Het minder goede weer zaterdag speelde dit indoor festival ongetwijfeld in de kaart, toch sijpelde het publiek slechts met mondjesmaat binnen in TRIX voor de eerste band van de avond, het Gents-Ghanese
Seekaman. Organisator Mike De Herdt van Music Got Soul stipt nog even aan dat het steeds de bedoeling zal zijn om er vroeg aan te beginnen, maar om de mensen eerder te lokken en een echte festivalsfeer te creëren, is een degelijke warm-up deejay aangewezen, mogen de eetstandjes tijdig opgesteld worden, en mag het rokersterras gerust uitgebreid worden naar het grasveld met picknickbanken.
Na een nyahbinghi-intro, waarbij de goedgemutste backing vocals hun bijdrage leveren op koebellen, wordt het heerlijke 'Jah Fire' ingezet met een elektrische gitaarsolo door frontman Abaa Poliwa oftewel Stick of Moses, minstens een even goede gitarist als zanger. 'Where Is The Justice?', titeltrack van hun tweede CD die eind vorig jaar verscheen, gaat naadloos over in 'Wicked Invention', opgedragen aan de neergeschoten Zuid-Afrikaanse reggaester Lucky Dube.

Seekaman laat weinig ruimte voor applaus en trakteert ons vervolgens op een drieluik van het debuutalbum 'Truth' uit 2014, met naast het gelijknamige nummer ook 'Backyard', een ode aan de "homegrown", en het vrolijke 'Blues Reggae', met alweer een geweldige gitaarsolo van Stick, die zich af en toe ook uitleeft met zijn drumstokken aan de zijde van percussionist Jimmy. Met 'Peace, Love And Harmony' en vaste afsluiter 'African Farmer' krijgen we nog meer songs uit hun begindagen te horen, maar ook het nieuwe album wordt ruimschoots in de verf gezet met 'Woman', waarbij achtergrondzangeres Marie een prominente rol opeist, en het opzwepende 'Abotar', waarbij Seekaman laat horen dat ze in meerdere Afrikaanse muziekstijlen thuis zijn. Deze zomer kan je ze nog bewonderen op onder andere Copacabana en Gentse Feesten.
Fantan Mojah laat eerst zijn neef
Fullanny opdraven om de halfgevulde concertzaal op temperatuur te brengen, alvorens hij met een bombastische intro de "fire time" aankondigt, en al snel zijn recentste hit 'Kingston Town' te berde brengt, een samenwerking met Turbulence en Capleton, wiens stemmen door het keyboard worden weergegeven. De typisch Jamaicaanse show wordt gekenmerkt door een snelle opeenvolging van nummers, met meestal een chaotische one drop mix als voorspelbare climax, zoals bij het jagende 'Hot', waarvoor hij de mosterd duidelijk bij Peter Tosh zijn 'Coming In Hot' haalde.
Fantan Mojah rent heen en weer over het podium, brult en schreeuwt het uit en laat zijn fans meezingen, -zwaaien en -springen. Hij heeft beslist een handvol new roots hits op zijn naam staan, toch acht hij het nodig te scoren met classics als 'If Jah' van Tony Rebel, dat weliswaar enthousiast onthaald wordt door de menigte. Bij zijn overbodige vertolking van 'Jah Give Us Life' van Wailing Souls gaat hij echter helemaal de mist in.
'Words Of Devine', een cover van Sizzla dit keer, vloeit over in 'Hungry', misschien wel zijn grootste hit, of is dat toch het langgerekte 'Nah Build Great Man' featuring Jah Cure? "Lion paw!", vraagt hij ons mee te klauwen, maar horen we hem daar ook de woorden: "Bun battyboy!" vanonder het stof halen? Foei, Fantan!
Net als Seekaman beschikt de Jahvolution band over een uitstekende drummer, maar de riddims worden eerder flauw vertolkt door de toetsenist, en we missen de Poolse backing vocals van zijn House of Riddim band, die net als zijn booking agent ingelijfd zouden zijn door "bad minded people". Hij laat het niet verder aan zijn hart komen en spoort het publiek aan om mee te klappen voor 'Hail The King', gevolgd door 'Rasta Got Soul' op de Think Twice riddim van Dameon Gayle, geïnspireerd op Phil Collins' 'Another Day In Paradise'. Voor het slot van de show komt Fullanny hem nog even vervoegen voor enkele boeiende vraag- en antwoordspellletjes in a dancehall style.
Hierna nemen
Team Damp,
High Grade Sound en het Duitse
Pow Pow Movement het over, en ruilen wij de Unity Room voor de Love Room, waar het Healing of the Nations sound system van het Nederlandse
King Shiloh reeds stevige steppers aan het pompen is, met onder meer 'Can't Stop The Rastaman Again' van Indica Dubs, één van hun meest geliefde producers, en een korte live performance van
Black Omolo, die het pad effent voor een showcase van foundation deejay
Trinity: "Positive vibration in a higher meditation!"
Lang voor dancehall, ragga en rub-a-dub, voor rap en hip-hop zelfs, waren er in de reggae al toasters. U-Roy, Dennis Alcapone, Scotty: dat waren de pioniers, MC's van Jamaicaanse sound systems die hun ritmisch gesproken aankondigingen en commentaren geleidelijk uitwerkten tot volwaardige tunes. Het is geen toeval dat ook dub opgang maakte in die periode, begin jaren '70. Vrijwel meteen diende zich een tweede generatie aan. Mannen als I-Roy, Dillinger, Big Youth en Doctor Alimantado namen nog meer afstand van de oorspronkelijke lyrics en creëerden hun eigen rhymes en verhalen, vaak gedrenkt in Bijbelse rastasymboliek. Meer nog dan de zangers uit die periode hebben zij ons geïntroduceerd in die mystieke wereld. Zij gaven als het ware historische en culturele toelichting bij de beweging, wat allerminst een overbodige luxe was. Het internet bestond nog niet en de geschreven media zouden reggae en Rastafari pas enkele jaren later ontdekken. De toasters waren ook perfect verstaanbaar. Ze hadden uiteraard een zwaar Jamaicaans accent maar spraken geen rad patois, zoals hun erfgenamen in de dancehall.
Trinity (Wade Brammer, °1954) is altijd een van mijn (Jah Shakepear's) favoriete toasters geweest. Dat had veel te maken met de producers voor wie hij werkte (Yabby You, Joe Gibbs...) maar ik hield ook van zijn heldere, krachtige stemgeluid en de muzikale flow van zijn lyrics. De eerste tune van Trinity die ik in huis haalde, was 'Healing Of The Nation', de version en de B-kant van 'Hunter Man' (Barrington Levy.) Mijn eerste ganja tune ook dus Trinity kon al niks meer verkeerd doen. De clash-LP met Dillinger overtuigde mij definitief van zijn kwaliteiten, enkele jaren voor Papa Michigan & General Smiley en General Saint & Clint Eastwood (de jongere broer van Trinity!) de deejay-connection populair zouden maken.
Zijn grootste hit was 'Three Piece Suit', het prototype van de wereldhit 'Uptown Top Ranking' van Althea & Donna. Een riddim van Studio 1 (Alton Ellis) in een uitvoering van Joe Gibbs. Zijn beste werk maakte Trinity voor Yabby 'Jesus Dread' You (Vivian Jackson), en dat kregen we gelukkig ook uitgebreid te horen in de dub room van de Smile! Summe Party. Fantastisch ook om die monumentale roots te horen door deze even indrukwekkende stereosound, en dan had King Shiloh nog maar de helft van hun luidsprekers bij.
De gig werd in extremis geregeld en de bekende Joe Gibbs-riddims ontbraken. Sommige muziekfiles waren beschadigd, wat lang niet zo vintage klinkt als krakend vinyl. Maar wat zou het, als Trinity gewoon vlak voor jou staat te performen?
Hij bleek een stuk kleiner dan ik op basis van de hoesfoto's en - illustraties altijd gedacht heb. Het is meer dan 30 jaar geleden dat ik nog een plaat van hem heb gekocht (toen als zanger, onder de naam Junior Brammer) en hij had hier nooit opgetreden, dus dat beeld was al die tijd blijven hangen. Maar nu stond hij plots vlak voor ons, de gepensioneerdenbond van de reggae in België, aangevuld met een handvol nieuwsgierige twintigers en dertigers. Jammer dat er niet meer volk was maar wij voelden ons uitverkoren.
Trinity gaf zich helemaal, tot hij badend in het zweet afscheid nam. Hij stapte en skankte tussen ons door, boog en plooide zijn lichaam als een volleerde yogameester. Hij zong en declameerde zijn lyrics met de power en de overtuigingskracht van een jonge wolf en een true born rastaman. Nooit ben ik zo lang zo dicht bij een artiest blijven staan, compleet in de ban van een jeugdheld die ik nooit meer verwachtte te zien in mijn leven. En die zelf ook een trip down memory lane moet beleefd hebben, van de lokale sounds in Kingston bijna een halve eeuw geleden naar King Shiloh in Antwerpen in 2017.
Tip van de jarige Tim Bangarang: zet Trinity samen met Asham en je hebt een topshow. Hopelijk komen er dan wel meer mensen kijken.
Foto's: © Kathelijne Aerts & Marie-Jeanne Wenselaers