Sly & Robbie hebben samengewerkt met Jan en klein Pierke (en Cocojr.) maar nooit klonken hun riddims zo verheven en psychedelisch als in deze combinatie. Met dank aan de Noorse trompetvirtuoos Nils Petter Molvaer, gitarist Eivind Aarset en knoppenman Vladislav Delay.
Veel oude bekenden in De Casino (Sint-Niklaas), muziekliefhebbers die weten dat een nieuw project met Sly Dunbar en Robbie Shakespeare altijd een belevenis is. Misschien waren ze er al bij toen de riddim twins in 1981 voor de eerste keer naar België kwamen met Black Uhuru, een van de eerste memorabele reggaeconcerten in België. Mogelijk hebben ze Sly & Robbie gevolgd in hun uitstapjes naar pop en rock (Grace Jones, Bob Dylan, Joe Cocker, Simply Red, Sinéad O'Connor...), hiphop (met Bill Laswell, KRS One, Last Poets...), latin (La Trenggae) en de fusiesounds van muzikale vernieuwers als Jah Wobble en Howie B. Hardcore reggaefans weten dat de legendarische ritmesectie het genre minstens drie keer grondig vernieuwd heeft: midden jaren '70 met hun militante, uptempo rockers style, begin jaren '80 met de eerste elektronische riddims en tien jaar later met hun revamp van de Bam Bam riddim en de wereldhit 'Murder She Wrote'.
Die riddim vormde ook het fundament van de eerste jam in De Casino. Pas als dusdanig herkenbaar toen Robbie na een minuut of tien inviel met de bas. De drum shots van Sly hadden zich toen al vermengd met de beats en echo's van Vladislav Delay, en werden geleidelijk ingekleurd door Nils Petter Molvaer en Eivind Aarset. De trompettist samplede en loopte zichzelf. De gitarist diepte de breed uitgesponnen improvisaties nog verder uit tot hun instrumenten één leken te worden en er een heel nieuw, ondefinieerbare sound ontstond, opgesmukt met ijle percussie en special effects. De enige constante was de bas van Robbie, die als gebruikelijk geheel zen stond te spelen, de ogen gesloten. Hoewel net hij later in de show als enige contact zocht met het publiek, toen hij de zangpartijen voor zijn rekening nam in 'Hot You Hot', 'Satta A Massagana' en het afsluitende 'No No No'.
Waarmee we meteen de helft van de setlist genoemd hebben. We herkenden naast 'Bam Bam' (snel in het begin, roots op het einde) ook nog een funky triphopvariatie variatie op 'Cuss Cuss' en 'Red Hot' (origineel 'Red Ash'), waarin Molvaer de oorspronkelijke saxofoonpartijen van Tommy McCook en Dean Fraser een briljante jazzinterpretatie gaf. In feite was elk "nummer" één grote superjam, met geniale breaks en roffels van Sly, opwindende samples en echo's van Vladislav Delay, en een trompet die wel 1001 klanken leek voort te brengen hebben. Molvaer gebruikte het uiteinde van zijn instrument zelfs als een soort vocoder. Twee keer speelde hij solo, of toch enkel spaarzaam begeleid door Aarset, en creëerde een eerder droevig, desolaat geluidslandschap, jazz uit een ander universum, zoals dub ook ooit uit een andere wereld (Kingston, Jamaica) tot bij ons kwam.
Ik vraag me af waarom jazzmuzikanten dub al niet veel langer omarmd hebben, met uitzondering dan van de Jamaicanen zelf, Ernest Ranglin en Monty Alexander. Is het niet het ideale geluidsdecor voor de meest uiteenlopende melodieën en improvisaties? Hoe verder het concert vorderde, hoe dubbier het klonk maar zonder ooit reggae te worden. Daarvoor ontbrak het aan de typische chops op toetsen en ritmegitaar. En wie de originele riddims niet kent, mist die ook niet. Sly & Robbie zijn er andermaal in geslaagd om hun eigen muziek een nieuwe, geheel onverwachte update te geven, dit keer in een unieke combinatie met beats en jazz. Een pluim ook voor mixer King David, die de totaal onvoorspelbare jams coherent bij elkaar wist te brengen.
Het album van Sly & Robbie & Nils & Eivind & Vladislav moet uitkomen in 2017. Hun muziek komt allicht het best tot zijn recht in een coole muziekclub als De Casino maar laat dat de festivalorganisators vooral niet afschrikken om dit collectief te programmeren.