Alweer een nieuw hoofdstuk in de neverending story van Lee Perry. Maar wel een hoofdstuk dat naadloos aansluit op de albums die Scratch in het verleden al maakte met Adrian Sherwood.
Nee, ik ben Lee Perry na al die jaren nog altijd niet beu gehoord. Zeker niet als hij weer eens op bezoek is geweest bij Adrian Sherwood, na al die jaren nog altijd mijn favoriete UK-producer. De laatste samenwerking met On-U Sound ('The Mighty Upsetter') dateert ook alweer van 2008, dus van een overaanbod is zeker geen sprake. 'Time Boom X The Devil Dead' (1987) en 'From The Secret Laboratory' (1990) genieten intussen terecht de status van classic album. Ik houd van Scratch in al zijn gedaantes, in colabs met Mad Professor, Dubblestandart, The Orb, (zeker) Pura Vida en vele anderen, maar de On-U Sound connection draag ik nu al meer dan 30 jaar mee en heeft zich diep in mijn muzikale bewustzijn genesteld. Gelieve deze recensie in dat welwillende licht te lezen.
Adrian Sherwood verzoent op deze plaat de klassieke Black Ark-sound met zijn eigen muzikale universum. Dat doet hij meteen briljant in de openingstrack, 'Crickets On The Moon', met een onweerstaanbare gitaarlick en een diepgravende baslijn die een heerlijk gekapte riddim ondersteunt. Lee Perry gaat vocaal loos zonder veel te zeggen. 'Repent,' zeggen de krekels: "Repent, mercy gone an' judgement come!", en dat hij zelf the man on the moon is, waar de krekels wonen dus.
Het uptempo 'Run Evil Spirits' drijft helemaal op een oude Black Ark-riddim, vooral herkenbaar aan de stuiterende saxofoon. In 'Let It Rain', gebouwd op een strakke dancehall beat, orakelt Scratch niet alleen over de regen die hij nodig heeft om zijn tuin bloeiend te houden maar dropt hij ook de namen van zijn helden, Marcus Garvey, Haile Selassie en Paul McCartney. "On-U Sound is a new sound", rijmt hij, zijn vocals als instant bewijsmateriaal door de blender gehaald met een viool en een koortje.
'House Of angels' is archetypische On-U Sound-reggae. Denk aan het beste werk van Dub Syndicate, met mooie blazers, een engelenkoortje, fijne percussie en special effects. "Stop complaining", zegt Perry tegen de rich man, de dreadlocks man, de baldhead man en al die andere klagers. Met 'Makumba Rock' verkent Sherwood toch weer nieuwe horizonten. Het nummer lijkt soms meer op een geluidsmontage met Scratch als MC. We horen vogels, junglegeluiden, diepe zwarte en hoge zangstemmen en exotische trommeltjes. Een trompet zoekt zelfbewust zijn eigen weg. Een jagende bas houdt alles samen en in de krankzinnige (zij het al te korte) dub kunnen we er niet meer onderuit: dit is een van de hoogtepunten van het album, ook al is de inbreng van Lee Perry beperkt. Wel grappig hoe hij Negril laat rijmen op Brasil, het land dat je meteen voor de geest springt als je sommige geluiden in deze tune hoort.
'African Starship' klinkt tegelijk stokoud en eeuwig nieuw. Maffe riddim, een soort reggae met een tegentijd, opgesmukt met subtiele gitaarlicks, een beetje dwarsfluit en synth drums, On-U Sound samples en vooral een klagende trompet, Miles Davis style. Het eindresultaat is een weird, postmodern nummer, van het genre waar Sherwood al jaren een patent op heeft.
In 'Kill The Dreams' gaat Scratch tekeer tegen de money worshippers die onze dromen verbrijzelen. Hij belooft black magic, en dat ze zullen sterven. "Fingering all night", zingt hij ook, maar wat dat betekent, moet ik hem ooit nog eens vragen. De muziek doet me wat denken aan het oude Creation Rebel, de eerste studioband van On-U Sound. Sherwood strooit kwistig met echo's, galmen en spookhuisgeluiden en gooit de vocals in de stereomix.
'Children Of The Night' had op 'Time Boom…' kunnen staan, of een album van Dub Syndicate. Vintage On-U Sound dus, met opnieuw mooie blazers en een zalig koortje. De kers op de taart is de melodica. En dat allemaal terwijl Lee Perry iets vertelt over vampiers, een thema dat hij wel vaker beroert. Als hij het over Chris Blackwell heeft bijvoorbeeld, de baas van Island Records toen Bob Marley daar het mooie weer maakte en Scratch ook zelf de kans kreeg om enkele van zijn grote klassiekers uit te brengen.
In het slotnummer van dit album laat Perry Blackwell daadwerkelijk weer kippenbloed drinken uit een rumglas. Het is een van de vele namen en gebeurtenissen die hij aanhaalt in 'Autobiography Of The Upsetter', niet toevallig de langste track van het album. Geboren in 1936, de godly baby van een droomhuwelijk, papa een vrijmetselaar. "I am the Upsetter", zingt een hoog, klagend stemmetje in het simpele refrein. "I come to whipe out wickedness", reageert Scratch zelf. En dan komt Bob Marley op de proppen: "My cup is overflow/I don't know what to do/Can you help me Mister Perry?", Junior Byles, Susan Cadogan, Max Romeo: ze vonden allemaal salvation in de Black Ark. 'Superape' en 'Blackboard Jungle': Lee Perry kent zijn eigen klassiekers. Ja, ik heb de Ark platgebrand, de mensen zegden dat ik gek was. In Londen ontmoette ik Adrian, Bim Sherman en Prince Far I. Forward ever, backward never. The devil dead.
Het hele verhaal (meer dan 7 minuten lang) wordt verteld over een verslavende, Black Ark-achtige dub, met een kenmerkend Upsetter-koortje. Adrian Sherwood blijft zichzelf even trouw als zijn grote voorbeeld.