




Het was de eerste keer dat ik Ras Fire ontmoette, en dat maakte minstens even veel indruk als het eerste interview met mijn favoriete zangtrio. Tussen die vier authentieke rastamannen voelde ik mij tegelijk gezegend (omdat ik geen fysieke beperking had) en nederig, door de kracht en de levenslust die ze uitstraalden. Wie Ras Fire gekend heeft, weet dat ik die dag weinig vragen hoefde te stellen. Er ontspon zich algauw een diepgaande reasoning over muziek en Rastafari, die het heilige vuur in hun bestaan brandend hielden. Cecil 'Skelly' Spence en Lascelle 'Wiss' Bulgin beantwoordden helemaal aan het ideaalbeeld dat ik toen, begin jaren negentig, nog koesterde van de rastaman: cool and calm (naar een van de beste nummers van Israel Vibration), evenwichtig, inspirerend, doordrongen van bijbelse inzichten. Apple maakte eerder een koppige, introverte indruk en kwam alleen tussen op verongelijkte of verontwaardigde toon. En toch leek Ras Fire het juist met hem het best te vinden. Ik kende Ras nog maar pas en wist niet dat hij soms even hard en brutaal uit de hoek kon komen. Ook dat waren momenten waarop je iets kon leren van hem, omdat zijn houding, zijn onbegrip, zijn woede haast altijd gerechtvaardigd waren. Maar het maakte samenleven en samenwerken met Ras Fire er zeker niet makkelijker op. Sommige mensen hebben zich de tanden stukgebeten op zijn rechtlijnigheid en onbuigzaamheid. Zo is het ook Apple Gabriel verschillende keren vergaan, de rebel rasta van Israel Vibration.
In 1957 werd Jamaica voor de tweede keer in korte tijd getroffen door het poliovirus dat toen over de wereld raasde, en vooral werd verspreid via het water. Albert Craig, de jongste van tien kinderen, was een van de vele slachtoffers. De ene dag zat hij nog in de rivier te spelen, de volgende dag kon hij nog amper bewegen en was zijn rechterbeen gekrompen. De kleine Albert moest in quarantaine in een van de drie ziekenhuizen op het eiland, en werd vandaar naar het Mona Rehabilitation Center gebracht om te herstellen. Terwijl hij rond zich baby's zag sterven, reageerde hij goed op het experimentele vaccin dat hem werden toegediend. "I was a guinea pig," zei Craig daar zelf over, een proefkonijn. Enkele maanden later arriveerden in Mona ook Wiss en Skelly, met wie hij jaren later Israel Vibration zou vormen.
Via het Leger des Heils kwam Albert terecht op een "gewone" school. De pesterijen die hij daar te verduren kreeg omwille van zijn beperking, maakten in hem de Maroon wakker. De grootouders van zijn moeder waren wit en rijk maar langs zijn vaders kant stamde Craig af van
de roemruchte rebellen in de slaventijd. De kleine Albert vocht terug maar zo had de directie van de school het niet begrepen. De "brigadier", volgens Craig "...an evil Dutch woman from Holland", zette hem in isolatie en zonder eten. Ze strooide letterlijk zout in de wonde die de jongen had opgelopen, en stuurde hem pas een paar maanden later naar de kliniek.
Albert werd overgeplaatst naar de nu zo befaamde Alpha Boys' School, de wieg van de ska en Jamaicaanse popmuziek in het algemeen. Maar de instelling was toch in de eerste plaats een streng gereglementeerd opvangcentrum voor "lastige" en weggelopen kinderen. "A prison for kids," noemde Apple het, waar de strenge, onvermurwbare nonnen zich lieten bijstaan door mannen met stokken en riemen om de jongens bij de les te houden. "The Maroon spirit rise up in myself," herinnerde Albert zich, en hij bedreigde een van de bewakers met een gebroken flessenhals. De uitval kostte hem zeven dagen gevangenis en een van de nonnen liet hem onder dwang drie scotchbonnetpepers eten 'to burn the bad words out of my mouth'.
Albert loopt weg en belandt op straat. Het zal niet de laatste keer zijn dat hij moet overleven zonder onderdak, zonder eten, zonder hulp. Hij trekt nog wel een tijdje in bij zijn moeder in Rockfort maar die kan niet dealen met de spiritualiteit van de rastaman die hij intussen geworden is. Ooit had ze haar zoon nochtans bezworen dat hij "geboren is als een profeet" en dat hij miljoenen volgelingen zou krijgen over de hele wereld. Een van mijn favoriete Israel Vibration-nummers met Apple als lead vocal is 'Lift Up Your Conscience', wat ik toch een profetisch lied zou durven noemen. En die miljoenen volgelingen, wereldwijd verspreid, heeft het trio zeker weten te bereiken.
Albert, zeventien intussen, keert terug naar Mona. Hij speelt er piano met Donald Manning (The Abyssinians) en zingt samen met Wiss en Skelly, die hij ook initieert in de Bijbel en Rastafari. "The three rasta handicap who sing" noemen ze hen in de wijde omgeving. Ze worden ook opgemerkt door een nieuwe organisatie, Twelve Tribes of Israel, die de rasta's wil verenigen onder één vlag. Vandaar de naam die ze zichzelf geven als groep: Israel Vibration. Ze doen hun eerste stage shows voor Twelve Tribes en Hugh Booth van Jah Love Muzik soundsystem neemt hen mee naar de Treasure Isle-studio voor de opname van hun debuutsingle 'Why Worry'. Een van mijn all time favorieten maar dan wel in de versie die een tijdje later zou verschijnen op het classic album 'The Same Song'. De eerste leadzanger van Israel Vibration was Skelly, omdat die geen backings kon zingen. Op hun platen zouden ze elkaar later netjes afwisselen, hoewel Apple slechts in een minderheid van de nummers de lead voor zijn rekening neemt.
Ook bij Twelve Tribes raakte Apple in conflict met de leiding, volgens hem omdat de donkerhuidige "ghetto dreads" gediscrimineerd zouden worden door de rasta's met een lichtere tint. Bob Marley zou de organisatie zelfs om die reden verlaten hebben, claimt Apple, en heeft daar volgens hem ook een nummer over gemaakt: 'Running Away'. Israel Vibration zelf zong in het nummer 'The Same Song' de lof van de eenheid tussen de verschillende rastaorganisaties, Twelve Tribes of Israel, Boboshanti, Nyahbinghi en de Ethiopisch Orthodoxe Kerk. We zingen allemaal hetzelfde liedje: je hoeft die hele geschiedenis zelfs niet te kennen om de boodschap te begrijpen.
Het album 'The Same Song' (1978) werd geproduceerd door Tommy Cowan, en ingespeeld door Inner Circle, op dat moment nog de band van Jacob Miller, ook een lid van Twelve Tribes. Apple is leadzanger in drie nummers: 'Lift Up Your Conscience', 'Jah Time Has Come' en 'Streets Of Glory'. De plaat verscheen op het Top Ranking-label van Cowan, en internationaal op Harvest, een sublabel van EMI.
Ik had de Jamaicaanse reggae een jaar eerder leren kennen en 'The Same Song' was zonder twijfel de beste plaat die ik al gehoord had. Hier kwam alles samen: de engelachtige samenzang, de klagende stemmen van de sufferers (en geleden hadden ze, Apple, Skelly en Wiss), mooi uitgewerkte en gearrangeerde songs met eigen riddims, de volrijpe rootssound, de teachings van rastafari en spiritualiteit, de universele boodschappen van liefde, hoop en verzet. Israel Vibration heeft sindsdien nog goeie albums gemaakt en tijdloze songs geschreven maar 'The Same Song' blijft mijn favoriet en is een van de tien platen die ik zou meenemen naar een onbewoond eiland. Het is een van de weinige platen die ik nooit beu raak, hoe vaak ik de nummers intussen ook gehoord heb. Met de dub erbij natuurlijk, 'Israel Tafari Dub', die hier een jaartje later in de winkels lag, zij het enkel als dure import.
Voor het tweede album trok Israel Vibration naar de Tuff Gong-studio van Bob Marley. Volgens Apple waren zij Bobs favoriete zanggroep, en hij gunde hen zelfs het voorrecht om op te nemen met The Wailers. 'Unconquered People' heeft daardoor een heel andere klank dan 'The Same Song', met de karakteristieke one drop drums van Carlton Barrett en scherpe gitaarlicks. Israel Vibration was tegen dan een gevestigde naam in de reggaewereld en trad in 1981 al voor de tweede keer op in New York. Het was, aldus Craig, de laatste show die Bob Marley gezien heeft. De volgende dag zakte hij op straat in elkaar.
Apple neemt op 'Unconquered People' zowat de helft van de nummers voor zijn rekening, met 'We A De Rasta', 'Friday Evening' en 'Practice What Jah Teach' als uitschieters.
De Jamaicaanse periode van Israel Vibration werd afgesloten met het album 'Why You So Craven', gevoiced in Tuff Gong maar ingespeeld door de Hi Times Band in Channel One, met Scientist achter de knoppen, in een productie van man of the moment Henry 'Junjo' Lawes. De titeltrack was gericht aan Tommy Cowan (ook met hem had vooral Apple ruzie gemaakt) maar Junjo Lawes was hetzelfde lot beschoren. Opnieuw waren er meningsverschillen en de plaat bleef onafgewerkt. The Tamlins hebben de ontbrekende partijen uiteindelijk ingezongen. Wij wisten al niet wat we hoorden destijds, en het stond ook niet op de hoes.
Skelly, Wiss en Apple verhuisden naar New York, ook om betere zorg te krijgen voor hun beperking, en zetten hun samenwerking stop. Tot Gary 'Dr. Dread' Himmelfarb van RAS Records Israel Vibration onder zijn vleugels nam. Het was ook zijn favoriete zanggroep. Het vierde album, 'Strength Of My Life' (1987) werd opgenomen in Washington D.C., met backing van Roots Radics. De sound van RAS en de Lion and Fox Recording Studio is later al te veel gepolijst en gesteriliseerd, ontdaan van de Jamaicaanse roots, maar deze plaat (mijn eerste CD!) klinkt tot vandaag nagenoeg perfect. Apple zingt het heerlijke 'Jah Love Me', het militante 'Don't Want Apartheid' en het (inderdaad) profetische 'Middle East'. Israel Vibration heeft sindsdien nog een twaalftal albums gemaakt voor RAS Records, waarvan 'On The Rocks' (1995) voor mij het hoogtepunt was, en 'Rudeboy Shuffling' de beste tune, met lead vocals van Apple.
Dat nummer was een van zijn laatste wapenfeiten met de groep. In 1997 stapte hij op, na een conflict met Skelly en Wiss, of gewoon omdat die zijn eigenzinnige gedrag niet langer wilden verdragen. Israel Vibration toert sindsdien als duo over de wereld, en heeft sindsdien nooit meer zo goed geklonken. Gelukkig hadden wij ze tegen dan al een paar keer live gezien in België.
Apple Gabriel raakte aan lager wal. Die eerste bijnaam kreeg hij overigens al als kind, de tweede van Zarah Jacob, de kleinzoon van Haile Selassie, die goede contacten onderhield met Twelve Tribes of Israel. Met 'Another Moses' bracht Apple Gabriel in 1999 nog wel een eerste uitstekende soloplaat uit, en in 2002 het wat mindere 'No Racism'. In 2004 haalde Groundation hem naar de studio voor 'We Free Again', het titelnummer van een ander classic album. Maar dat kon allemaal niet verhinderen dat hij wegzonk in armoede en uiteindelijk op straat belandde.
Daar hebben het Nederlandse Not Easy At All Productions en Jah Solid Rock hem nog één keer kunnen weghalen om het album
'Teach Them Right' in te zingen, op afstand natuurlijk. Check het hartverscheurende 'Mr. Conman', opgedragen aan alle daklozen ("I know your cry...") en 'Gifted Ones', een ode aan zijn muzikale helden, van Marvin Gaye tot Diana Ross, én Israel Vibration ("...there is no end to a good thing"). In 'Give Them Love' zingt Apple: "Don't you fight the gays and the lesbians....", een van de eerste Jamaicaanse artiesten die dat zo nadrukkelijk stelde in een liedje.
Naar verluidt heeft Albert Craig ook zijn laatste levensjaren doorgebracht in armoede en ontbering. Als hij niet was gestorven door corona (wat blijkbaar niet het geval is) zou hem nog maar weinig goeds gewacht hebben in dit leven. Jammer dat een oude Maroon warrior zo aan zijn einde moest komen.