Kenny, je woont ondertussen alweer een hele tijd in Nederland, maar je roots liggen in Suriname waar je behoort tot de gemeenschap van de Marrons (afstammelingen van gevluchte slaven die zie in het oerwoud van Suriname vestigden en zich daar al dan niet met de inheemse bevolking vermengden, te vergelijken met de Maroons op Jamaica, red.).
Kenny B: "De originele Marrons waren slaven die zichzelf wisten te bevrijden en 100 jaar voor de afschaffing van de slavernij in Nederland (in 1863, het vredesverdrag met de Ndyuka of Aukanen, één van zes verschillende groepen Marrons is Suriname, dateert uit 1760, red.) werd met een deel van de Marrons al een vredesovereenkomst gesloten en mochten vrijelijk in de wouden van Suriname leven, waar ze onder andere een eigen taal en cultuur ontwikkelden. Zelf zie ik niet echt een verschil tussen Marrons en andere Surinamers, maar goed sommige mensen zijn altijd geneigd om verschillen te gaan zoeken. Zelf ben ik anders best trots of blij dat ik een afstammeling van de Marrons ben."
Wanneer is muziek een rol beginnen spelen in je leven?
Kenny B: "Mijn moeder kon heel mooi zingen en hield zelf van dingen als Brooke Benton en Nat King Cole, dus dat zingen heb ik zeker van haar meegekregen. Ik wilde graag indruk maken op haar, dus probeerde van jongs af aan met haar mee te zingen, en vanaf dat ik naar school begon te gaan kan ik me heugen dat ik altijd bij mezelf dacht: "Later word ik muzikant!". Ik was ook niet of nauwelijks geïnteresseerd in andere dingen."
Een van je eerste muzikale verwezenlijkingen was Fransisco, een project dat je samen met je neven begonnen was.
Kenny B: "(lacht) Jij hebt mijn biografie goed bestudeerd! Klopt, het Fransisco Combo… Mijn vader had instrumenten gekocht - ik moet toen veertien of vijftien jaar oud geweest zijn - en toen ben ik samen met twee neven van me een bandje begonnen. We speelden zouk-achtige Franstalige nummers à la Les Shleu Shleu, Tabou Combo (Haïtiaanse compas-bands, red.) en Gramacks (cadence-lypso band uit Dominica, red). Het waren Franstalige liedjes en we deden ons best, maar eigenlijk verstonden we nog niet de helft van wat we zelf stonden te zingen! (lacht)"
Toch ben je uiteindelijk in het leger beland…
Kenny B: "In Suriname heb je nog dienstplicht, dus op je achttiende ben je verplicht je legerdienst te vervullen. Het was net na de zogenaamde Sergeantencoup van Desi Boutersen en Roy Horb in 1980 en ik was in de ban van de nationalistische slogans die je toen overal hoorde zoals: "Suriname op eigen benen!" of "We laten ons niet langer uitbuiten!". Ik heb me dus als soldaat aangemeld in het leger, maar ging me algauw bemoeien met de politiek (na een ontmoeting met Chas Nelson Mijnals, Surinaams jurist en voormalig militair en diplomaat, red.)."
Dat deel van je leven, mooi in beeld gebracht in de documentaire '3Doc: Kenny B' (Walter Stokman, 2017, red.), leest haast als een avonturenroman.
Kenny B: "(lacht) Ja, dat is het ook wel een beetje geweest en dat wordt de laatste tijd ook steeds duidelijker voor mezelf… Vanaf mijn elfde is mijn leven eigenlijk al een echte rollercoaster: dan woonde ik weer enkele maanden bij mijn moeder, vervolgens weer bij mijn vader, en daarna weer bij mijn neef. Ik heb dus nooit echt een vaste verblijfplaats gehad, maar ik heb mijn leven altijd geaccepteerd zoals het kwam; ik ging ervanuit dat het gewoon zo moest zijn. Ik heb altijd zelf geprobeerd om mijn weg te vinden en toen ik in het leger ging kwam er eindelijk dat beetje structuur en stabiliteit in mijn leven waar ik toen eigenlijk wel nood aan had en mijn tijd daar heeft me discipline bijgebracht."
Nochtans ben je op een bepaald ogenblik wel van kamp gewisseld en heb je het Junglecommando van Ronnie Brunswijk, een voormalige lijfwacht van Desi Boutersen, vervoegd.
Kenny B: "In 1986 brak er een broederoorlog of burgeroorlog uit tussen de mensen uit het binnenland van Suriname en de bewoners van de hoofdstad Paramaribo. Ik hoopte aanvankelijk nog op een vredesverdrag, maar toen op het hoogtepunt van de gevechten twee van mijn neven om het leven kwamen ben ik overgelopen naar het Junglecommando, waar ik al snel woordvoerder van het verzet geworden ben. Ik wilde dat de gevechten zo snel mogelijk zouden stoppen, want de mensen waar ik met het Junglecommando moest tegen vechten waren mijn ex-collega's; het was geen vreemd invasieleger of zo. Ik heb er samen met Brunswijk en de huidige president Boutersen voor gekozen om te gaan praten. Ik denk niet dat we met het Junglecommando ooit in staat zouden geweest zijn om het Surinaamse leger klein te krijgen, maar als de strijd nog veel langer geduurd had zouden er in ieder geval veel slachtoffers gevallen zijn, want beide kampen waren zeer goed bewapend en een mooie oorlog bestaat niet! Een oorlog verandert een mens en zeker niet ten goede, dus tijdens de vredesonderhandelingen hebben we vooral naar overeenkomsten gezocht en ons de vraag gesteld wat we beiden vooral niet wilden. Daaruit bleek al snel dat beide partijen niet nog meer doden op hun geweten wilden en dus moesten de wapens zo snel mogelijk het zwijgen worden opgelegd. In maart van 1991 is de vrede dan getekend (Kenny was toen al richting Nederland vertrokken, red.) en ondertussen hebben de Marrons met de partij Broederschap en Eenheid in de Politiek ook enkele zetels in het parlement van Suriname veroverd. Als je mij echter zou vragen of het allemaal de moeite waard geweest is, moet ik toch negatief antwoorden. Dat er zoveel bloed is moeten vloeien vooraleer we inzagen dat we uiteindelijk door één deur zouden moeten, is gewoon dramatisch."
Je maakte net duidelijk dat je meer een prater dan een vechter bent. Had er voor jou dan geen politieke carrière in het verschiet gezeten nadat de vrede getekend was? Jij hebt er echter voor gekozen om naar Nederland af te zakken.
Kenny B: "Het gaat om het inschatten van je eigen mogelijkheden en kansen. Ik ben niet iemand die van zichzelf denkt dat hij de wijsheid in pacht heeft. Ik kan van mezelf zeggen dat ik een rechtvaardig mens ben en als ik naar Suriname kijk zie ik geen Hindoestanen, Javanen, Creolen enzovoort, maar één Surinaams volk. Ik denk dat ik best een politieke bijdrage zou kunnen leveren, maar er is een tijd en plaats voor alles en ik denk niet dat het nu het moment is voor mij om dat avontuur in te stappen. Ik ga niet vingerwijzen, maar zou toch blij zijn moest het iets meer de goede kant opgaan met Suriname. Het is een heel grondstofrijk gebied en als de bevolking het dan toch nog moeilijk heeft, vind ik dat een erg jammere zaak. Het is dus zeker niet uitgesloten dat ik nog ooit in de politiek zou gaan. Als je jezelf vaderlandslievend noemt en je denkt te kunnen bijdragen aan de verbetering van je land, dan mag je gewoon niet nalaten om dat ook daadwerkelijk te proberen!"
Even terug naar de muziek dan… Je bent in 1991 in Nederland aangekomen, maar toch heeft het tot 2015 geduurd tot je plots een hit scoorde met 'Als Je Gaat' en er daarna geen weg meer terug was met Parijs. Is het een harde strijd geweest om er te geraken?
Kenny B: "Ik ben in 1991 in Nederland aangekomen als asielzoeker en belandde in een opvangkamp in Zeewolde. Ik bekeek het allemaal positief, want eigenlijk had ik nooit wat voor Nederland gedaan, maar ik kwam hier aan en kreeg meteen een kamer toegewezen, een warm bed en kreeg elke morgen ontbijt… Ik vond het geweldig! (lacht) Natuurlijk was het niet de meest ideale situatie, maar ik heb daar een paar maanden verbleven omdat ik natuurlijk politiek vrij actief geweest was in Suriname. Ik heb baantjes gehad bij allerhande bedrijven omdat ik er nog steeds van overtuigd bent dat je geen muziek kunt maken als je geen stabiele inkomstenbron hebt. Ik heb een tijd lang echt hard gewerkt en daarna ben ik in een antikraakpand gaan wonen. Dat liep ook niet echt lekker: ik moest 200 euro huur per maand ophoesten maar had op den duur een openstaand saldo van rond de 4000 euro. Het is dus zeker niet gemakkelijk geweest, maar op een gegeven moment heb ik dan besloten om dan maar nog wat armer te worden, niet meer uit werken te gaan en proberen te overleven van de concertaanbiedingen die ik toen kreeg. Dat was toen iets van een 50 gulden per avond… Op een gegeven moment wordt je dan 45, dan begin je de 50 te naderen en begin je te denken: "Kenny man, het lukt niet met de muziek, je moet wat anders gaan doen!", maar wat dan met die 35 jaar aan energie die ik in mijn muziek heb gestoken, moest ik dat gewoon weggooien? Ik heb me dan toch weer volop op mijn muziek gestort en, tja, soms moet je ook gewoon wat geluk hebben in deze business denk ik. Dat 'Parijs' zo groot zou worden had ik in mijn wildste dromen niet te durven verhopen! Ik wilde gewoon van mijn muziek kunnen leven en als mensen vroeger aan me vroegen: "Leef je van je muziek?", antwoordde ik steeds: "Ja, maar je wilt niet weten hoe!" (lacht)"
Waarom heb je uiteindelijk voor het reggaegenre gekozen?
Kenny B: "Ik ben opgegroeid met Bob Marley en Peter Tosh. Die muziek horen op een moment dat het niet zo goed gaat met je land is als de perfecte soundtrack op het perfecte moment, want reggae is "poor people music"; het is muziek die gaat over strijden voor je idealen, maar ook over de dagdagelijkse strijd die velen moeten voeren om te overleven, of over de liefde, "one love", "unity", mensen samenbrengen… Daar ligt dus de basis van mijn keuze voor het genre en hoewel je wel over een zeker voeling moet beschikken om het genre recht te doen, zal zowat elke muzikant je vertellen dat het wat akkoordenschema's betreft nu niet onmiddellijk de moeilijkste muziek is om aan te leren. Reggae geeft mij vooral alle mogelijkheden om het te hebben over wat er speelt in de maatschappij en het is een genre waar ik inspiratie kan uit blijven putten."
Je hebt getekend bij Top-Notch, één van de hipste labels van Nederland en vooral gekend bij hip-hopliefhebbers. Hoe is die connectie er gekomen?
Kenny B: "Kees de Koning (Nederlandse radio-DJ, manager en oprichter van het betreffende platenlabel, red.) was op een bepaald moment in Suriname en hoorde daar overal waar hij kwam mijn muziek. Voordat ik Nederland terechtkwam en op het Nederlands overschakelde, zong ik in het Engels, Sranantongo en Aukaans of Ndyuka en had ginder al ettelijke nummer één hits op mijn actief. Toen hij terugkeerde naar Nederland heeft hij zijn mensen de opdracht gegeven om mij op te sporen. Ik heb zelf nooit de behoefte gevoeld om van platenmaatschappij naar platenmaatschappij te hollen om met mijn muziek te leuren, mijn instinct zei me: "Kenny als het goed genoeg is, val je heus wel een keertje op!". Op een dag kreeg ik dus een telefoontje van zijn secretaresse met de boodschap dat Kees mij een keertje wilde spreken en ik kon alleen maar denken: "Kees de Koning wilt met mij praten?" (lacht) Toen we elkaar voor het eerst ontmoette vroeg hij me of ik het niet zag zitten om wat van mijn oudere nummers naar het Nederlands te vertalen, maar dat heb ik uiteindelijk dus niet gedaan en ben gewoon begonnen met nieuwe nummers te schrijven in het Nederlands."
Die switch naar het Nederlands voelde dat voor jou aan als je nek uitsteken, een risico nemen?
Kenny B: "Dat was het zeker! Iedereen heeft zijn of haar eigen manier van Nederlands praten en als ik Nederlanders mijn accent hoorde nadoen dacht ik wel eens: "Oh, klink ik echt zo?" (lacht) Dat hield me dus wel tegen om in het Nederlands te gaan zingen, want ik dacht ik heb hun accent niet en misschien valt het mijne wel niet in de smaak? Ik voelde me wel gesterkt door het feit dat artiesten uit bijvoorbeeld België of Zuid-Afrika, die ook heel anders klinken dan Nederlanders, wel succes hadden in Nederland. Ik dacht, ik waag het er gewoon op en Kees had me gezegd: "Als jij het zingt, kan ik het verkopen!". Ik had me al laten vertellen dat hij zowat alles verkocht kreeg, dus ik had er wel vertrouwen in! (lacht) Al voelde ik me daar in het begin best wel een vreemde eend in de bijt, want zoals je al aanhaalde, Top Notch is in feite een hip-hop label."
Op Top Notch loopt nu ook al een tijdje de reeks Sranan Gowtu ("Surinaams goud", red.) waarmee het label focust op het rijke Surinaamse muziekverleden. Heb je nooit overwogen om je Surinaamse hits te bundelen en voor die reeks een compilatiealbum samen te stellen?
Kenny B: "Dat is op zich wel een leuk idee, alleen zou ik ze liever opnieuw inzingen, als remakes zeg maar. Muziek die je al een tijdje geleden hebt gemaakt opnieuw uitbrengen, ik heb er toch een beetje mijn twijfels bij. Aan de andere kant weet ik dat mijn publiek in Nederland voor het overgrote deel niet Surinaams is en misschien zou het heruitbrengen van die oude songs daar wel voor een verschuiving kunnen zorgen. Ik ben wel blij met hoe de dingen nu lopen, dus ik weet het toch niet."
Meer nog dan een reggaeartiest ben je ondertussen - onder andere door je megahit 'Parijs' en je deelname aan het Nederlandse televisieformat 'Beste Zangers' - een bekende Nederlander geworden. Kan je nog gewoon over straat?
Kenny B: "Ik kan zeker nog over straat, maar er zijn wel vaak mensen die naar me toe komen om me om een foto te vragen. Ik heb nog nooit iemand iets geweigerd. Op sociale media kan ik echt niet al die berichten persoonlijk beantwoorden, maar op straat neem ik altijd de tijd als mensen mij wat vragen. Ik vind dat als je als artiest geen tijd wilt maken voor de mensen die je muziek leuk vinden, je beter gewoon thuisblijft! Je kunt dat gewoon niet maken… Het is een voorrecht om een leven te mogen leiden waarbij je anderen op een positieve manier kunt inspireren, dus als ze op straat of in de winkel naar mij toe komen kan ik dat alleen maar waarderen."
Op je twee albums die tot noch toe op Top Notch verschenen zijn focus je voornamelijk op de liefde. In mijn recensie van 'Hoe Dan Ook' heb ik je zelfs "de koning van de Nederlandstalige lovers rock" genoemd…
Kenny B: (lacht) Dank je daarvoor, ik heb dat toen meteen doorgestuurd naar mijn manager!"
Was het een bewuste keuze om voor de liefde te kiezen en bijvoorbeeld geen sociaal bewogen nummers te gaan schrijven?
Kenny B: "Ik wil dat naar de toekomst zeker gaan doen. Misschien heb ik voor mezelf wat op veilig willen spelen? Maar dat gezegd zijnde, denk ik echt wel dat de liefde iets universeels is wat ons allemaal bindt. Ik ben echter meer begaan met mens en maatschappij dan met muziek, dus als ik verplicht zou worden om te kiezen, dan zou het toch dat worden vrees ik. Ik vind het vreselijk dat wij als menselijke soort er maar niet in slagen om elkaar te begrijpen. De meeste conflicten tussen groepen mensen komen gewoon voort uit onwetendheid, het zich niet kunnen of willen verplaatsen in het standpunt van een ander, en nu ook door steeds meer valse informatie die door machtswellustige politieke leiders opzettelijk de wereld wordt ingestuurd. We moeten dringend anders met elkaar leren omgaan. We zijn misschien niet allemaal gelijk, maar we zijn wel gelijkwaardig. Je huidskleur is slechts een vorm van decoratie is die door God aan de mens geschonken is en het geeft zeker niet aan of je beter of slechter bent dan een ander. Zoals Martin Luther King Jr. al zei: "I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin, but by the content of their character."."