David Rodigan heeft het allemaal meegemaakt. Ska, rocksteady, rude boys, reggae, rockers, dancehall, dubstep... Hij is wellicht de bekendste reggae-DJ ter wereld, op sound en op de radio. Iedereen kent hem, iedereen respecteert hem. En nu wil ook iedereen zijn verhaal lezen, in het boek 'My Life In Reggae.'
Afhankelijk van uw leeftijd en anciënniteit in de reggae zullen veel passages in dit boek u vertrouwd voorkomen. David Rodigan is zelf 64, dus u kunt zich een idee vormen met welke muziek hij is opgegroeid, en hoeveel stijlen en ritmes hij sindsdien actief mee heeft uitgedragen over de wereld. Dat zijn ook de thema's waar hij de twintig hoofdstukken in dit boek aan ophangt (ska, dub, jungle...), aangevuld met enkele bijzondere fenomenen als sound system, MC's, sound clash en uiteraard Bob Marley. Rodigan was een fan van het eerste uur. Hij heeft de koning van de reggae uitgebreid geïnterviewd en was aanwezig op Bobs memorabele begrafenis in 1981.
Elk hoofdstuk wordt ingeleid met een korte historische situering, de basics van de reggae zeg maar. 'My Boy Lollipop' was een van Rodigans favoriete plaatjes toen hij jong was, en de aanzet tot een levenslange liefde voor de Jamaicaanse muziek: "Rock Steady reached its high point in 1967, just at the moment when my own teenage life was undergoing dramatic change." Op die manier linkt David Rodigan zijn emotionele ontwikkeling gepast aan de evolutie van de muziek. Terwijl zijn vrienden naar The Beatles en de Rolling Stones luisterden, spitste hij de oren bij 'Liquidator' van Harry J. All Stars, of 'You Can Get It If You Really Want It' van Desmond Dekker. Hij had toen ook zijn eerste gigs als DJ, in de disco van Gosford Hill School's Art Club, en draaide meestal een mix van soul en reggae. In 1968 werd hij voor de eerste en enige keer opgepakt wegens drugsbezit (een brokje hasj). Rodigan heeft sindsdien nog maar een enkele keer geblowd (wat hem bij een interview met Burning Spear in Jamaica ooit zuur is opgebroken).
Heel herkenbaar is dat je haast vanzelf een outsider wordt als je voor reggae kiest. Mensen vragen zich af wat je bezielt om hele dagen naar die rare muziek te luisteren. Bob Marley begrijpen ze meestal wel maar voor hen betekende zijn dood ook het einde van de reggae. Sommigen zeggen zelfs onverbloemd dat ze de muziek "haten", vaak kunstenaars en intellectuelen die niet beseffen hoeveel dichter reggae bij de werkelijkheid staat dan de geformatteerde klassieke en eigentijdse muziek die ze zelf zo graag ophemelen. Maar dat terzijde, Rodigan zegt het ook niet met zoveel woorden.
De kans dat je met reggae goed de kost kunt verdienen in Europa (of je moest Gentleman heten, of Alborosie) is miniem. Dat besefte ik als pennenlikker al heel vroeg en ook David Rodigan ging ervan uit dat hij nooit van der muziek zou kunnen leven. Hij volgde een acteursopleiding (hij was ooit te zien in de BBC-serie 'Dr. Who') maar de muziek bleef wel centraal staan in zijn leven. We zijn intussen midden jaren '70 en Jamaica is in de ban van roots en rastafari. Rodigan koopt zijn eerste dub-LP: 'African Dub All Mighty Chapter 1' van producer Joe Gibbs. Die van mij was 'Majestic Dub', ook van Joe Gibbs. 'Screaming Target' van Big Youth slaat in als een bom. David Rodigan bouwt zelf een kleine sound system, een platendraaier met één gigantische luidspreker. Hij noemt het Rodigan's Sound System en ontwerpt voor zichzelf een primitieve stempel die hij op al zijn platen aanbrengt. Bij mij was het een kleine sticker. In 1976 opent hij op de zondagmarkt in Oxford Ram Jam's Record Shop. Hij leest Black Echoes en Black Music, de enige bladen waarin over reggae geschreven werd, en leert bij Daddy Kool in Londen Steve Barrow kennen, de latere bezieler van het Blood and Fire label.
BBC Radio London had al een reggaeprogramma: 'Steve Barnard's Reggae Time'. Toen dat in 1978 werd stopgezet en Rodigan op aanraden van een vriendin ging solliciteren, kwam hij in eerste instantie niet in aanmerking omdat hij niet 'black' was. Samen met de ervaren radioman Tony Williams kreeg hij uiteindelijk toch een slot toegewezen op zondagmiddag, met een programma dat in de Caribische gemeenschap bekend stond als 'Rice And Peas', want dat was wat er op tafel stond.
Een jaar later gaat David Rodigan voor de eerste keer naar Jamaica, zoals iedereen weet die er ooit geweest is een levensveranderende ervaring: "We weren't tourists, we were on the island to do music business - and there was no time to lose." Dat kennen we. In Channel One ontmoet hij King Tubby en diens rechterhand Prince Jammy. Ze cutten voor hem zijn allereerste dub plates, geen tune die de lof zingt van Rodigan als DJ maar twee speciale mixen van 'Love And Unity' (Michael Prophet), een productie van Yabby You. Hij koestert die exclusieve vinyl dub plates nog altijd.
Rodigan loopt op die eerste Jamaica-trip ook Freddie McKay tegen het lijf (zoals dat gaat ginder), Mikey Dread, Gregory Isaacs en Bunny Wailer, en hij brengt een bezoek aan Lee Perry in zijn legendarische Black Ark-studio die niet veel later in vlammen zal opgaan.
Hij verhuist van Radio London naar het Capital Radio, een nieuwe, frisse zender die het Britse muzieklandschap grondig door elkaar zal schudden. Rodigan presenteert er niet alleen zijn eigen 'Roots Rockers Show' maar ook andere programma's die allemaal één ding gemeen hebben: ze worden samengesteld door mensen met een grote passie voor muziek en voeling met de underground, met stijlen en genres die zelden of nooit de mainstream halen. Het doet wat denken aan de eerste vrije radio's in België. Die hadden ook allemaal gespecialiseerde programma's en overdag een iets bredere, zij het altijd eigenzinnige programmering. Ik zat in die tijd, begin jaren 80, zelf bij Radio Scorpio in Leuven, waar ik naast 'Dread At The Controls' (u gelooft het niet) ook een ochtendprogramma presenteerde van 6 tot 9. Ik kon daarin behoorlijk wat reggae kwijt, zoals Rodigan dat deed in zijn algemene programma's op Capital Radio. Maar hij bereikte natuurlijk een veel breder publiek.
Als one man sound stond Rodigan steeds vaker op een podium. Hij werd resident DJ in de Londense club Gossips, met een van de hotste toasters van het moment, Papa Face. Ik ben er ooit één keer geweest. Strenge dress code, no ganja, wel veel drank, sigarettenrook en zwarte bourgeoisie. Niet mijn vibes. David Bowie en Mick Jagger kwamen er wel eens dansen. I Roy heeft er aan de mic gestaan, en Brigadier Jerry. In die periode kreeg Rodigan ook een programma op BFBS (British Forces Broadcasting Service) in West-Duitsland, in eerste instantie bestemd voor de vele Caribische soldaten in het gebied maar algauw een vaste waarde in het Duitse reggaelandschap. De cassettes van zijn optredens voor de Britse troepen en in enkele discotheken behoren tot de hoekstenen van de dancehallcultuur aldaar. Je kon BFBS ook bij ons ontvangen, met een antenne. Ik herinner me dat ik vaak met gloeiende wangen bij de radio zat, om de nieuwste Jamaicaanse tunes te horen.
In 1983 ging Rodigan zijn allereerste (radio-)clash aan, tegen Barry G, de bekende presentator van JBC (Jamaican Broadcasting Company): "It was to have a profound effect on my entire carreer." De clash duurde van 20 tot 2 uur en kende geen officiële winnaar. De Jamaicanen vonden het geweldig en de clash tussen Barry G en Rodigan was de rest van de jaren 80 een jaarlijks weerkerend evenement. In 1985 stond de show volledig in het teken van Sleng Teng, de nieuwe riddim die reggae en sound system naar een nieuw tijdperk bracht. Het succes van de 'Sleng Teng Clash' (check YouTube) bracht Rodigan voor de eerste keer naar de States. Andermaal verbaasden veel aanwezigen zich erover dat hij blank was. Op YouTube zou een filmpje staan van die "history dance" (naast de volledige geluidsopname in slechte kwaliteit) maar dat hebben we niet teruggevonden. Present: Johnny Osbourne, Josey Wales, Chaka Demus, Brigadier Jerry, Tenor Saw en (in het publiek) Super Cat.
Gepersonaliseerde dub plates waren tegen dan de big thing in de dancehall en David Rodigan speelde het spel graag mee. Hij liet de artiesten niet alleen variëren op hun eigen lyrics om hem te eren maar nam ook bijzondere intro's op, vaak ingesproken door deftige Britse radiostemmen. Het heeft hem door de jaren heen een paar koffers uitzonderlijke dub plates opgeleverd waar hij tot vandaag mee kan pronken. Namen? Iedereen die ooit ook maar iets betekend heeft in de reggae en de dancehall.
In 1990 stapt David Rodigan over van Capital Radio naar Kiss FM. Hij verwelkomt hardcore ragga als nieuwe stijl in de dancehall maar heeft het moeilijk met homofobie en gun talk. Hij kent Jamaica, hij weet hoe de Jamaicanen denken en leven, maar houdt zich liever ver van alles met haat en geweld te maken heeft. Ook al komt hij in die periode met name in New York wel eens ongewild in contact met Soprano-achtige figuren.
Jungle, drum & bass, ambient, triphop: als reggaeliefhebber was het in de jaren 90 smullen van de vele nieuwe blaadjes aan de boom, ook voor Rodigan. Wanneer in het nieuwe millennium dubstep opgang maakt, wordt hij zelfs erkend en geloofd als pionier van de sound systemcultuur, voor hem "the dawning of a new age". Zo speelt hij in de toonaangevende Londense club Fabric, The Warehouse in Manchester en op het megafestival van Glastonbury. In 2014 won Rodigan samen met Chase & Status en Shy FX, samen Rebel Sound, de Red Bull Culture Clash, tegen onder meer Stone Love uit Jamaica. Er is voor 'Roddy' een heel nieuwe wereld open gegaan die hem naar plaatsen brengt waar hij als zestiger anders nooit zou geraakt zijn.
Sinds het begin van de eeuw heeft David Rodigan een vast programma op BBC Radio 1 Xtra, dat via het internet over de hele wereld beluisterd wordt. Hij heeft de World Cup Sound Clash gewonnen en reist de wereld rond als one man sound. Maatpakken of kleurrijke outfits draagt hij al lang niet meer maar nooit heeft hij meer aanhang en bewondering gekend. In de reggaewereld uiteraard, en alle subculturen die er op een of andere manier mee verbonden zijn. In de mainstream is Sir David Rodigan (die erkenning heeft hij wel gekregen) nog altijd een nobele onbekende die zelfs geen kleine vermelding waard is. Of hebt u in een Vlaamse of Nederlandse krant al ooit een artikel gelezen over hem?
'My Life In Reggae' is geen literair meesterwerk. Journalist Ian Burrell (The Independant, Sunday Times) heeft het levensverhaal van David Rodigan netjes genoteerd maar voegt er ook niets aan toe. De vele uitzonderlijke ontmoetingen en belevenissen hadden wat meer decorum en couleur locale verdiend, en blijven vaak anekdotisch. Zijn ervaringen bij de radio zijn soms wat lang uitgesponnen. Zonder voorkennis zijn de korte historische introducties bij elk hoofdstuk redelijk summier.
Een boek voor kenners, liefhebbers en specialisten dus, maar zijn we dat niet allemaal in de reggae?