Ere wie ere toekomt: de eerste organisator die Bob Andy naar België haalde, in 1990, was het onvolprezen Open Tropen-festival, het Turnhoutse broertje van Sfinks. De zanger was na jaren afwezigheid eindelijk nog eens in de studio gedoken, voor het onderschatte album 'Freely', en Mad Professor had zijn beste tunes getransformeerd in opwindende dubs. De titel van die plaat, 'Bob Andy's Dub Book', verwees naar Andy's classic album op Studio One, 'Bob Andy's Song Book'. De Professor was ook de man die Andy op Open Tropen presenteerde in een live package, samen met Earl Sixteen en Macka B, begeleid door The Robotiks. De anderen zijn sindsdien nog tientallen keren in ons land geweest, Bob Andy hebben we nog maar één keer teruggezien,
op Reggae Geel (2012), begeleid door Lloyd Parks & We The People, in een package met John Holt en Johnny Osbourne. Hij zong toen zijn grootste Studio One-hits, 'Unchained', 'Desperate Lover', 'Feeling Soul', 'Too Experienced', aangevuld met 'Fire Burning' en 'Life'. Jammer dat Bob Andy toen al niet meer zo goed bij stem was.
Ik had hem enkele weken daarvoor ook gezien op het
Garance Reggae-festival in Bagnols-sur-Cèze, waar hij met een hoop andere reggaeveteranen de vijftigste verjaardag van de Jamaicaanse onafhankelijkheid kwam vieren. Marcia Griffiths was er ook bij, de vrouw met wie hij een tiental jaar heeft samengeleefd en voor wie hij ook haar grootste hits schreef, toen ze samen nog bij Studio One werkten. In Frankrijk zongen ze samen 'Young Gifted And Black', een van de weinige wereldhits die de reggae ooit gekend heeft, een nummer van Nina Simone in een productie van Harry J, met in Engeland toegevoegde strijkers. Gedurende een paar maanden in 1970 was Bob Andy een courante naam in de popwereld.
Zijn beste en meest memorabele album had hij toen al gemaakt, het eerder genoemde 'Bob Andy's Song Book', een van de grote klassiekers uit de Studio One-catalogus. Bob Andy schreef zijn prachtige teksten zelf, componeerde er een mooie melodie bij en werkte niet met bestaande riddims. Zijn nummers werden zelf originele standards. 'Unchained' is een van de vaakst gebruikte riddims in de reggaegeschiedenis. Net als Dennis Brown zong Andy even mooi over de liefde als over sociale onrechtvaardigheid. 'Crime Don't Pay', zijn eerste opname voor Coxsone Dodd, getuigde al meteen van dat engagement.
De vroege hit 'I've got to go back home' had van The Wailers kunnen zijn, en het koortje werd ook gevormd door zijn vrienden Peter Tosh en Bunny Livingstone Wailer. Bob Marley verbleef op dat moment in Delaware, VS. Bob Andy zat in die tijd ook bij The Paragons, samen met Tyrone Evans, John Holt en Howard Barrett. Maar het klikte niet tussen John en Bob, en de laatste ging solo.
'Really Together' van Bob & Marcia is een zalige Studio One lovers tune die mij nog altijd doet smelten. 'Feel Like Jumping', dat Bob Andy schreef voor Marcia Griffiths, legde de basis voor '54-36 (That's My Number)', de klassieker van Toots & The Maytals. Ken Boothe maakte de definitieve versie van 'I Don't Want To See You Cry'. Sugar Minnott deed vele jaren later iets moois met 'Going Home'. 'My Time' en 'Too Experienced' werden in de jaren '80 megahits voor Barrington Levy.
Andy's werk na Studio One, in de eerste helft van de jaren '70, is veel minder bekend maar het materiaal op de albums 'Andywork' en 'Bob Andy & Marcia Griffiths' (voor Harry J) is als goede wijn en wordt beter met de jaren. Zo was ik onlangs nog helemaal in de ban van 'Lean On Me', de cover van Bill Withers, ook weer met Marcia. De muziek op dat die platen reikt naar de gesofistikeerde soul van toen, met brede arrangementen. 'Come Back' is 7,5 minuut pure soulreggae.
Check zeker ook 'Lots Of Love And I', en in het bijzonder 'Ghetto Stays In The Mind', opgenomen voor Sonia Pottinger en Treasure Isle, met The Revolutionaries van Sly & Robbie als backing band. Vergeet 'Friends' (1983), een album dat al te opzichtig lonkte naar de Amerikaanse middel of the road markt. Mijn persoonlijke Bob Andy-favorieten zijn 'Level Vibes', verheven rub-a-dub uit het begin van de jaren '80, en 'The Way I Feel', een 12inch op het Succes-label van Rupie Edwards. Fantastisch nummer, vroege, rauwe reggae met veel percussie, Bob Andy die zich de ziel uit het lijf zingt, en dan ook nog eens een stampende instrumental.
Bob Andy kreeg in 2006 al de Jamaicaanse Order of Distinction, voor zijn onschatbare verdiensten aan de ontwikkeling van de Jamaicaanse muziek. Net als Toots, Ken Boothe en John Holt was hij een rastaman from creation die daar niet mee te koop liep, toch niet in de eerste vijftien jaar van zijn carrière. Maar in 2005 was hij wel een van de weinige artiesten die mocht zingen op het zestigste verjaardagsfeest van Bob Marley in Addis Abeba, Ethiopië, ten voordele van Twelve Tribes of Israel.
Bob Andy was al een tijdje ziek (lever- en pancreaskanker). Ook zonder corona zou hij nu op weg zijn naar het beloofde land.
Foto: © Fabrice De Smedt