Bloed, zweet en tranen moet het de jongens van
Flying Platane gekost hebben, want het concert, dat eerst nog werd aangekondigd in april van dit jaar, moest uiteindelijk verplaatst worden naar afgelopen vrijdag en de eerder aangekondigde support act D. Ring Ding werd in extremis verhinderd en vervangen door The Judge Dread Memorial.
De Duitse
Steadytones toonden zich de ganse avond ware kameleons, want we werden eerste getrakteerd op een set Steadytones-materiaal, waarna de heren zich in matrozenpakjes hulden voor de set van The Judge Dread Memorial, om tenslotte terug te keren als backing band voor Stranger Cole.



De Beierse band vliegt erin met een mix van eigen nummers (we herkennen onder andere 'High Times' uit 'Heavy Impact', en 'Dark Rider' en 'Weep & Wail', beiden uit opvolger 'Ride On'), maar ook covers van klassiekers als Johnny Osbourne's 'Truths And Rights', 'Johhny Too Bad' van The Slickers of nog 'Bang Bang (My Baby Shot Me Down)', origineel van Cher maar in Jamaica natuurlijk ook vereeuwigd als rocksteadyklassieker 'Bang Bang Rock Steady' van Tomorrow's Children.
Daarna verdwijnen de heren in de coulissen om, zoals gezegd, terug te keren in matrozenpakjes met drummer/vocalist/frontman
Florian 'Valentin' Strober als kapitein van het zootje ongeregeld.
Het repertoire van Judge Dread, in leven de succesvolste ska- en reggaeartiest in het Verenigd Koninkrijk na Bob Marley, maar tegelijk ook de artiest waarvan het repertoire de censuurcommissie van de BBC vaker niet dan passeerde vanwege het frequente gebruik van seksuele toespelingen en dubbele ententes, blijkt niet echt ons ding.
De set van
The Judge Dread Memorial doet bij momenten dan ook wat denken aan een soort kruising tussen de burleske slapstick van Benny Hill en authentieke ska. De Duitsers openen met 'The Belle Of Snodland Town' en blijven daarna de tongue-in-cheek hits van Alexander Minto Hughes, zoals Dread in het ware leven heette, aan elkaar rijgen. We herkennen nog onder andere 'Ding-A-Ling', 'Dr. Kitch' en 'Up With The Cock' (met live een bedenkelijke hoofdrol voor een plastieken haan).
Als we de intro van 'God Save The Queen' horen, weten we dat het tijd is voor 'Big Nine', gevolgd door 'Big Seven' en 'Big Six'. Een mens zou van minder en wij houden het dan ook voor bekeken en gaan even in de bar van Atelier 210 verpozen in afwachting van de set van
Stranger Cole.
Na een korte instrumentale intro verschijnt de kloeke zeventiger op het podium. Stranger heeft vorig jaar nog de EP 'More Life' opgenomen met The Steadytones en de titel van die plaat zal dan ook zijn credo van de avond blijken.
Cole opent met 'Koo Koo Doo', een ska-klassieker uit 1965 die Stranger destijds nog opnam samen met Owen Gray en Leon Silveras. Meteen daarna is het al tijd voor 'Bangarang', na 'Artibella' wellicht Stranger's grootste hit en nog steeds beschouwd als het allereerste echte reggaenummer uit de Jamaicaanse muziekgeschiedenis. Moet nog gezegd dat een eerste hoogtepunt al gelijk een feit is?
Daarna gaan we de rocksteady toer op met 'When You Call My Name', destijds één van verschijdene duetten die Cole opnam met Patsy Todd. Ook rocksteady, maar dan met een stevige soulvibe is 'When I Got My Freedom'.
Een eerste nummer uit de EP met The Steadytones krijgen we met 'Ungrateful', een echt feestnummer waarmee Stranger bewijst nog kwiek te been te zijn en opnieuw de zaal in vuur en vlam zet.
'Tonight' is weer één van die duetten met Patsy Todd, maar haar afwezigheid wordt live prima opgevangen door lange solo's voor sax en trombone.
Met 'Pussy Cat' krijgen we wat early slackness, gevolgd door 'Uno Dos Tres', Stranger's eerste hit samen met Ken Boothe, en voor 'Just Like A River' wordt de sax gewisseld voor een dwarsfluit (al is die door een slecht afgestelde microfoon amper hoorbaar). 'Yeah Yeah Baby', alweer origineel met Patsy Todd, heeft nog echt de vibe van een Amerikaans rhythm and blues nummer en 'These Eyes' zou u dan weer kunnen kennen van het origineel van Alton Ellis of de deejay-versie 'Tom Drunk' van U-Roy.
We krijgen nog 'Rough And Tough', Cole's debuutsingle voor Duke Reid uit 1962 en dan is volgens Stranger "commercial time": tijd om wat reclame te maken voor de nieuwe EP waarvan hij prompt een exemplaar en een bijhorend T-shirt uitdeelt. Genereus is de man altijd geweest!
Met 'Artibella', dat live overvloeit in flarden uit het 'James Bond Theme' van Monty Norman, gaat het dak er nogmaals af en daarna verdwijnt het gezelschap een eerste keer in de coulissen.
Het publiek wil natuurlijk meer en dat krijgen we nog in de vorm van 'More Life', het titelnummer van de gelijknamige nieuwe EP en 'Run Joe', een stevige ska-tune uit 1965 en een waardige afsluiter van een set die misschien niet helemaal perfect klonk maar wel overvloeide van de passie voor de gespeelde muziek.
The Steadytones en Stranger verlaten nogmaals het podium, maar komen toch nog eenmaal terug voor 'Wet Dream', een cover van de destijds van de radio gebannen slackness tune van Max Romeo, waarvoor Stranger de vocalen deelt met drummer Flo en die The Steadytones naadloos laten overvloeien in Marcia Griffith's 'Feel Like Jumping' (door Stranger voor de gelegenheid omgedoopt tot 'Feel Like Jamming'.
Geslaagd orgelpunt voor een onvergetelijke avond gedeeld met een levende Jamaicaanse muzieklegende!
Foto's: © Mara De Sario