de sound systems zo graag speelden. Een van de belangrijkste verdelers van die muziek in Jamaica was Edward Seaga, de latere eerste minister. Hij scoorde in 1959 een van de allereerste lokale hits met 'Manny Oh' van het duo (Joe) Higgs & (Roy) Wilson, op zijn eigen W.I.R.L.-label (West-Indies Records Limited). Typische New Orleans boogie maar met een licht afwijkend gitaarakkoord op de off-beat van het ritme, zoals de banjo dat deed in de mento; 25.000 exemplaren verkocht en Coxsone wist waar hij naartoe wou.
"Coxsone was een man die de muzikanten liet spelen, onderbrak en aanwijzingen gaf," zegt Ernest Ranglin: "Dit keer wilde hij de pianoshuffle van de r'n'b-beat behouden maar met de klemtoon op de afterbeats, de tweede en de vierde. Zo werd het arrangement eigenlijk omgekeerd. In plaats van chinnk-ka… chinnk-ka… chinn-ka werd het ka-chinnk… ka-chinnk… ka-chinnk. De mensen noemden het eerst "upside down r'n'b". De gitaar beklemtoonde die beat nog meer."
Coxsone Dodd had zich op zijn beurt laten inspireren door de muziek van Rosco Gordon, een Amerikaanse pianist die al jaren met veel succes optrad in Kingston. Zijn stijl, ook met nadruk op de off-beats, stond bekend als "back to front boogie".
Ernest Ranglin kon niet wachten om het idee verder uit te werken en dook de volgende dag de studio van JBC in (Jamaican Broadcasting Corporation) met Drumbago, Rico Rodriguez en Theophilus Beckford. Ze maakten een paar exclusieve dub plates (toen al!) voor Downbeat, de sound van Dodd, en 'Easy Snappin' sprong er meteen uit. Het publiek reageerde wildenthousiast. Heerlijke titel ook, cool en jazzy, maar over de rest van de lyrics hoeven we het niet te hebben. Als ze maar swingden.
De dub plate was niet de versie die in 1959, tweejaar later pas, in het zog van 'Manny-Oh', werd uitgebracht op het Worldisc-label van Dodd (in 1960 op Blue Beat, later ook op Coxsone en Studio One). Die uitvoering werd opgenomen in de Federal-studio met ene Ken Richards op gitaar en Ian Pearson op drums. De naam van Ranglin, die de tune naar eigen zeggen volledig gearrangeerd had, werd nergens vermeld. Niet dat hij dat erg vond: "This music was rebel music even then, ghetto music and they used to put that music down. Ik speelde vaak in hotels en wilde mijn werk niet verliezen."
Het woordje ska had Clue Johnson, aldus nog Ernest Ranglin, gepikt van jazzman Slim Gaillard. Dat hij Ranglin zou aangezet hebben om "ska, ska, ska" te spelen, ontkent de gitarist: "Hij kon mij niet vertellen wat ik moest spelen."
Ook Prince Buster claimt dat hij de ska heeft uitgevonden, door het marsritme van de drumbands die hij als kind zo fascinerend vond te koppelen aan een tegendraadse riff van Jah Jerry, diens latere handelsmerk bij The Skatalites. De eerste nummers in die stijl waren 'Little Honey' (Buster's Group), 'Humpty Dumpty' (Eric Morris), 'African Blood' (Raymond Harper) en 'Time Longer Than Rope' (Prince Buster).
Theophilus Beckford heeft nooit een cent royalties ontvangen voor 'Easy Snappin''en ook niet voor de andere tunes met Coxsone Dodd. In 1963 richtte hij nog een eigen platenlabel op, King Pioneer Ska Productions maar dat werd een sof. Beckfords laatste wapenfeiten in de muziek dateren van midden jaren '70 toen hij in de Black Ark-studio van Lee Perry op verschillende tracks samenspeelde met The Upsetters. In 1975 speelde hij zo nog het kenmerkende pianowijsje in van 'Fade Away' (Junior Byles). Toch een typisch one hit wonder dus, zoals er in de reggae nog veel meer zijn.
Foto: © Rick Elgood
Luister ook naar:
'Shuffling Jug' - Clue J and The Blues Blasters
'Boogie In My Bones' - Laurel Aitken
'Manny-Oh' - Higgs & Wilson
'Pink Lane Shuffle' - Duke Reid's Group
'African Blood' - Raymond Harper

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).
Jun 08, 2020