Jah mag weten hoe vaak ik Max Romeo al op een podium gezien heb, laat staan hoe vaak die oude klassiekers van hem al door de luidsprekers schalden in de huiskamer, op feestjes en in de auto. Maar daarom zijn het ook klassiekers natuurlijk, en is Max Romeo (72) een icoon van de reggae.
Enkele dagen na Manchester staan we toch weer op een kluitje bij elkaar in een donkere zaal. De gedachte flitst heel even door mijn hoofd maar verdwijnt even snel. Ik zie rond mij alleen maar blije en ontspannen mensen. Max Romeo heeft gevraagd om de gordijnen in het midden van de zaal te sluiten en zo ook de zetels buiten gebruik te houden. Het komt de sfeer alleszins ten goede, en als je rechtstaat kun je ook niet stilstaan. Toch niet bij een concert van Max Romeo, traditioneel een aaneenschakeling van bekende en meezingbare nummers.
Max was in Leuven met zijn vaste band, inclusief saxofoon en trombone, en twee backingzangeressen. Ze hebben zijn klassiekers na al die jaren perfect onder de knie. Niet dat ze de Black Ark sound van weleer evoceren (ik zou Max Romeo wel eens willen zien met Pura Vida), noch enige andere productiestijl van latere hits. Maar het geluid en het samenspel sluiten wel perfect aan bij de songs van de zanger. En die heeft Max in overvloed. Eigen teksten en melodieën, met herkenbare zinnen en refreinen, bijna altijd op eigen riddims: hoeveel Jamaicanen kunnen dat zeggen? Na een carrière die nu bijna 60 jaar omspant bovendien. In de reggae hall of fame zit Max Romeo aan tafel met zijn vrienden Bob Marley en Dennis Brown.
Met 'Horror Zone' bracht Max vorig jaar een excellente nieuwe plaat uit die de vergelijking met zijn classic album 'War in a Babylon' kan doorstaan. Ik had gehoopt daar een paar tracks uit te horen in Het Depot maar Max Romeo hield zich grosso modo aan de setlist die hij nu al zo lang afwerkt. Opkomen met 'One Step Forward', anderhalf uur hits-à-gogo, eindigen (en laten meezingen) met 'Chase The Devil', en als dessert een ska medley. Hier en daar een dubje, een korte solo op sax, maar voor de rest Juke Box Max op volle toeren: 'Selassie Forever', 'Melt Away', 'Uptown Babies', 'Valley Of Jehosaphat', 'The Love Of Money', 'Stealing In The Name Of The Lord' (op 'War In A Babylon' was het nog Jah), de diepe gospelroots van 'Every Man Has To Know', 'Perilous Times', 'Three Blind Mice', 'Public Enemy N°1', uiteraard 'War In A Babylon' zelf, 'Tell Jah Seh' (een van de weinige versions, op de Words riddim), en Clive Hunt's (en Dennis Brown's) 'Milk And Honey'. Relatieve nieuwkomers waren 'A Little Time For Jah' uit 2005 en het jagende 'Marching' uit 2000. En dat allemaal in een evenwichtige mix van foundation roots, one drop, rockers, steppers en ska. Veel beter kan reggae niet worden.
Max Romeo doet wat bijna iedere ouder wordende zanger doet, ook buiten de reggae: teren op zijn grootste hits en het publiek geven wat het wil. Maar hij maakt af en toe nog een goede nieuwe plaat, en daar krijgen we live zelden of nooit iets van te horen. "Ik heb nog geen tijd gehad om eraan te werken met mijn muzikanten!" zei Max na afloop in de kleedkamer. Toch jammer.