
Als je net als ondergetekende de Thalys richting Parijs neemt, wordt je al in de Gare du Nord attent gemaakt op de tentoonstelling: op de schermen die de vertrektijden van de treinen aangeven is periodiek reclame voor 'Jamaica Jamaica!' te zien, op panelen in de vertrekhal zijn verschillende uitvergrote foto's van fotografe Beth Lesser te zien, en voor wie dat nog gemist moest hebben werd op de glazen voorgevel van het station een reuzengroot affiche opgehangen met alweer een foto van de Amerikaanse fotografe waarop onder andere Prince Jazzbo (gehuld in een T-shirt met opschrift "Someone went to Jamaica and al I got was this lousy T-shirt!") te zien is.
Na een korte metrorit met de M5 tot aan Porte de Pantin arriveren we aan het imposante gebouw van de Philharmonie de Paris en kunnen we aan het echte werk beginnen.
De tentoonstelling zelf werd opgedeeld in 7 zones:
1. 400 Years, rebel music: de erfenis van de slavernij
In dit gedeelte wordt kort de donkere voorgeschiedenis van Jamaica - van de ontdekking door Columbus in 1494 over de verovering van het eiland door de Engelsen in 1655 tot aan de afschaffing van de slavernij in 1838 - geschetst en is een hele hoek gereserveerd voor de mento, het Jamaicaanse antwoord op de calypso uit Trinidad.
2. Independence Ska, een muzikale onafhankelijkheid
Jamaica verwierf haar onafhankelijkheid in 1962 en bij die nieuw verworven status hoorde natuurlijk ook een passende soundtrack: ska, met pioniers als The Skatalites als iconisch voorbeeld. Het is ook in dit gedeelte dat de Alpha Boys School, een instituut dat een cruciale rol speelde in de muzikale opleiding van een hele reeks ondertussen legendarische Jamaicaanse muzikanten, een ereplaats kreeg toegewezen. De rocksteady moet het dan weer doen met een kort fragment uit de Engelse documentaire-reeks 'Deep Roots Music', beetje zonde toch!
3. Hey Mr. Music, Studio 1, King Tubby, Black Ark: een uniek productieproces
Hier wordt de bezoeker meegenomen naar een aantal iconische studio's van producers als Coxsone Dodd, King Tubby en Lee 'Scratch' Perry; pioniers die allen een cruciale rol vervulden in de ontwikkeling van de reggae en de dub. Een opgemerkte afwezige is hier toch wel Duke Reid en zijn Treasure Isle Recording Studio.
4. Sound The System, een uniek Jamaicaans muziekinstrument
U hebt het al begrepen, in deze zalen ligt de focus volledig op de typisch Jamaicaanse sound system cultuur. Een speciale vermelding moet hier gaan naar de Brit Jeremy Collingwood, die zich nu al meer dan vijftien jaar bezighoudt met het opsporen, verzamelen en restaureren van legendarische sounds als King Tubbys Hometown Hi-Fi of Mighty Tip-A-Tone Hi-Fi.
5. Black Man Time, waar de paden van Jah Rastafari en Marcus Garvey elkaar kruisen
Vernoemd naar 'Black Man Time' van I-Roy, worden in deze ruimte belangrijke figuren uit de pan-Afrikaanse beweging en de ontwikkeling van de Rastafari-ideologie als Leonard Howell, Marcus Garvey en Haile Selassie en hun enorme impact op de Jamaicaanse cultuur en de muziek in het bijzonder, voorgesteld.
6. We Come From Trenchtown, Bob Marley & The Wailers: politieke gijzelaars van hun wijk
Geen tentoonstelling over Jamaica of reggae is natuurlijk compleet zonder een zaal gewijd aan de eerste superster uit de derde wereld: Bob Marley!
7. Dancehall Style, de Jamaicaanse muziek na Marley
Het laatste luik van de tentoonstelling zou de hele periode van na de plotse dood van Bob Marley in 1981 moeten belichten, maar zorgt enigszins voor een anticlimax. Niets over de digitale revolutie in de jaren tachtig van de vorige eeuw, en wat moderne dancehall betreft moet de bezoeker het stellen met een kort videofragment. Wel in deze zaal: een eerbetoon aan het jubilerende Greensleeves label meteen aantal werken van huis-illustrator Tony McDermott, en het impressionante Pantzer sound system, een creatie van de Duitser Nik Nowak, die een rupsvoertuig omtoverde tot een futuristische mobiele sound.
Inhoudelijk zijn er in de tentoonstelling dus wel enkele lacunes te bespeuren (al maakt de oerdegelijke 286 pagina's tellende en rijkelijk geïllustreerde catalogus veel goed), maar 'Jamaica Jamaica!' is vooral een interactieve ervaring. Overal zijn er luisterpunten waar je je de hoofdtelefoon die je aan de ingang krijgt kunt inpluggen. Hoogtepunten: een nagemaakte oude platenspeler, waarop je naar de platencollectie van Alpha Boys School-icoon zuster Mary Ignatius Davies kunt luisteren. Het Dub It Yourself sound system - gebouwd door Paul Axis van de bekende Axis Valv-A-Tron Soundsystem - waarop op vrijdagavonden echte selectors hun ding komen doen. Of nog de riddimselectie van 'Emmanuel Road' of 'Go Down Emmanuel Road' een nummer dat je kunt beluisteren van in de oervorm - een work song van de Moore Town marroons - tot aan de hypermoderne dancehallversie van 'Vybz Kartel' ('Nuh Manny Manny') uit 2013 en zowat dertig of veertig mento-, ska- en reggaeversies daartussenin. Indrukwekkend!
'Jamaica Jamaica!' is echter vooral voer voor objectfetisjisten, want de unieke verzameling objecten die voor deze expo werden samengebracht - gaande van de mento-box van de Jolly Boys over het volledige instrumentarium van The Skatalites, een originele melodica van Augustus Pablo, een oud orgel van Jackie Mittoo, het shirt dat Jimmy Cliff droeg als Ivan in 'The Harder They Come' en de iconische M16-gitaar van Peter Tosh, tot hele sound system sets van iconische sounds als Sir Coxsons Downbeat, King Tubby's Hometown Hi-Fi of Mighty Tip-A-Tone Hi-Fi.
Voor wie alvast in de sfeer wil komen is er
Radio Jamaica, de webradio van de expo waar u continue naar de meest uiteenlopende tunes kunt luisteren en periodiek ook live programma's van gasten worden uitgezonden.
'Jamaica Jamaica!' loopt nog tot en met 13 augustus en een toegangsticket hebt u al voor de democratische prijs van 10 euro. U moest dat Thalys-ticket al aan het reserveren zijn!
Foto's: © Jah Rebel & William Beaucardet