Eind jaren '70 had je de obscure Jamaican Survivers (met een e!), de eerste Belgische skagroep. Zij maakten muziek in de traditie van The Skatalites, hoewel het accent van de gesproken intro's geen twijfel deed bestaan over de oorsprong van de zanger.
Fast forward naar 1990. Op de Antilliaanse Feesten in Hoogstraten zien enkele vrienden het concert van Laurel Aitken, de eerste Jamaicaan die daar op het podium staat. Ze houden van ska, zijn opgegroeid met de 2 Tone tunes van The Specials, Madness, The Selecter en The Beat. Ze spelen al muziek, sporadisch. Maar de show van Laurel Aitken steekt het vuur definitief aan de lont. Niet veel later richten Kris de Wilde (toetsen), Luc Quets (drums), Chris Dockx (zang), Paul Mattheus (bas), Stefan Adriaenssen (saxofoon), Paul Stappaerts (gitaar) en Frére (trombone) samen The Dill Brothers op. Die namen mogen wel eens genoemd worden. In de jaren '90 en 2000 hebben The Dill Brothers overal in het land mensen doen feesten en dansen op ska en reggae. Met Kris Dockx als charismatische frontman. "Hij kon een steen doen dansen," zegt Kris de Wilde.
MoodCollector is de natuurlijke erfgenaam van The Dill Brothers, maar dan zonder Dockx en met een andere gitarist (Pieter Mercelis) en een trombonist/MC (Maarten Corneillie). Het gezelschap bracht onlangs een nieuwe EP uit (vier nummers), 'Morgenstond', waarop ook het Nederlandstalige titelnummer. Het is een nieuwe stap in de ontwikkeling van MoodCollector, hoewel de groep het toch vooral moet hebben van een uitstekende live reputatie. Ik zag ze onlangs voor het eerst in lange tijd weer aan het werk in een Leuvens park en dat was een zeer aangename verrassing. Ska, reggae, beetje funk, beetje afro. Sterke eigen nummers, strakke stevige ritmes en op het einde een paar covers ('Rudie', 'Stir It Up', Monkey Man'). Met zang van de Wilde en aanstekelijk MC-werk van Corneillie.
Maar eerst terug naar het begin. Een tiental jaar geleden verrees MoodCollector uit de asse van The Dill Brothers.
Kris de Wilde: "Na 15 jaar word je bijna een covergroep van de band die je ooit was. We speelden wel vaak maar we maakten geen nieuwe muziek meer. Kris, de zanger, had ook persoonlijke problemen, wat de samenwerking bemoeilijkte. Kortom: de lol was eraf. Uit respect voor Kris en gitarist die de groep verlaten hadden, vonden we het niet aangewezen om door te gaan als Dill Brothers. Het publiek kwam voor Kris. Het had geen zin om een soort Dill Brothers light te worden. We hebben sindsdien ook geen enkel nummer meer gespeeld van de Dill Brothers."
Luc Quets: "Toch wel, een paar weken geleden, één keer, op een verjaardagsfeestje in Bree. Dat meisje was een grote fan van de Dill Brothers, voor haar hebben we eenmalig 'Nice Guys' gespeeld. Ze heeft het nummer volledig meegezongen op het podium."
Dus de Dill Brothers hadden echte die hard fans?
Luc: "Zeker, met name daar in het noorden, Bree, Neerpelt, Overpelt... Dat meisje was chiroleidster en had de kinderen vijf, zes jaar lang laten zingen en dansen op nummers van de Dill Brothers. In de Vlaanders hadden we ook fans. Aan de kanten van Gent, Lokeren... 'Nice Guys' is een tijdje opgepikt door Studio Brussel en dat heeft echt impact gehad. Plots zagen we overal mensen die onze nummers kenden."
Een paar van die Gentse fans hebben later zelf een skagroep opgericht, en noemden hem naar dat radiohitje van The Dill Brothers: The Nice Guys. Ook enkele leden van Bottle Of Moonshine volgden het voorbeeld van de originators. Waarmee we de Dill Brothers zonder meer de meest invloedrijke skaband van België mogen noemen.
De Wilde: "Wij zijn geen straffe muzikanten, met uitzondering van de blazers. We zijn gewoon onze eigen weg gegaan, in het begin nog redelijk primitief. We maken onze eigen muziek, met invloeden van ska en reggae."
Luc: "Plus een beetje afro en funk. Als wij reggae spelen, klinkt dat helemaal anders dan Pura Vida. En ook dan Bottle Of Moonshine of The Nice Guys. We hebben allemaal ons eigen geluid."
En die naam, MoodCollector?
Chris: "Toeval. Zoals de naam van de Dill Brothers ook stoemelings was ontstaan. We moesten ergens spelen, we hadden nog geen naam en er was een gast die Dil heette. Maar we wilden dit keer wel een naam die de verschillende muzikale stemmingen zou uitdrukken die wij in onze muziek leggen. Collecting moods."
Chris is ook niet de strafste zanger, dat erkent hij zelf.
Chris: "Ik forceer mij altijd. Ik denk dat ik volgend jaar zangles ga nemen. Kris (Dockx) was ook geen topzanger maar hij had wel een geweldige podiumuitstraling. Voor MoodCollector hebben we een opvolger gezocht èn gevonden, een uitstekende zanger maar hij kwam alleen uit zijn schulp voor een groot publiek. Wij willen altijd alles geven, ook al staat er maar twee man in de zaal. Mannen met streken zijn bij ons niet welkom. In afwachting van een nieuwe zanger heb ik toen de lead vocals overgenomen. Dat is intussen zeven jaar geleden. Wij staan nog altijd open voor een goeie leadzanger maar hij of zij moet dan wel op onze muzikale lijn staan. We zijn te oud om nog veel compromissen te sluiten. Gene zever. Je moet elke dinsdag met ons willen repeteren en 25, 30 concerten spelen."
Op de radio hoor je MoodCollector zelden of nooit maar dat geldt voor alle ska, reggae en andere exotische klanken. Alleen Wouter Matelin en Michael Robberecht (Radio 1) zijn MoodCollector gunstig gezind.
Chris: "Ik zou eerder zeggen dat ze heel gevarieerd draaien en zo vanzelf ook bij ons uitkomen. Wij staan niet op de playlists van Radio 1 of Studio Brussel maar die mannen mogen hun eigen muziek programmeren."
Luc: "Los daarvan zijn we nog altijd niet 100% tevreden over de kwaliteit van onze releases. We zijn er nog niet in geslaagd om de kwaliteit en de ambiance van onze optredens te vertalen naar een mooie opname."
Welke platen ze zelf heel hoog hebben zitten? "The Slackers," zeggen Quets en de Wilde unisono: "…en Hepcat!" vult de drummer aan. Twee namen die nog nooit op Reggae Geel hebben gestaan, bedenk ik mij plots. Voor hen alleen zou ik kamperen in de Skaville. Maar dit jaar gaan we dus voor MoodCollector.