We worden meteen verwelkomd door
E.N.R., het "nationaal reggae ensemble", een rondreizend gelegenheidsorkest, aangestuurd door een mobiel geluidsstation en een enthousiaste zanger. Als rattenvangers van Hamelen trekken de muzikanten in stoet over het terrein, en lokken steevast een horde feestende festivalgangers achter zich aan, met klassieke riddims en songs.
Kebra Ethiopia geeft ons in de Rootsman Corner ondertussen een voorsmaakje van wat we op Irie Vibes mogen verwachten.

In het midden van de festivalweide worden "conférences" gehouden, met als eerste grote gast niemand minder dan
King Jammy, die nog eens komt uitleggen waarom digital music zo'n goede uitvinding is geweest, omdat het veel gemakkelijker werd om zelf muziek te maken. Wist u trouwens dat hij de kneepjes van het vak leerde van King Tubby, en aanvankelijk Prince Jammy werd genoemd? Hij werd pas tot koning gekroond na de uitbraak van het wereldbefaamde 'Sleng Teng': "35 years old and still going strong!". De riddim die begin jaren tachtig het digitale tijdperk in de Jamaicaanse muziek inluidde, vormt uiteraard het orgelpunt van zijn set in de Dub Club, geen megamix, maar gewoon de twee bekendste versies: 'Under Mi Sleng Teng' van Wayne Smith en 'Buddy Bye' van Johnny Osbourne.
Echo Minott gooit er 'Call The Police' (original John Wayne) nog even tussen, zeker niet de beste zanger, wel een geboren entertainer en Jammy's "first recording artist", verenigd hier in Frankrijk.
King Jammy mixt niet meer live, hij selecteert en doet de speech, terwijl zijn veel jongere sidekick de orders netjes uitvoert. Ze pronken met een dubplate van Johnny Osbourne in combinatie met Chronixx: "From the old to the new!", op de riddim van Garnet Silk's 'Bless Me', en gooien Gregory Isaacs' "in a dancehall style"; de soundclash lyrics vliegen in het rond. Wie speelt Shabba Ranks en Bounty Killer op een dubfestival? Daar komt alleen King Jammy mee weg. Soundsystem van dienst is het Franse
Legal Shot, dat met een special van 'Raggamuffin' (Freddie McGregor) perfect hun stijl onderschrijft.
"Roots Rock Vinyl style!", leidt
Max Romeo 'One Step Forward' en 'Selassie I Forever' in, een wel erg korte intro voor zijn dochter
Xana 'My Blood' Romeo, die met 'Rate Rasta' en 'Righteous Path' twee top tunes van haar debuutalbum 'Wake Up' te berde brengt. Met 'Rastafari Tell You' maakt
Judah Eskender Tafari ons vervolgens warm voor de geplande Studio One showcase op zondag, alvorens we de avond afsluiten in de Sound Meeting Arena, waar het Franse
Kiraden mag openen aan de zijde van twee gerenommeerde sound systems uit Engeland:
Entebbe en
Channel One, nog steeds onze favoriete sound met Mikey Dread at the controls en Ras Kayleb on the mic: "Dreader than dread!"
Jahmbassador Hifi opent op vrijdag de gelederen, samen met het van nog verder gekomen
Shalamanda Hifi, dat onder meer 'Rent Man' van Black Uhuru en 'Blindeye' van Sista Mary in de playlist opneemt. "Jah no dead!", haalt Kaya de plaat van Burning Spear terug, wat op luid gejuich onthaald wordt, net als 'Money Money' van Al Wayne, stilaan een Jahmbassador classic. Heviger gaat het er intussen aan toe aan de overkant, waar Ras Kush van
Black Redemption de Dub Club in de namiddag al op kookpunt brengt. Later op de avond is het hier verzamelen geblazen voor
Iseo & Dodo sound, de jonge zangeres en producer uit Spanje, die opnieuw een sterke live show neerzetten, geruggesteund door
The Mouse Hunters, een blazerskwartet met een uitstekende trompettist. We herkennen onder meer het nummer 'Vampire'.
Jah Youth, de 'Roots Ambassador' uit Engeland, treedt aan met full crew en speelt sinds hun soundsystem afbrandde op dat van Touch Above. 'African Skank' blijft ons bij, net als de special van Sizzla ('Solid As A Rock') en de relick van 'Mr. Bossman' (Cultural Roots) met Xana Romeo. Het Oostenrijkse Shalamanda antwoordt met een nieuwe Blackboard Jungle tune, een eigen productie en twee live muzikanten die een subliem samenspel uit hun hoed toveren, met name de alomtegenwoordige
Rootsman Sax uit Nederland en onze landgenoot
Ras Divarius op viool. Op een enkele dubplate van Kingstep en Roots Hitek na speelt Jahmbassador het laatste uur enkel nog eigen creaties uit zijn Jah Embassy studio in Tienen, onder meer met de stem van Isaiah Mentor. Als afsluiter kiest hij opnieuw voor zijn persoonlijk anthem met de stem van Rudy Roots (Dub fi Youth), een coproductie met Roots Hitek en Irie Ilodica. Die laatste is niet van de partij,
Far East zorgt dan maar voor een streepje live melodica. Jahmbassador Hifi klinkt zoals het hoort, onze Belgische ambassadeurs maken indruk en moeten zeker niet onderdoen voor andere sound systems op Dub Camp.
De hete zomerzon jaagt ons zaterdag al gauw uit de tent en een geïmproviseerde shelter biedt onvoldoende soelaas, dus besluiten we een frisse duik te nemen in het aanpalende meer, dat je wel helemaal rond moet stappen om de zwemzone te bereiken, maar het loont de moeite, al is het maar voor de douche of het toilet, waarvoor ellenlange wachtrijen zijn op de camping. Ook het in- en uitgang-beleid kan op weinig begrip rekenen, maar de organisatie scoort ook punten. Er wordt artisanaal bier en eerlijke cola geschonken, een bio-winkel verkoopt lokale producten (al is het wel verboden om met gasvuurtjes te koken) en vrijwilligers zijn druk in de weer om iedereen van voldoende oordopjes te voorzien. We halen nog net het slot van de "special live set" van
Don Fe en
Prince Jamo, met ook hier een passage van het duo Rootsman-Divarius. Eindigen doen ze met het mooie 'Sheep To The Shepherd', prachtig gezongen door Jamo, en live gemixt door Don Fe, die ook elders nog zijn opwachting zou maken.
Chalice Soundsystem uit Noord-Frankrijk (niet onbekend in ons land) vervangt Roots Injection uit Engeland en zorgt zoals gewoonlijk voor een heerlijke roots session.
Dandelion uit Duitsland wint zonder twijfel de prijs voor de origineelste boksen, en pakt uit met een stevige steppers selectie, terwijl de micro vlot rondgaat onder de verschillende crewleden.
Salomon Heritage verrast dan weer met een dubplate van 'Rasta We Rasta' (Danny Red) op een eigen riddim. Ondertussen is het ook erg druk in de Dub Club waar
King Shiloh uitpakt met 'Sir Round Sound', waarbij de boksen van hun Healing of the Nations soundsystem in een cirkel in het midden van de tent staan opgesteld, een geslaagd experiment.
High Elements demonstreert er zijn kunsten aan de mengtafel, producties met artiesten als Bunnington Judah en Prince Allah, onder het goedkeurend oog van
Dub Creator, die de sirenes bedient en erna ook zelf aan de knoppen staat met
Ras Hassen Ti aan de mic. De bezwerende rijmelarijen van
Lyrical Benjie kunnen ons altijd bekoren; rond middernacht begint Bredda Neil van King Shiloh terug roots te draaien met 'Rise And Shine' van Bunny Wailer, het sein voor ons om uit te rusten voor een nieuwe morgen.
Zondag begint vroeg met een akoestische set van de Senegalese
Daba Makourejah, die ons ontroert met 'Bamba', origineel op een riddim van Mahom, nu enkel stem en gitaar. Ze bekent dat ze nog meer zenuwen krijgt door de verschijning van
Jah Shaka, die zorgvuldig zijn vlaggen ophangt en de controletoren van Salomon Heritage op zijn maat laat herplaatsen. We kijken vreemd op wanneer 'Jah Heavy Load' van Ijahman Levi weerklinkt, maar het zijn de Fransen die deze 7inch aangrijpen om alles nog even te demonstreren aan Shaka, die traditiegetrouw toch weer begint met zijn vaste openers: een drieluik Bob Marley ('Redemption Song', 'One Love' en 'Exodus'), gevolgd door 'Rainbow Country' in een mooie uitvoering van Cornell Campbell: "Dance 'cause we are free!". Hij schakelt een versnelling hoger met 'Praise Ye Jah' van Sizzla, 'Jehoviah' van Danny Red, 'Natural Roots' van Earl Sixteen en 'Third World Man' van Vivian Jones.
"This is a dub revolution!", sluit
Lima Sounds uit Peru hun set in de Outernational Arena af met een dubplate van Iration Steppas, maar wij worden met 'Jah Works' van the Gladiators en 'Wicked Shall Not Reign' van Eek-a-Mouse naar de Dub Club gelokt door
Skankin' Society Sound System uit Genève, dat het bezoek krijgt van
Gladdy Wax met zijn "oldies but goodies". Ska en rocksteady op zijn best, met songs van onder meer Rita Marley: "long before you knew her!".
Soul Stereo uit Parijs neemt de fakkel over voor een showcase van enkele legendarische artiesten uit Jamaica die stuk voor stuk met een band kunnen toeren, maar in deze setting terugkeren naar waar het voor hen allemaal begon, het sound system. Eerste in de rij is
Alpheus, die zijn uiterste best doet om de tent om te dopen in een stomend ska feestje, maar de hitte doet weinigen meezwieren met armen en benen, en dat moet destijds ook de reden geweest zijn waarom het ritme vertraagde tot rocksteady en reggae; Alpheus leert ons overigens dat er ook zoiets bestaat als "rootsteady".
Na 'Swing Easy' van de Soul Vendors (Studio One) wordt
Winston Francis op het podium geroepen, nog steeds een uitstekende zanger die het publiek helemaal op de hand krijgt met 'My Number One', een cover van Gregory Isaacs, gevolgd door 'Let's Go To Zion', waarbij Don Fe met zijn dwarsfluit de dub opfleurt en ons een collectief kippenvelmoment bezorgt, en tot slot 'Mr. Fix It', een nummer waar Winston naar eigen zeggen pas iets aan verdiend heeft toen hij in Engeland ging wonen en UB40 het nummer coverde. Uit hun repertoire brengt hij op zijn beurt 'Kingston Town'. Vervolgens maakt
Carron Mc Gibbon zijn opwachting, de trombonist van Jamaica All Stars, die de klassieker 'Rockfort Rock' extra kracht bijzet, waarna
Joseph Cotton met zijn zware deejay stem voor de nodige dosis rub-a-dub zorgt.
Horace Andy verovert meteen alle harten met 'You Are My Angel', en bewijst andermaal dat er nog geen sleet zit op zijn onaantastbaar stemgeluid. Het is puur genieten, van zijn "favourite song" ('Every Tongue Shall Tell') tot zijn "first hit song" ('Skylarking'), meermaals "from top again". Een beetje storend misschien dat ook elke keer Joseph Cotton wil ranken op de version, maar het is hoe dan ook smullen wanneer ze elkaar bij 'Cuss Cuss' erg goed afwisselen en aanvullen. En dan moet de hitmachine genaamd
Johnny Osbourne nog komen. The Dancehall Godfather zet de tent prompt op zijn kop met de lyrics: "Dubplates playing in a Dub Camp tonite!", maar wij verkiezen het festival af te sluiten bij Jah Shaka, de enige echte goeroe van de hele sound system scene, die als een ongenaakbare profeet zijn jonge volgelingen in trance brengt, non stop exclusieve dubplates spelend, met tussendoor een zeldzame roots classic om even op adem te komen, zoals 'Kingdom Rise Kingdom Fall' van The Wailing Souls. Tot 20u stond hij geprogrammeerd, maar het was ongetwijfeld ingecalculeerd dat de Zulu Warrior zou doorgaan tot het bittere eind, na een set van zo'n acht uur lang, bewonderenswaardig op zijn leeftijd. De leeuw brult en klauwt nog als vanouds, en chant er af en toe als een bezetene op los. "Rally round the red, gold and green!", vat hij de vibe van dit succesvolle soundsystem festival mooi samen.
Maar nog is het niet helemaal gedaan.
Zion Gate Hifi gaat nog een tijdje door in de Rootsman Corner op de camping, waar ze de kampeerders vier dagen op rij in de juiste stemming brachten. Het overvolle programma van Dub Camp liet ons niet toe om er geregeld te vertoeven, dat maakten we dan maar goed met een bezoekje aan Oneness Records in Nantes, de gezellige vinyl shop van Ras Abubakar, bezieler, selector en producer van Zion Gate Hifi. Aanrader!
Foto's: © Dub Camp - David Gallard