
Nog geen maand na het Cactusfestival in het Minnewaterpark (met onder meer Chronixx op de affiche) vindt in de hoofdstad van West-Vlaanderen Moods plaats, met enkele grote namen uit verschillende genres, gespreid over enkele weken, deels betalend, maar bepaalde concerten ook gratis, zoals Tiken Jah Fakoly afgelopen zaterdag. De Ivoriaanse superster ontgoochelt nooit, en met Jamaican Jazz Orchestra als voorprogramma kon het feestje natuurlijk niet stuk.
Wanneer we de Brugse Burg naderen horen we dat Jamaican Jazz Orchestra net begonnen is, met 'Lions', gezongen door Sarah Devos, samen met Saimn-I, die hier een thuismatch speelt, en verder gaat met 'Cool Runnings': "Cool cool cool, this ya city a rule!" Bij het begin van 'Skank It' uit hij hun dankbaarheid om hier te mogen opwarmen voor de grote Tiken Jah Fakoly, in dit prachtige decor van de Brugse binnenstad, met één van de oudste stadhuizen van de Nederlanden.
JJO laat wederom horen waarom ze deze zomer op menig festival te bewonderen zijn, met hun strakke ritmesectie, uitstekende toetsenisten en excellente, beurtelings solerende blazers, dit alles meesterlijk georkestreerd door gitarist Wouter 'Wowie' Rosseel, niet toevallig samen met drummer Xan Albrecht eveneens de spil van Pura Vida.
Voor 'Reality' haalt Saimn-I er ook zijn gitaar bij, en krijgen we een geweldige solo van de energieke trompettiste. Om te tonen dat ze van elke reggaestijl houden brengen ze 'Reggae Rap', waarbij Saimn-I meteen een indrukwekkende rijm op de mat legt en dit keer de tenor sax op de voorgrond mag treden.
"The vibe is machtig!", bedankt Simon het publiek, alvorens de band 'Higher Place' inzet, en "composer" Rosseel andermaal zijn kunnen etaleert. "Wowieman a lion!" Om te illustreren dat ze echt alle reggaegenres aandurven, verrassen ze vervolgens met 'Set Away' in a dancehall style, voor ze ons "back to Africa" nemen met 'Ungawe', waarbij de alt sax nog eens in de verf wordt gezet, gevolgd door de tenor later in het nummer.
Ze wuiven ons uit met 'Let The Good Times Roll', "de perfecte afsluiter" volgens Devos, alsook de ideale meezinger, zo blijkt. Het applaus voor de buigende muzikanten van Jamaican Jazz Orchestra is meer dan terecht, een Belgische topband waar we ongetwijfeld nog veel van zullen horen.
De hoofdzakelijk Afrikaanse band van Tiken Jah Fakoly begint eraan rond tienen, en de gitarist pakt meteen uit met een geweldige solo. Geen kora, wel een dubbele ngoni (kalebasgitaar) zorgt voor de typisch West-Afrikaanse klanken. Twee prachtige achtergrondzangeressen maken hun opwachting, en dansen erg synchroon. Op de begintonen van de vaste opener 'Le Descendant' klautert de charismatische Tiken Jah Fakoly het podium op, een Afrikaans kleed dragend met bijhorende staf. Hij schreeuwt het uit en orakelt er op los, over de uitbuiting van zijn volk, het koloniale verleden en de corrupte politiek in zijn land, maar evengoed hoop uitsprekend voor de toekomst. 'Ca Va Faire Mal', wanneer Afrika zich zal verenigen, klinkt het.
Hij wordt zichtbaar een dagje ouder en loopt niet meer heen en weer als weleer, maar zijn sprongkracht is er nog steeds en wordt luidkeels aangemoedigd. Bij 'Le Prix Du Paradis', vanop het album 'Dernier Appel', vraagt hij ons een eerste keer mee te zingen, "voor Afrika, opdat de Afrikaanse jeugd ons zou kunnen horen!" Tijdens 'Quand l'Afrique Va Se Réveiller' vestigt hij de aandacht op de historische paradox van zijn continent, dat zo rijk is aan grondstoffen, maar waar de bevolking toch bijzonder arm is.
Nadat hij 'Christopher Colombus' van Burning Spear heeft gecoverd, introduceert Fakoly zijn laatste album 'Racines', een hommage aan de grote klassiekers uit de reggae-geschiedenis. Hij begint zijn eerbetoon aan de Jamaicaanse grootheden met 'Police And Thieves' van Junior Murvin, gevolgd door 'One Step Forward' van Max Romeo, 'Hills And Valleys' van Buju Banton (wat tussen de twee optredens door ook al weerklonk op het plein) en 'Fade Away' van Junior Byles. Mooi dat hij ook 'Operation Coup De Poing' van die andere Ivoriaanse grootheid, Alpha Blondy, te berde brengt - wat het publiek prompt weer wakker schudt - vooraleer hij een eerste keer van het podium verdwijnt en de drie gitaristen op de voorgrond treden.
Er wordt in allerijl een nyahbinghi setting gecreëerd voor 'Tata', dat overvloeit in een ingetogen versie van 'Plus Rien Ne M'étonne', een zoveelste ontroerend moment. Het Afrikaanse kleed wordt ingeruild voor een hippere outfit met jeans en T-shirt van Bob Marley, om ode te brengen aan The Legend met 'Zimbabwe' en 'Get Up Stand Up', inclusief het succesvolle vraag-en-antwoord-spelletje "whoyoo whoyooyoyooo". Vervolgens leeft Tiken Jah zich zelf ook even uit op djembe tijdens 'Blaguer Tuer', voor hij de muzikanten en het publiek bedankt op zijn eigen, bescheiden manier: "Merci beaucoup!". Maar nog is het niet gedaan, en krijgen we nog 'Africa Wants To Be Free', dat opnieuw uit volle borst wordt meegezongen door de uitzinnige menigte op het goed gevulde Burgplein.
Foto's: © Nele Terium