Reggae.be
Reggae Geel 2019: Mainstage en Tallawah, een impressie
Event ReportAug 05, 2019

Reggae Geel 2019: Mainstage en Tallawah, een impressie

By Jah Shakespear & Natty

Reggae Geel is altijd geweldig, ook als sommige acts wat tegenvallen. En Buju Banton maakte als headliner alles goed.

VRIJDAG


















Na zijn triomfantelijke terugkeer in het National Stadium van Kingston eerder dit jaar, en een reeks concerten in Amerika, staat Buju Banton nu voor het eerst weer op de Europese podia. En hij staat er in volle glorie, met zijn fantastische tienkoppige Shiloh Band, inclusief saxofoon en extra percussie. Wij hebben dit weekend op Reggae Geel geen betere muzikanten gezien of gehoord, en al helemaal geen betere zangeressen.

Buju Banton heeft altijd geweten dat zijn rauwe stemgeluid het best gedijt in combinatie met de vocals van zoetgevooisde zangers of een vrouwelijk koortje. Een van de hoogtepunten in de show was niet toevallig het dubbele duet met Marcia Griffiths ('Closer To You', 'Steppin' Out Of Babylon'), die eerder op de avond al haar eigen mooie set had gespeeld.

De vrees bestond dat Buju zich er naar oude Jamaicaanse gewoonte vanaf zou maken met een snelle medley van hits maar het tegendeel was waar. Zoals het een artiest van zijn allure betaamt, zong hij alle nummers volledig uit, en gunde zijn muzikanten bovendien de ruimte om af en toe solo te excelleren. Heel zijn carrière passeerde de revue, van de vroege hits (de primitieve digitale riddims van weleer bewerkt tot volwaardige arrangementen) tot 'Shiloh', Buju's eigen 'Redemption Song', en zijn grootste successen: 'Not An Easy Road', 'Give I Strength' en geweldige versies van 'Hills And Valleys' en 'Untold Stories'. Het aanstekelijke 'Mighty Dread' vormde de aanloop tot een reeks energieke dancehall tunes: 'Bomboclat', 'Waterworks', 'Too Bad', 'Batty Rider'… Er zat een brokje ska in de show, wat gospel en zelfs rock-'n-roll, allemaal vakkundig verwerkt in de non-stop flow van reggae en dancehall.

Over zijn gevangenisstraf repte Buju Banton met geen woord. Maar hij zong wel over zijn 'Destiny', en de 'spiritual call' die hem drijft. Hij maakt zich zorgen over de "destruction of the soul" en spreekt zich nadrukkelijk uit tegen racisme en ongelijkheid. Tegenover de crisissen overal in de wereld zet hij universele liefde en de helende kracht van muziek. In het afsluitende 'Murderer' smokkelde hij zelfs een stukje Onzevader en het nummer bleek zondagochtend plots ook een bijzonder wrange bijsmaak te krijgen, na de schietpartijen in de States: "Your insides must be hollow/How does it feel to take the life of another?". En dat een moordenaar nooit kan vluchten voor zijn eigen geweten.

Rainy night in Beljam

Fans van Burna Boy zullen er misschien anders over denken maar Buju Banton gaf op de mainstage zonder twijfel de beste show van het weekend. Of het moesten The Congos geweest zijn, met het alweer fantastische Pura Vida. Zij hadden de ondankbare taak om Reggae Geel te openen, voor veel te weinig volk dus, en ook veel te kort. Zowel de vier Congos als de muzikanten verkeerden in topvorm, en ze hoefden daarvoor niet eens de klassiekers boven te halen die we al zo vaak gehoord hebben. Nummers als 'Nah Give Up', een Lost Ark productie, kunnen zonder blozen gespeeld worden na 'Congoman' of 'La La Bam Bam'. Enkele regenbuien verleidden Watty Burnett ertoe om 'Rainy Night In Portland' (Belgium!) te zingen, met zijn diepe basstem. Pura Vida en The Congos hebben de voorbije weken gespeeld in Polen, Duitsland, La Réunion en Ierland, en overal was het feest. Jammer dat ze net in Geel zo vroeg geprogrammeerd stonden.

Van de mainstage ging het linea recta naar de Tallawah, de vroegere Yard. Ondanks het miezerige weer was daar al een mooie opkomst voor Spellbreakers, de live band van producer Kingston Echo. De sound doet ons wat denken aan die van GT Moore, de Britse rootszanger, met drie blazers, veel respect voor de foundation music van de jaren '70 en een stevige injectie early steppers, toen die nog niet uit de computer kwamen. Lekkere vette dubs en instrumentals ook, live gemixt door Unlisted Fanatic. Kingston Echo zelf (Steve Michielsen) speelt gitaar met de allure (en het haar) van een rockster, en houdt de boel netjes bij elkaar. MC Missing Link zit tot zijn eigen verbazing plots te drummen met een live band, voorlopig nog vrij basic maar hij leert snel bij. Misschien het gelijktijdig toasten en drummen nog even achterwege laten, tot hij in beide disciplines even goed is. Juli Jupter is niet de beste zangeres en verliest soms haar focus maar haar enthousiasme en flower power attitude zijn aanstekelijk. En ook zij leert nog alle dagen bij. Sound system chanting is iets anders dan liedjes zingen met een band maar ze doet het alle twee vanuit het hart, en dat is wat telt.

Even I-Wayne gecheckt op het hoofdpodium maar die klinkt nog hetzelfde als tien jaar geleden. Zijn hoge, herkenbare stem reikte tot ver over het terrein maar veel bezieling ging er niet van uit, en de man heeft uiteindelijk ook maar een paar deftige tunes op zijn naam staan.


Pablo Gad: eindelijk live (op sound)

Voor ons was de keuze snel gemaakt: dan liever Pablo Gad in de 18" Corner. Veertig jaar na zijn grote hits 'Blood Suckers' en 'Hard Times' kwam de Brits-Jamaicaanse zanger nu pas voor de eerste keer naar België. Op sound dan nog, terwijl zijn werk best een live band verdient. Voordeel was natuurlijk wel de herkenbaarheid van de dubs die Black Star speelde en ons onmiddellijk terugbrachten naar de tijd dat elke nieuwe 12inch-release nog een belevenis was. Man, wat hebben we die grijsgedraaid destijds, met hun door disco en Jamaicaanse rockers geïnspireerde riddims. Steppers avant-la-lettre, als je het nu terughoort, uptempo rootsreggae maar wel gespeeld op echte instrumenten. Pablo Gad heeft nog altijd dat krachtige, kenmerkende stemgeluid en zich ten volle bewust van de subversieve teksten die hij zingt. Maar hij was ook zichtbaar verrast door de respons van de fans die special voor hem naar het bos waren afgezakt. Lekker meezingen: het was alweer een tijdje geleden. Goed gevonden: de mix van 'Gun Fever' en 'Oh Jah', samengebracht in één nieuwe volwaardige tune. 45 minuten was niet genoeg om het hele bos mee te krijgen maar wij waren al lang blij dat we deze bijzondere zanger eindelijk eens aan het werk konden zien.

Bushman hebben we aan ons laten voorbijgaan om een hapje te eten (op de nostalgische ska- en rocksteady tunes van Pressure Tennants op het Tallawah-podium. Wie erbij was, onthoudt vooral de Peter Tosh-covers 'Legalize It' en 'Igziabeher (Let Jah Be Praised)'. Veel dichter kun je inderdaad niet komen bij Tosh, tenzij met zijn zoon Andrew natuurlijk, maar die treedt nauwelijks op.

De eerste grote dancehallact op de mainstage heette Agent Sasco, bij de oudere generatie beter bekend als Assassin. Het was opvallend rustig op de wei, en echt drukker zou het op vrijdag niet meer worden. Sasco vloog er meteen stevig in met een mix van oude en nieuwe dancehalltunes. Energiek over het podium springen deed hij wel, maar spijtig genoeg zong hij zijn teksten niet helemaal. Echt blijven doorgaan zoals vroeger, zat er niet meer in. In het tweede deel van de show was er ruimte voor one drop ('Something's Gotta Give', 'Django'), om dan weer over te schakelen op snellere tunes als 'Child Molester', 'Dancehall Again', 'Put Jah First' en 'Almighty Protect We'. Assassin zei dat het publiek er moe uitzag en vroeg om meer respons, maar dat bleef beperkt tot de eerste rijen.

Superster Busy Signal serveerde een half uur later een mooie mix tussen dancehall en reggae. Hij is al lang niet meer de pure dancehallartiest die hij ooit was, maar kan die vibe wel nog wel even intens overbrengen. In sneltempo hoorden we 'Hustlin', 'Unknown Number', 'Nah Go A Jail Again', 'Bedroom Bully' en 'Up In Her belly'. De band speelde strak en in tegenstelling tot zijn voorganger zong Busy wel elk woord van zijn lyrics. Na de dancehallhits schakelde hij over naar one drop en liet hij zijn zachte kant zien met de love tunes 'One More Night', 'Missing You' en 'Nightshift'. We kregen ook een voorproefje van zijn nieuwe album dat dit najaar uitkomt: 'Perfect Spot', een frisse tune die we zeker nog zullen horen. Eindigen deed Busy met 'Brighter Days', het nieuwere 'Free Up' en de voormalige monsterhit 'Bumaye'.

Intussen in het zorgcentrum

In de Tallawah speelden intussen The Tennors ten dans, een van de vele trio's uit het rocksteadytijdperk. Van de originele bezetting blijft vandaag alleen nog Clive Tennor over, er zit nu ook Hal Anthony van The Belltones bij, een zo mogelijk nog obscuurder groepje uit die tijd. Het was niet slecht, en het is altijd leuk om die oude scorchers nog eens live te horen, in hun prachtige samenzang. Oude mannen die zich amuseren zijn trouwens altijd mooi om te zien. Maar The Tennors verdienden wel een betere backing band, met muzikanten die niet voortdurend stonden te twisten welk nummer ze zouden spelen en die minstens één keer gerepeteerd hadden met de zangers.

En toen, even over half één, was het tijd voor Rockers, de liveshow. Wat een line-up zou het geweest zijn als alle artiesten uit de soundtrack van de film erbij zouden zijn. Maar Peter Tosh, Gregory Isaacs, Junior Murvin en Justin Hinds zijn al lang dood. Burning Spear was wellicht niet geïnteresseerd (als hem al iets gevraagd is) en Bunny Wailer is er te trots voor (of te duur, kan ook). Bernard Collins van The Abbyssinians is een paar weken geleden naar huis vertrokken, ziek waarschijnlijk (en voor de rest zeker ook geen gemakkelijke mens).

Wie bleef er dan uiteindelijk nog over in Geel? Horsemouth natuurlijk, het hoofdpersonage uit Rockers, gekleed in een knalrood pak en pseudo-MC (als zijn microfoon werkte). Kiddus I, deze zomer ook op toer met Inna De Yard. Hij zong zijn eigen 'Graduation In Zion' (veel te stil), 'No Salvation' (niet uit de film), 'Natty Take Over' en 'Stepping Razor'. Big Youth: in de film niet meer dan een korte cameo maar in deze setting mocht hij plots 'Every Nigger Is A Star' zingen, en 'Hit The Road Jack', en 'Marcus Garvey', kortom zijn bekendste solohits. We hebben zijn routine sindsdien wel vaker gezien, en de vraag is of hij überhaupt nog tot meer in staat is. Maar Big Youth blijft natuurlijk een bijzondere verschijning, zelfs naar Jamaicaanse normen, en de originator van de rasta poetry in dub en dancehall. Flitsende outfit ook, voor iemand van zijn leeftijd. Het eerste half uur was het beste, met sterke uitvoeringen van 'Satta Massagana' (de blazers!), 'Fade Away' en 'Slave Master'.

Maar toen wilde KushArt nog iets zingen en brachten de heren samen het melige 'Put Some Prayer In The Music'. Bandleider Lloyd Parks nam 'Police And Thieves' voor zijn rekening, en kwam aardig weg met zijn falsetto. Maar toen achtte hij het nodig om zijn eigen ondermaatse hitje 'Mafia' te vertolken, een terugkerend zeer als hij met We The People op het podium staat. Het was trouwens ook zijn schuld dat de bas veel te luid stond, zijn eigen instrument dus.

Toen Horsemouth het woord nam om een stukje dialoog uit de film te debiteren, zakte de show als een pudding in elkaar. Hij zong Spears 'Jah No Dead', begeleid door belachelijke luide, digitale zeegeluiden, en besloot toen onverwacht om zelf plaats te nemen achter het drumstel. Dat moest natuurlijk eerst versteld worden, waarna Wallace zelf de vocals deed in het titelnummer van de film, 'Rockers'. Met 'Herb Vendor' ging ook hij even op de solotoer, het enige nummer dat ooit onder zijn eigen naam is uitgekomen en waarin je ook daadwerkelijk zijn stem hoort (zingen kun je het niet noemen). En toen werd het concert abrupt afgebroken. De artiesten mochten niet eens terugkomen om het publiek te groeten. We hadden het eerder die dag ook al bij The Congos gezien. Alle respect voor de strakke timing maar graag ook iets meer respect voor artiesten die al meer dan 40 jaar meedraaien in de reggae.

ZATERDAG

Net te laat voor Randy Valentine maar hij zou volgens de liefhebbers een uitstekende show hebben neergezet. Kumar, de voormalige zanger van Raging Fyah, heeft een prachtige stem en zong vol passie, al wisten de soms zeemzoete tunes ons niet helemaal te overtuigen. Kumar wil misschien eerder een singer-songwriter zijn dan een traditionele Jamaicaanse zanger. Hij beviel ons trouwens veel beter toen hij even later spontaan kwam meedoen met I Grade Dub, reggae die anders klinkt dan alle andere dub die we dit weekend gehoord hebben in de 18" Corner. Voor ons een van de hoogtepunten van het weekend, met als kers op de taart een combination van Protoje en Akae Beka.

Ander topmoment daar in het bos: Alpha & Omega. Zonder Alpha om precies te zijn, wel met Christine Omega op bas. Het is een heel andere ervaring met die levende bastonen, en ook om Christine aan het werk te zien, in een soort trance bijna, de ogen gesloten, eindeloos dezelfde diepe akkoorden herhalend. Ras Tinny, Nai-Jah en Sister Jane Warriah zorgden voor enkele memorabele vocale highlights. De drie stonden niet op de affiche, maar zijn de laatste jaren wel erg populair in de dubwereld. Word, Sound and Power in de ware zin van het woord, doordenkt van spirituele en ecologische teachings. Hopelijk hebben de dubheads in het bos er ook iets van opgestoken.

Mooie selectie gehoord van Kingston Echo (dit keer als DJ en begeleid door de Jamaicaanse Nga Han) op de Tallawah Stage, waar spijtig genoeg maar een handvol mensen stond te dansen. Tegen de hekken van het terrein spotten we Juli Jupter en Missing Link, die samen een kunstwerk maakten doorheen de dag. Ze lieten bewust lege ruimtes op het doek, waar festivalgangers hun naam op konden schrijven. Hopelijk zien we het eindresultaat binnenkort ergens opduiken. Onderweg naar de mainstage zagen we nog de 'Witte Leugen', waar iemand levend in een (doods)kist met zand begraven werd. Intrigerend, maar we bleven niet lang genoeg wachten om te zien waar de (vermoedelijke) kunstinstallatie om draaide.

Roots nostalgia

Het was al even geleden dat we Richie Spice nog aan het werk zagen en zijn passage op de mainstage zorgde voor een new roots nostalgia trip. Vocaal klonk hij nog steeds even sterk (en schel) en hij had meer dan voldoende energie om zijn nummers op te smukken met stevige dancehallbreaks. We hoorden onder andere 'Earth A Run Red', 'Black Like Tar' en 'The World Is A Cycle'. Er was ondertussen veel meer volk op de wei dan vrijdag en met 'Brown Skin', 'Ghetto Girl', 'A No Me Dat' en 'Youths Dem Cold' wist hij het publiek helemaal mee te krijgen. Als hoogtepunt volgde uiteraard zijn grote hit 'Marijuana', luidkeels meegebruld door zowat iedereen op de wei.

Half Pint kon de verwachtingen minder goed inlossen. Zijn stem is niet meer wat ze geweest is, waardoor de hits niet meer klonken zoals het hoorde. En tegen dan was de wei ook helemaal volgelopen met fans van Burna Boy, de Nigeriaanse sensatie, die met 'Ye' zelfs een kleine wereldhit te pakken heeft. Niet onze cup of tea maar je zag wel dat het een professionele show was, en dat de massa goedkeurend toekeek.

Wij waren op dat helemaal in de ban van Oku Onuora, de dub poet die eerder dit jaar een schitterende nieuwe plaat uitbracht. Op sound had hij de producer van dat album meegebracht, Doctor T, die de dub-poëet voorzag van de gepaste dubs en instrumentals, met toevoeging van samples en voice effects. Oku Onuora presenteerde een selectie van zijn culthits uit het begin van de jaren '80 ('I A Tell', 'Reflections In Red', 'What A Situashan') en fragmenten uit het nieuwe 'I've Seen'. De dichter maakte een militante, energieke indruk en declameerde zijn teksten luid en perfect ritmisch, zoals ze ooit geschreven zijn, vaak nog zonder dub in gedachten. Een unieke, bezwerende performance die geleidelijk een grote groep mensen wist te lokken.


Take me home, country roads

De timing van de mainstage was dit jaar zo strak dat Beenie Man zelfs vijf minuten voor de aangekondigde tijd al begon. Tot onze verrassing jaagde de King of the Dancehall er in een rotvaart meteen de ene dancehallhit na de andere door: 'Badman Story', 'Sim Simma', 'Let Him Go', 'Baby You Look fine', 'Dancehall Queen' en nog een hele resem.

De hitmachine bleef doordraaien en de band speelde alles nog sneller dan het origineel al was. Gelukkig bleek Beenie nog goed genoeg bij stem te zijn om de snelle flows te volgen. Na het populaire 'Murderer' (Gunfingers in the air!) volgde het ietwat bombastische trage nummer 'Unstoppable', waarna Beenie meteen weer een paar versnellingen hoger ging met 'Call Me', 'King Of The Dancehall' en 'Rum & Redbull'. We vroegen ons wel af waarom hij het nodig vond om nog een aantal (korte) covers te brengen als hij zelf al zoveel materiaal heeft. Het dieptepunt daarbij was de afsluiter: 'Country Road' van John Denver (en in Jamaica ook een beetje van Toots). Seriously, Beenie?!

Wij hebben Reggae Geel dit jaar afgesloten in de Bounce, met David Rodigan. Die draaide in het laatste uur van zijn set vooral loeiharde jungle. Tot onze verbazing riep hij de saxofoonrevelatie Megumi Mesaku op het podium. We hoopten op een korte set van de vrolijke Japanse, maar Rodigan liet haar alleen een beetje dansen met de sax in haar hand. Een gemiste kans, denken we, want wat we al van haar hoorden via YouTube (en bij Top Cats op de Tallawah Stage) klonk heel veelbelovend.

Nawoord: toen we moe maar zeer voldaan naar de parking wandelden, was de wei tot onze afschuw veranderd in een lelijke afvalberg. Single use plastic zal binnenkort verboden zijn, maar toch dronken we op de wei uit plastic bekertjes en kregen we plastic bestek bij het eten. Andere festivals toonden al aan dat je door alternatieve, ecologische materialen een wereld van verschil kan maken. Als "conscious" reggaefestival lijkt het ons niet meer dan logisch dat Reggae Geel hier eigenlijk voortrekkersrol in zou spelen!

Foto's: © Peter Verwimp, Doryan Verberckt, Johan Livens & Andreas Peeters
Reggae Geel 2019: Mainstage en Tallawah, een impressie

About the Author

Jah Shakespear & Natty

Genres

DubRootsRocksteadyDancehallSkaRaggaReggaeNew RootsLovers Rock

Published

Aug 05, 2019