Reggae.be
Jah Shakespear in Jamaica: Het orgeltje van Jackie Mittoo, op bezoek bij Studio One
TravelMar 06, 2019

Jah Shakespear in Jamaica: Het orgeltje van Jackie Mittoo, op bezoek bij Studio One

By Jah Shakespear

13 Brentford Road: dat was gedurende tientallen jaren het vertrouwde adres van Studio One, zoals het stond afgedrukt op de hoezen van zowat alle LP's die producer Clement 'Coxsone' Dodd ooit uitbracht. In 2004 werd de straat omgedoopt tot Studio One Boulevard, een mooi eerbetoon aan het label dat een ingrijpende invloed had op de evolutie van de reggae.

We kwamen van Parade, het grote plein downtown Kingston, het centrum van de oude stad. Voetgangers, autobussen, vrachtwagens en gewone auto's lijken er in een voortdurende strijd om de straat verwikkeld. Vooral de chauffeurs van taxi's en minibusjes eisen genadeloos hun plaats op, met veel misbaar en getoeter. Hier en daar probeert een agent het verkeer in goede banen te leiden en de gemoederen te bedaren, maar met weinig resultaat.

Hier moet iedereen zijn, al dan niet te voet, bij de vele goedkope shops en outlet stores in de omringende straten. Hier vind je alle spullen en voedingswaren die je nodig hebt voor een menswaardig leven tegen een betaalbare prijs. En er is muziek, altijd en overal, soms luider dan eender welke winkel in Europa zich kan veroorloven. De grootste luidsprekers staan aan de deuren van de elektronicazaken en braken nieuwe dancehall uit, met meer slackness en autotuning dan ik sinds lang gehoord heb.


Van Parade rijden we Orange Street op, in de jaren '60 ook Music Street genoemd, of Beat Street, omdat er zoveel studio's en muziekwinkels in de buurt waren. 'Shaking Up Orange Street' zong Prince Buster in die dagen, en daar was niet veel voor nodig, met al die muzikale hotspots. Van die wonderlijke wereld, waar achtereenvolgens ska, rocksteady en reggae het levenslicht zagen, blijven vandaag nog maar enkele relicten over. Vele panden staan leeg of zijn vervallen. Sommigen noemen Orange Street zelfs Ghost Street. Als je hier niks te zoeken hebt, kom je hier 's nachts en bij valavond beter niet.

Maar als reggaefan moet je er toch minstens één keer geweest zijn. De oudste, nog geopende platenwinkel (sinds 1958!) is Randy's Records, aan North Parade, met de gelijknamige studio. Er liggen ook stofzuigers en telefoons in de etalage, maar het blijft een historische plek, de plek waar (correct me if I'm wrong) één van de hoogtepunten van de film 'Rockers' werd opgenomen en de wieg stond van VP Records, opgericht door Vincent 'Randy' Chin.

Verderop in Orange Street, weg van de hustle & bustle rond Parade, passeren we de oude, nu verwaarloosde winkel van Prince Buster, "the most famous shack in the world!" roept een afgebladderde muurschildering. Schuin daar tegenover is de Rockers International Store die ooit toebehoorde aan Augustus Pablo. De dub- en melodicavirtuoos had hier ook zijn studio. De kleine winkel is enkele jaren geleden weer opengegaan, vooral om buitenlandse liefhebbers zoals wij te plezieren. Veel Jamaicanen zie je hier niet rondhangen. De kleine, langwerpige ruimte wordt door een toonbank in twee stukken verdeeld. Achter de toonbank staan een paar honderd 7"-plaatjes slordig opgesteld in bakjes. Op de grond ligt een bestofte stapel LP's. Als ik vraag of er ook 12"-platen tussen zitten, weet niemand goed wat ik bedoel. Aan de andere kant van de toonbank, achter de reusachtige luidspreker, staat nog een doos met vinyl, de meeste schijfjes zonder cover. Een blanke nerd checkt met zijn laptop of hij geen kostbare collector's items vindt. Zou hij ook de vinylsingles checken die designgewijs aan het plafond hangen te bengelen?

Het is dringen in de winkel, ook al zijn er maar een vijftal mensen binnen. Een Engelse DJ speelt een setje op de installatie van de winkel en wordt daarbij gefilmd. Ze draait geen Augustus Pablo of andere Rockers-releases, zelfs geen Jamaicaanse muziek. Ik ga ervan uit dat ze weet wie Augustus Pablo was maar de vibes van weleer komen allicht nooit meer terug, zeker niet als de Jamaicanen zelf er geen boodschap aan hebben. Wel een mooie muurschildering van Dennis Brown aan de overkant. De zanger is in deze straat geboren, net als Prince Buster trouwens.

Orange Street gaat over in Slipe Road. Het is hier al een stuk rustiger op straat, en de gebouwen zijn iets beter onderhouden. We slaan linksaf, dan naar rechts, en plots zijn we op Studio One Boulevard, vroeger Brentford Road. En kijk, daar is daadwerkelijk Studio One. De naam staat netjes in de betonnen muur gekapt en ook op het aftandse bord dat het afschrikkwekkende traliewerk en het prikkeldraad rond de compound gedeeltelijk aan het oog onttrekt. Jamaica Recording & Publishing Studio Ltd. Jamrec Music, staat er ook, met een notenbalk erbij. Dat bord moet hier veertig, vijftig jaar geleden ook al gehangen hebben.

De poort van het terrein is gesloten en er valt binnen geen levende ziel te bekennen. Een oude rasta vraagt ons of we "business" willen doen. Platen kopen, dat is toch ook business? De man verdwijnt naar het aanpalende huis en keert terug met iemand die zich later zal voorstellen als Courtney Dodd. Hij is de zoon van de legendarische producer en probeert Studio One sinds enkele jaren nieuw leven in te blazen. Niet dat je daar aan de buitenkant al veel van merkt maar je kunt er tegenwoordig wel weer platen kopen, zij het enkel 7inch. In de winkelruimte liggen wel hele stapels LP-hoezen maar de meeste heb ik thuis ook staan, met de platen erin dan wel.

We gaan door een gang, nog een hoekje om, en daar laat Courtney Dodd ons los in twee aan elkaar grenzende kamertjes, met langs alle muren houten en metalen rekken waarop honderden dozen met singles staan. Elke doos draagt een geschreven titel. Ik zie meteen dat het niet om de bekendste en meest voorspelbare tunes gaat. Er staat geen platendraaier om te luisteren dus ik moet kiezen op het gevoel. Snel bovendien, want Courtney blijft gewoon in het deurgat staan, de sleutel van de deur in aanslag. Gelukkig houden mijn vrouw en Tina (Onesty, de Belgische zangeres die in Jamaica woont) hem even aan de praat. Of we misschien ook de studio mogen bezoeken? Nee, geen sprake van, zegt Courtney.

Ik neem lukraak een achttal 7inch-singles mee. Jennifer Lara ('Ordinary People', een duet met Dalton Brownie), The Heptones ('Suspicious Minds/Haven't You Any Fight Left'), The Silvertones ('Buddy Bum'), Bunny & Skitter ('Lumumbo', met op de achterkant een stokoude jazz-nyahbinghi version van 'Bangarang'), 'Skainy West' (King Stitt), 'Righteous Man' van The Gladiators, 'Peenie Wallie' van Jackie Mittoo (met Roy Richards op de B-side) en 'Deliver Us' van Half Pint. Misschien ziet er wel een cadeautje tussen voor iemand, denk ik, maar dat zal thuis ijdele hoop blijken. Veel te goed om weg te geven, allemaal met een volle, diepe sound zoals je die in digitale versie nooit meer te horen krijgt.  If I were a richman… zou ik bij Studio One waarschijnlijk nog veel meer plaatjes kopen. Maar ik prijs me gelukkig met de buit die ik verworven heb, verpakt bovendien in een doosje dat naar oud Jamaicaans gebruik vervaardigd werd van een oude platenhoes, in dit geval de Tuff Gong 12inch 'One Love/Keep On Moving' van Bob Marley & The Wailers. Tina vraagt opnieuw of we de studio mogen zien, met iets meer vrouwelijke charme dan de eerste keer. Courtney verpinkt niet.

De betaling moet uiteraard cash gebeuren, aan het bureau van Dodd. 400 JA dollar per single, 2,72 euro. Had ik er maar wat meer meegenomen. Courtney Dodd noteert elke titel zorgvuldig in een kasboek. Ik betaal en bedank hem voor de ontvangst. Tina probeert het nog één keer, nu echt wel onweerstaanbaar, in haar mooiste Jamaicaans. Waarom mogen we niet in de oude studio? "Please, mister Dodd?"

Hij zucht en zwicht. Tina en ik mogen mee naar achter. Hij steekt de sleutel in het slot, draait, en opent dan de deur naar het heiligdom. Ik kan een zucht van verrukking niet onderdrukken. Dit is de plaats waar The Skatalites en The Wailers hebben opgenomen, Burning Spear, Freddie McGregor en talloze andere zangers, DJ's en artiesten, waar de riddims werden gecreëerd die tot vandaag herkauwd en opnieuw uitgevonden worden, waar Coxsone Dodd op amper vier sporen een heel eigen, even herkenbare als onverslijtbare sound ontwikkelde.

"Dat is het orgeltje van Jackie Mittoo," zegt Courtney op eerbiedige fluistertoon. Wijzen hoeft niet. Het vintage Hammondorgel staat in het midden van de ruimte. We kijken ernaar en genieten van het historische besef. "En dat is de bas van Lloyd Brevette.", de staande bas van The Skatalites. Er liggen ook een tweetal gitaren, en naast de Hammond staat een oude Korg-synthesizer. Ik moet denken aan de rare synthplaten die Studio One in de jaren '80 heeft uitgebracht. In de hoek staat een piano. Overal hangen en liggen lege hoezen van de zeer zeldzame LP 'Ital Dub', wellicht om het stof wat op te vangen.

Nee, we mogen geen foto's maken, en daarmee beschouwt Courtney het bezoek ook als beëindigd. Hij begeleidt ons naar buiten en wijst ons nog op de grote portretfoto van zijn vader die de binnenmuur siert. Het is me niet duidelijk of hij echt trots is op het oeuvre van Coxsone Dodd of dit gewoon doet om een stelletje bleekscheten een plezier te doen. Wij zijn natuurlijk niet de eerste bezoekers, en de singles zijn duidelijk bedoeld voor de verkoop. In de studio zelf laat hij naar eigen zeggen zelden of nooit iemand binnen.

Wij zijn in elk geval in de wolken. Studio One! Die plaatjes! Dat orgel! We are blessed.

Foto's: © Jah Shakespear
Jah Shakespear in Jamaica: Het orgeltje van Jackie Mittoo, op bezoek bij Studio One

About the Author

Jah Shakespear
Meer

Luistert naar reggae sinds 1977, schrijft er professioneel over sinds de vroege jaren 80 (in De Morgen, De Standaard, P-Magazine, Highlife en vele andere bladen) en richtte deze site op in 2002. Auteur van 'De Rasta Revelatie' (2008) en 'In Het Spoor Van De Keizer' (2016).

Genres

DubRootsRocksteadyDancehallSkaRaggaReggaeNew RootsLovers Rock

Published

Mar 06, 2019