Het was een topavond. Voor het eerst in lange tijd zagen we nog eens le tout Beljam verzameld, van Pura Vida en The Spellbreakers (elk met een nieuwe plaat in de aanbieding), Erick Judah en King Johnny, tot vaderlandse soundboys van alle generaties: oervader Professor Cat, eighties pioniers Back 2 Bass en Crucial P, Far West Crew en Wudub, Pirates Crew en High Grade, Soul Shakers en Bangarang... Met excuses voor wie ik in de drukte over het hoofd heb gezien. De grote dagen in Petrol leken eindelijk weergekeerd.
En dit zijn dus de namen die ons bij elkaar brengen, artiesten die alle hokjes en leeftijden overstijgen.
Don Carlos was in de jaren '80 een van de weinige zangers die overeind bleven in het DJ-geweld, met zijn unieke melodieuze stemgeluid en immer charmante uitstraling. Ook toen al viel Don Carlos in smaak bij de vrouwen, niet als hunk maar in al zijn zachtheid en rasta-authenticiteit. 'Johnny Big Mouth' en 'Lazer Beam' blijken 30 jaar later zijn bekendste en meest tijdloze hits te zijn, en die bracht de Nederlandse band
Roots Controllahz waardig. Hoewel natuurlijk niets boven Carlos' eigen band Dub Vision gaat.
Wij waren vooral gelukkig met de blazers (saxofoon en trombone), ook al kwamen ze in de vlakke mix niet altijd even goed uit de verf. Zet hier een goeie engineer bij en de show is nog een stuk beter. Jammer ook dat Don Carlos liever covers zong ('Satta', 'Everyday Is Like A Holiday', Michael Rose's 'Guess Who's Coming To Dinner', 'The Drifter') dan zijn eigen tunes, waardoor veel mensen op hun honger bleven zitten. Ook mijn favoriete nummers stonden niet op de setlist ('Gimme More Love', 'From Creation', 'Fight Fight', 'Just A Passing Glance', 'Prepare Jah Man'), een vriendin miste 'Jah Sun'. Maar voor de rest een prima show, van een zanger die ons live nog nooit ontgoocheld heeft.
Dat laatste kunnen we van
Israel Vibration niet zeggen. Sinds het vertrek van Apple Gabriel eind jaren '90 was het eertijdse engelentrio vocaal toch al voor een derde geamputeerd.
Wiss en vooral
Skelly probeerden dat gemis vaak te compenseren met extra volume, dat soms oversloeg in schor geschreeuw, het tegendeel van de etherische samenzang die Israel Vibration groot heeft gemaakt. Er werd ook bewust gekozen voor uptempo nummers, die Roots Radics dan net iets te uitbundig backte, met veel synths, American style. IV is lange tijd mijn favoriete band geweest, makers van mijn favoriete album ('The Same Song') èn mijn favoriete reggaetune ('Why Worry'). Maar de laatste jaren voelde ik niet meer de behoefte om ze nog live te zien.
Tot nu in de Zappa dus. Het duurde even voor ik mee was, afgeleid door de vele blije weerziens achteraan in de zaal, maar eens ik opzij van het podium stond, raakte ik voor het eerst in lange tijd weer in de ban Israel Vibration. Dat had ook te maken met
Dwight Pinkney, de virtuoze gitarist die wat verloren in een hoekje van de stage stond maar daar wel de mooiste licks en akkoorden uit zijn instrument toverde. De strafste solo van de nacht speelde hij in 'Never Gonna Hurt You Again', een song die ook in de originele uitvoering werd opgesmukt met rockgetint gitaarwerk. Pinkney was een genot om naar te kijken, Met naast hem de even legendarische
Flabba Holt op bas, het hart van
Roots Radics.
Wiss en Skelly zongen zachter en zoeter dan ik ze in jaren gehoord heb, bijgestaan door zangeres La VeniaBunny Brissett en de ritmegitarist. Eindelijk werd ik nog eens in vervoering gebracht door de songs die ik nu al zo lang met me mee draag: 'Licks and kicks', 'Ball of fire' (als vanouds net niet vals), 'Why Worry' (alsof de hemelpoort zich opende) en als kers op de taart 'Cool And Calm', van wat wij in 1988 de comebackplaat van Israel Vibration noemden, 'Strength Of My Life'. Het was een van de mooiste en meest ontroerende concertmomenten die ik het voorbije decennium beleefd heb, alles wat rootsreggae zo mooi maakt samengebald in één perfecte song over leven in het nu. Om dan af te sluiten met de meezingers, 'The Same Song' en 'Roots Rock Reggae', even verbindend en onweerstaanbaar als pakweg 'One Love' en 'Buffalo Soldier' van Bob Marley. Israel Vibration is en blijft mijn lievelingsgroep.
De show duurde ruim anderhalf uur. Tegen de tijd dat
Johnny Osbourne op het podium verscheen, was het al na drieën. Het zweet droop intussen van de muren maar het rookverbod werd gelukkig collectief genegeerd, wat de geuroverlast nog enigszins draaglijk maakte. Los daarvan zou de Zappa zou wel wat bijkomende ventilatie kunnen gebruiken. Ik kan me niet herinneren dat het in Petrol ooit zo warm was. Voor een spaarzaam schepje frisse lucht kon je alleen terecht in rookruimte. In de open lucht, maar wat blijft daar nog van over met die paffende en blowende massa?
Osbourne trad niet op met een live band. Het Franse
Soul Stereo (ook de vaste sound van Lone Ranger) voorzag hem van de overbekende riddims uit de glorietijd van de zanger, de standards van de vroege dancehall zeg maar, vaak versions van Studio One originals. Soul Stereo is een autoriteit in Studio One en bracht al tal van veteranen naar onze zalen en festivals. Geen betere selector om Johnny Osbourne te begeleiden dan deze
Fatta. De tunes vervelen nooit en Johnny zingt altijd fantastisch. Wij kijken nu al uit naar
de show op Reggae Geel met Sly & Robbie.
Niet moe geworden, geen moment verveling gevoeld en bij het ochtendgloren licht euforisch thuisgekomen: het is op mijn leeftijd niet vanzelfsprekend. De triple legend night in de Zappa was de ideale aanzet tot het festivalseizoen.