Wat hebben wij zaterdagnacht nog genoten, na twee dagen van topconcerten, bijzondere feestjes in de Bounce, de Yard en de Skaville, en positive vibrations over het hele terrein. Meer nog dan Shaggy en Damian Marley enkele jaren geleden (die trouwens ook veel te veel volk op de been brachten) was de headliner dit jaar Reggae Geel waardig. Met twee instrumentals speelde de
Taxi Gang meteen alle andere bands van het weekend naar huis. Zei iemand dat
Sly Dunbar op de terugweg is? Niks van gemerkt. Wij hoorden alleen magistrale drumpatronen, geruggensteund door de tijdloze baslijnen van
Robbie Shakespeare, zelfs wanneer die zijn vingers even stilhield. In feite hadden alle dubheads
Jah Shaka (op hetzelfde moment in de 18" Corner) even links moeten laten liggen om eer te betonen aan de muzikanten die dub lang geleden mee gecreëerd hebben. De blazerssectie van weleer (Nambo Robinson, Dean Fraser) is opgevolgd door de alomtegenwoordige
Stepper en
Henry 'Matic Horns' Tenyue, die zich perfect thuis voelen in de deze muzikale speeltuin.
De jonge Zweedse zanger
Junior Natural heeft onlangs een plaat gemaakt met Sly & Robbie en mocht daaruit twee nummers brengen. Wij kennen zo dertien artiesten in een dozijn, maar als het duo achter je rug de riddim van 'Shine Eye Gal' staat te spelen, kan er natuurlijk niet veel misgaan.
Meteen daarna liep
Bitty McLean het podium op, als gebruikelijk piekfijn uitgedost. Hij zong alweer de sterren van de hemel, en ook zijn liedjes klonken nog mooier met deze zalige backing. Hoe zou je de liefde niet kunnen voelen, als je deze man bezig hoort, met zijn hoge, zoete stemgeluid? Vlak voor onze ogen, helemaal vooraan bij het podium, zagen we ter plekke een nieuwe liefde ontluiken, bij het begin van Bitty's set nog flirterig, op het einde helemaal open gebloeid. Ze zullen de soundtrack bij hun eerste liefkozing nooit vergeten.
Ook mooi om de sinds enkele jaren fel vermagerde Robbie Shakespeare een paar keer te horen meezingen met zijn hoge stemmetje. 'Queen Majesty': heerlijk!
En dan moest
Johnny Osbourne nog komen, voor Jah Shakespear per definitie de ideale top of the bill voor 40 jaar Reggae Geel. Zo lang heb ik de meeste van zijn platen al in de kast staan, en zo lang blijf ik die ook al spelen. Johnny Osbourne is altijd top, punt. Of hij nu komt met Soul Stereo, Ruff Cutt Crew, Homegrown Band of Sly & Robbie. Het is ook meezingen voor mij, want ik ken al die tunes natuurlijk uit mijn hoofd. Ik weet dat 'Ice Cream Love' een banale tekst heeft maar het is een van mijn all time favoriete nummers. Mede door de riddim natuurlijk (Joe Frazier/He Prayed, ook op dat vlak een klassieker), en wie speelt die beter dan de Taxi Gang? Meteen daarna trouwens nog luider meegezongen met 'Truths And Rights', en dat is wel een lyric die kan tellen.
De kers op de taart was een combination van Johnny Osbourne en Bitty McLean op de World-A-Music riddim ('Welcome To Jamrock'), een nieuwe versie van Johnny's 'Jahoviah'. Nog een van die all time favorieten, en voor mij het perfecte orgelpunt van deze excellente Reggae Geel. Laten we terugkeren naar het begin.
VRIJDAG
Grauwen en brullen





"



"




Terwijl het 's avonds nog broeierig heet is, opent
Chezidek de mainstage. We zagen de man vorige week met plezier aan het werk op Irie Vibes dus tuneden zelf pas in voor
Havana Meets Kingston. Die samenwerking tussen Cubaanse (onder andere Buena Vista Social Club) en Jamaicaanse artiesten (
Randy Valentine!) zorgt voor heerlijk zwoele en aanstekelijke ritmes. Van bij de eerste noten hoor je dat hier een stel topmuzikanten aan het werk is, die het tegen dan (20u) oververhitte publiek toch moeiteloos aan het dansen kregen.
Onder de bomen van de 18" corner speelde ondertussen
King Simeon op
Jah Tubby's soundsystem. De zware bassen donderden over het hele terrein en lokten ons tussen de live shows door regelmatig even het bos in.
Lees het volledige dubverslag apart op onze site.
Voor
Yellowman hadden we het dub-bos nochtans niet moeten verlaten. Met zijn naam (Gele Man) en reputatie kon hij natuurlijk niet ontbreken op dit 40ste verjaardagsfeest maar de man heeft gewoon geen stem meer. Grauwen en brullen is wat hij tegenwoordig nog doet. Pas wanneer je de riddim herkent, kun je ook de lyrics weer plaatsen. Het overkomt mij niet vaak (JS) maar ik ben weggelopen bij Yellowman. Een generatiegenoot zei nadien dat ik niet zo streng mocht zijn. Yellowman staat er nog altijd, met onder dat Picasso-hoofd het getrainde lichaam van een jonge god. Hij staat geen minuut stil en weet de massa voortdurend te entertainen. Dat ik hem moest beschouwen als een mopperende oude opa, zei die generatiegenoot. Wij hebben Yellowman gekend in zijn hoogdagen: "Hij moppert misschien wel maar het blijft wel je opa!"
Het was al een tijdje geleden wat we Jamaican Idol-winnaar
Romain Virgo nog eens aan het werk zagen, en er is weinig veranderd. Romains stem is nog steeds even zuiver en hij zong de longen uit zijn lijf bij de (ondertussen toch al enkele jaren oude) hits 'Who Feels It Know It', 'Mi Cyaan Sleep', 'Taking You Home', 'Love Doctor', 'Rich In Love', 'We No Worry Bout Them' en een korte tribute aan Garnet Silk. Soms zeemzoet, maar altijd strak en loepzuiver. Sterke show!
Over
Barrington Levy waren de meningen verdeeld. Mij maakt hij altijd blij (behalve vorige keer op Reggae Geel), hoe vaak hij die unieke scats en yells ook blijft herhalen, en hoe vaak hij ook dezelfde spelletjes speelt met het publiek. Zijn stem is nog altijd loepzuiver en dit is zijn heritage, de klassiekers die hij ons geschonken heeft en als enige live kan brengen. Hoogtepunt (omdat het destijds een van mijn favoriete singles was): 'Under Sixteen'.
Tribute to No-Maddz
Ook een hoogtepunt van deze Reggae Geel (zeg maar een lange reeks hoogtepunten): de presentatie door de
No-Maddz, zangers, acteurs, comedians en om al die redenen ook geweldige entertainers. Zij maakten van elke change-over een vrolijke performance, met grapjes en verhaaltjes, speelden gevat in op wat er rond hen gebeurde en smokkelden daar hun eigen liedjes in. Reden genoeg om tijdens de podiumwissels dicht bij de Main Stage te blijven, en wat een verschil met Ron Muschette of andere Jamaicanen die achteraf bekeken maar weinig toevoegden aan het spektakel.
Werkpuntje aan het hoofdpodium: waar blijven de reuzenschermen die elk festival van deze omvang al lang geplaatst hebben? Het zou de concertervaring van de kleinere medemens en iedereen die niet vlakbij het podium wil staan aanzienlijk verbeteren.
The Yard blijft de plek bij uitstek om nieuw talent te ontdekken en om verrast te worden door onconventionele acts en interessante lezingen. Reggae hoeft niet altijd exotisch te zijn en op vrijdag ging, wat ons betreft, de prijs van beste act op dit podium naar een artiest van eigen bodem.
Collieman is terug van weggeweest en dat zullen we geweten hebben. Het kost wat moeite om van start te raken omdat er hier en daar nog wat aan het geluid gesleuteld moest worden, maar zelfs piepende boxen kunnen geen afbreuk doen aan het talent van zanger Stefaan en zijn nieuwe band
Collieman Collective. "Inna Belgium it's not easy to be a reggae artist!", weet Collieman ons te vertellen, maar gelukkig is daar hier op Reggae Geel weinig van te merken. In het publiek wordt er enthousiast gereageerd op de hits van enkele jaren terug en ook op de nummers van het
nieuwe album 'Jungle Code' die de revue passeren. Collieman Collective is in vorm en zou menig Jamaicaanse backing band naar de kroon kunnen steken op het hoofdpodium. Collieman zelf wisselt in zijn doordachte teksten af tussen zingen en toasten, met af en toe een geslaagde cover zoals 'Love And Inity' van Jr. Gong. We zijn oprecht blij en trots om Collieman opnieuw op het Belgische reggaetoneel te mogen verwelkomen.
Terug naar de main stage voor
Shabba Ranks, die vijf jaar geleden de Bounce op zijn kop zette. Vrijdag mocht big dutty stinkin' Shabba de mainstage afsluiten, en hij deed dat met de uitstekende Ruff Cutt Crew. Shabba entertainde energiek het publiek en zijn zware stem klonk nog steeds even doordringend als twintig jaar geleden. 'Love Punany Bad', 'Winey Winey', 'Bedroom Bully', 'Dem Bow', 'Just Reality', 'Telephone Love', 'Mr Loverman', 'Twice My Age', 'Ting A Ling' en nog een hele resem tunes kwamen aan een hoog tempo voorbij. En de fans op de wei keurden het zingend en dansend goed: "Shabba!" Wie toch geen zin had in al dat dancehallgeweld, kon uiteraard terecht bij één van de vier andere podia om de nacht af te sluiten.
ZATERDAG
De songs! De riddims! De vibes!
Het leek wel Jamaica onder de Kempense zon. Bloedheet was het op de wei, en dat merkte je ook aan het publiek. Veel mensen hingen onder de bomen van het dubbos of stonden in de enkele meters schaduw rond de bar of een verlichtingspaal. Maar toch stond een redelijke groep die-hards om één uur 's middags al voor het podium voor
Samory I,
die we in maart in Turnhout aan het werk zagen. Een andere toetsenist, en daardoor iets minder verrassend, maar nog altijd een show die veel te vroeg geprogrammeerd stond.
Een dik uur later leek
Kabaka Pyramid helemaal geen last te hebben van de hitte. Hij sprong energiek het podium en leverde een sterke set af, zoals we ondertussen gewoon zijn van hem met veel focus op zijn
recent verschenen langspelerdebuut 'Kontraband'. We zochten verkoeling onder de sproeier naast de mainstage en hielden het zo toch vol om mee te zingen en te springen. Jammer dat ook Kabaka zo vroeg op het podium stond maar dat heb je natuurlijk, met een affiche vol grote namen. Hoewel wij dan toch eerder voor Stonebwoy hadden gekozen.
We zoeken even verkoeling onder de bomen van het dubbos, waar de Antwerpse
Kingston Echo vocaal bijgestaan werd door
Missing Link en
Juli Jupter. Het trio is de laatste maanden niet meer weg te denken uit de Belgische dubscène en laat zich op alle vlakken horen. Zowel uiterlijk als muzikaal zouden ze recht uit de jaren 70 kunnen komen, en dat weerspiegelt zich in de analoge studio van Kingston Echo. Daar namen ze ondertussen al enkele sterke tunes op met de
Spellbreakers, de band die ze rond zich creëerden. Ze werken daardoor niet alleen als een klassieke soundsystem, maar zetten hun muzikale creativiteit ook om in live muziek. In de Geelse bossen stond Kingston Echo er dus als sound en speelde daar een afwisselende set van oude roots en eigen producties. Big up!
Tijdens de heetste uren van de dag zochten we een plekje in de schaduw van de Yard, waar onze eigen
Jah Shakespear de geschiedenis van Reggae Geel beschreef in word, sound & power. Met complimenten aan
Masego, die ook de rest van het weekend prachtige klanken uit hun sound system toverden.
Johnny Clarke en
Horace Andy brachten met Dub Asante (featuring Steven Wright op gitaar, Drumtan op drums en de onvermoeibare Matic Horns op trombone) een smetteloze dubbelset. Ook al vaak gezien natuurlijk (Andy twee maanden geleden nog in Sint-Niklaas), meestal met dezelfde foundation klassiekers, maar ook altijd op niveau. De songs! De riddims! De vibes!
Wanneer de avond valt is het de tijd voor
Protoje. Wie had na zijn timide en ietwat teleurstellende show in de Bounce in 2011 gedacht dat hij zou uitgroeien tot zo'n topartiest? Van begin tot einde trok hij het publiek mee, met reggae hoe die in 2018 zou moeten klinken en begeleid door de altijd maar beter wordende Indiggnation-band. Protoje bracht onlangs het indrukwekkende album 'A Matter Of Time' uit, waarvan we enkel 'Like This' en de populaire single 'Blood Money' te horen kregen. Voor de rest hoorden we zowat alle hits van de voorbije jaren passeren, en dat is ook waar het publiek op zat te wachten. Met als één van de hoogtepunten een prachtig uitgesponnen versie van 'Hail Ras Tafari', waarbij het publiek als één massa met de armen in de lucht Jah vereerde. Kippenvel. Onder het roze-oranje licht van de mooie zonsondergang liet Protoje de wei helemaal ontploffen door af te sluiten met de monsterhit van enkele jaren geleden: 'Who Knows' en het geweldige 'Kingston Be Wise'.
Bob Marley
Anthony B hebben we dit keer aan ons voorbij laten gaan maar getuigen verklaren dat hij goed in vorm was en vooral ouder materiaal bracht. Dat kun je ook zeggen over
Cocoa Tea, die zijn tunes op typisch Jamaicaans wijze aan elkaar breidde, met veel interactie en flarden uit grote reggaeklassiekers. Tweede grote meezingmoment van de avond: 'Waiting In Vain'. Wat zou Reggae Geel zijn zonder Bob Marley?
In The Yard zijn we op zaterdag het meest onder de indruk van
The Pathheights. Spijtig genoeg was er maar een zeer magere opkomst, waarschijnlijk omdat het Jamaicaans-Duitse duo tegenover Protoje geprogrammeerd staat, maar dat maakt het intieme optreden alleen maar specialer. De teksten die ze brengen, begeleid door akoestische gitaar, percussie en nyahbinghi, zijn poëtisch en diepzinnig. Dit is echte luistermuziek en er wordt dan ook weinig gepraat en gedanst. Hier wil je even voor gaan zitten om je te laten meevoeren door de hypnotische en helende klanken op een spirituele reis naar een alternatief universum van nummers zoals 'Into My Dream', 'Sound Of Life' en de titeltrack van hun nieuwste EP 'Twin Flamezz'. De stem van Akosua heeft een indrukwekkend bereik en klinkt engelachtig ijl, wat nog onderstreept wordt in de harmonieuze samenzang met haar echtgenoot Aumuna, die af en toe het zingen afwisselt met toasten. De teksten zijn kunstig geweven stukjes prachtige en pure poëzie en stemmen tot nadenken. Behalve met "food for thought" verlieten we dit optreden ook met "food for the heart and the soul".
Aan de overkant van The Yard stond de Skaville grote delen van de dag letterlijk leeg. Een beetje sneu toch voor de DJ's, die ook uitzicht hadden op de nabij gelegen Bounce, waar wel veel volk en ambiance was. Als Reggae Geel ergens dicht bij een mainstream festival komt, dan daar, waar het hele weekend vrolijk gefeest en gedanst wordt. Wij hoorden er wel vaak de hits van een jaar of tien geleden maar dat lag misschien aan het tijdstip. Big up aan
Slongs (Die Vanongs) die haar 40ste verjaardag vierde als MC in de Bounce, en zo terugkeerde naar haar eerste grote liefde: reggae.
In The Yard moet ook
Lila Ike (deel van Protoje's Indiggnation Collective) heel goed geweest zijn, maar wij kunnen nu eenmaal niet overal tegelijk aanwezig zijn.
In de Skaville zijn we dit jaar in elk geval maar één keer geweest: voor
Pat Kelly, een zanger uit de jaren '60 en '70 die ooit de kleine Bar Mondial aan de Antwerpse Suikerrui op zijn kop zette, toen je in die buurt af en toe nog een feestje mocht bouwen. Maar dat was met de Waalse Moon Invaders, en hun sound paste een stuk beter bij de unieke falsetstem van Pat Kelly dan die van de Berlijnse band waar hij nu mee toert. Niet subtiel genoeg voor de early reggae en rocksteady van deze zanger. Die trouwens zelf ook op zijn laatste benen loopt, letterlijk en vocaal. Een unplugged show had wellicht beter geweest. En graag ook Doctor Love (die naam!) thuislaten, een jonge neef van Kelly die denkt dat hij hier carrière kan maken. Eerst maar eens zanglessen gaan volgen bij oom Pat. Toch nog genoten van 'Wish It Would Rain', 'You Don't Care' en 'Whiter Shade Of Pale' (het nummer, niet de hoge tonen waar Pat Kelly niet eens meer aan begon).
Het loopt tegen drie uur wanneer we zaterdagnacht een laatste keer langs The Yard passeren.
Bong Productions heeft hier nog een hoop fans op de been gebracht en zet hier het laatste grote feestje van het festival op, met een niet aflatende stroom van overwegend dubplates uit de jaren '90. En één luid geschreeuwd verzoek voor Reggae Geel 2019: Buju Banton!
Zegden we het laatste feestje? Nee, daarvoor moest je tegen het ochtendgloren richting camping. Voor de eerste keer ("Een historische gebeurtenis!" noemden ze het zelf) werden de mobiele sound systems van
Bangarang en
Serendipity aan elkaar gekoppeld, met als special guest veteraan Sugar Charly, in de jaren '80 en '90 huis-DJ van Reggae Geel. Happy 40th anniversary!
P.S.: Wanneer leren wij nu eindelijk om het festivalterrein wat properder achter te laten? De hele dag lopen er vrijwilligers rond, overal staan er vuilnisbakken en toch struikelde je 's avonds over de blikjes, flesjes en bekertjes. Het rookverbod in de 18" Corner werd (voorspelbaar) collectief genegeerd, terwijl de reden (de droogte) toch heel valabel was. De meeste peuken kwamen niet terecht in de gratis uitgedeelde asbakjes maar op de grond. Als we dan toch pretenderen om out of Babylon te stappen, mogen we best wat minder afval produceren!
Foto's: © Rik De Blick