Reggae.be
Creation Tunes: 'Etheopia' (Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians, 1956)
Roots & CultureMay 25, 2020

Creation Tunes: 'Etheopia' (Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians, 1956)

By Jah Shakespear

In deze nieuwe reeks belichten we nummers die het aanschijn van de reggae en de Jamaicaanse popmuziek in het algemeen veranderd hebben. Lord Lebby was in de jaren vijftig van de vorige eeuw de eerste zanger die allusie maakte op de dromen en aspiraties van de rasta's.

De eerste Jamaicaanse wereldhit dateert van 1956. Het was een volksliedje van rond de eeuwwisseling over het harde werk in een bananenplantage. "De dageraad komt eraan en ik wil naar huis," zong de Amerikaanse zanger en filmster Harry Belafonte, zelf een kind van Jamaicaanse ouders. Edric Connor and the Caribbeans hadden het nummer vier jaar eerder voor het eerst op plaat gezet en Belafonte kende ook de uitvoering van Louise Bennett, zangeres, dichteres en toen de populairste artiest van Jamaica. 'Day-O (The Banana Boat Song)' was voor het eerst te zien en te horen in The Colgate Comedy Hour op NBC en is sindsdien een evergreen geworden. Ik leerde het liedje in 1972 kennen in de komische vertaling van de Nederlandse lolbroek André Van Duin, 'Het Bananenlied'. Waarom zijn de bananen krom? Als je ze rechtop zet, dan vallen ze om.

'Day-O' was mento, de Jamaicaanse variant van de uit Trinidad afkomstige calypsomuziek. Je hoorde de muziek in die dagen wel eens in Amerikaanse films die zich afspeelden op de Caraïben. Man en vrouw zitten in een exotische hotelbar en in de achtergrond speelt een bandje. Akoestische gitaar, banjo, een handdrum en een rumba box, een vierkante houten doos, misschien wel het enige muziekinstrument waar je op moet zitten om het te bespelen. Grotere orkesten hadden ook een bamboesaxofoon, maracas ("sambaballen") en soms een piano. Mento was samen met nyahbinghi en Amerikaanse rhythm and blues een van de basisingrediënten van de ska, de voorloper van de reggae. Muzikaal maar even goed inhoudelijk. Mentoteksten uit de jaren 50 duiken tot vandaag op in de nieuwste Jamaicaanse hits, net als kinderversjes en volkswijsheden.

Zoals de meeste Amerikaanse en Caribische muziek vindt mento zijn oorsprong in de dagen van slavernij. Het woord zou een verbastering zijn van "kromanti", een oud Afrikaans (Akan) woord voor liedjes. Dat waren vaak wel bewerkingen van Europese polka's, walsen en quadrilles vermengd met Afrikaanse kumina en religieuze revival. Sam Manning, een bigbanddirigent uit Trinidad, nam in de jaren '20 van de vorige eeuw een aantal van die Jamaicaanse traditionals op in New York, die in Kingston werden verkocht in Campbell's Record Shop, The House of the Latest Hits.

Stanley Motta, een Sefardische jood, was gek op mento en bouwde in de buurt van zijn elektronicawinkel aan Harbour Street, Kingston een kleine studio, de eerste van het land. Tussen 1951 en 1956 werden daar een zestigtal 78- en 45-toerenplaten gemaakt. Aanvankelijk rechtstreeks op acetaat, om in Engeland geperst te worden, later met een mono bandrecorder. Motta's label MRS werd in Europa uitgebracht en verdeeld door Melodisc Records, in de jaren '60 de vaste zakenpartner van Prince Buster.

'Etheopia', zoals de titel het op het label van de single gedrukt stond, werd in 1956 uitgebracht op een sublabel van MRS, Kalypso. Mento en calypso werden tegen dan door elkaar gebruikt, maar wie internationaal wilde scoren, gebruikte best het tweede woord. The Andrew Sisters coverden 'Rum And Coca-Cola' van Lord Invader, Harry Belafonte verkocht miljoenen exemplaren van zijn LP 'Calypso' en de Jamaicaanse mentozanger Norman 'Lord' Flea noemde zijn orkest The Calypsonians. In die hoedanigheid tekende hij ook een contract bij de Amerikaanse major Capitol, toerde door de VS en acteerde in twee calypsofilms.

Lord Lebby heeft nooit een wereldhit gescoord, of getoerd in Amerika. Maar ook hij bracht in 1956 een evergreen uit, een nummer dat zijn groene frisheid voor altijd zal behouden, zij het dan vooral in de rastagemeenschap. 'Etheopia', was de allereerste release in de Jamaicaanse muziekgeschiedenis die verwees naar de nieuwe religieuze stroming in het land, Rastafari. De naam van Haile Selassie valt niet maar er is wel sprake van het (beloofde) land van melk en honing, het einde van alle treurnis en ellende voor de zwarte man en het vereiste "goed gedrag" om toegang te krijgen tot het paradijs op aarde. Het is een voorafspiegeling van de "clean hands-pure heart" thematiek die later zou terugkeren in talloze reggaesongs.

Some say they want to leave Jamaica and go back to Africa. Some talk about Ethiopia and others Liberia. I must be there, get my share of all the riches and delicious dishes of Ethiopia. I keep dreaming about Ethiopia where the milk and honey flow. It is a land of liberty. It is no wonder my heart keeps ponder for Ethiopia. All our sorrows will be over, black man, and there will be weeping no more. But if you're lazy you are sure to die. You won't thief there, nor tell no lie. It takes good behavior to make a savior.
Luister ook naar:

'Sweet Jamaica' - Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians 'Penny Reel' - Lord Power 'Hill & Gully Ride' - Lord Composer & The Silver Seas 'Linstead Market' - Louise Bennett 'Man Smart, Woman Smarter' - King Radio
Creation Tunes: 'Etheopia' (Lord Lebby & The Jamaican Calypsonians, 1956)

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

MentoCalypso

Published

May 25, 2020