'You Don't Care', 'Queen Majesty', 'Love Is Not A Gamble', 'Run Come Celebrate': niet alleen de teksten en de melodieën van The Techniques zelf (Winston Riley, Bruce Ruffin, Pat Kelly) behoren tot het erfgoed van de reggae maar ook de riddims, ingespeeld door de band van Tommy McCook voor het Treasure Isle-label van Duke Reid. Kelly had in 1967 Slim Smith vervangen als leadzanger, ook een falsetstem, ook geïnspireerd door Amerikaanse soulsterren als Sam Cooke en Curtis Mayfield.
The Techniques legden samen met The Paragons, The Melodians en enkele minder bekende zangtrio's bovendien de basis van een samenzangtraditie die eerst in de rocksteady en later in de rootsreggae talloze prachtige liedjes opleverde. Nog voor Pat Kelly solo ging, had hij zijn plaats in de Reggae Hall of Fame al verdiend.
Met Bunny Lee maakte de zanger zo rond 1970 de overgang naar wat we vandaag early reggae noemen, de muziek die de Engelse skinheads destijds zo cool vonden. Ook al kreeg zijn grootste hit 'How Long Will It Take' wel een vioolarrangement mee, een primeur die later navolging zou krijgen bij John Holt. Het heeft lang geduurd voor we ons daarmee konden verzoenen, violen in de reggae, maar de stem van Pat Kelly reikt bijna even hoog als een viool. Hij heeft in zijn carrière ook bijna uitsluitend zoete love songs uitgebracht, veel covers ('Little Boy Blue', 'Troubled Mind', 'I'm So Proud', 'He Ain't Heavy', 'Daddy's Home'…) maar toch ook eigen composities, die best een viooltje kunnen verdragen.
Een heel bijzonder album was 'Pat Kelley (sic) Sings', een vroege productie (1969) van Lee Perry. Je hoort er de driftige orgeltunes van de Hippy Boys (Barrett-broers) en andere Upsetters, en je voelt een nieuwe stijl aankomen. Na de trage rocksteady schakelde de Jamaicaanse popmuziek opnieuw een versnelling hoger. De kopstemmen van Pat Kelly en Slim Smith leenden zich uitstekend voor die sound, onwerkelijk hoog bijna in verhouding tot de gruizige gitaren die het ritme bepaalden.
Dat die stem even goed klonk met een backing van rockers of zelfs rub-a-dub mag blijken uit de schaarse tracks die Pat Kelly in de jaren '70 en '80 nog heeft opgenomen. Check bijvoorbeeld
'It's A Good Day', met Sly & Robbie. Maar liefdesliedjes hoorde je toen vaak alleen nog in de UK lovers rock en intussen werd de reggae ook gedomineerd door toasters/DJ's. Kelly was niet de enige gouden stem die in die periode naar de achtergrond werd verdrongen.
Toen Pat Kelly eind jaren 2000 eindelijk voor de eerste keer naar Europa kwam, waren we hem eerlijk gezegd bijna vergeten.
Dat concert in Bar Mondial herinnerde ons eraan wat een fantastische zanger hij wel was, en noopte ons om eindelijk nog eens zijn twee platen op te delven die we in het rek hebben staan: 'Pat Kelly Sings Classical Hits Galore', opgenomen in Channel One met The Revolutionaries en Prince Jammy, en 'Butterflies', een prachtig carrière-overzicht. Leg daar nog de klassiekers van The Techniques bij, en u beseft dat met Kelly een grote artiest is heengegaan.
En
die lauwe show vorig jaar in de Skaville op Reggae Geel dan? Slechte (Duitse) band, en Pat Kelly haalde zelden nog de hoge tonen. Het was allicht de tour teveel voor deze man maar laat dat zijn mooie erfenis niet besmeuren.
Foto: © Fabrice De Smedt