40 jaar Reggae Geel: wie had dat durven denken toen in 1979 een paar jonge gasten een feestje organiseerden in de bossen van Geel Bel? Een echt festival werd het pas in de jaren '90, om daarna geleidelijk gespreid te worden over vijf podia. Het is een verhaal dat voor hele generaties reggaefans een tas vol herinneringen oplevert.
Millennials kunnen zich allicht moeilijk voorstellen hoe reggae in de jaren '70 tot ons is gekomen. Er was nog geen internet, geen muziek op CD of andere digitale dragers, geen informatie over de artiesten. In de platenwinkel kon je hooguit Bob Marley vinden, tot vandaag nog altijd de enige naam die veel mensen met reggae kunnen identificeren. En zelfs dat stelde niks voor. 'Exodus' (1977) staat vandaag bekend als een album vol hits en klassiekers maar de enige Jamaicaan die dat jaar de hitparade haalde, was Dillinger met 'Cokane In My Brain', een proto-rap op een vertraagde disco riddim.
Maar toen, in 1978, was er plots 'Dreadlock Holiday' van 10CC, met een van de allereerste videoclips erbij (MTV bestond nog niet), opgenomen in Jamaica. Pure popreggae natuurlijk, totaal verschillend van Bob Marley of eender welke andere Jamaicaanse sound, maar wel een ritme en een vibratie die bij veel mensen iets losmaakten. En de aanzet tot wat ik door de jaren de Reggaezomer van '79 ben gaan noemen. Peter Tosh scoorde dat jaar de grootste hit ('(You Gotta Walk) Don't Look Back') maar had daar wel wat hulp voor nodig van Mick Jagger. In hun zog volgden Third World, Inner Circle, en ook Bob Marley tekende voor de eerste keer sinds 'No Woman No Cry' nog eens present in de charts, dit keer met de live uitvoering van 'Stir It Up'. The Police en The Clash verwerkten het ritme van de reggae in hun grensverleggende nieuwe fusiesound. Op de "vrije" (illegale) radiozenders waren de eerste gespecialiseerde programma's te horen. Ik was een vaste luisteraar van 'This Station Rules The Nation' op radio Capitale (later FM Bruxel), met Ras Antonius en Ranking Dirk, voor ik in 1980 zelf een show kreeg op radio Scorpio in Leuven.
Door de verhoogde interesse in die nieuwe, exotische muziek kwam er in korte tijd veel meer aanbod in de winkels. Van de ene dag op de andere hadden ze bij Brabo, Dilewyn's en Metrophone (de drie grote, toonaangevende platenzaken in Antwerpen) een apart bakje reggae. Daar stonden niet alleen de albums die bij de hits hoorden, maar ook releases van artiesten waar wij nog nooit van gehoord hadden, en de handelaar waarschijnlijk ook niet. Ik heb zo The Revolutionaries ontdekt, en dus ook dub. Mijn eerste tien reggae-LP's waren dub, producties van Linval Thompson, Joe Gibbs en de broers Hoo-Kim. Ik was van meet af aan verslingerd aan dub en dat waren de platen die ze in de winkel verkochten.
De keuzestress begon pas toe te slaan (en is sindsdien nooit meer verdwenen) toen Jacques 'Professor Cat' Chapon op het Conscienceplein, boven het mythische Pannenhuis (!), Rasta Connection opende, een platenwinkeltje volledig gewijd aan reggae. Chapon, de oervader van de Beljam scene, was in Jamaica geweest en had in Londen de juiste contacten voor importplaten. Samen met zijn vaste kompaan Doctor Dog bouwde hij de allereerste sound system in ons land, en gaf daarmee ook de eerste grote reggaefeesten. Toen Kris Eelen en zijn Geelse vrienden op zoek waren naar een DJ voor hun eerste reggaefuif (zoals dat toen meestal genoemd werd), kwamen ze bijna automatisch uit bij Rasta Connection Soundsystem.
Reggaefuif: op zich al een raar begrip eigenlijk. Wij dansten tot dan op alle muziek, van disco tot rock en gladde pop. Reggae voelde vrijwel meteen anders, als muziek die niet paste bij de doordeweekse fuifmuziek. Op de eerste "reggaefuiven" in Brussel en Antwerpen werden geen slows gespeeld, geen discohits, en dat was nieuw, en fris, en irie.
Prevox Echo Chamber
De Discobar Brabo (waarschijnlijk vernoemd naar de winkel waar het contact werd gelegd) uit het grote Reggae Geel geschiedenisboek was dus Rasta Connection Soundsystem, met achter de knoppen Professor Cat en als selector de onvolprezen Lui Lucky (voor de millenials: de vader van Crucial Alphonso). De Cat had een Prevox Echo Chamber bij, een primeur in die dagen. De eerste keer was ik er nog niet bij, de tweede keer (1980) ben ik voor de eerste keer naar Geel gegaan, toen de "fuif" daar zelfs nog geen naam had.
Een jaar later stond ik zelf achter de draaitafels, samen met Sugar Charly. Wij hadden geen echokamer maar de organisatoren waren blijkbaar toch tevreden, en de jaren daarna ook. Tot 1994 zijn wij op het enige podium de vaste DJ's geweest.
In 1983 stond er voor het eerst een live band op de affiche van het Geelse reggaefeestje, toen nog gewoon Reggae '83 genoemd (zonder Geel). Het jaartal zou nog lang onderdeel blijven van de naam, die haast op natuurlijke wijze is geëvolueerd naar Reggae Geel. Mighty 4 & The Rebels was een Surinaams-Nederlandse groep met een uitstekende zanger, Remy Watson.
Lang voor Reggae Geel een festival zou worden, was er in Antwerpen al drie keer Reggae Sunsplash. Indoor, dus lang niet zo vrij en zomers als in de Kempense bossen, maar we hebben daar wel Gregory Isaacs, Dennis Brown en Black Uhuru gezien, Eek-A-Mouse, Tapper Zukie en Aswad. Voor de laatste editie, in 1987, werd Lee Perry aangekondigd maar die kwam niet opdagen. Het begin van een lange traditie in de reggae, ook in Geel. In Hof ter Lo (nu TRIX) had platenhandelaar en clubuitbater Brent Clarke intussen de weg geplaveid voor een hele rist concerten die de zaal geleidelijk het imago zouden geven van "reggaetempel".
Net als in Jamaica had de muziek hier een publiek gevonden via de "danszalen" maar er waren ook steeds meer live concerten. In Geel deden ze het nog twee keer zonder band maar in 1986 kwam zowaar Black Slate naar hier, featuring Keith Drummond. Zowaar, omdat 'Sticks Man' van Black Slate mijn allereerste reggaeplaatje was, toen ik nog niet wist wat reggae was. De live uitvoering klonk iets minder scherp maar dat gold in die jaren voor veel reggae acts, die in de studio vaak een sound ontwikkelden die je op een podium toen nog niet kon waarmaken.
In 1987 mocht Big Boatsia de festiviteiten openen, een groep uit Limburg die dat jaar een eerste (en meteen ook laatste) plaat had uitgebracht. Het was de eerste keer dat Belgische reggae mij wist te overtuigen. Meer nog: toen ik 'Roads Of Life' voor de eerste keer op de radio hoorde en Big Boatsia nog niet kende, was ik me tijdens het nummer aan het suf piekeren wie dat toch kon zijn. Wailing Souls? Nee, klinkt niet Jamaicaans. Een Engelse band? Nee, het waren gewoon jongens van bij ons, en het zou nog jaren duren voor er opnieuw een Belgische band op het podium zou staan.
De eerste Jamaicaan
1988. Voor de eerste keer komt er een Jamaicaan naar Geel, misschien zelfs letterlijk. Desmond Dekker kenden wij al heel ons leven, van die ene monsterhit in 1969, 'Israelites'. Het was muziek die in Vlaanderen onder de popcorn zou geklasseerd worden, omdat we nog geen woord hadden voor dat rare ritme. Een novelty hit, schreef de pers. Iets nieuws. Waar het nummer over ging, wisten we ook niet. Om dat te begrijpen, was het wachten op het verhaal van Rastafari, en dat zouden we pas tien jaar later in stukken en brokken te horen en te lezen krijgen. In de Reggaezomer van 1979, inderdaad.
Desmond Dekker had ik eerder al op Sfinks gezien (1986), toen daar ook The Skyblasters optraden, en Youssou N'Dour, en Don Cherry. Een sterke, strakke show had Dekker in die jaren, en een goed geoliede band. Maar dus zeker niet exclusief of voor de eerste keer op Reggae Geel. De "reggaefuif" (zoals het evenement zelfs in de titel nog altijd genoemd werd) haalde wel voor de eerste keer de streekeditie van de krant.
"Geel-Bel werd zaterdag overspoeld door een duizendtal nieuwsgierige kijklustigen. Onder hen bevonden zich heel wat reggaefans. Wie er ook was, was Desmond Dekker, een zwarte muzikant die op Bob Marley en Peter Tosh na koning van de reggaemuziek genoemd wordt. ...Toen hij door de micro schreeuwde: "Is everybody ready?", kreeg hij een heel lichte: "Yeah!" van het publiek te horen. De mensen bleven gewoon afzijdig, alsof het een doodgewone zaterdagavond was. Ook de fans met hun lange haren en groen-rood-gele accessoires stonden rustig iets te drinken. Er was bijna geen beweging te bespeuren. Van een groot Jamaicaans dansfeest was dus ook helemaal geen sprake."
Wordt vervolgd…