Reggae.be
R.I.P. Edward Seaga (1930-2019), Jamaicaanse toppoliticus en platenbaas
Roots & CultureJun 01, 2019

R.I.P. Edward Seaga (1930-2019), Jamaicaanse toppoliticus en platenbaas

By Jah Shakespear

Edward Seaga stond vooral bekend als leider en ex-premier van de conservatieve Jamaican Labour Party (JLP). Maar de man heeft in zijn jonge jaren ook een essentiële bijdrage geleverd aan het ontstaan van de Jamaicaanse muziekbusiness.

Midden jaren '70 probeerde de toenmalige eerste minister van Jamaica, Michael Manley, zijn land uit de Amerikaanse invloedssfeer te halen. Hij onderhield nauwe contacten met de Cubaanse leider en wereldwijd boegbeeld van het communisme Fidel Castro, en wilde een einde maken aan de houdgreep van het IMF (Internationaal Muntfonds) op de Jamaicaanse economie. Manley genoot ook de sympathie van rasta's, sinds hij in 1972 campagne had gevoerd met "the rod of correction", een kunstig bewerkte stok die hij zou gekregen hebben van Haile Selassie, en die hem moest helpen om kwade te verslaan.



Dat zagen de Amerikanen allemaal niet graag gebeuren, en dus zetten ze voluit in op het boegbeeld van de oppositie, Edward Seaga. Die had tien jaar eerder als minister van Ontwikkeling en Welvaart de slums van Back-O-Wall laten platwalsen, volgens hem "…the worst criminal den in the entire country…", waar gangs als The Spanglers de dienst uitmaakten en de politie niet meer durfde komen. Maar Back-O-Wall, aan de rand van de grote vuilnisbelt van Kingston, was ook een broedplaats van muzikale creativiteit, en de eerste community in de hoofdstad waar de rasta's zich welkom voelden. Ze kwamen er in contact met de burru-drummers – samen creëerden ze nyahbinghi. Het terrein werd schoongeveegd in de zomer van 1966, enkele maanden na het historische bezoek van Selassie aan Jamaica.

In de plaats kwam Tivoli Gardens, onderdeel van de "concrete jungle" die Bob Marley later zou bezingen, en die in dit geval bevolkt werd door aanhangers van Seaga's JLP. Nieuwe bendes verdreven The Spanglers, de aanzet van een gang war die door de jaren heen extreem bloederige proporties zou aannemen. Achter de schermen trokken de politici aan de touwtjes, en profiteerden van de verdeeldheid. Vuurwapens overspoelden het land, wellicht met medewerking van de CIA, die er alleen maar belang bij had om het land te destabiliseren en de regering Manley te ontwrichten. Seaga was hun man, ook al zullen we wellicht nooit weten hoe de samenwerking verliep. Was hij op de hoogte van de aanslag op Bob Marley in 1977? Geloofde hij echt in verzoening toen diezelfde Marley hem een jaar later op het podium van het legendarische One Love Peace Concert samenbracht met Michael Manley, en zegende in de naam van Ras Tafari?

In 1980 won Edward Seaga hoe dan ook de verkiezingen, en kwam er definitief een einde aan de jaren van hoop en verandering. En niet toevallig ook aan het gouden tijdperk van de rootsreggae, symbolisch gemarkeerd door de dood van Bob Marley in '81. De nieuwe held heette Yellowman, de nieuwe muziek rub-a-dub of dancehall. Rastafari was niet langer de dominante kracht in de reggae. Maar Jamaica was wel weer vriendjes met Amerika, en daarvoor deed Seaga het natuurlijk.

De eerste dancehall in Jamaica

Een kleine kwarteeuw eerder was Edward Seaga ook al sterk gericht op de States, toen als onderzoeker van Afro-Jamaicaanse religieuze praktijken. Bij gebrek aan een platenlabel en een uitgever op het thuisfront liet hij zijn field recordings uitbrengen door het gereputeerde Smithsonian Folkways, verbonden aan het gelijknamige museum en gespecialiseerd in de release van "folk" uit alle hoeken van de wereld. De plaat 'Folk Music Of Jamaica' werd in 1978 opnieuw uitgebracht op het label Ethnic Folkways, en is verkrijgbaar via streaming en download.

Zo belandde Seaga uiteindelijk in de schaarse platenwinkels van Kingston om het album daar zelf te verdelen. Veel interesse was er niet maar de handelaars vroegen hem wel of hij ook andere platen kon importeren uit Amerika, Pat Boone, Nat King Cole en andere crooners, en vooral de stomende rhythm-and-blues die in Jamaica zo populair was, de zwarte mama van de rock-'n-roll die op het eiland nooit echt is aangeslagen.

Algauw was Seaga de Jamaicaanse agent van grote platenfirma's als Colombia, Atlantic en Epic. Hij opende zelf een perserij en richtte in 1958 het label WIRL op, West Indies Records Unlimited, voor lokale artiesten. Zijn eerste release was 'Manny Oh' van het duo (Joe) Higgs & (Roy) Wilson, een van de vroegste homegrown Jamaicaanse hits, geschreven door Jackie Edwards en opgenomen in de studio van RJR, de openbare radiozender. In 1959 opende Edward Seaga Chocomo Lawn, naar eigen zeggen "…de eerste dancehall in Jamaica…". Hij werkte ook nog kort samen met de piepjonge Slim Smith maar besloot datzelfde jaar al om in de politiek te stappen. "Politics is all about trying to better the life of the people, especially the people who constitute the majority," zei hij daarover: "I gravitated towards politics because that's where I could do things that would make a difference."

Maar daar zou hij dus wel zijn Amerikaanse vrienden voor nodig hebben.

Edward Seaga is gestorven op 28 mei, zijn verjaardag, in Miami, waar hij behandeld werd voor kanker.
R.I.P. Edward Seaga (1930-2019), Jamaicaanse toppoliticus en platenbaas

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

RootsRocksteadySkaReggae

Published

Jun 01, 2019